Yuval Noah Harari
3,310,956 views • 17:08

70.000 jaar geleden waren onze voorouders onbeduidende dieren. Het belangrijkste dat je moet weten over prehistorische mensen is dat ze onbelangrijk waren. Ze hadden niet veel meer impact op de wereld dan de kwal, het vuurvliegje of de specht. In schril contrast daarmee: vandaag zijn we heerser over deze planeet. En de vraag is: hoe zijn we zover geraakt? Hoe veranderden we onszelf van onbeduidende apen die zich met hun eigen zaken bemoeiden in een hoekje in Afrika, in de meesters van de planeet Aarde? Meestal zoeken we naar het verschil tussen onszelf en alle andere dieren op individueel niveau. We willen geloven — ik wil geloven dat ik iets speciaals heb, mijn lichaam, mijn brein, dat me zo superieur maakt aan een hond, een varken of een chimpansee. Maar de waarheid is dat ik, op individueel niveau, beschamend veel van een chimpansee weg heb. Als je mij en een chimpansee samen op een afgelegen eiland zet, en we moesten vechten om te overleven, om te zien wie daar het best in was, dan zou ik mijn geld beslist inzetten op de chimpansee, niet op mijzelf. Niet dat er iets mis is met mij persoonlijk. Als je om het even wie hier zou nemen en je zou die alleen op een eiland zetten met een chimpansee, zou de chimpansee het allicht veel beter doen. Het grote verschil tussen mensen en alle andere dieren zit niet op het niveau van het individu, maar op het collectieve niveau. Mensen controleren de planeet omdat het de enige zoogdieren zijn die flexibel samenwerken, en in zeer grote groepen. Er zijn andere dieren — de sociale insecten, de bijen, de mieren — die in grote groepen kunnen samenwerken, maar ze zijn daar niet flexibel in. Hun samenwerking is heel rigide. Er is eigenlijk maar één manier waarop een bijenkorf kan werken. En als er een nieuwe kans opduikt, of een nieuw gevaar, kunnen de bijen niet zomaar hun sociale systeem heruitvinden. Ze kunnen bijvoorbeeld de koningin niet executeren en een bijenrepubliek uitroepen, of een communistische dictatuur van de werkbijen. Andere dieren, zoals de sociale zoogdieren — de wolf, de olifant, de dolfijn, de chimpansee — kunnen veel flexibeler samenwerken, maar dat doen ze alleen in kleine groepen, want samenwerking tussen chimpansees is gebaseerd op intieme kennis van elkaar. Ik ben een chimpansee en jij bent een chimpansee, en wil ik met je samenwerken, dan moet ik je persoonlijk kennen. Wat voor chimpansee ben jij? Ben je een leuke chimpansee? Ben je een slechte chimpansee? Ben je betrouwbaar? Als ik je niet ken, hoe kan ik dan met jou samenwerken? Het enige dier dat de twee vaardigheden kan combineren en flexibel kan samenwerken in grote groepen, zijn wij, Homo sapiens. Eén tegen tegen één, of zelfs 10 tegen 10 zijn chimpansees wellicht sterker dan wij. Maar stel 1.000 mensen op tegen 1.000 chimpansees en de mensen winnen met gemak, om de eenvoudige reden dat 1.000 chimpansees helemaal niet kunnen samenwerken. Als je 100.000 chimpansees in Oxford Street wil proppen, of in Wembley Stadium, of het Tienanmenplein of het Vaticaan, dan krijg je chaos, complete chaos. Stel je Wembley Stadium voor met 100.000 chimpansees. Je reinste waanzin. Mensen daarentegen komen er vaak met tienduizenden samen, en dat geeft meestal geen chaos. Het geeft extreem gesofisticeerde en effectieve samenwerkingsnetwerken. Alle enorme verwezenlijkingen van de mensheid in de geschiedenis, of het nu het bouwen van de piramides is of naar de maan vliegen, zijn niet gebaseerd op individuele vermogens, maar op het vermogen om flexibel samen te werken in grote groepen. Denk even na over de talk die ik nu ga geven: ik sta hier voor een publiek van 300 of 400 mensen, en de meesten van jullie zijn volstrekte vreemden voor mij. Ik ken ook niet echt iedereen die dit evenement organiseert of die er werkt. Ik ken de piloot niet, of de bemanning van het vliegtuig dat me gisteren naar Londen heeft gebracht. Ik ken de uitvinders en de fabrikanten niet van deze microfoon en deze camera's die mijn woorden opnemen. Ik ken de mensen niet die de boeken en artikels schreven die ik las ter voorbereiding van deze talk. Ik ken zeker niet alle mensen die deze talk bekijken op het internet, ergens in Buenos Aires of in New Delhi. Maar hoewel we elkaar niet kennen, kunnen we samen werken aan die wereldwijde uitwisseling van ideeën. Dat kunnen chimpansees niet. Ze communiceren uiteraard, maar je zult een chimpansee nooit naar zijn verre neven zien reizen om een toespraak te houden over bananen of olifanten of iets anders dat chimpansees zou kunnen interesseren. Samenwerking is uiteraard niet altijd positief. Alle vreselijke dingen die mensen sinds mensenheugenis doen — en we hebben echt vreselijke dingen gedaan — die zijn ook gebaseerd op samenwerking op grote schaal. Gevangenissen zijn een systeem van samenwerking. Slachthuizen zijn een systeem van samenwerking. Concentratiekampen zijn een systeem van samenwerking. Chimpansees hebben geen slachthuizen of gevangenissen of concentratiekampen. Stel dat ik je ervan heb weten te overtuigen dat wij de wereld controleren omdat we flexibel samenwerken in grote groepen. Dan rijst meteen de volgende vraag bij de nieuwsgierige luisteraar: hoe doen we dat dan precies? Hoe komt het dat wij alleen, van alle dieren, zo samenwerken? Het antwoord ligt in onze verbeelding. Wij kunnen flexibel samenwerken met een oneindig aantal vreemdelingen omdat wij als enigen van alle dieren op de planeet fictie kunnen creëren en erin geloven — fictieve verhalen. Zolang iedereen gelooft in dezelfde fictie, gehoorzaamt iedereen aan dezelfde regels en volgen ze dezelfde regels, dezelfde waarden. Alle andere dieren gebruiken hun communicatiesysteem alleen om de realiteit te beschrijven. Een chimpansee kan zeggen: "Kijk, daar is een leeuw, laten we wegrennen!" Of "Kijk! Daar is een bananenboom! Laten we bananen gaan eten!" Mensen daarentegen gebruiken hun taal niet alleen om de realiteit te beschrijven maar ook om nieuwe realiteiten te maken, fictieve realiteiten. Een mens kan zeggen: "Kijk, er is een god boven de wolken! Als jij niet doet wat ik je zeg, zal God je straffen na je dood en stuurt hij je naar de hel." Als iedereen dit verhaal dat ik heb verzonnen, gelooft, dan volgen jullie dezelfde normen en wetten en waarden, en kunnen jullie samenwerken. Alleen mensen kunnen dat. Je kan een chimpansee er nooit van overtuigen om je een banaan te geven met de belofte "Na je dood ga je naar de chimpanseehemel..." (Gelach) "... en krijg je hopen bananen voor je goede daden. Geef die banaan maar hier." Geen enkele chimpansee trapt in zo'n verhaal. Alleen mensen geloven dat soort verhalen, en daarom hebben wij de wereld in onze macht terwijl de chimpansees opgesloten zitten in zoos en onderzoekslaboratoria. Je vindt het misschien aanvaardbaar dat mensen op het religieuze domein samenwerken door in dezelfde fictie te geloven. Miljoenen mensen komen samen om een kathedraal of een moskee te bouwen, of te vechten als kruisvaarder of jihadi, omdat ze in dezelfde verhalen geloven over God en de hemel en de hel. Maar ik wil benadrukken dat precies hetzelfde mechanisme ten grondslag ligt aan alle andere vormen van grootschalige menselijke samenwerking, niet alleen op religieus vlak. Neem bijvoorbeeld het juridische vlak. De meeste rechtssystemen op de wereld steunen op een geloof in mensenrechten. Maar wat zijn mensenrechten? Mensenrechten zijn, net als God en de hemel, gewoon een verhaal dat we uitgevonden hebben. Het zijn geen objectieve realiteiten, niet één of ander biologisch effect in verband met homo sapiens. Neem een mens, snij hem open, kijk vanbinnen, en je zult het hart, de nieren, neuronen, hormonen, DNA aantreffen, maar geen rechten. Rechten vind je alleen in de verhalen die we hebben uitgevonden en verspreid gedurende de jongste eeuwen. Het kunnen heel positieve verhalen zijn, hele goede verhalen, maar het is nog steeds fictie die we uitgevonden hebben. Hetzelfde geldt voor het domein van de politiek. De belangrijkste factoren in de moderne politiek zijn staten en naties. Maar wat zijn staten en naties? Het gaat niet om een objectieve realiteit. Een berg is een objectieve realiteit. Je kan hem zien, je kan hem aanraken, je kan hem zelfs ruiken. Maar een natie of een staat, zeg maar Israël of Iran of Frankrijk of Duitsland, dat is gewoon een verhaal dat we verzonnen hebben en waar we ons erg aan hebben gehecht. Hetzelfde geldt in het domein van de economie. Vandaag de dag zijn de belangrijkste actoren in de wereldeconomie vennootschappen en bedrijven. Velen van jullie werken wellicht voor een bedrijf, zoals Google of Toyota of McDonald's. Wat zijn dat voor dingen? Het zijn wat juristen 'juridische ficties' noemen. Het zijn verhalen die zijn verzonnen en die in stand worden gehouden door de machtige tovenaars die we juristen noemen. (Gelach) En wat doen bedrijven de hele dag? Ze proberen vooral geld te verdienen. Maar wat is geld? Geld is alweer geen objectieve realiteit, het heeft geen objectieve waarde. Neem dit groene briefje, het dollarbiljet. Kijk eens — het heeft geen waarde. Je kan het niet opeten, niet opdrinken, niet dragen. Maar toen kwamen die meestervertellers op de proppen, de grote bankiers, de ministers van financiën, de eerste ministers — en ze vertelden een overtuigend verhaal: "Zie je dat groene stuk papier? Dat is 10 bananen waard." En als ik het geloof, en jij gelooft het, en iedereen gelooft het, dan werkt het echt. Ik kan met dit waardeloze stuk papier naar de supermarkt gaan het aan een volstrekt vreemde mens geven, die ik nog nooit heb gezien, en ik krijg in ruil echte bananen die ik zelfs kan opeten. Dat is verbluffend. Dat lukt met chimpansees nooit. Chimpansees ruilen wel: "Geef mij een kokosnoot, dan krijg je een banaan van mij." Dat kan lukken. Maar "Jij geeft mij een waardeloos stuk papier en je verwacht dat ik je een banaan geef? Geen denken aan! Voor wie hou je mij? Voor een mens?" (Gelach) Geld is het meest succesvolle verhaal dat ooit is verzonnen en verteld door mensen, omdat het het enige verhaal is dat iedereen gelooft. Niet iedereen gelooft in God, niet iedereen gelooft in mensenrechten, niet iedereen gelooft in nationalisme, maar iedereen gelooft in geld en in het dollarbiljet. Neem zelfs Osama bin Laden. Hij haatte de Amerikaanse politiek en de Amerikaanse godsdienst en de Amerikaanse cultuur, maar hij had geen bezwaar tegen Amerikaanse dollars. Hij was er best wel dol op. (Gelach) Samenvattend, dus: wij mensen controleren de wereld omdat we in een duale realiteit leven. Alle andere dieren leven in een objectieve realiteit. Hun realiteit bestaat uit objectieve entiteiten, zoals rivieren, bomen, leeuwen en olifanten. Wij mensen leven ook in een objectieve realiteit. Ook in onze wereld zijn er rivieren en bomen en leeuwen en olifanten. Maar door de eeuwen heen hebben we bovenop deze objectieve realiteit een tweede laag van fictie geconstrueerd, een realiteit die uit fictieve entiteiten bestaat: naties, goden, geld, bedrijven. Het verbluffende is dat in de loop van de geschiedenis deze fictieve realiteit alsmaar machtiger werd zodat heden ten dage de grootmachten van de wereld deze fictieve entiteiten zijn. Vandaag hangt het overleven van rivieren en bomen en leeuwen en olifanten af van de beslissingen en wensen van fictieve entiteiten — de Verenigde Staten, Google, de Wereldbank... — die slechts in onze eigen verbeelding bestaan. Dankuwel. (Applaus) Bruno Giussani: Yuval, je nieuwe boek is er. Na Sapiens heb je er nog een geschreven. Het ligt er in het Hebreeuws maar is nog niet vertaald. Yuval Noah Harari: Ik werk momenteel aan de vertaling. BG: Als ik het boek goed begrijp, is je betoog dat de geweldige doorbraken die we momenteel ervaren, potentieel niet alleen ons leven zullen verbeteren, maar dat ze zullen leiden tot — ik citeer —: "... nieuwe klassen en klassenstrijd, net zoals de industriële revolutie." Kan je daar even op ingaan? YNH: Tijdens de industriële revolutie zagen we de opkomst van de nieuwe klasse van het stadsproletariaat. De politieke en sociale geschiedenis van de jongste 200 jaar draaide vooral rond het lot van deze klasse, de nieuwe problemen en kansen. Nu zien we de opkomst van een nieuwe, enorme klasse van nutteloze mensen. (Gelach) Nu computers alsmaar beter worden in alsmaar meer domeinen, bestaat er een reële kans dat computers beter zullen worden dan wij in de meeste taken, en dat ze mensen overbodig zullen maken. Dan wordt de grote politieke en economische kwestie van de 21ste eeuw: "Waar hebben we mensen voor nodig?" of tenmiste "Waar hebben we zoveel mensen voor nodig?" BG: Geef je een antwoord in het boek? YNH: Op dit ogenblik is onze beste gok om ze gelukkig te houden met drugs en computerspelletjes ... (Gelach) maar dat lijkt niet zo'n aanlokkelijke toekomst. BG: Je zegt dus, in je boek en hier, dat ondanks alle discussie over het groeiende bewijs van belangrijke economische ongelijkheid, we eigenlijk pas aan het begin van het proces staan? YNH: Ik doe geen voorspelling, ik kijk naar allerlei mogelijkheden voor ons. Een mogelijkheid is de creatie van een nieuwe enorme klasse van nuttelozen. Een andere mogelijkheid is de opdeling van de mensheid in verschillende biologische kasten, waarbij de rijken opgewaardeerd worden tot virtuele goden en de armen gedegradeerd worden tot het niveau van de nuttelozen. BG: Ik voel dat er over een jaar of twee een nieuwe TED Talk inzit. Bedankt voor je komst, Yuval. YNH: Dankuwel! (Applaus)