Eleanor Longden
4,365,370 views • 14:17

De dag dat ik thuis vertrok op weg naar de universiteit, was een stralende dag vol hoop en optimisme. Ik had goed gepresteerd op school. Er werd veel van mij verwacht en ik had zin in het studentenleven van lezingen, feestjes en verkeerspionnendiefstal.

Uiterlijke schijn bedriegt soms. Tot op zekere hoogte was deze kordate, energieke persona van lezingen bijwonen en verkeerspionnen stelen een flinterdun bovenlaagje, hoe overtuigend ook. Daaronder was ik in feite diep ongelukkig, onzeker en fundamenteel angstig — bang voor andere mensen, voor de toekomst, voor mislukking en voor de leegte die ik binnenin mij voelde. Maar ik verborg het handig en van buiten leek ik alles te hebben wat het hopen en streven waard was. Deze fantasie van onkwetsbaarheid was zo compleet dat ik zelfs mijzelf voor de gek hield. Toen het eerste semester eindigde en het tweede begon, kon niemand bevroeden wat er op het punt stond te gebeuren.

Ik verliet een les toen het begon, in mezelf neuriënd en aan mijn tas friemelend zoals ik al honderd maal eerder had gedaan, toen ik plots een kalme stem hoorde observeren: "Ze verlaat de ruimte."

Ik keek om me heen en zag niemand, maar de helderheid en stelligheid van het commentaar was onmiskenbaar. Geschokt liet ik mijn boeken achter en spoedde me naar huis. En daar was het weer: "Ze opent de deur."

Dat was het begin. De stem was gearriveerd. En de stem hield aan, dagen- en wekenlang, zonder ophouden. Ze benoemde alles wat ik deed in de derde persoon.

"Ze gaat naar de bibliotheek."

"Ze gaat naar de les." Ze was neutraal, onverstoorbaar en zelfs, na een tijdje vreemd genoeg geruststellend gezelschap, hoewel ik merkte dat haar kalme voorkomen soms wegslipte en ze soms mijn eigen onuitgedrukte emotie weerspiegelde. Als ik bijvoorbeeld boos was en dit moest verbergen, wat ik vaak deed als volleerd verhuller van mijn ware gevoelens, dan klonk de stem gefrustreerd. Verder was ze noch sinister noch verontrustend, hoewel zelfs toen al duidelijk was dat ze me iets te vertellen had over mijn emoties, vooral emoties die afstandelijk en ontoegankelijk waren.

Toen maakte ik echter een fatale fout. Ik vertelde een vriendin over de stem en zij was buitengewoon geschokt. Een subtiel conditioneringsproces was begonnen: de implicatie dat normale mensen geen stemmen horen en ik wel, betekende dat er iets heel erg fout zat. Die angst en het wantrouwen werkten aanstekelijk. Opeens leek de stem niet meer zo goedaardig en toen zij erop aandrong dat ik medische hulp zocht, volgde ik die raad op. Dat bleek fout nummer twee.

Ik vertelde de universiteitsarts over wat ik als het echte probleem zag: bezorgdheid, lage eigenwaarde, angsten over de toekomst, en ik stuitte op een muur van onverschilligheid totdat ik de stem vermeldde. Hij liet zijn pen vallen, draaide zich om en begon me met grote interesse te ondervragen. En om eerlijk te zijn, zat ik zeer verlegen om interesse en hulp en ik begon hem te vertellen over mijn vreemde commentator. Achteraf zou ik willen dat de stem toen had gezegd: "Ze graaft haar eigen graf."

Ik werd doorverwezen naar een psychiater, die eveneens de aanwezigheid van de stem zwaar opnam en daarna alles wat ik zei, interpreteerde door een bril van latente waanzin. Ik was bijvoorbeeld lid van een tv-station van studenten dat nieuwsbulletins uitzond over de campus. Tijdens een afspraak die laat uitliep, zei ik: "Sorry dokter, maar ik moet gaan. Ik moet om zes uur het nieuws lezen." Nu staat in mijn medische dossiers dan Eleanor zich inbeeldt dat ze een nieuwslezer is op tv.

Tegen die tijd begonnen de gebeurtenissen me te overweldigen. Een ziekenhuisopname volgde, de eerste van vele. Toen volgde een diagnose schizofrenie en — het ergste van alles — een giftig, kwellend gevoel van hopeloosheid, vernedering en wanhoop over mezelf en mijn vooruitzichten.

Maar nu ik aangespoord was om de stem niet te zien als ervaring maar als symptoom, werden mijn angst en weerstand ertegen intenser. Dit kwam erop neer dat ik me agressief ging opstellen ten opzichte van mijn eigen geest, een soort psychische burgeroorlog. Hierdoor nam vervolgens het aantal stemmen toe en ze werden steeds vijandiger en bedreigender. Hulpeloos en hopeloos, trok ik me terug in een innerlijke nachtmerriewereld waarin de stemmen zowel mijn aanklagers als mijn enig waargenomen gezelschap zouden worden. Ze vertelden me bijvoorbeeld, dat als ik bewees hun hulp waard te zijn, zij mijn oude leven weer konden terugbrengen. Een serie steeds meer bizarre taken volgde, een soort werken van Heracles. Het begon vrij klein, bijvoorbeeld: trek drie haren uit. Geleidelijk aan werden ze echter extremer en mondden uit in opdrachten mezelf te verwonden en een bijzonder dramatische instructie:

"Zie je die mentor daar? Zie je dat glas water? Ga erheen en gooi het water over hem heen terwijl iedereen kijkt."

Wat ik daadwerkelijk deed en wat me uiteraard niet populair maakte in de faculteit.

Feitelijk was een vicieuze cirkel van angst, ontwijking, wantrouwen en misverstanden ontstaan. Dit was een strijd waarin ik mezelf krachteloos voelde en niet in staat om enige vrede of verzoening te bewerkstelligen.

Twee jaar later had de achteruitgang dramatische vormen aangenomen. Tegen die tijd had ik het hele rijtje: angstaanjagende stemmen, groteske visioenen, bizarre, hardnekkige wanen. Mijn geestelijke gezondheidsstatus was een aanjager geweest voor discriminatie, verbaal geweld en fysieke en seksuele aanvallen. Mijn psychiater had me verteld: Eleanor, je kon beter kanker hebben, want kanker is makkelijker te genezen dan schizofrenie." Ik was gediagnosticeerd, gedrogeerd en afgedankt en was nu zo getormenteerd door de stemmen dat ik een gat probeerde te boren in mijn hoofd om ze eruit te krijgen.

Terugkijkend op de ravage en wanhoop van die jaren lijkt het alsof iemand daar stierf, maar iemand anders werd gered. Een gebroken, uitgeputte persoon begon aan die reis, maar de persoon die te voorschijn kwam, was een overlever die uiteindelijk werd wat ik voorbestemd was te zijn.

Vele mensen hebben me in mijn leven geschaad en ik herinner me ze allemaal, maar die herinneringen verbleken in vergelijk met de mensen die me hielpen. De mede-overlevers, de mede-stemmenhoorders, de kameraden en collaborateurs. De moeder die me nooit afschreef, die wist dat ik eensdaags zou terugkeren en bereid was zo lang op me te wachten. De dokter die slechts korte tijd met me werkte maar die zijn overtuiging overdroeg dat herstel niet alleen mogelijk was, maar onvermijdelijk, en die tijdens een verwoestende terugval mijn doodsbange familie vertelde: "Geef de hoop niet op. Ik geloof dat Eleanor hier doorheen kan komen. Soms sneeuwt het nog in mei,

maar de zomer komt uiteindelijk altijd." Veertien minuten is niet genoeg tijd om volledig recht te doen aan de goede en genereuze mensen die met en voor me vochten, en die me terug verwelkomden van die vreselijke eenzame plek. Maar samen smeedden ze een mengsel van moed, creativiteit, integriteit en een rotsvast geloof dat mijn versplinterde zelf weer kon helen. Ik placht te zeggen dat deze mensen me redden maar nu weet ik dat ze iets veel belangrijkers deden: ze stelden me in staat om mezelf te redden. Cruciaal was ook dat ze me iets hielpen begrijpen dat ik altijd vermoed had: dat mijn stemmen een zinvolle respons waren op traumatische gebeurtenissen, vooral uit mijn kindertijd, en ze dus niet mijn vijand waren, maar een bron van inzicht in oplosbare emotionele problemen.

In het begin was dit heel moeilijk te geloven, niet in het minst omdat de stemmen zo vijandig en dreigend leken. Een essentiële eerste stap was daarom te leren een metaforische betekenis te zien in wat ik voorheen interpreteerde als de letterlijke waarheid. Stemmen die bijvoorbeeld dreigden mijn huis aan te vallen, leerde ik interpreteren als mijn eigen angst en onzekerheid in de wereld, in plaats van een concreet gevaar.

Voorheen zou ik ze geloofd hebben. Op een nacht hield ik bijvoorbeeld de wacht voor de slaapkamer van mijn ouders, om hen te beschermen tegen wat ik zag als een echte dreiging van de stemmen. Vanwege mijn problemen met zelfmutilatie was het meeste bestek in huis opgeborgen, dus bewapende ik mezelf met een plastic vork, en zat voor de kamer, klaar om in actie te komen in het geval er iets gebeurde. "Pas maar op, ik heb een plastic vork !" Strategisch.

Mijn latere, veel behulpzamere respons was een poging de boodschap achter de woorden te ontleden. Wanneer de stemmen me waarschuwden het huis niet te verlaten, bedankte ik hen dat ze me toonden hoe onveilig ik me voelde. Als ik het wist, kon ik iets positiefs doen. Vervolgens verzekerde ik hen en mijzelf dat we veilig waren en ons niet meer bang hoefden te voelen. Ik bepaalde grenzen voor de stemmen en probeerde assertief en toch respectvol met ze om te gaan. Zo ontstond er een langzaam proces van communicatie en collaboratie waarin we konden leren samenwerken en elkaar ondersteunen.

Uiteindelijk realiseerde ik me dat elke stem nauw verbonden was met aspecten van mezelf en dat elk van hen overweldigende emoties meedroeg die ik nooit had kunnen verwerken of oplossen. Herinneringen van seksueel trauma en geweld, van woede, schaamte, schuld, lage eigenwaarde. De stemmen namen de plaats in van die pijn en gaven er woorden aan. Mogelijk een van de grootste openbaringen was toen ik besefte dat de meest vijandige en agressieve stemmen feitelijk delen van mij vertegenwoordigden die het diepst gekwetst waren. Zij moesten daarom ook het grootste mededogen en zorg krijgen.

Gewapend met deze kennis raapte ik uiteindelijk mijn verscheurde zelf bij elkaar, elk fragment vertegenwoordigd door een andere stem. Ik stopte geleidelijk al mijn medicatie en keerde terug naar de psychiatrie, maar nu van de andere kant. Tien jaar na de eerste stem studeerde ik eindelijk af, ditmaal met de hoogste diploma in de psychologie dat de universiteit ooit had gegeven en een jaar later de hoogste master, wat, laten we zeggen, niet slecht is voor een krankzinnige. In feite dicteerde een van de stemmen tijdens het examen de antwoorden, wat technisch gezien mogelijk fraude betekent. (Gelach)

En om eerlijk te zijn, genoot ik soms ook van hun aandacht. Zoals Oscar Wilde zei: het enige wat erger is dan dat er over je gepraat wordt, is dat er niet over je gepraat wordt. Je wordt ook heel goed in meeluisteren, want je kunt twee conversaties tegelijk verstaan. Het is dus niet allemaal ellende.

Ik werkte in de geestelijke gezondheidszorg, sprak op conferenties, publiceerde hoofdstukken van boeken en academische artikelen, en ik stelde, en blijf stellen, dat in de psychiatrie de vraag niet zou moeten zijn wat er mis is met je, maar wat je overkomen is. En al die tijd luisterde ik naar mijn stemmen, met wie ik eindelijk vredig en respectvol had leren leven, en die op hun beurt steeds meer compassie, acceptatie en respect naar mij reflecteerden. Ik herinner me het meest ontroerende en bijzondere moment in de begeleiding van een jonge vrouw die geteisterd werd door haar stemmen. Ik realiseerde me voor het eerst dat ik me zelf niet langer zo voelde en eindelijk in staat was om iemand anders ermee te helpen.

Ik ben erg trots op mijn lidmaatschap van Intervoice, de organisatie verbonden aan het International Hearing Voices Movement, een initiatief geïnspireerd door het werk van Prof. Marius Romme en Dr. Sandra Escher, dat het horen van stemmen aanmerkt als een overlevingsstrategie, een gezonde reactie op krankzinnige omstandigheden. Geen afwijking die geaccepteerd moet worden als symptoom van schizofrenie, maar een complexe, belangrijke en betekenisvolle ervaring om te verkennen. Samen werken we aan een samenleving die stemmen horen begrijpt en respecteert, die in de behoeften van stemmenhorenden voorziet, en hen volwaardige medeburgers acht. Zo'n maatschappij is niet alleen mogelijk, ze is reeds op komst. Om Chavez te parafraseren: "Wanneer sociale verandering eenmaal begint, kan het niet worden omgekeerd. Je kan iemand die zich trots voelt niet vernederen. Je kan mensen niet meer onderdrukken wanneer ze niet meer bang zijn."

Voor mij zijn de verwezenlijkingen van de Hearing Voices Movement een herinnering dat empathie, broederschap, gerechtigheid en respect meer zijn dan woorden, het zijn overtuigingen. En overtuigingen kunnen de wereld veranderen. In de afgelopen 20 jaar heeft de Hearing Voices Movement stemmenhoor-netwerken opgericht in 26 landen op vijf continenten. Ze werken samen om waardigheid, solidariteit en bekrachtiging te promoten voor mensen in mentale nood, om een nieuwe taal en beoefening van hoop te creëren rondom een kern van rotsvast vertrouwen in de kracht van het individu.

Zoals Peter Levine ooit zei: "Het menselijke dier is een uniek wezen, uitgerust met een instinctief vermogen tot helen en de intellectuele spirit om dit aangeboren vermogen te benutten." In die zin is er voor mensen in de samenleving geen grotere eer of privilege dan dit proces van heling voor iemand te faciliteren, om getuige te zijn, de helpende hand toe te steken, de last van iemands lijden te delen, en de hoop op hun herstel te koesteren. En evenzo voor hen die nood en tegenspoed overleefden, te bedenken dat onze levens niet bepaald hoeven worden door de schadelijke dingen die ons overkomen zijn. We zijn uniek. We zijn onvervangbaar. Wat zich in ons bevindt, kan nooit echt gekoloniseerd worden, verwrongen of ontvreemd. Het licht dooft nooit.

Zoals een geweldige dokter ooit tegen me zei: "Vertel me niet wat anderen jou vertelden over jezelf. Vertel me over jou."

Dank je wel.

(Applaus)