Matt Ridley
2,276,773 views • 16:26

Toen ik een student was hier in Oxford in de jaren 1970, was de toekomst van de wereld somber. De bevolkingsexplosie was niet te stuiten. Wereldwijde hongersnood was onvermijdelijk. Een kanker-epidemie veroorzaakt door chemische stoffen in het milieu ging ons leven verkorten. Zure regen viel op de bossen. De woestijn rukte een mijl of twee per jaar op. De olie raakte op. En een nucleaire winter zou ons einde inluiden. Geen van die dingen is gebeurd. (Gelach) En verbazingwekkend, als je kijkt naar wat er werkelijk gebeurt tijdens mijn leven, het gemiddelde inkomen per hoofd van de gemiddelde mens op de planeet, in reële termen, gecorrigeerd voor inflatie, is verdrievoudigd. De levensduur steeg met 30 procent tijdens mijn leven. Kindersterfte daalt met twee derde. De productie van levensmiddelen per hoofd is met een derde gestegen. En dit alles op een moment dat de bevolking is verdubbeld.

Hoe hebben we dat bereikt - of je nu denkt dat dat een goede zaak of niet - Hoe hebben we dat bereikt? Hoe komt het dat we de enige soort zijn die steeds welvarender werd naarmate ze talrijker werd? De grootte van de bobbel in deze grafiek geeft de omvang van de bevolking. En het niveau van de grafiek vertegenwoordigt het BBP per inwoner. Ik denk dat om deze vraag te beantwoorden je moet begrijpen hoe mensen erin slagen hun hersenen samen te brengen en daardoor hun ideeën te combineren en recombineren, te ontmoeten en, inderdaad, om te paren. Met andere woorden, je moet begrijpen hoe ideeën seks hebben.

Ik wil dat je je voorstelt hoe we van het maken van dit soort objecten kwamen tot het maken van deze soort objecten. Beiden zijn echte objecten. De ene is een Acheuleaanse vuistbijl van een half miljoen jaar geleden van het soort dat Homo erectus maakte. Het andere is natuurlijk een computermuis. Ze hebben in een griezelige mate allebei precies dezelfde grootte en vorm. Ik heb geprobeerd na te gaan wie groter is, en het is bijna onmogelijk. En dat komt omdat ze beide zijn ontworpen om in de menselijke hand te passen. Ze zijn beiden producten van een technologie. Uiteindelijk is hun gelijkenis niet zo bijster interessant. Ze vertelt je alleen dat ze beide zijn ontworpen om in de menselijke hand te passen. De verschillen zijn wat mij interesseert. Omdat die aan de linkerzijde werd gemaakt met een nogal onveranderlijk ontwerp voor ongeveer een miljoen jaar - van anderhalf miljoen jaar geleden tot een half miljoen jaar geleden. Homo erectus maakte hetzelfde werktuig 30.000 generaties lang. Natuurlijk waren er een paar veranderingen, maar werktuigen veranderden in die dagen langzamer dan skeletten. Er was geen vooruitgang, geen innovatie. Het is een bijzonder fenomeen, maar het is waar. Terwijl het object aan de rechterkant na vijf jaar achterhaald is. En er is nog een verschil, het object aan de linkerkant is gemaakt van een enkele stof. Het object aan de rechterkant is gemaakt van verschillende stoffen, van silicium en metaal en kunststof en ga zo maar door. En meer dan dat, is het een samenvoeging van verschillende ideeën, het idee van plastic, het idee van een laser, het idee van transistors. Ze zijn allemaal samengebracht in deze technologie.

En het is deze combinatie, deze cumulatieve technologie, die me intrigeert. Omdat ik denk dat dat het geheim is van het begrip van wat er gebeurt in de wereld. Mijn lichaam is ook een opeenstapeling van ideeën, het idee van huidcellen, het idee van hersencellen, het idee van levercellen. Ze hebben elkaar gevonden. Hoe werkt de evolutie met cumulatieve, combinatorische dingen? Nou, ze maakt gebruik van geslachtelijke voortplanting. In een ongeslachtelijke soort, als je twee verschillende mutaties hebt in verschillende wezens, een groen en een rood, dan moet de een beter zijn dan de ander. De een sterft uit om de andere te laten overleven. Maar als je een seksuele soort hebt, dan is het mogelijk voor een individu om beide mutaties te erven uit verschillende afstammingslijnen. Dus seks maakt het mogelijk dat het individu profiteert van de genetische innovaties van de hele soort. Het is niet beperkt tot zijn eigen afstammingslijn.

Wat is nu het proces in de culturele evolutie met hetzelfde effect als seks hebben in de biologische evolutie? En ik denk dat het antwoord uitwisseling is, de gewoonte van het uitwisselen van een ding voor een ander. Het is een unieke menselijke eigenschap. Geen enkel ander dier doet dat. Je kan ze in het laboratorium aanleren om een beetje aan uitwisseling te doen. En inderdaad is er wederkerigheid bij andere dieren. Maar de uitwisseling van een object voor een ander gebeurt nooit. Zoals Adam Smith zei: "Niemand zag ooit een hond op een eerlijke manier een bot uitwisselen met een andere hond. " (Gelach) Je kan cultuur zonder uitwisseling hebben. Je kan als het ware een aseksuele cultuur hebben. Chimpansees, orka's, enzovoort hebben cultuur. Ze leren elkaar tradities die van ouder aan nakomelingen wordt doorgegeven. In dit geval onderwijzen chimpansees elkaar hoe je noten kan kraken met stenen. Maar het verschil is dat deze culturen nooit uitbreiden, nooit groeien, nooit accumuleren, nooit combineren. En de reden is dat er, als het ware, geen seks is, er geen uitwisseling van ideeën is. Chimpanseegroepen hebben verschillende culturen in verschillende groepen. Er is geen onderlinge uitwisseling van ideeën.

En waarom doet uitwisseling de levensstandaard verhogen? Nou, het antwoord kwam van David Ricardo in 1817. En hier is een stenentijdperkversie van zijn verhaal, hoewel hij het vertelde in termen van handel tussen landen. Adam heeft vier uur nodig om een speer en drie uur nodig om een bijl te maken. Voor Oz is dat een uur voor een speer en twee uur voor om een bijl. Dus Oz is zowel in speren als in bijlen beter dan Adam. Hij heeft Adam niet nodig. Hij kan zijn eigen speren en bijlen maken. Nou nee, want als je erover nadenkt, als Oz twee speren maakt en Adam twee bijlen, en ze ruilen ze, dan zullen ze elk een uurtje werk hebben uitgespaard. En hoe meer ze dit doen, des te meer gaan ze winnen. Want hoe meer ze dit doen, des te beter wordt Adam in het maken van bijlen, en Oz in het maken van speren. Dus de winsten uit de handel gaan alleen maar toenemen. En het is een van de leukere gevolgen van de uitwisseling, dat ze eigenlijk de drijfveer creëert voor meer specialisatie, wat weer leidt naar meer uitwisseling en zo verder. Adam en Oz spaarden beiden een uur tijd uit. Dat is welvaart, de besparing van tijd om te voldoen aan je behoeften.

Vraag jezelf eens af hoe lang je zou moeten werken om voor jezelf één uur licht voor het lezen van een boek te verdienen. Als je bijvoorbeeld moest beginnen met naar het platteland te gaan. Een schaap te zoeken. Het te doden. Daar het vet uit te halen. Je braadt het uit. Je maakt een kaars, enz. enz. Hoe lang gaat dat duren? Een behoorlijk lange tijd. Hoe lang moet je eigenlijk werken om één uur leeslicht te verdienen aan het gemiddelde loon in Groot-Brittannië vandaag? En het antwoord is ongeveer een halve seconde. Terug in 1950, zou je acht seconden hebben moeten werken aan het gemiddelde loon om zoveel licht te krijgen. Dat is dus zeven en een halve seconde van toegenomen welvaart sinds 1950, als het ware. Want dat is zeven en een halve seconde waarin je iets anders kan gaan doen. Of je een ander goed of dienst kant aanschaffen. En weer terug in 1880, kostte het 15 minuten om die hoeveelheid licht te verdienen aan het gemiddelde loon. Terug in 1800, had je zes uur moeten werken om een kaars één uur te laten branden. Met andere woorden, de gemiddelde persoon op het gemiddelde loon kon zich in 1800 geen een kaars veroorloven.

Ga terug naar deze afbeelding van de bijl en de muis, en vraag jezelf af: "Wie heeft hen gemaakt en voor wie?" De stenen bijl is door iemand voor zichzelf gemaakt. Het was zelfvoorziening. Nu noemen we dat armoede. Maar het object rechts is voor mij door andere mensen gemaakt. Hoeveel andere mensen? Tientallen? Honderden? Duizenden? Weet je, ik denk dat het er waarschijnlijk miljoenen zijn. Omdat je ook de man die de koffie teelde, die werd gebrouwen voor de man die op het olieplatform, naar olie boorde; olie, die zou worden verwerkt tot plastic, enz. Ze waren allemaal voor mij aan het werk, om voor mij een muis te maken . En dat is de manier waarop de maatschappij werkt. Dat is wat we hebben bereikt als soort.

In de oude dagen, als je rijk was, had je letterlijk mensen die werkzaam waren voor jou. Zo werd je rijk, door hen te gebruiken. Lodewijk XIV had een heleboel mensen die voor hem werkten. Om onnozele outfits, zoals deze, te maken. (Gelach) En zij verzorgden zijn domme kapsels, of wat dan ook. Hij had 498 mensen om elke avond zijn eten te bereiden. Maar een moderne toerist die het paleis van Versailles en foto's van Lodewijk XIV gaat bekijken, heeft ook 498 mensen die zich om zijn diner vanavond bekommeren. Ze zitten in de bistro's, cafés, restaurants en winkels van Parijs. En ze staan allemaal klaar om je terstond een uitstekende maaltijd op te dienen waarschijnlijk van een hogere kwaliteit dan zelfs die van Lodewijk XIV. En dat is wat we hebben bereikt, omdat we allemaal werken voor elkaar. We kunnen een beroep doen op specialisatie en uitwisseling om elkaars levensstandaard te verhogen.

Nu zijn er ook andere dieren die voor elkaar werken. Mieren zijn een klassiek voorbeeld; werkers werken voor koninginnen en koninginnen werken voor de werkers. Maar er is een groot verschil, omdat het alleen gebeurt binnen de kolonie. Er wordt niet voor elkaar gewerkt tussen de koloniën. En de reden daarvoor is de reproductieve taakverdeling. Dat wil zeggen, zij specialiseren met betrekking tot de voortplanting. De koningin doet het allemaal. In onze soort houden we daar niet zo van. Het enige waarop we aandringen om het voor onszelf te doen is de voortplanting. (Gelach) Zelfs in Engeland laten we dat niet over aan de Koningin.

(Applaus)

Wanneer is deze gewoonte van uitwisselen begonnen? En hoe lang gaat dat al door? En wat betekent het? Nou, ik denk, waarschijnlijk de oudste versie ervan waarschijnlijk de seksuele arbeidsverdeling is. Maar ik heb daar geen aanwijzingen voor. Het lijkt net alsof het eerste wat we deden het werken van mannen voor vrouwen en vice versa was. In alle jager-verzamelaarssamenlevingen van vandaag, bestaat er een foerageer arbeidsverdeling in meestal de jacht door mannen en het verzamelen door vrouwen. Het is niet altijd zo eenvoudig. Maar er is een onderscheid tussen gespecialiseerde rolverdeling tussen mannen en vrouwen. En het mooie van dit systeem is dat het beide kanten voordelen biedt. De vrouw weet dat, in geval van de Hadzas hier - wortels opgraven en met mannen ruilen voor vlees - ze weet, dat alles wat ze moet doen om toegang te krijgen tot eiwitten is wat extra wortels opgraven en ze te ruilen voor wat vlees. En ze hoeft niet op een vermoeiende jacht te gaan om een wrattenzwijn proberen te doden. En de man weet, dat hij niet hoeft te graven om wat wortels te krijgen. Het enige wat hij moet doen is ervoor te zorgen dat wanneer hij een wrattenzwijn doodt het groot is genoeg om wat uit te delen. En dus verhogen beide zijden elkaars levensstandaard door middel van de seksuele arbeidsverdeling.

Wanneer is dit gebeurd? We weten het niet, maar het is mogelijk dat de Neanderthalers het niet deden. Ze waren een zeer coöperatieve soort. Ze waren een zeer intelligente soort. Hun hersenen waren uiteindelijk gemiddeld groter dan de jouwe en de mijne. Ze waren fantasierijk. Zij begroeven hun doden. Ze hadden waarschijnlijk taal, omdat we weten dat hun FOXP2-gen van dezelfde aard als het onze, dat hier in Oxford werd ontdekt. En ze hadden waarschijnlijk taalkundige vaardigheden. Het waren briljante mensen. Ik wil niet afgeven op de Neanderthalers. Maar er is geen bewijs van een seksuele arbeidsverdeling. Er is geen bewijs voor verzamelgedrag bij de vrouwen. Het lijkt erop dat de vrouwen samen met de mannen jaagden. En het andere waarvoor er geen bewijs is is de uitwisseling tussen groepen. Omdat de objecten die je kunt vinden bij Neanderthalerresten hun werktuigen altijd gemaakt zijn van lokale materialen. Bijvoorbeeld, in de Kaukasus is er een site waar je lokale Neanderthal werktuigen kan vinden. Ze zijn altijd gemaakt van lokale vuursteen. In dezelfde vallei zijn er ook resten van moderne mensen van ongeveer dezelfde datum, 30.000 jaar geleden. En sommige van deze zijn gemaakt van lokale vuursteen, maar wat meer is - velen zijn gemaakt uit obsidiaan van ver daarvandaan. En het feit dat mensen objecten als dit begonnen rond te dragen, is een bewijs voor uitwisseling tussen groepen.

Handel is 10 keer zo oud als de landbouw. Mensen vergeten dat. Mensen denken dat handel iets moderns is. Uitwisseling tussen groepen gebeurt al zo'n een honderdduizend jaar. En de eerste bewijzen ervoor vinden we ergens tussen 80 en 120.000 jaar geleden in Afrika, als je ziet hoe obsidiaan, jaspis en andere materialen over lange afstanden in Ethiopië worden verplaatst. Je ziet ook schelpen - zoals ontdekt door een team hier in Oxford - 200 kilometer naar het binnenland van de Middellandse Zee in Algerije verplaatst worden. En dat is bewijs dat mensen zijn begonnen met de uitwisseling tussen groepen. En dat zal hebben geleid tot specialisatie.

Hoe weet je nu dat dit langeafstandverkeer nu kwam door handelsverkeer in plaats van door migratie? Nou, kijk naar moderne jagers-verzamelaars, zoals aboriginals, die naar stenen voor bijlen groeven op een plaats genaamd Mt. Isa, dat is een steengroeve in handen van de Kalkadoonstam. Ze ruilden ze met hun buren voor dingen als stekelrog weerhaken. En het gevolg was dat de stenen bijlen uiteindelijk over een groot deel van Australië verspreid werden. Dus langeafstandverkeer van werktuigen is een teken van handel, niet van migratie.

Wat gebeurt er als je mensen afsnijdt van de uitwisseling, van de mogelijkheid om uit te wisselen en zich te specialiseren? En het antwoord is dat, je niet alleen de technologische vooruitgang vertraagt, eigenlijk gooi je hem in de achteruit. Een voorbeeld is Tasmanië. Toen de zeespiegel steeg en Tasmanië 10.000 jaar geleden een eiland werd, ondervonden de mensen daar niet alleen langzamere groei dan de mensen op het vasteland, zij boorden daadwerkelijk achteruit. Ze verloren de vaardigheid om benen werktuigen te maken alsook visgerei en kleding omdat de populatie van ongeveer 4.000 mensen gewoon niet groot genoeg was om de gespecialiseerde vaardigheden te behouden, die nodig zijn om de technologie die ze hadden te kunnen bewaren. Het is alsof de mensen in deze zaal zouden worden neergepoot op een onbewoond eiland. Hoeveel van de dingen in onze zakken zouden we na 10.000 jaar nog kunnen maken? Het gebeurde niet in Tierra del Fuego - een soortgelijk eiland met soortgelijke mensen. De reden is dat Tierra del Fuego van Zuid-Amerika gescheiden is door een veel nauwere zee-engte. En er waren handelscontacten over die engte gedurende de laatste 10.000 jaar. De Tasmaniërs waren geïsoleerd.

Bekijk deze afbeelding opnieuw en vraag jezelf eens af, niet alleen wie deze dingen heeft gemaakt en voor wie, maar ook wie wist hoe ze te maken. In het geval van de stenen bijl wist de man die ze maakte ook hoe hij ze moest maken. Maar wie weet hoe je een computermuis maakt? Niemand, letterlijk niemand. Er is niemand op de planeet die weet hoe je een computermuis maakt. Ik bedoel dit heel serieus. De voorzitter van het computermuisbedrijf weet het niet. Hij weet precies hoe je een bedrijf moet runnen. De persoon aan de assemblagelijn weet het ook niet omdat hij niet weet hoe je een olieput moet boren om de olie eruit te halen om plastic te maken, en zo verder. We weten allemaal kleine stukjes, maar niemand van ons kent het geheel.

Natuurlijk citeer ik uit een beroemd essay van Leonard Reed, die econoom uit de jaren 1950, "Ik, Potlood" genaamd waarin hij schreef over hoe een potlood werd gemaakt, en hoe niemand nog weet hoe je een potlood maakt, omdat de mensen die ze monteren niet weten hoe grafiet te ontginnen. Of niet weten niet hoe bomen te vellen en dat soort dingen. En wat we gedaan hebben in de menselijke samenleving, door middel van uitwisseling en specialisatie, is dat we erin geslaagd zijn om dingen te doen die wij niet eens begrijpen. Het is niet hetzelfde met taal. Met taal brengen we ideeën over zodat we elkaar begrijpen. Maar met technologie, kunnen we dingen doen die eigenlijk onze mogelijkheden overstijgen.

We hebben in buitengewone mate de capaciteit van de menselijke geest voorbijgestoken. En terzijde, dat is een van de redenen dat ik niet geïnteresseerd ben in het debat over IQ, over de vraag of sommige groepen een hoger IQ hebben dan andere. Het is volstrekt irrelevant. Wat relevant is voor een samenleving is hoe goed mensen erin slagen hun ideeën te communiceren, en hoe goed ze samenwerken, niet hoe slim elk individu is. We hebben iets gemaakt dat we het collectieve brein noemen. We zijn slechts knooppunten in dat netwerk. We zijn de neuronen van dit brein. Het is de uitwisseling van ideeën, de onderlinge ontmoeting en de paring van ideeën, die de oorzaak is van technologische vooruitgang, stapsgewijs, beetje bij beetje. Slechte dingen gebeuren echter ook. En in de toekomst, als we verdergaan, zullen we natuurlijk vreselijke dingen meemaken. Er zullen oorlogen, depressies, natuurrampen gebeuren. Afschuwelijke dingen zullen in deze eeuw gebeuren, daar ben ik absoluut zeker van. Maar, omdat mensen contacten leggen en ook door het vermogen van ideeën om samen te komen en te combineren als nooit tevoren, ben ik er ook zeker van dat de technologie, en dus ook de levensstandaard, zullen vooruitgaan. Omdat door de 'cloud', door middel van 'crowd sourcing', via de wereld-van-onder-af die we hebben gecreërd, waar niet alleen de elite, maar iedereen in staat is om ideeën te hebben en ze samen te brengen en elkaar te bevruchten, versnellen we zeker de mate van vernieuwing.

Dank u.

(Applaus)