Tim Urban
52,840,478 views • 14:03

Aan de universiteit was bestuurskunde mijn hoofdvak. Dat betekende een een hoop papers schrijven. Als een normale student een paper schrijft, spreidt hij het werk wat, zo. Weet je —

(Gelach)

je gaat misschien wat traag van start, maar je hebt de eerste week genoeg gedaan om, met wat zwaardere dagen daarna, alles af te krijgen — het blijft beschaafd.

(Gelach)

Ik wilde het zo doen. Dat was het plan. Ik had alles klaarstaan, maar dan kwam de paper eraan, en dan deed ik ongeveer dit.

(Gelach)

En dat gebeurde bij elke paper.

Maar toen kwam mijn eindwerk, 90 bladzijden, een paper waar je een jaar aan moet werken. Ik wist dat voor dat soort paper mijn normale workflow niet zou werken. Het was een te groot project. Dus ging ik plannen, en ik besloot dat ik ongeveer dit moest doen. Zo moest het jaar verlopen. Ik zou traag starten en een tandje bijsteken in de middelste maanden, om op het einde naar de hoogste versnelling te schakelen, een trap, als het ware. Hoe moeilijk kon het zijn om een trap op te gaan? Niets aan, niet?

Maar toen gebeurde iets grappigs. Die eerste maanden? Die kwamen en gingen, en ik kreeg niets gedaan. Dus kwam er een nieuw, herzien plan.

(Gelach)

En toen —

(Gelach)

Toen gingen die middelste maanden voorbij, en ik had niet echt woorden geschreven, en toen waren we hier. Twee maanden werden één maand, en dan twee weken. Op een dag werd ik wakker, drie dagen voor de deadline, en ik had nog geen woord geschreven. Dus deed ik het enig mogelijke: ik schreef 90 pagina's in 72 uur, ik deed niet één maar twee nachten door — dat hoort een mens niet te doen — sprintte de campus over, dook in slow motion en leverde ze net op de valreep in.

Ik dacht dat het daarmee afgelopen was. Maar een week later ging de telefoon: het was de school. Zij: "Spreek ik met Tim Urban?" Ik: "Ja". Zij: "We moeten het over je thesis hebben." Ik: "OK." Zij weer: "Het is de beste die we ooit gezien hebben."

(Gelach)

(Applaus)

Zo ging het niet.

(Gelach)

Het was een erg, erg slechte thesis.

(Gelach)

Ik wilde gewoon genieten van het ene moment waarop jullie allemaal dachten: "Die kerel is geweldig!"

(Gelach)

Nee, het was erg, erg slecht. Vandaag ben ik schrijver en blogger. Ik schrijf de blog 'Wait But Why' (Wacht, maar waarom?) Een paar jaar geleden besloot ik over uitstelgedrag te schrijven. Mijn gedrag heeft de niet-uitstellers in mijn omgeving altijd verbaasd. Ik wilde aan de niet-uitstellers op deze wereld uitleggen wat er omgaat in het hoofd van uitstellers, en waarom we zijn zoals we zijn. Mijn hypothese was dat het brein van een uitsteller anders werkte dan dat van een niet-uitsteller. Om dat te testen, vond ik een MRI-lab dat me toeliet om mijn brein te scannen en dat van een bewezen niet-uitsteller, zodat ik ze kon vergelijken. Ik heb ze meegebracht om ze te laten zien. Kijk goed of je het verschil ziet. Als je niet bent opgeleid als breinexpert, is het niet zo makkelijk, maar kijk gewoon even. Dit is het brein van de niet-uitsteller.

[Rationele Beslisser] (Gelach)

Nu... Dit is mijn brein.

[Instant-bevredigingsaapje] (Gelach)

Er is een verschil. In beide breinen zit een Rationele Beslisser, maar in dat van de uitsteller zit ook een Instant-bevredigingsaapje. Wat betekent dat voor de uitsteller? Het wil zeggen dat alles oké is, tot dit gebeurt.

[Dit is een perfect moment om wat werk te doen.] [Noppes!]

De Rationele Beslisser neemt de rationele beslissing om iets productiefs te doen, maar het Aapje vindt dat plan maar niks, neemt het stuur over, en zegt: "Laten we liever de hele Wikipediapagina lezen over het Nancy Kerrigan/ Tonya Harding-schandaal, want het schoot me net te binnen dat dat was gebeurd.

(Gelach)

Dan —

(Gelach)

Dan gaan we naar de frigo kijken of er iets nieuws inzit, vergeleken met 10 minuten eerder. Dan beginnen we aan een YouTube-spiraal die begint met video's van Richard Feynman over magneten en eindigt — veel, veel later — met interviews met de mama van Justin Bieber.

(Gelach)

"Dat gaat allemaal even duren, dus we zullen vandaag geen ruimte hebben om wat werk te plannen. Sorry!"

(Zucht)

Wat gebeurt er hier? Het Instant-bevredigingsaapje is niet het type dat je aan het stuur wil hebben. Hij leeft helemaal in het nu, heeft geen geheugen, geen kennis van de toekomst, en geeft maar om 2 dingen: makkelijk en leuk.

In de dierenwereld werkt dat goed. Als je een hond bent en je doet je leven lang alleen makkelijke en leuke dingen, dan ben je een groot succes!

(Gelach)

Voor het Aapje zijn mensen gewoon nog een diersoort. Je moet goed slapen, goed eten en je voortplanten, wat in de oertijd wel oké was. Maar als je het nog niet wist, we leven niet in de oertijd. We zijn een geavanceerde beschaving, en het Aapje kent dat niet. Daarom zit er een andere kerel in ons brein, de Rationele Beslisser, die ons toelaat om dingen te doen die geen ander dier kan doen. We kunnen de toekomst visualiseren. We kunnen het grote plaatje zien. We kunnen op lange termijn plannen. Hij wil rekening houden met dat alles. Hij wil gewoon dat we doen wat op dit moment een goed idee is om te doen. Soms is het een goed idee om makkelijke en leuke dingen te doen, als je bijvoorbeeld gaat eten of gaat slapen of geniet van welverdiende vrije tijd. Daarom overlappen ze. Soms zijn ze het eens. Maar soms is het een veel beter idee om lastiger en minder leuke dingen te doen, omwille van het grotere plaatje. En dan is er een conflict. Voor de uitsteller loopt dat conflict altijd op één manier af, waardoor hij veel tijd doorbrengt in deze oranje zone, een makkelijke en leuke plek die niets gemeen heeft met de Zinnige cirkel. Ik noem het de Donkere Speeltuin.

(Gelach)

De Donkere Speeltuin is een plek die jullie, uitstellers, allemaal goed kennen. Daar gebeuren de vrijetijdsactiviteiten op momenten waarop ze niet zouden moeten gebeuren. De pret in de Donkere Speeltuin is eigenlijk geen pret, want ze is totaal onverdiend, en de lucht is zwanger van schuld, angst, zelfhaat — al die fijne uitstellersgevoelens. De vraag is: in deze situatie, met het Aapje aan het stuur — hoe kan de uitsteller zichzelf ooit tot in deze blauwe zone krijgen, een minder aangename plek, waar nochtans belangrijke dingen gebeuren?

Blijkt dat de uitsteller een engelbewaarder heeft, iemand die altijd over hem waakt in zijn donkerste momenten — iemand met de naam Paniekmonster.

(Gelach)

Het Paniekmonster slaapt meestal, maar hij wordt plots wakker als de deadline te dichtbij komt, als een publieke vernedering dreigt, of een carrièreramp, of een ander vreselijk gevolg. Belangrijk: hij is het enige waar het Aapje doodsbang voor is. Recent is hij erg belangrijk geworden in mijn leven, want de mensen van TED namen zes maanden geleden contact op en vroegen me om een TED Talk te houden.

(Gelach)

Ik zei natuurlijk ja. Het is altijd mijn droom geweest om in het verleden een TED Talk gegeven te hebben.

[Ik heb ooit een TED Talk gegeven.] (Gelach)

(Applaus) Maar temidden van al die opwinding had de Rationele Beslisser blijkbaar iets anders aan zijn hoofd. Hij zei: "Weten we goed wat we net aanvaard hebben? Snappen we wat er op een dag in de toekomst zal gebeuren? We moeten erbij gaan zitten en er nu aan werken. Het Aapje zei: "Volledig mee eens, maar laten we eerst in Google Earth naar het onderste deel van India inzoomen, 70 meter boven de grond, en twee uur lang omhoog scrollen tot we de top van het land bereiken. Zo krijgen we een beter gevoel voor India.

(Gelach)

Dat deden we die dag.

(Gelach)

Zes maanden werden er vier en toen twee en toen een. De TED-mensen besloten de sprekerslijst te publiceren. Ik surfte naar de website, waar mijn gezicht me aanstaarde. En wie werd wakker?

(Gelach)

Het Paniekmonster wordt gek en even later staat het hele systeem op zijn kop.

(Gelach)

Het Aapje — je weet nog dat het doodsbang is van het Paniekmonster — boem, zit boven in de boom! Eindelijk, eindelijk kan de Rationele Beslisser het stuur overnemen en kan ik aan de talk beginnen.

Het Paniekmonster verklaart allerlei gestoorde soorten van uitstellergedrag, zoals hoe iemand als ik twee weken kan besteden aan de openingszin van een paper, zonder te slagen, en dan miraculeuzerwijze het ongelooflijke werkethos kan opbrengen om in een nacht acht pagina's te schrijven. Deze situatie, met de drie personages — dit is het systeem van de uitsteller. Het is niet fraai, maar uiteindelijk werkt het. Daarover besloot ik enkele jaren geleden op de blog te schrijven.

Toen ik dat deed, kreeg ik verbazende respons. Duizenden e-mails kwamen binnen, van allerlei personen, uit de hele wereld, met allerlei bezigheden. Het ging om verplegenden, bankiers, schilders, ingenieurs en heel erg veel doctoraatsstudenten.

(Gelach)

Ze schreven en zeiden allemaal hetzelfde: "Ik heb dit probleem ook." Wat me opviel, was het contrast tussen de lichtvoetigheid van de post en de zwaarmoedigheid van de e-mails. Deze mensen schreven met intense frustratie over wat uitstelgedrag in hun leven had aangericht, over wat dit Aapje hen had aangedaan. Ik dacht hierover na en zei: als dit uitstellersysteem werkt, wat is er dan aan de hand? Waarom zitten al deze mensen zo diep?

Blijkt dat er twee soorten uitstelgedrag zijn. Alles waar ik het vandaag over had, al mijn voorbeelden, die werken met deadlines. Als er deadlines zijn, blijven de gevolgen van het uitstelgedrag beperkt tot de korte termijn, omdat het Paniekmonster meespeelt. Maar er is nog een soort uitstelgedrag dat voorkomt in situaties zonder deadline. Als je een carrière als zelfstandige ambieerde — iets artistieks, iets met ondernemen — dan zijn daar eerst geen deadlines voor, want er zal niets gebeuren, tot je het harde werk bent gaan doen om er vaart in te krijgen. Er zijn ook veel belangrijke dingen buiten je carrière waar geen deadlines op zitten, zoals je familie bezoeken, of sporten en aan je gezondheid denken, aan je relatie werken, of uit een relatie stappen die niet werkt.

Als het enige mechanisme om deze lastige dingen te doen, het Paniekmonster is, dan is er een probleem, want in al deze situaties zonder deadline komt het Paniekmonster niet voor. Er is niets om van op te schrikken, dus wordt het effect van het uitstelgedrag niet beperkt, het zet zich gewoon eindeloos verder. Dit langetermijnuitstelgedrag is veel minder zichtbaar en veel minder besproken dan het grappiger, kortetermijn-, deadlinegestuurde gedrag. Je lijdt er doorgaans in stilte en alleen aan. Het kan de bron zijn van enorm langetermijnverdriet en spijt. Ik dacht: daarom e-mailen al die mensen. Daarom zitten ze zo diep. Ze zijn niet tegen de klok aan een project aan het werken. Langetermijnuitstelgedrag maakt dat ze zich soms een toeschouwer voelen in hun eigen leven. Hun frustratie is niet dat ze hun dromen niet waarmaken, het is dat ze niet eens wisten te beginnen met ze na te jagen.

Ik las deze e-mails en kreeg een soort van openbaring: volgens mij bestaan er geen niet-uitstellers. Dat klopt — volgens mij zijn jullie allemaal uitstellers. Misschien zijn jullie niet allemaal een zootje, zoals sommigen van ons,

(Gelach)

en misschien hebben sommigen een gezonde relatie met deadlines, maar onthou dat het Aapje het gemeenst is als er geen deadlines zijn.

Ik toon jullie graag nog één ding, wat ik een Levenskalender noem. Er is een vak voor elke week van een leven van 90 jaar. Dat zijn niet zoveel vakjes, vooral omdat we er al een hoop hebben opgebruikt. Ik denk dat we allemaal eens goed moeten kijken naar die kalender. We moeten nadenken over waar we echt uitstelgedrag vertonen, want iedereen stelt wel iets uit in zijn leven. We moeten ons bewust blijven van het Instant-bevredigingsaapje. Daar hebben we allemaal werk aan. En omdat er niet zoveel vakjes zijn, moeten we daar allicht vandaag aan beginnen.

Wel, misschien niet vandaag, maar ...

(Gelach)

Je weet wel. Binnenkort.

Dankjewel.

(Applaus)