Carol Dweck
12,567,103 views • 10:20

De kracht van 'nog niet'.

Ik hoorde over een middelbare school in Chicago waar studenten een bepaald aantal vakken moesten halen om te slagen en als ze een vak niet haalden kregen ze het cijfer 'Nog niet'. Dat vond ik geweldig, omdat als je een onvoldoende krijgt, denk je: ik ben niks, ik ben nergens. Maar als je als cijfer 'Nog Niet' krijgt, weet je dat je met een leerproces bezig bent. Het geeft je een pad richting de toekomst.

'Nog Niet' gaf me ook inzicht in een kritiek voorval vroeg in mijn carrière, een echt keerpunt. Ik wilde graag zien hoe kinderen omgingen met uitdagingen en tegenslagen, dus gaf ik kinderen van 10 jaar opdrachten die net iets te moeilijk voor ze waren. Sommigen reageerden op een verrassend positieve manier. Ze zeiden dingen als: "Ik hou van een uitdaging," of: "Weet je, ik hoopte al dat dit leerzaam zou zijn." Ze begrepen dat hun vaardigheden zich kunnen ontwikkelen. Ze hadden wat ik noem een groei-instelling. Maar andere leerlingen kregen er een tragisch, rampzalig gevoel van. Vanuit hun meer rigide zienswijze werd hun intelligentie beoordeeld en werden ze niet slim genoeg bevonden. In plaats van vrede te sluiten met de kracht van nog niet, werden ze vastgegrepen door de tirannie van het nu.

Dus wat gingen ze nou doen? Dat zal ik je vertellen. In één onderzoek vertelden ze dat ze de volgende keer vals zouden spelen, in plaats van harder te studeren, als ze een toets niet gehaald hadden. Uit een ander onderzoek bleek dat, als ze faalden, ze zochten naar iemand die nog slechter had gepresteerd dan zijzelf zodat ze zich beter voelden over hun eigen prestaties. In onderzoek na onderzoek gingen ze moeilijkheden uit de weg. Wetenschappers hebben de elektrische activiteit van de hersenen gemeten op het moment dat leerlingen werden geconfronteerd met een fout. Links zie je de leerlingen met de rigide zienswijze. Er is vrijwel geen activiteit. Ze gaan de fout uit de weg. Ze gaan er niet op in. Maar aan de rechterkant zie je de leerlingen met de groei-instelling, met het idee dat hun vaardigheden zich kunnen ontwikkelen. Ze gaan er diep op in. Hun hersenen branden met 'nog niet'. Ze gaan er diep op in. Ze verwerken de fout. Ze leren ervan en ze verbeteren de fout.

Hoe voeden we onze kinderen op? Voeden we ze op voor "nu" in plaats van 'nog niet' ? Zorgen we ervoor dat ze geobsedeerd raken met het halen van een 10? Voeden we kinderen op die niet weten hoe ze groot moeten dromen? Is hun belangrijkste doel een 10 te halen tijdens de volgende toets? Dragen ze deze behoefte naar voortdurende bevestiging mee naar hun toekomstige levens? Misschien wel, want werkgevers zeggen tegen me dat we al een generatie geproduceerd hebben van jonge werkers die de dag niet eens door kunnen komen zonder geprezen te worden.

Dus wat kunnen we nou doen? Hoe kunnen we de brug richting 'nog niet' bouwen?

We kunnen een aantal dingen doen. Eerst moeten we slimmer prijzen. Intelligentie of talent moet niet meer geprezen worden. Dat is geprobeerd en is mislukt. Doe dat niet meer. Maar prijs de werkwijze van de kinderen; hun inzet, hun aanpak, hun concentratie- vermogen, hun doorzettingsvermogen, hun vooruitgang. Het roemen van hun werkwijze creëert robuuste, weerbare kinderen. Er zijn andere manieren om 'nog niet' te belonen.

We zijn onlangs een samenwerking gestart met spel-geleerden van de Universiteit van Washington, met een online wiskundespel dat 'nog niet' beloont. In dit spel worden leerlingen beloond op basis van inzet, strategie en vooruitgang. Normale wiskundespellen belonen je als je op dat moment een antwoord goed hebt, maar dit spel beloont het proces. Als gevolg hiervan zagen we meer inzet, meer strategieën, meer betrokkenheid gedurende een langere periode en meer doorzettingsvermogen wanneer ze tegen heel moeilijke problemen aanliepen. We zien dat alleen al de woorden: 'nog niet'

de kinderen veel meer zelfvertrouwen geven en een soort toekomstrichting die meer volharding creëert. We kunnen zelfs de denkwijze van leerlingen veranderen. In een onderzoek leerden we ze dat elke keer als ze buiten hun comfortzone zouden treden, om iets nieuws en moeilijks te leren, de neuronen in hun hersenen nieuwe en sterkere connecties gaan vormen waardoor ze na verloop van tijd slimmer zouden worden. Kijk wat er gebeurde. In deze studie

scoorden studenten die geen groei-instelling was aangeleerd steeds lagere cijfers tijdens de lastige overgangsperiode op school, terwijl degenen die dit wel hadden geleerd een sterke stijging zagen in hun cijfers. Dit soort verbeteringen is nu al te zien geweest bij duizenden kinderen en vooral bij leerlingen die het moeilijk hadden. Laten we het eens over gelijkheid hebben.

In ons land zijn er groepen leerlingen die chronisch onder de maat presteren. Bijvoorbeeld kinderen in binnensteden, of kinderen in een Indianenreservaat. Ze doen het al zo lang slecht dat veel mensen denken dat het onoverkomelijk is. Maar als leraren klassen starten met een groei-instelling, omringd met 'nog niet', ontstaat er gelijkheid. Hier hebben jullie een aantal voorbeelden. Na een jaar tijd haalde een kleuterklas uit Harlem, New York een score in het 95ste percentiel op de Nationale Prestatietoets. Veel van die kinderen konden niet eens een pen vasthouden toen ze op school kwamen. Na een jaar tijd zijn groep-6 leerlingen uit de South-Bronx die ver achter lagen, de best scorende groep-6 klas geworden in de staat New York zoals getoetst op de door de staat vervaardigde wiskundetest. In een tot anderhalf jaar zijn indianenleerlingen, die in een reservaat op school zitten, van de laatste plaats naar de eerste plaats gestegen in hun district, terwijl zich in dat district ook welgestelde delen van Seattle bevinden. De indianenkinderen deden het beter dan de Microsoft-kinderen. Dit gebeurde allemaal omdat de betekenis van moeite en tegenslag aangepast werd.

Eerst zorgde moeite en tegenslag ervoor dat kinderen zich dom voelden en dat kinderen snel opgaven, maar nu is die moeite en tegenslag het moment waarop hun neuronen nieuwe verbindingen leggen, sterkere verbindingen. Dat is het moment waarop ze slimmer worden. Ik kreeg laatst een brief van een 13-jarige jongen.

Hij zei: "Geachte professor Dweck, ik waardeer het dat uw stukken berusten op solide wetenschappelijk onderzoek en daarom heb ik besloten om uw ideeën in de praktijk te brengen. Ik doe beter mijn best op mijn schoolwerk, ik steek meer moeite in de band met mijn familie en in mijn verstandhouding met de kinderen op school en ik heb gemerkt dat er veel verbeterd is op al die gebieden. Ik realiseer me nu dat ik het grootste deel van mijn leven verknoeid heb." Laten we geen levens meer verknoeien.

Op het moment dat we weten dat vaardigheden zo'n groei kunnen doormaken, wordt deze groei een fundamenteel mensenrecht voor kinderen, alle kinderen, om op plekken te wonen die dit soort groei mogelijk maken, om op plekken te wonen die gevuld zijn met 'nog niet'. Dankjewel.

(Applaus)