Megan Phelps-Roper
5,869,936 views • 15:17

Ik was een meisje van vijf met blauwe ogen en mollige wangen toen ik voor de eerste keer met mijn familie ging posten. Ik moest van mijn moeder mijn poppen achterlaten in de auto en postvatten op een straathoek ​​ in het natte Kansasweer, te midden van enkele tientallen familieleden. Met mijn kleine vuisten omklemde ik een plakkaat dat ik nog niet kon lezen: "Homo's verdienen de dood." Dat was het begin.

Onze protesten werden al snel een dagelijkse gebeurtenis en een internationaal fenomeen. Als lid van de Westboro Baptist Church werd ik een vaste waarde op piketten in het hele land. Het einde van mijn carrière in antihomopiketten en het leven zoals ik het kende, kwam 20 jaar later, deels veroorzaakt door vreemden op Twitter, die me de kracht van het omgaan met de ander bijbrachten.

Thuis werd het leven gezien als een epische geestelijke strijd tussen goed en kwaad. Het goede was mijn kerk en haar leden, en het kwaad waren alle anderen. De capriolen van mijn kerk waren van dien aard dat we constant op gespannen voet leefden met de wereld, en dat versterkte ons anders-zijn dag na dag. "Maak een onderscheid tussen het onreine en het reine", zegt het vers, en dat deden we. Van honkbalwedstrijden tot militaire begrafenissen, overal stonden we met fluorescerende protestborden om anderen te vertellen hoe 'onrein' ze waren en waarom ze onderweg waren naar de verdoemenis. Daaromheen draaide ons hele leven. Dit was voor mij de enige manier om goed te doen in een wereld in de macht van Satan. Net als mijn overige 10 broers en zussen geloofde ik met heel mijn hart wat me was geleerd en streefde ik Westboro's agenda na met een speciaal soort ijver.

In 2009 bracht die ijver me op Twitter. In eerste instantie waren de mensen die ik er ontmoette net zo vijandig als ik had verwacht. Zij waren de digitale versie van de gillende hordes die ik bij de protesten tegenkwam sinds ik een kind was. Maar in dit digitale gebakkelei ontwikkelde zich een vreemd patroon. Als iemand op mijn profiel opdook met de gebruikelijke woede en minachting, antwoordde ik met een aangepaste mix van bijbelverzen, popcultuurreferenties en smiley's. Begrijpelijkerwijs waren ze verward en overrompeld, maar dan volgde een gesprek. En het bleef beleefd — met echte nieuwsgierigheid aan beide zijden. Hoe kwam de ander tot dergelijke buitenissige conclusies over de wereld?

Soms kwam het zelfs tot gesprekken in het echte leven. Mensen met wie ik op Twitter had geredetwist, kwamen naar mijn piketlijn om me te zien als ik in hun stad protesteerde. Een zekere David was zo iemand. Hij schreef een blog met de naam 'Jewlicious' en na enkele maanden van verhitte maar vriendelijke argumenten online kwam hij naar mijn piket in New Orleans. Hij bracht voor mij een Midden-Oosters dessert mee uit Jeruzalem, waar hij woont, en ik voor hem koosjer chocolade, terwijl ik daar stond met een 'God haat Joden'-plakkaat.

(Gelach)

Er was geen verwarring over onze standpunten, maar de grens tussen vriend en vijand werd steeds waziger. We waren begonnen elkaar als mens te zien en het veranderde de manier waarop we met elkaar spraken.

Het kostte tijd, maar uiteindelijk plantten die gesprekken in mij het zaad van de twijfel. Mijn vrienden op Twitter namen de tijd om Westboro's leerstellingen te begrijpen en daardoor vonden ze ongerijmdheden die ik nooit had gezien. Waarom pleitten we voor de doodstraf voor homo's, terwijl Jezus zei: "Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen." Hoe kunnen we beweren onze naaste lief te hebben, terwijl we op hetzelfde moment God bidden om hem te vernietigen? De waarheid is dat de inleving van die vreemdelingen op het internet zelf een contradictie was. Het werd me steeds duidelijker dat andere mensen niet de demonen waren die mij waren voorgespiegeld.

Dit besef gaf mijn leven een andere wending. Toen ik zag dat we geen ultieme rechters van de goddelijke waarheid waren maar feilbare mensen, kon ik het tegendeel niet meer volhouden. Ik kon onze daden niet rechtvaardigen — vooral onze wrede praktijk om te protesteren bij begrafenissen en menselijke tragedies te vieren. Deze verschuivingen in mijn perspectief droegen bij tot het verlies van vertrouwen in mijn kerk en maakten het mij uiteindelijk onmogelijk om er te blijven.

Ondanks overweldigend verdriet en angst verliet ik Westboro in 2012. In de dagen net nadat ik wegging, was het instinct om me te verbergen bijna verlammend. Ik wilde me verbergen voor het oordeel van mijn familie, ik wist dat alle contact zou wegvallen — hun gedachten en meningen hadden alles voor mij betekend. Ik wilde me ook verbergen voor de wereld die ik al zo lang had afgewezen — voor mensen die geen reden hadden om mij een tweede kans te geven na een leven van antagonisme. En toch, ongelooflijk, deden ze net dat.

De wereld kende mijn hele verleden, je vond het overal op het internet — duizenden tweets en honderden interviews, alles van het lokale tv-nieuws tot de 'The Howard Stern Show' — maar toch ontvingen ze me met open armen. Ik verontschuldigde me om de aangerichte schade, maar ik wist ook dat dat het nooit ongedaan zou kunnen maken. Al wat ik kon doen was proberen om een nieuw leven op te bouwen en een manier vinden om de schade wat te lenigen. Ze hadden alle redenen om mijn oprechtheid te betwijfelen, maar de meesten deden dat niet. En — gezien mijn geschiedenis was het meer dan ik had kunnen hopen — vergeving en het voordeel van de twijfel. Het verbaast me nog steeds.

Het eerste jaar weg van huis zwierf ik wat rond met mijn jongere zus, die samen met mij was weggegaan. We vielen in een afgrond, maar tot onze verbazing vonden we het licht en een uitweg in dezelfde gemeenschappen waar we zo lang onze pijlen op hadden gericht. David, mijn vriend 'Jewlicious' op Twitter, nodigde ons uit bij een Joodse gemeenschap in Los Angeles. We sliepen op banken in het huis van een chassidische rabbijn en zijn vrouw en hun vier kinderen — dezelfde rabbijn waartegen ik drie jaar eerder had geprotesteerd met een plakkaat waarop stond: "Je rabbijn is een hoer." We brachten lange uren door met praten over theologie, het jodendom en het leven, terwijl we de vaat deden in hun koosjere keuken en groenten hakten voor het diner. Ze behandelden ons als familie. Ze koesterden geen wrok tegen ons en nogmaals was ik verbaasd.

Die periode was vol onrust, maar waar ik nog vaak aan terugdenk, is het verrassende inzicht dat ik toen had — hoe opgelucht en blij ik was om al dat harde oordelen op te geven dat instinctief in mij opkwam over iedereen die ik ontmoette. Ik realiseerde me dat ik moest leren. Ik moest leren luisteren.

Dit speelt me de laatste tijd voortdurend door het hoofd, omdat ik in ons publieke discours zoveel van dezelfde destructieve impulsen als in mijn voormalige kerk weer tegenkom. We vieren tolerantie en diversiteit meer dan op ooit enig ander moment en toch zien we de verdeeldheid steeds maar toenemen. We willen goede dingen — rechtvaardigheid, gelijkheid, vrijheid, waardigheid, welvaart — maar het pad dat we kozen, lijkt zoveel op hetgeen dat ik vier jaar geleden verliet. We hebben de wereld opgesplitst in wij en zij en komen alleen lang genoeg uit onze bunkers om retorische granaten in het andere kamp te gooien. We bekijken de helft van het land als wereldvreemde liberale elites of als racistische of vrouwen hatende pestkoppen. Geen nuance, geen complexiteit, geen menselijkheid. Zelfs als iemand om empathie en begrip voor de andere kant vraagt, verloedert het gesprek bijna altijd tot een debat over de vraag wie meer empathie verdient. Net zoals ik leerde doen, weigeren we routinematig om de gebreken in onze posities of de verdiensten van onze tegenstander te erkennen. Compromis is ondenkbaar. Wij keren ons zelfs tegen onze eigen mensen als ze de partijlijn in twijfel durven trekken. Dit pad bracht ons een wrede, oordelende, verdiepende polarisatie en zelfs uitbarstingen van geweld. Ik herinner me dit pad. Het zal ons niet brengen waar we naartoe willen.

Wat me hoop geeft, is dat we er iets aan kunnen doen. Het goede nieuws is dat het eenvoudig is en het slechte nieuws is dat het moeilijk is. We moeten praten met en luisteren naar mensen waar we het niet eens mee zijn. Dat is moeilijk, omdat we vaak niet kunnen doorgronden hoe de andere kant tot hun standpunten kwam. Het is moeilijk omdat het verontwaardigde grote gelijk, dat gevoel van zekerheid dat we de juiste kant kozen, zo verleidelijk is. Het is moeilijk, want het betekent de uitbreiding van empathie en mededogen naar mensen die ons vijandig en minachtend bejegenen. De impuls om op dezelfde wijze te reageren, is zo verleidelijk, maar dat is niet wat we willen zijn. We kunnen het weerstaan. Ik zal hiertoe altijd geïnspireerd worden door wie ik op Twitter leerde kennen, schijnbare vijanden die mijn geliefde vrienden geworden. Ook in het geval van een bijzonder begrijpende en gulle man, mijn man. Er was niets bijzonders aan de manier waarop ik op hem reageerde. Wat zo bijzonder was, was hun aanpak. Ik dacht er de afgelopen jaren veel over na en ik vond vier dingen die ze anders deden waardoor een echt gesprek mogelijk werd. Deze vier stappen waren klein maar krachtig, en ik doe er alles aan om ze tegenwoordig bij moeilijke gesprekken toe te passen.

De eerste is dat je niet van slechte bedoelingen uitgaat. Mijn vrienden op Twitter realiseerden zich dat zelfs wanneer mijn woorden agressief en beledigend waren, ik oprecht geloofde dat ik het juiste ding deed. Uitgaan van foute motieven snijdt ons vrijwel direct af van echt begrijpen waarom iemand zo handelt en gelooft. We vergeten hun menselijkheid met een leven van ervaring dat hun geest heeft gevormd en we blijven steken in die eerste golf van woede, wat een goede conversatie uitsluit. Maar als we uitgaan van goede of neutrale bedoelingen, geven we onze geest een veel sterker kader voor dialoog.

De tweede is vragen stellen. Als we mensen de hand reiken over ideologische scheidslijnen, dan helpen die vragen om de onverzoenbaarheid tussen onze verschillende standpunten in kaart te brengen. Dat is belangrijk omdat we argumenten niet effectief kunnen presenteren als we niet begrijpen waar de andere kant vandaan komt en omdat het hen een kans geeft om te wijzen op gebreken in onze posities. Maar het stellen van vragen dient ook een ander doel: het signaleert mensen dat ze worden gehoord. Toen mijn vrienden op Twitter stopten met beschuldigen en vragen gingen stellen, deed ik bijna automatisch hetzelfde. Hun vragen gaven me spreekruimte, maar ze lieten me ook toe om hen vragen te stellen en om echt te luisteren naar hun antwoorden. Het veranderde fundamenteel de dynamiek van ons gesprek.

De derde is kalm te blijven. Dat vergt oefening en geduld, maar het is krachtig. Op Westboro leerde ik er niet om te geven hoe anderen mijn uitlatingen ervoeren. Ik dacht dat mijn gelijk mijn lompheid rechtvaardigde — agressieve tonen, stemverheffing, beledigingen, onderbrekingen — maar die strategie is uiteindelijk contraproductief. Het volume en het sarcasme opdrijven, is natuurlijk in stressvolle situaties, maar het heeft de neiging om het gesprek tot een onbevredigend, explosief einde te brengen. Toen mijn man nog maar een anonieme Twitterkennis was, waren onze discussies vaak hard en scherp, maar we hebben altijd geweigerd om ze te laten escaleren. In plaats daarvan begon hij over iets anders. Hij vertelde een grap of beval een boek aan of onttrok zich voorzichtig aan het gesprek. We wisten dat de discussie nog niet voorbij was, alleen een tijdje onderbroken om ons wat tot rust te laten komen. Mensen klagen vaak dat digitale communicatie ons onbeleefder maakt, maar dit is een voordeel van online conversaties boven persoonlijke. We hebben een buffer van tijd en ruimte tussen ons en de mensen van wie we de ideeën zo frustrerend vinden. Wij kunnen die buffer gebruiken. In plaats van uit te halen, kunnen we pauzeren, ademen, van onderwerp veranderen of weglopen en erop terugkomen wanneer we er klaar voor zijn.

En tenslotte... argumenteren. Het lijkt misschien vanzelfsprekend, maar een neveneffect van ergens hard in te geloven is dat we soms aannemen dat de waarde van ons standpunt zo duidelijk en vanzelfsprekend is, dat we onze positie niet hoeven te verdedigen, omdat ze zo duidelijk juist en goed is dat als iemand het niet snapt, het hun probleem is — dat het niet mijn taak is om hen te onderwijzen. Maar als het zo simpel was, zagen we allen de dingen op dezelfde manier. Hoe vriendelijk mijn vrienden op Twitter ook waren, als ze geen argumenten hadden gegeven, zou het veel moeilijker zijn geweest om de wereld anders te gaan bekijken. We zijn allemaal een product van onze opvoeding en onze overtuigingen weerspiegelen onze ervaringen. We kunnen niet verwachten dat anderen hun denken spontaan zullen veranderen. Als we verandering willen, zullen we ervoor moeten gaan.

Mijn vrienden op Twitter gaven hun geloof of hun principes niet op — alleen hun minachting. Ze kanaliseerden hun maar al te begrijpelijke verontwaardiging en legden me gerichte vragen voor getemperd met vriendelijkheid en humor. Zij benaderden me als een menselijk wezen en dat was meer transformatief dan twee decennia van woede, minachting en geweld. Ik weet dat sommigen misschien niet de tijd, de energie of het geduld hebben voor een uitgebreid overleg, maar hoe moeilijk het ook kan zijn, de hand reiken aan iemand waarmee we het niet eens zijn, is een optie waarover we allemaal beschikken. Ik geloof oprecht dat we moeilijke dingen kunnen doen, niet alleen voor hen, maar voor ons en onze toekomst. Escalatie van afkeer en hardnekkig conflict willen we niet voor onszelf, of voor ons land, of voor de volgende generatie.

Mijn moeder zei me iets een tijdje voordat ik Westboro verliet, toen ik nog tegen beter weten in hoopte dat ik toch nog bij mijn familie kon blijven. Mensen die ik met heel mijn hart heb liefgehad, zelfs nog voordat ik dat meisje van vijf met bolle wangen was dat piket stond met een bord dat het niet kon lezen. Ze zei: "Je bent maar een mens, mijn lieve, lieve kind." Ze vroeg me om nederig te zijn — om niet te vragen, maar om God en mijn ouders te vertrouwen. Maar voor mij miste ze het grotere plaatje — dat we allemaal gewoon maar mensen zijn. Dat we ons moeten laten leiden door dat meest elementaire feit, en elkaar met edelmoedigheid en mededogen moeten benaderen.

Ieder van ons draagt ​​iets bij aan de gemeenschappen, de culturen en de samenlevingen die we opbouwen. Het einde van deze spiraal van woede en schuld begint met iemand die weigert om deze destructieve, verleidelijke impulsen te koesteren. We hoeven alleen maar te beslissen dat het begint bij onszelf.

Dank je.

(Applaus)