Susan Cain
24,268,397 views • 19:04

Toen ik negen was, ging ik voor het eerst op zomerkamp. Mijn moeder pakte me een koffer vol boeken, wat mij een heel natuurlijke zaak leek. In mijn familie was lezen de voornaamste groepsactiviteit. Dat klinkt misschien asociaal voor jou, maar voor ons was het gewoon een andere manier van sociaal zijn. Je hebt de dierlijke warmte van je familie die naast je zit, maar je bent vrij om rond te struinen in avonturenland binnen in je eigen geest. Ik had het idee dat dat kamp net zo zou zijn, maar dan beter. (Gelach) Ik had een visioen van 10 meisjes in een blokhut die gezellig boeken lazen in hun bijpassende nachtjaponnen.

(Gelach)

Het kamp leek meer op een gratis vat zonder alcohol. Op de eerste dag riep onze begeleidster ons samen. Ze leerde ons een kreet die we elke dag zouden doen, de hele zomer lang, om de kampgeest erin te houden. Het ging zo: "H-E-R-R-Y, zo spellen wij herrie. "Herry, herry, laten we herry maken." Yeah. Ik kon me absoluut niet voorstellen waarom we zonodig herrie moesten maken, of waarom we het woord fout moesten spellen. (Gelach) Maar ik deed mee met de kreet, met alle anderen. Ik deed mijn best. Ik wachtte gewoon op het moment dat ik kon ontsnappen en boeken lezen.

De eerste keer dat ik mijn boek pakte, kwam het coolste meisje van de kamer op me af. Ze vroeg me: "Waarom ben je zo rustig?" Rustig was natuurlijk het tegenovergestelde van H-E-R-R-Y. De tweede keer dat ik het probeerde, kwam de begeleidster op me af met een bezorgde gezichtsuitdrukking. Ze herhaalde het punt over kampgeest. Ze zei dat we allemaal ons best moesten doen om naar buiten te komen.

Ik borg dus mijn boeken op, in hun koffer, en stopte ze onder mijn bed, waar ze voor de rest van de zomer bleven zitten. Ik voelde me hier schuldig over, alsof de boeken me nodig hadden, alsof ze me riepen en ik ze in de steek liet. Maar ik deed die koffer niet meer open tot ik weer thuis was bij mijn familie op het einde van de zomer.

Ik vertel jullie dit verhaal over het zomerkamp. Ik had je er 50 andere kunnen vertellen — telkens wanneer ik de boodschap kreeg dat mijn rustige en introverte manier van zijn niet noodzakelijk de juiste weg was, dat ik moest proberen meer extravert te lijken. Ik voelde van binnen altijd al wel aan dat dit fout was, dat introverte mensen excellent zijn zoals ze zijn. Jarenlang ontkende ik die intuïtie. Ik werd advocaat op Wall Street, uitgerekend daar, in plaats van schrijver, wat ik altijd had gewild, deels omdat ik aan mezelf moest bewijzen dat ik ook gedurfd en assertief kon zijn. Ik ging altijd uit in drukke bars terwijl ik eigenlijk liever gezellig met vrienden had gedineerd. Ik maakte keuzes die mezelf negeerden zo reflexmatig dat ik me er zelfs niet van bewust was dat ik ze maakte.

Vele introverte mensen doen dat. Dat is zeker een verlies voor ons, maar ook voor onze collega's en voor onze gemeenschappen. Op het gevaar af pretentieus te klinken: het is een verlies voor te wereld. Want voor creativiteit en leiderschap moeten introverte mensen doen waar ze goed in zijn. Een derde tot de helft van de bevolking is introvert. Een derde tot de helft. Dat zijn één op elke twee of drie mensen die je kent. Als je zelf een extraverte persoon bent, dan heb ik het over je collega's, je echtgenoten en je kinderen, en de persoon die naast je zit. Ze zijn allen slachtoffer van dat vooroordeel dat heel diep in onze maatschappij is ingesleten. We maken het ons allemaal op heel jonge leeftijd eigen, zelfs zonder dat we woorden hebben voor wat we doen.

Om die vooringenomenheid duidelijk te zien, moet je begrijpen wat introversie is. Het is geen verlegenheid. Verlegenheid gaat om angst voor een sociaal oordeel. Introversie gaat meer over hoe je reageert op stimuli, met inbegrip van sociale stimuli. Extraverte mensen hebben nood aan grote hoeveelheden stimuli, terwijl introverte mensen op hun best, op hun alertst en bekwaamst zijn, als ze in een rustiger, meer ingehouden omgeving zitten. Niet altijd — deze dingen zijn niet absoluut — maar vaak. De sleutel waarmee elk van ons het beste uit zijn talenten kan halen, is dat we ons allemaal plaatsen in de stimulus-zone die bij ons past.

Maar dit is waar het vooroordeel om de hoek komt kijken. Onze belangrijkste instellingen, onze scholen en bedrijven, zijn vooral voor extraverte mensen ontworpen, voor hun nood aan veel stimuli. Vandaag hangen we een geloof aan dat ik het nieuwe groepsdenken noem. Het zegt dat alle creativiteit en productiviteit voortkomt uit een bizar kudde-achtige omgeving.

Beeld je het typische hedendaagse klaslokaal in. Toen ik naar school ging, zaten we in rijen. We zaten in rijen banken zoals deze, en we werkten meestal tamelijk autonoom. Heden ten dage heeft het typische klaslokaal eilandjes van banken — vier, vijf, zes, zeven kinderen die elkaar aankijken. De kinderen werken aan talloze groepswerkjes. Zelfs voor vakken als wiskunde en stellen, waar je zou denken dat je op je eigen gedachtengang afgaat, moeten kinderen nu handelen als leden van een comité. Kinderen die verkiezen om zich terug te trekken of alleen te werken, worden vaak als buitenstaanders beschouwd, of erger nog, als probleemgevallen. Verreweg de meeste leerkrachten zeggen dat ze geloven dat de ideale student extravert is, niet introvert, terwijl introverte mensen betere punten halen en meer weten, zo blijkt uit onderzoek. (Gelach)

Hetzelfde is waar op onze werkplek. De meesten van ons werken in landschapskantoren, zonder muren, blootgesteld aan het constante lawaai en de blikken van onze collega's. Als het op leiderschap aankomt, krijgen introverte mensen meestal niet de job, hoewel ze erg zorgvuldig zijn en veel minder snel te grote risico's nemen — iets waar we vandaag de dag wellicht allemaal voorstander van zijn. Interessant onderzoek van Adam Grant van de Wharton School geeft aan dat introverte leiders vaak betere resultaten halen dan extraverte leiders. Als ze leiding geven aan proactieve medewerkers, laten ze die werknemers veel eerder hun ideeën uitwerken, terwijl extraverte leiders onbewust zo in de ban van de dingen kunnen raken dat ze er hun eigen stempel op drukken, waardoor de ideeën van anderen niet zo gemakkelijk komen bovendrijven.

Enkele van onze transformatieve leiders in de geschiedenis waren introvert. Ik geef een paar voorbeelden. Eleanor Roosevelt, Rosa Parks, Gandhi — deze mensen beschreven zichzelf allemaal als rustig, zachtaardig en zelfs verlegen. Ze zochten allemaal de schijnwerpers op, zelfs als elke vezel in hun lijf schreeuwde om het niet te doen. Dit blijkt een aparte kracht te hebben. De mensen voelden aan dat deze leiders aan het roer stonden, niet omdat ze graag leiding gaven, niet omdat ze graag het middelpunt waren; ze deden het omdat ze geen keuze hadden, omdat ze gedreven waren te doen wat ze juist achtten.

Op dit punt vind ik het belangrijk om te zeggen dat ik dol ben op extraverte mensen. Ik zeg er graag bij dat een aantal van mijn beste vrienden extravert zijn, inclusief mijn geliefde echtgenoot. We bevinden ons allemaal op verschillende punten van het introvert/extravert-spectrum. Zelfs Carl Jung, de psycholoog die deze termen als eerste populariseerde, zei dat de pure introverte mens niet bestaat, en de pure extraverte evenmin. Hij zei dat die in een gekkenhuis zou zitten, als hij al bestond. Sommige mensen zitten helemaal in het midden van het introvert/extravert-spectrum. Die mensen noemen we ambivert. Ik denk vaak dat ze het beste van twee werelden hebben. Maar velen van ons herkennen zichzelf in het ene of het andere type.

Ik zeg dat we cultureel gezien nood hebben aan een beter evenwicht. We hebben meer yin en yang nodig tussen deze twee types. Dit is vooral belangrijk als het op creativiteit en productiviteit aankomt. Als psychologen onderzoek doen naar het leven van de meest creatieve mensen, komen ze uit bij mensen die heel goed zijn in ideeën uitwisselen en promoten, maar die ook een stevig introvert trekje hebben.

Dat komt omdat alleen zijn vaak een cruciaal ingrediënt is voor creativiteit Darwin maakte lange wandelingen in de bossen en wees uitnodigingen voor etentjes met klem af. Theodor Geisel, beter gekend als Dr. Seuss, bedacht vele van zijn wonderlijke creaties in de eenzame klokkentoren achterin zijn huis in La Jolla, Californië. Hij was bang van ontmoetingen met de jonge lezers van zijn boeken, uit vrees dat ze verwachtten dat hij een soort jolige kerstmanfiguur was, en teleurgesteld zouden zijn over zijn gereserveerde persoonlijkheid. Steve Wozniak vond de eerste Apple-computer uit terwijl hij in zijn kantoorhokje zat bij Hewlett-Packard, waar hij toen werkte. Hij zegt dat hij nooit zo'n expert zou zijn geworden als hij niet te introvert was geweest om het huis te verlaten waar hij opgroeide.

Natuurlijk betekent dit niet dat we moeten stoppen met samenwerken. Ten bewijze: het bekende geval van Steve Wozniak die samen met Steve Jobs Apple Computer opstart. Het betekent dat eenzaamheid belangrijk is en dat het voor sommige mensen de lucht is waar ze van leven. We weten al eeuwenlang dat eenzaamheid transcendente kracht heeft. We zijn het pas recent vreemd genoeg beginnen te vergeten. Als je de belangrijkste religies van de wereld bekijkt, zal je zoekers aantreffen — Mozes, Jezus, Boeddha, Mohammed — zoekers die er alleen op uittrekken, alleen in de wildernis, waar ze dan diepe inzichten of revelaties kennen die ze vervolgens terugbrengen naar de rest van de gemeenschap. Geen wildernis? Geen revelaties.

Dit is niet verrassend als je kijkt naar de inzichten van de hedendaagse psychologie. Het blijkt dat we zelfs niet in een groep mensen kunnen zijn zonder dat we instinctief de meningen van anderen kopiëren. Zelfs over dingen die persoonlijk en diepgeworteld lijken, zoals tot wie je je aangetrokken voelt, zal je de mening van de anderen gaan na-apen, zonder dat je het beseft.

Ook volgen groepen zoals bekend de mening van de meest dominante of charismatische persoon, ook al is er volstrekt geen correlatie tussen de beste spreker zijn en de beste ideeën hebben. Ik bedoel volstrekt geen. Dus ... (Gelach) Misschien volg je de persoon met de beste ideeën, misschien niet. Wil je dat echt aan het toeval overlaten? Iedereen kan beter op zijn eentje zijn eigen ideeën gaan voortbrengen, los van de distorties van groepsdynamica, en dan samenkomen als team om ze door te praten in een goed beheerde omgeving, om van daar weer verder te gaan.

Als dat allemaal waar is, waarom pakken we het dan zo verkeerd aan? Waarom organiseren we onze scholen en werkplekken zo? Waarom praten we introverte mensen zo'n schuldgevoel aan over het feit dat ze soms op zichzelf willen zijn? Eén antwoord ligt diep in onze culturele geschiedenis. Westerse maatschappijen, vooral die van de VS, gaven altijd al de voorkeur aan de actieman boven de man van contemplatie, de zogenaamde man van contemplatie. In de beginjaren van Amerika beleefden we wat historici een karaktercultuur noemen, toen we mensen nog waardeerden om hun innerlijk en hun morele ruggengraat. Als je de zelfhulpboeken van die tijd bekijkt, hadden ze titels als: "Karakter, het meest grootse dat er is op de wereld". Er zaten rolmodellen als Abraham Lincoln, wiens bescheidenheid en gereserveerdheid werden geprezen. Ralph Waldo Emerson noemde hem "een man die geen aanstoot geeft door superioriteit".

Maar toen we de 20e eeuw bereikten, brak een nieuwe cultuur aan die historici de persoonlijkheidscultuur noemen. We waren van een landbouweconomie een wereld van big business geworden. Plots verhuizen mensen van kleine steden naar de grootsteden. Ze werken niet meer samen met mensen die ze hun hele leven kennen. Ze moeten zichzelf nu bewijzen in een massa vreemdelingen. Het is dan ook begrijpelijk dat kwaliteiten als aantrekkingskracht en charisma plotseling heel belangrijk lijken. Reken maar dat de zelfhulpboeken zich aan deze nieuwe noden aanpassen. Nieuwe titels maken opgeld: "Hoe maak ik vrienden en beïnvloed ik mensen". Hun rolmodellen zijn geweldige verkopers. In die wereld wonen we vandaag. Dat is onze culturele erfenis.

Ik wil hier helemaal niet betogen dat sociale vaardigheden niet belangrijk zijn. Ik pleit evenmin voor de afschaffing van groepswerk. Dezelfde religies die hun wijzen naar de eenzame bergtoppen sturen, leren ons ook om lief te hebben en vertrouwen te hebben. De problemen waar we vandaag voor staan in domeinen als wetenschap en economie zijn zo enorm en zo complex dat we legers van mensen nodig hebben die samen werken aan een oplossing. Ik zeg dat hoe meer vrijheid we introverte mensen geven zichzelf te zijn, hoe groter de kans is dat ze hun eigen unieke oplossingen voor deze problemen zullen bijdragen.

Ik zou graag met jullie delen wat vandaag in mijn koffer zit. Raad eens? Boeken. Ik heb een koffer vol boeken. Hier is "Kattenoog" van Margaret Atwood. Hier is een roman van Milan Kundera. Hier is de "Gids der verdoolden" van Maimonides. Maar dat zijn niet bepaald mijn boeken. Ik heb deze boeken meegebracht omdat ze geschreven zijn door de favoriete auteurs van mijn opa.

Mijn opa was rabbijn. Hij was weduwnaar en woonde alleen in een kleine flat in Brooklyn. Tijdens mijn jeugd was het mijn favoriete plek, deels omdat ze gevuld was met zijn zachte, hoffelijke aanwezigheid, deels omdat ze gevuld was met boeken. Letterlijk elke tafel, elke stoel in deze flat had zijn oorspronkelijke functie opgegeven om te dienen als draagvlak voor torenhoge stapels boeken. Net zoals de rest van mijn familie had mijn opa één lievelingsbezigheid: lezen.

Maar hij hield ook van zijn gemeente, en die liefde was voelbaar in de preken die hij elke week gaf, gedurende de 62 jaar dat hij rabbijn was. Met de vruchten van een week van lezen weefde hij ingewikkelde tapijten uit oud en humanistisch gedachtengoed. Mensen kwamen van overal om hem te horen spreken.

Maar dit is wat mijn opa bijzonder maakte. Onder die plechtige rol was hij eigenlijk bescheiden en echt introvert — zozeer dat hij terwijl hij preekte, maar moeilijk oogcontact kon maken met diezelfde gemeente die hij al 62 jaar toesprak. Zelfs als hij niet op het podium stond, als je hem belde om hallo te zeggen, beëindigde hij het gesprek vaak te vroeg uit angst dat hij te veel van je tijd in beslag zou nemen. Maar toen hij stierf op zijn 94ste moest de politie de straten van zijn buurt afsluiten om plaats te maken voor de massa mensen die om hem kwamen rouwen. Dezer dagen probeer ik te leren van het voorbeeld van mijn opa, op mijn eigen manier.

Ik heb pas een boek over introversie gepubliceerd. Het schrijven duurde zo'n zeven jaar. Voor mij waren die zeven jaar een zaligheid, want ik las, ik schreef, ik dacht na, ik deed onderzoek. Dit was mijn versie van de uren die mijn opa alleen in zijn bibliotheek doorbracht. Maar nu is mijn taak plots anders. Ik moet hier staan om erover te praten, om over introversie te praten. (Gelach) Dat vind ik veel moeilijker, want hoezeer ik het ook een eer vind om hier vandaag met jullie te zijn, dit is niet mijn natuurlijke habitat.

Ik bereid me voor op momenten als dit, zo goed als ik kan. Ik heb het afgelopen jaar geoefend in spreken voor publiek, heb elke kans gegrepen. Ik noem dit mijn 'jaar van gevaarlijk spreken'. (Gelach) Het heeft echt geholpen. Maar wat nog meer helpt, is mijn gevoel, mijn geloof, mijn hoop dat we, met betrekking tot onze houding tegenover introversie, rust en eenzaamheid echt op de rand van een dramatische omwenteling staan. Dat is echt zo. Dus sluit ik nu af met drie oproepen tot actie voor diegenen die deze visie delen.

Nummer één: stop de waanzin van constant groepswerk. Stop er gewoon mee. (Gelach) Hartelijk dank. (Applaus) Ik wil dit heel duidelijk maken, want ik geloof echt dat onze kantoren zouden moeten aanzetten tot losse, praatcafé-achtige interactie — waar mensen samenkomen en in het wilde weg ideeën uitwisselen. Dat is geweldig voor zowel introverte als extraverte mensen. Maar we hebben nood aan meer privacy en vrijheid en autonomie op het werk. School: zelfde verhaal. We moeten kinderen zeker leren om samen te werken, maar we moeten hen ook leren zelfstandig werken. Dat is extra belangrijk voor extraverte kinderen. Ze moeten zelfstandig werken want dat is deels waar diepe gedachten uit voortkomen.

Nummer twee: zoek de wildernis op. Wees als Boeddha, ken je eigen openbaring. Ik zeg niet dat we nu allemaal onze blokhut moeten gaan bouwen en niet meer met elkaar spreken, maar ik zeg dat we allemaal de stekker wel eens kunnen uittrekken en eens wat vaker in ons eigen hoofd gaan kijken.

Nummer drie: bekijk eens goed wat er in je eigen koffer zit en waarom je het daar hebt gestoken. Beste extraverte mensen, misschien zitten jullie koffers ook vol boeken. Misschien zitten ze vol champagneglazen of zit er een skydiving-uitrusting is. Wat het ook is, hopelijk grijp je elke kans om ze boven te halen en ons te laten delen in jullie energie en vreugde. Maar beste introverte mensen, zijnde wie jullie zijn, hebben jullie wellicht de neiging om goed te bewaken wat er in je koffer zit. Dat is oké. Maar af en toe, heel af en toe, hoop ik dat je je koffer opent en andere mensen laat kijken. De wereld heeft nood aan jullie en je bagage.

Ik wens jullie de allerbeste reis en de moed om zacht te spreken.

Heel hartelijk dank.

(Applaus)

Hartelijk dank.

(Applaus)