Paul Tasner
2,391,515 views • 6:58

Ik wil jullie graag meenemen naar een moment zo'n zeven jaar geleden. Vrijdagmiddag, een paar dagen voor kerst 2009. Ik was directeur bedrijfsvoering bij een bedrijf in consumentenproducten in San Francisco en werd ontboden bij een vergadering die al aan de gang was. Die vergadering bleek mijn exitgesprek te zijn. Ik werd ontslagen, samen met een aantal anderen. Ik was toen 64 jaar. Helemaal onverwacht kwam het niet. Ik tekende een stapel papieren, pakte mijn spullen en zocht mijn vrouw op, die in een restaurant dichtbij op me zat te wachten, totaal nietsvermoedend. Een paar uur later waren we allebei behoorlijk dronken. (Gelach) Aan een periode van meer dan 40 jaar onafgebroken werken voor verschillende bedrijven, grote en kleine, was een einde gekomen. Ik had een goed netwerk, een goede reputatie — het zou wel goed zou komen, dacht ik. Ik was een engineer in de productie- en verpakkingsindustrie. Ik had een goede achtergrond. Met pensioen gaan was, net zoals voor zoveel mensen, gewoon geen optie voor me, dus de jaren erop werkte ik als consultant, maar zonder enig enthousiasme. Toen begon er een idee post te vatten in mijn hoofd, ingegeven door mijn zorg om ons milieu. Ik wilde mijn eigen bedrijf opzetten: biologisch afbreekbare verpakkingen ontwerpen en produceren uit afval — papierafval, landbouwafval en zelfs textielafval — als vervanging voor de schadelijke plastic wegwerpverpakkingen waaraan we allemaal zo gewend zijn. Dit wordt 'schone technologie' genoemd en het leek me echt zinvol. Een onderneming die kon bijdragen aan het reduceren van de miljarden kilo's aan plastic wegwerpverpakkingen die we elk jaar dumpen en die ons land, onze rivieren en oceanen vervuilen, een probleem dat we doorschuiven naar volgende generaties — onze kleinkinderen, mijn kleinkinderen. En dus, toen ik 66 was, met 40 jaar ervaring, werd ik ondernemer, voor de allereerste keer. (Gejuich) (Applaus) Bedankt. Maar ik ben er nog niet. (Gelach) Er kwam heel veel op me af: productie, werkuitbesteding, banencreatie, patenten, partnerschappen, financiering — allemaal zaken waarmee een start-up gewoonlijk te maken krijgt, maar voor mij helemaal niet zo gewoon. Nog even over financiering. Ik woon en werk in San Francisco en als je financiering zoekt, dan moet je over het algemeen concurreren met een stel heel jonge mensen uit de hightech-industrie, en dat kan behoorlijk ontmoedigend en intimiderend zijn. Ik heb schoenen die ouder zijn dan de meesten van hen. (Gelach) Serieus. (Gelach) Maar nu, vijf jaar later, kan ik jullie enthousiast en vol trots vertellen dat onze inkomsten elk jaar verdubbeld zijn, dat we schuldenvrij zijn, dat we verschillende hoogwaardige klanten hebben, dat ons patent is verleend, dat ik een fantastische partner heb die er vanaf het begin bij is geweest en dat we meer dan 20 onderscheidingen hebben gekregen. Maar, het allerbeste: we hebben een verschil gemaakt, een heel klein verschil, in de mondiale crisis rond plasticvervuiling. (Applaus) En mijn werk vind ik op dit moment bevredigender en zinvoller dan ooit. Er zijn veel voorzieningen voor ondernemers van welke leeftijd ook, maar waar ik vijf jaar geleden echt grote behoefte aan had, was aan andere startende ondernemers van mijn leeftijd. Ik wilde met ze in contact komen. Ik had geen enkel rolmodel. Die app-developer in Silicon Valley van ergens in de twintig was dat niet. (Gelach) Hoewel hij vast erg slim was. (Gelach) Daar wil ik iets aan doen; ik wil dat we daar met z'n allen iets aan doen. Ik wil dat we het vaker hebben over mensen die pas ondernemer worden als ze al op leeftijd zijn. Over deze moedige mannen en vrouwen die inchecken als hun leeftijdsgenoten eigenlijk uitchecken. En dat we hen met elkaar in contact brengen, uit welke bedrijfstak, regio of uit welk land ze ook komen — en zo een gemeenschap bouwen. Volgens de Small Business Administration wordt 64 percent van de nieuwe banen in de VS gecreëerd in de private sector dankzij kleine bedrijven zoals het mijne. En wie zegt dat we klein zullen blijven? We hebben een bijzondere cultuur, waarin men verwacht dat als je een bepaalde leeftijd hebt, je de hele tijd gaat golfen of schaken, of op de kleinkinderen gaat passen. Ik ben dol op mijn kleinkinderen — (Gelach) maar ik wil ook heel graag iets zinvols doen op de wereldmarkt. En daarin zal ik niet alleen zijn. Volgens het Census Bureau zijn er rond 2050 84 miljoen ouderen in dit land. Dat is een enorm aantal. Bijna twee keer zoveel als nu. Kunnen jullie je voorstellen hoeveel startende ondernemers er onder die 84 miljoen zullen zijn? En die hebben allemaal veertig jaar ervaring. (Gelach) Dus als ik zeg: "Laten we het vaker over deze geweldige ondernemers hebben", dan bedoel ik: laten we het over hun ondernemingen hebben, net zoals over de ondernemingen van hun veel jongere tegenhangers. De oudere ondernemers in dit land hebben een successcore van 70 procent als het gaat om het opstarten van nieuwe ondernemingen. Een successcore van 70 percent. We zijn de Golden State Warriors onder de ondernemers — (Gelach) (Applaus) En die score keldert naar 28 procent als het gaat over jongere ondernemers. Dit zijn cijfers van de CMI group, een bureau in het Verenigd Koninkrijk. Hebben de prestaties van een 70-jarige ondernemer niet evenveel te betekenen en niet evenveel nieuwswaarde als de prestaties van een 30-jarige ondernemer? Natuurlijk wel. Daarom zou ik willen dat de uitdrukking '70 boven de 70' net zo — (Gelach) net zo gemeengoed werd als de uitdrukking '30 onder de 30'. (Applaus) Dank jullie wel. (Gejuich) (Applaus)