Willie Smits
751,449 views • 20:42

Op een dag liep ik op de markt met mijn vrouw, en iemand toonde me een kooi. En tussen de spleten waren de droefste ogen die ik ooit heb gezien. Er was een erg zieke orang-oetan baby, de eerste die ik zag. Die avond ging ik in het donker terug naar de markt en hoorde ik "uh, uh," en ik vond er een stervende orang-oetan baby op een vuilnisbelt. De kooi was natuurlijk geborgen. Ik nam de kleine baby op, masseerde haar, dwong haar te drinken tot ze eindelijk normaal begon te ademen.

Dit is Uce. Ze leeft nu in het oerwoud van Sungai Wain, en dit is Matahari, haar tweede zoon, die ook de zoon is van de tweede orang-oetan die ik redde, Dodoy. Dat heeft mijn leven vrij dramatisch beïnvloed. en nu heb ik bijna 1,000 baby's in mijn twee centra.

(Applaus)

Nee, nee, nee. Fout. Het is verschrikkelijk. Het bewijst dat het ons niet lukt hen in het wild te redden. Het is niet goed. Het is slechts bewijs van hoe iedereen faalt het juiste te doen. We hebben meer orang-oetans dan in alle dierentuinen ter wereld samen, op dit moment zijn er voor elk slachtoffertje zes die in het wild verdwijnen.

De ontbossing, vooral voor oliepalmen, om biobrandstof te leveren aan westerse landen, is wat deze problemen veroorzaakt. En dat zijn de moerasbossen op twintig meter turf, de grootste opeenstapeling van organisch materiaal ter wereld. Als je dit openstelt om oliepalmen te telen creëer je CO2-vulkanen die zoveel CO2 uitstoten dat mijn land nu de derde grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld heeft na China en de Verenigde Staten, en we hebben helemaal geen industrie. Enkel door deze ontbossing.

En dit zijn verschrikkelijke beelden. Ik ga er niet te lang over praten, maar er zijn er zovelen uit Uce's familie die niet het geluk hebben daar in dat woud te leven die nog door dat proces moeten gaan en ik weet niet meer waar ik ze moet plaatsen. Dus heb ik beslist dat ik een oplossing moest bedenken voor haar maar ook een oplossing die de mensen ten goede komt, die de bossen exploiteren om het laatste hout te bemachtigen en die, op die manier, het verlies van habitat en al die slachtoffers veroorzaken.

Dus heb ik de plaats Samboja Lestari gemaakt, en het idee was, als ik dit kan doen op de slechts mogelijk locatie waar niks meer is, zal niemand een excuus hebben om te zeggen "Ja, maar..." Nee, iedereen zou dit na moeten kunnen doen.

We zijn dus in Oost-Borneo. Dit is de plek waar ik begon. Zoals je ziet is er slechts geel terrein Er is niets over, alleen een beetje gras daar. In 2002 was ongeveer de helft van de mensen er werkloos. Er was erg veel criminaliteit. Mensen gaven te veel geld uit aan gezondheidsproblemen en drinkwater. Er was geen landbouw productiviteit meer. Dit was het armste district in de hele provincie en alle wilde dieren waren uitgeroeid. Dit was een biologische woestijn. Als ik daar in het hete gras stond, was er zelfs geen geluid van insecten alleen het wuivende gras.

En toch, vier jaar later hebben we voor zo'n 3000 mensen jobs gecreëerd. Het klimaat is veranderd. Ik zal het je tonen: geen overstromingen meer, geen branden meer. Het is niet langer het armste district, en er is een enorme ontwikkeling in biodiversiteit. We hebben ruim 1,000 soorten, we hebben nu 137 vogelsoorten. We hebben 30 soorten reptielen.

Wat is er dan gebeurd? We hebben in dit woud voor een enorm economisch falen gezorgd. Dus eigenlijk is het hele vernietigingsproces net iets langzamer gegaan dan wat er nu gebeurt met de oliepomp. Maar we hebben net hetzelfde gezien — we hadden "hak en brandlandbouw" mensen kunnen geen meststoffen betalen dus ze verbranden de bomen en gebruiken de beschikbare mineralen. Bosbranden komen steeds vaker voor en na een tijd zit je met een gebied dat niet meer vruchtbaar is. Er zijn geen bomen meer. En toch, op deze plaats, in dit grasland waar je ons eerste kantoor ziet op die heuvel, is er vier jaar later een enkele groene vlek op het aardoppervlak

(Applaus)

En er zijn vele dieren, en de mensen zijn gelukkig en er is economische waarde.

Dus hoe is dit mogelijk geweest? Het was vrij eenvoudig als je de stappen bekijkt: we kochten het land, rekenden af met de branden, en pas daarna begonnen we met herbebossing door landbouw en bosbouw te combineren. Vervolgens zetten we de infrastructuur en het beheer op poten. Maar we zorgden dat de hele tijd de plaatselijke bevolking volledig betrokken was zodat geen invloed van buitenaf iets kon belemmeren. Zodat de mensen de beschermers van het woud werden. We gebruikten dus de "people, profit, planet" principes, maar daarbij doen we het — met betrouwbare wettelijke status — omdat als het woud de staat toebehoort mensen zeggen dat het van hen is, dat het van iedereen is. En dan passen we allerlei andere principes toe zoals transparantie, professioneel bestuur, meetbare resultaten, schaalbaarheid, herhaalbaarheid, enzovoorts.

We maakten recepten om van een startsituatie met niets een specifiek doel te bereiken. Je formuleert een recept op basis van factoren die je kan beheersen. Of het nu om vaardigheden, meststoffen of de plantenkeuze gaat. Dan bekijk je het resultaat en meet je wat eruit komt. Dit recept houdt ook rekening met de kosten. Je weet ook hoeveel arbeid nodig is. Als je de recepten op de kaart kan leggen, op een zandbodem, op een kleibodem op een steile helling, op vlak terrein, komt uit die verschillende recepten, als je ze samenvoegt een ondernemingsplan, komt een werkplan, en dit kan je optimaliseren voor de beschikbare werkkracht of voor de hoeveelheid meststof die je hebt, en je kan het uitvoeren.

Dit is hoe het er in praktijk uitziet. We hebben dit gras waar we vanaf willen. Het scheidt verbindingen uit, uit de wortels maar de acacia-bomen zijn weinig waard maar ze zijn nodig voor herstel van het microklimaat, bescherming van de grond en om het gras in de schaduw te laten groeien. En na acht jaar kunnen ze zelfs voor wat hout zorgen tenminste, als je het op de juiste manier kan behouden, wat we met bamboeschillen kunnen doen. Het is een oude Japanse manier om tempels te bouwen maar bamboe is erg brandgevaarlijk. Dus als we dat in het begin zouden planten zouden we een zeer hoog risico hebben om alles weer te verliezen. Dus planten we het later, bij de waterwegen om het water te filteren en voor grondstoffen te zorgen net op tijd, als het hout beschikbaar wordt.

Dus het idee is: hoe integreren we dit door ruimte en tijd en met de beperkte middelen die we hebben. Dus planten we de bomen, en daartussen ananasplanten en bonen en gember, om de concurrentie van de bomen te verminderen, plantaardige meststoffen — organisch materiaal is nuttig voor de landbouwgewassen voor de mensen, het helpt de bomen ook, en de boeren hebben gratis land dit systeem levert vroege inkomsten, de orang-oetans krijgen gezond voedsel en we kunnen het herstel van het ecosysteem versnellen terwijl we zelfs wat geld besparen.

Zo mooi. Wat een theorie.

Maar is het echt zo simpel? Niet echt, want als je kijkt naar wat er is gebeurd in 1998, branden. Dit is een gebied van zo'n 50 miljoen hectaren. Januari. Februari. Maart. April. Mei. We verloren 5.5 miljoen hectaren in slechts enkele maanden. Dat komt omdat er zo'n 10,000 ondergrondse branden zijn zoals je die ook hebt in Pennsylvania, hier in de Verenigde Staten. En zodra de aarde droog is, in het droge seizoen, ontstaan er barsten zuurstof gaat naar binnen, vlammen komen naar buiten, en het probleem begint opnieuw

Hoe doorbreken we die cyclus? Vuur is het grootste probleem. Zo zag het er drie maanden lang uit Drie maanden lang gingen de automatische lampen buiten niet uit omdat het zo donker was. We verloren alle gewassen, kinderen kwamen meer dan een jaar lang niet aan. Ze verloren 12 IQ-punten; het was een ramp voor orang-oetans en mensen. Deze branden hebben dus de hoogste prioriteit. Daarom breng ik het als apart punt ter sprake. En de plaatselijke bevolking is hiervoor nodig omdat in de graslanden, als ze vlam vatten, dit vuur zich verspreidt als een storm en dan verlies je het laatste beetje as en voedingsstoffen opnieuw met de eerste neerslag die wegvloeit richting zee waar het de koraalriffen vernietigt.

Dus moet je het doen met de lokale bevolking. Dat is de korte termijn oplossing, maar je hebt er ook een nodig voor de lange termijn Dus we maakten een ring van suikerpalmen rond het gebied. Deze blijken brandwerend te zijn en ook bestand tegen overstromingen En ze leveren veel opbrengst voor de plaatselijke bevolking.

Zo ziet het eruit: men moet ze twee keer per dag aftappen, slechts een millimeter dun plakje en het enige dat je oogst is suikerwater, CO2, regen en een beetje zonlicht. In principe gebruik je deze bomen als biologische fotovoltaïsche cellen. En hier kan je zoveel energie uit winnen omdat ze drie keer meer energie per hectare per jaar leveren doordat je ze dagelijks kan aftappen. Je moet geen plantendelen oogsten of iets anders van gewassen.

Met deze combinatie is er heel wat genetisch potentieel in de tropen dat nog onbenut is, en dat in combinatie met technologie. Maar ook het rechtelijke aspect moet goed zitten, dus kochten we het land en dit is waar we ons project begonnen, ergens in nergens. En als je dichterbij komt kun je zien dat dit hele gebied verdeeld is in stroken die verschillende grondsoorten beslaan, en in feite hielden we de lengte in de gaten van elke boom in deze 2,000 hectaren — 5,000 acres. En dit woud is nogal apart.

Eigenlijk volgde ik gewoon de natuur, en de natuur kent geen monoculturen, een natuurlijk woud bestaat uit meerdere lagen wat betekent dat het zowel onder als boven de grond beter gebruik kan maken van het beschikbare licht, dat het meer koolstof kan opslaan en dat het in meer functies kan voorzien, maar het is ingewikkelder, en je moet met de mensen samenwerken.

Dus net zoals in de natuur telen we snel groeiende bomen en daaronder een grote verscheidenheid aan de trager groeiende, voornaamste woudbomen die dat licht optimaal kunnen benutten en vervolgens even belangrijk: er de juiste zwammen laten groeien die in de dode bladeren zullen zitten en de voedingsstoffen binnen de 24 uur terugbrengen naar de wortels van de bomen die dat blad lieten vallen. En zij worden een soort voedingsstofpompen en je hebt bacteriën nodig om stikstof vast te houden, en zonder die micro-organismen zou het systeem niet werken.

En dan beginnen we met planten — slechts 1,000 bomen per dag. We konden er veel meer planten, maar dat wilden we niet omdat we het aantal arbeidsplaatsen stabiel wilden houden. We wilden de mensen niet verliezen die in die plantage gaan werken. En we doen hier heel veel werk. We gebruiken Indicator planten om te zien welke grondtypen er zijn, dus welke groenten er kunnen groeien, of welke bomen. En we hebben elke boom apart vanuit de ruimte gecontroleerd.

Dit is hoe het er in werkelijkheid uitziet, er is een onregelmatige ring rond, met 100 meter brede stroken van suikerpalmen die 648 families van inkomen kunnen voorzien. Het is slechts een klein deel van het gebied.

De kwekerij hier is nogal verschillend. Als je naar het aantal boomsoorten kijkt die we in Europa hebben bijvoorbeeld, weet je hoeveel dat er zijn van de Oeral tot in Engeland? 165. In deze kwekerij gaan we tien keer zoveel soorten laten groeien. Kan je je dat voorstellen? Je moet wel weten waar je mee werkt, maar het is diversiteit die het mogelijk maakt. Die zorgt dat je van een nulsituatie kan beginnen, door het planten van groenten en bomen, of meteen de bomen in die lijnen in dat gras daar, en zo een bufferzone op te trekken en compost te produceren, en te zorgen dat er in elke fase van dat groeiende woud bruikbare gewassen aanwezig zijn. In het begin misschien ananassen en bonen en graan. In de tweede fase zullen er bananen en papaja's zijn. En later zal er chocolade en chili zijn. En langzamerhand nemen de bomen het over, en is er opbrengst van het fruit, het timmerhout en het brandhout. En uiteindelijk heb je een suikerpalm bos dat de bevolking continu van een inkomen voorziet.

Bovenaan links, onder die groene strepen, zie je wat witte stippen — dat zijn verschillende ananasplanten die je vanuit de ruimte kan zien. En in dat gebied lieten we wat acacia's groeien die je eerder al zag. Dit is na een jaar. En dit is na twee jaar. En dat scherm, als je vanaf de toren kijkt, is waar we het gras begonnen in te nemen. We plantten er kiemplantjes gemengd met bananen, papaja's, alle gewassen voor de lokale bevolking, maar de bomen groeien ook daartussen erg snel. En drie jaar later zijn er 137 vogelsoorten.

(Applaus)

We hebben de luchttemperatuur met 3-5°C verlaagd. De luchtvochtigheid is 10 procent gestegen. Het wolkendek — ik zal het laten zien — is dikker. Er is meer neerslag. En al deze soorten leveren opbrengst.

Deze ecohut die ik gebouwd heb, stond drie jaar daarvoor in een kaal, geel veld. Deze zender werkt samen met het Europees Ruimteagentschap wat ons het voordeel geeft dat elke passerende satelliet die zich bijstelt een beeld maakt. Die beelden gebruiken we om de hoeveelheid koolstof te analyseren, hoe het woud groeit, en via ons bedrijf kunnen we zo elke boom controleren met die satellietbeelden, maar we kunnen die gegevens nu gebruiken om andere regio's van recepten en dezelfde technologie te voorzien. We hebben dit eigenlijk al met Google Earth. Als je een deeltje van de technologie zou gebruiken om meettoestellen in trucks te stoppen en dit in combinatie met Google Earth zou je meteen kunnen zeggen welke palmolie duurzaam is geproduceerd, welk bedrijf het hout steelt, en dan kun je net zoveel koolstof uitwinnen als met enige maatregel om energie te sparen bij ons.

Dit is de Samboja-regio en als je meet hoe de bomen teruggroeien kan je ook meten hoe de biodiversiteit terugkeert. En biodiversiteit is een indicator van hoeveel water er beschikbaar is, hoeveel medicijnen hier gehouden kunnen worden, en uiteindelijk maakte ik er de regenmachine van want dit bos maakt nu zijn eigen regen. Deze nabije stad Balikpapan heeft een groot waterprobleem, het is voor 80 procent omgeven door zeewater, en dit dringt nu in de grond. We hebben gekeken naar de wolken boven dit woud, we keken dus naar het herbebossingsgebied, het halfopen en het open gebied.

En kijk naar deze afbeeldingen. Ik ga er even heel snel over. In de tropen worden regendruppels niet gevormd door ijskristallen zoals in de gematigde zones het geval is. Hier zijn er chemische stoffen nodig die uit de boombladeren komen en de regendruppels doen ontstaan. We maken dus een koele plaats waar wolken zich opstapelen en dan zijn er de bomen om de regen in gang te brengen. En kijk, er zijn nu 11,2 procent meer wolken, dat was al zo na drie jaar. Als je naar de neerslag kijkt was die toen al met 20 procent gestegen. Laten we naar het volgende jaar kijken, je kan zien dat de trend zich voortzet. Waar we eerst een een kleine toename in de hoeveelheid neerslag hadden, is die nu uitgebreid en wordt ze hoger. En als we naar het neerslag patroon kijken boven Samboja Lestari, dat de droogste plaats was, kan je er nu consequent een piek in de regenvorming waarnemen. Je kan dus effectief het klimaat wijzigen. Passaatwinden doen dit effect natuurlijk verdwijnen, maar daarna, zodra de wind stabiliseert, zie je dat de regenval terugkomt boven dit gebied.

Zeggen dat het hopeloos is is dus niet de juiste houding, omdat we echt een verschil kunnen maken als we verschillende technologieën verenigen. En het is fijn om de wetenschap te hebben, maar het hangt toch vooral van de mensen af, van het onderwijs. We hebben onze landbouwscholen. Maar het echte succes is natuurlijk onze band want als er een baby geboren is spelen we, zodat iedereen onze familie is en met je familie zoek je geen problemen.

Zo ziet het eruit. We hebben een weg die rond het gebied loopt, die de mensen elektriciteit en water van ons eigen gebied brengt. We hebben de zone met suikerpalmen, en we hebben een hek van erg stekelige palmen om de orang-oetans — die we van een woonplaats voorzien in het midden — en de mensen apart te houden. En binnenin hebben we een gebied voor herbebossing als een genenbank om al dat materiaal levende te houden, want de laatste 12 jaar is geen enkele zaadplant van tropische hardhoutbomen uitgekomen doordat de nodige klimatologische triggers verdwenen zijn. Alle zaden worden opgegeten.

Dus nu doen we de controle van binnenuit vanaf torens, satellieten, en Ultralight vliegtuigjes. Elk van de families die hun land hebben verkocht krijgt nu een deel terug. En dit heeft nu twee mooie omheiningen van tropische hardhoutbomen, er zijn de schaduwbomen die in jaar 1 zijn gezet, dan onderplant je dit met suikerpalmen, en plant je een doornige heg. En na een paar jaar kan je enkele van de schaduwbomen verwijderen, de mensen krijgen het acaciahout dat we behouden hebben met de bamboeschillen, en ze kunnen een huis bouwen en ze hebben wat hout om mee te koken. En ze kunnen zoveel van de bomen gebruiken als ze willen. Ze hebben genoeg inkomen voor drie families. Maar wat je ook doet in dat programma, het moet volledig door de bevolking ondersteund worden wat wil zeggen dat het ook aangepast moet zijn aan de lokale, culturele waarden. Er is niet simpelweg één recept voor één plek.

Ook moet je zorgen dat het moeilijk te misbruiken is en dat het transparant is. Hier bijvoorbeeld, in Samboja Lestari Verdelen we die ring in groepen van 20 families. Als een lid de overeenkomst overtreedt, en wel bomen omhakt, beslissen de 19 andere leden wat er met hem gebeurt. Als de groep geen actie onderneemt mogen de andere 33 groepen beslissen wat er gebeurt met de groep die niet akkoord gaat met de geweldige afspraken die we haar aanboden.

In Noord-Celebes is er een coöperatieve, daar hebben ze een democratische cultuur, dus daar kan je het plaatselijke rechtssysteem gebruiken om ons systeem te beschermen. Dus kort samengevat, in jaar 1 kunnen de mensen hun land verkopen om een inkomen te krijgen, maar ze krijgen hun werk terug bij de opbouw en herbebossing, door te werken met orang-oetans, en ze kunnen het overtollige hout gebruiken voor handwerk. Ze krijgen ook gratis land tussen de bomen, waar ze gewassen kunnen telen. Ze kunnen nu een deel van dat fruit aan het orang-oetan project verkopen. Ze krijgen bouwmateriaal voor huizen, een contract om suiker te verkopen zodat we lokaal grote hoeveelheden ethanol en energie kunnen produceren. Deze krijgen allerlei milieuvoordelen, geld, ze krijgen onderwijs, het is een mooie overeenkomst.

En alles is gebaseerd op die ene zaak — zorgen dat het bos er blijft. Dus als we de orang-oetans willen helpen — wat mijn oorspronkelijke plan was — moeten we ervoor zorgen dat de lokale bevolking er baat bij heeft. En ik denk dat de sleutel om dit te verwezenlijken, om een simpel antwoord te geven, schuilt in integratie. Als je meer wil weten, kan je meer lezen.

(Applaus)