Jim Holt
6,592,342 views • 17:17

Waarom bestaat het universum? Waarom is er - Oké. Oké. (Gelach) Dit is een kosmisch mysterie. Een beetje serieus. Waarom is er een wereld, waarom zijn wij er, en waarom is er iets in plaats van niets. Dit is de ultieme 'waarom'-vraag.

Ik ga het hebben over het mysterie van het bestaan, het raadsel van het bestaan, waar we nu staan in het oplossen ervan en waarom dat jullie zou moeten interesseren. En ik hoop dat het jullie interesseert. De filosoof Arthur Schopenhauer zei dat wie niet verbaasd is over de toevalligheid van zijn bestaan of de toevalligheid van het bestaan van de wereld, mentaal tekortschiet. Da's nogal cru, maar toch. (Gelach) Dit wordt wel eens het meest sublieme en ontzagwekkende mysterie genoemd, de diepste en verreikendste vraag die de mens kan stellen. Ze obsedeerde grote denkers. Ludwig Wittgenstein, wellicht de grootste filosoof van de 20ste eeuw, was verbijsterd dat er überhaupt een wereld bestond. Hij schreef in zijn 'Tractatus,' Propositie 4.66: "Niet hóe de dingen zijn in de wereld is een mysterie, maar het bestaan ervan zelf." Als je niet graag je epigrammen ontleent aan een filosoof, probeer dan eens een wetenschapper. John Archibald Wheeler, een van de grote fysici van de 20ste eeuw, leraar van Richard Feynman, bedenker van de uitdrukking 'zwart gat', zei: "Ik wil weten vanwaar het kwantum, het universum, het bestaan komt." Mijn vriend Martin Amis - vergeef me dat ik zoveel namen laat vallen, - wen er maar aan - mijn lieve vriend Martin Amis zei eens dat we vijf Einsteins verwijderd zijn van het antwoord vanwaar het universum vandaan komt. En ik twijfel er niet aan dat hier vanavond vijf Einsteins aanwezig zijn. Iemand Einstein? Handen omhoog? Nee? Nee? Nee? Geen Einsteins? Okay.

De vraag 'waarom is er iets en niet niets', deze sublieme vraag, dook pas laat op in de intellectuele geschiedenis. Tegen het eind van de 17de eeuw vroeg de filosoof Leibniz zich dat af. Verstandige kerel, die Leibniz. Hij vond de infinitesimaalrekening uit, onafhankelijk van Isaac Newton en ongeveer terzelfdertijd. Maar voor Leibniz was de vraag 'waarom iets in plaats van niets' geen groot mysterie. Hij was of pretendeerde een oprecht christen te zijn in zijn metafysisch wereldbeeld. Volgens hem was het duidelijk: God had de wereld geschapen. En wel uit het niets. Zo machtig is God. Hij had geen al bestaand materiaal nodig om een wereld te maken. Hij kan hem maken van niets: schepping ex nihilo. Dit geloven overigens de meeste Amerikanen momenteel. Voor hen geen mysterie van het bestaan. God maakte het.

Laten we dat eens in een vergelijking gieten. Ik heb geen dia's bij, ik doe het even in gebarentaal. Gebruik jullie verbeelding. Dus: God + niets = de wereld Oké? Dat is de vergelijking. Misschien geloof je niet in God, ben je een wetenschappelijke of onwetenschappelijke atheïst. Dan ben je hier niet tevreden mee. Overigens levert de vergelijking 'God + niets = de wereld' al een probleem op: waarom bestaat God? Niet door logica alleen, behalve als je in het ontologisch argument gelooft. Ik hoop van niet, want het deugt niet. Als God bestaat, zou hij zich kunnen afvragen: "Ik ben eeuwig, almachtig, maar waar kom ik vandaan?" (Gelach) Waarvandaan? God houdt er een formeel taaltje op na. (Gelach) En zo is er een theorie dat God het zo moe was om na te denken over het vraagstuk van zijn eigen bestaan dat hij de wereld schiep om zichzelf wat te vermaken. Maar laten we God even vergeten. We halen hem uit de vergelijking. Dan krijgen we: ________ + niets = de wereld Als je een Boeddhist bent, wil je hier misschien al ophouden, want je hebt al: niets = de wereld, en uit identiteitssymmetrie volgt dan: de wereld = niets. Oké? Voor een boeddhist is de wereld alleen maar een hele hoop niets. Een groot kosmisch vacuüm. En wij maar denken dat er een heleboel van van alles is, maar dat komt omdat we slaaf zijn van onze verlangens. Neem die verlangens weg en je ziet de wereld zoals hij echt is: vacuüm, niets. We lossen op in een gelukkig nirwana, gedefinieerd als net genoeg leven om van dood zijn te kunnen genieten. (Gelach)

Dat is Boeddhistisch denken. Maar ik ben westerling en bezig met het vraagstuk van het bestaan. Ik krijg dan: ________ + - wacht even, dit wordt serieus - _______ + niets = de wereld Wat gaan we in die lege plaats invullen? Waarom niet 'wetenschap'? Wetenschap is onze beste leidraad naar de aard van de realiteit. De meest fundamentele wetenschap is de fysica. Die vertelt ons de naakte realiteit, geeft ons wat ik WEUBVHU noem, de Ware En Ultieme Bemeubeling Van Het Universum. Misschien kan de fysica deze lege plaats invullen. En inderdaad, sinds de zestiger en zeventiger jaren beweren fysici dat ze een puur wetenschappelijke verklaring kunnen geven van hoe een universum als het onze uit het niets kan ontstaan, een kwantumfluctuatie uit de leegte. Stephen Hawking hoort daarbij, en recenter Alex Vilenkin. Dit werd allemaal gepopulariseerd door een ander uitmuntend fysicus en vriend van me, Lawrence Krauss. Hij schreef het boek: 'Universum uit het niets'. en Lawrence denkt dat hij - hij is militant atheïst, overigens - God uit het beeld heeft gekregen. De wetten van de kwantumveldentheorie, de state-of-the-art fysica, kan ons aantonen hoe uit het niets, geen ruimte, geen tijd, geen materie, niets, een klompje vals vacuüm tot bestaan kan fluctueren, om dan, door het wonder van inflatie, te exploderen tot de enorme en variabele kosmos die we om ons heen zien.

Dit is een ingenieus scenario. Zeer speculatief. Fascinerend. Maar ik heb er een groot probleem mee en wel dit: het is een pseudo-religieuze kijk op de zaak. Lawrence denkt dat hij atheïst is, maar hij zit nog steeds gevangen in een religieus wereldbeeld. Hij ziet de wetten van de fysica als goddelijke verordeningen. De wetten van de kwantumveldentheorie zijn voor hem als "Fiat lux." (Er zij licht.) Die wetten hebben een soort ontologische kracht. Ze vormen de afgrond die 'zwanger van zijn' is. Ze kunnen een wereld tot bestaan roepen uit het niets. Maar dat is een erg primitieve kijk op wat een fysische wet is, niet? We weten dat fysische wetten eigenlijk veralgemeende beschrijvingen van patronen en regelmatigheden in de wereld zijn. Ze bestaan niet buiten de wereld. Ze hebben geen eigen zijnskracht. Ze kunnen geen wereld uit het niets tot bestaan roepen. Dat is een erg primitieve kijk op wat een fysische wet is. Als je mij hierin niet gelooft, luister dan naar Stephen Hawking die zelf een model van de kosmos voorstelde dat in zichzelf besloten is en geen externe oorzaak, een schepper, nodig heeft. Na dit te hebben voorgesteld, gaf Hawking toe dat hij er nog niet uit was. Hij zei: "Dit model zijn alleen maar vergelijkingen. Wat brengt deze vergelijkingen tot leven? Wat schept de wereld die ze beschrijven?" Hij kwam er niet uit. Vergelijkingen op zich brengen geen magie voort, kunnen het raadsel van het bestaan niet oplossen. En zelfs als de wetten dat konden, waarom dan net deze wetten? Waarom de kwantumveldentheorie die een universum beschrijft met een bepaald aantal krachten, deeltjes enzovoort. Waarom geen totaal andere wetten? Er zijn vele mathematisch consistente groepen van wetten. Waarom niet helemaal geen wetten? Waarom geen leegte?

Geloof het of niet, heel wat fysici breken zich hier het hoofd over. Hier gaan ze dan de metafysische toer op. Misschien is de groep wetten die ons universum beschrijven slechts één groep wetten die slechts één deel van de werkelijkheid beschrijven. Misschien beschrijft elke consistente groep wetten wel een ander deel van de werkelijkheid en bestaan alle mogelijke fysische werelden ergens. Wij zien slechts dat kleine deel van de werkelijkheid dat beschreven wordt door de kwantumveldentheorie. Er zijn talloze andere werelden, delen van de werkelijkheid, beschreven door zeer verschillende theorieën onvoorstelbaar verschillend van de onze en onvatbaar exotisch. Steven Weinberg, de vader van het standaardmodel van de deeltjesfysica speelde ook met dit idee dat alle mogelijke realiteiten echt bestaan. Ook een jongere fysicus, Max Tegmark, gelooft dat alle mathematische structuren bestaan en dat mathematisch bestaan hetzelfde is als fysisch bestaan. Dit enorm rijke multiversum omvat dan elke logische mogelijkheid.

Via deze metafysische uitweg grijpen deze fysici en filosofen terug op een heel oud idee van Plato. Het principe van volheid of vruchtbaarheid of de grote keten van het bestaan, wat erop neerkomt dat de realiteit zo vol als mogelijk is. Zo ver mogelijk verwijderd van het niet-zijn.

We hebben dus twee extremen. Aan de ene kant het ultieme niets en dan deze kijk op een realiteit die elk mogelijke wereld omvat, het ander extreem: de meest volle realiteit. Niets, de simpelst mogelijke realiteit. Wat zit daar tussen? Allerlei tussenliggende realiteiten, die sommige dingen insluiten en andere uitsluiten. Een van deze realiteiten kan de mathematisch meest elegante zijn, zonder de minder elegante dingen, de lelijke asymmetrieën enzovoort. Nu zijn er fysici die zeggen dat we in de meest elegante aller realiteiten leven. Ik vermoed dat Brian Greene hier is. Hij schreef het boek 'Het Elegante Universum'. Hij beweert dat het universum waarin we leven mathematisch zeer elegant is. Geloof hem maar niet. (Gelach) Het is een vrome wens, ik wou dat het waar was, maar gisteren vertrouwde hij me toe dat het eigenlijk een lelijk universum was. Het zit stom in elkaar, er is een te groot aantal willekeurige koppelingsconstanten, massaverhoudingen en overbodige families van elementaire deeltjes. En wat is verdorie die donkere energie? Het zit met haken en ogen aan elkaar. Niet echt wat je elegant kan noemen. (Gelach) Dan heb je nog de best mogelijke aller werelden in ethische zin. Nu wordt het ernstig. We spreken over een wereld waarin voelende wezens niet meer nutteloos lijden, waarin zaken als kinderkanker of de holocaust niet bestaan. Een ethisch concept. We hebben dus tussen het niets en de volst mogelijke realiteit een aantal speciale realiteiten. Het niets is speciaal. Het is het simpelst. Dan heb je de meest elegante realiteit. Ook die is speciaal. De volst mogelijke realiteit, ook speciaal.

Maar wat zijn we vergeten? Ook zijn er de rommelige, doodgewone realiteiten, op geen enkele manier speciaal, enigszins toevallig. Oneindig ver weg van het niets, schieten ze ook oneindig tekort wat aangaat complete volheid. Ze zijn een mengeling van chaos en orde, van mathematische elegantie en lelijkheid. Deze realiteiten zou ik omschrijven als een onbepaald, middelmatig, onvolledig rommeltje van alledaagse realiteit, een soort kosmisch stort. Deze realteiten hebben die een godheid? Misschien, maar deze godheid is niet perfect zoals de joods-christelijke godheid. Ze is niet algoed en almachtig. Ze zou wel eens 100% kwaadwillig kunnen zijn, maar slechts 80% effectief. Ik vind dat dit de wereld waarin wij leven vrij goed omschrijft. (Gelach) Ik zou dus als oplossing voor het mysterie van het bestaan willen stellen dat de realiteit waarin wij bestaan een van deze gewone realiteiten is. Realiteit moet wel iets zijn. Ze zou het niets kunnen zijn of alles of iets er tussenin. Als ze een of andere speciale eigenschap zou hebben, zoals echte elegantie, of volheid, of eenvoud, zoals het niets, zou dat uitleg behoeven. Maar als het een van die toevallige, gewone realiteiten zou zijn, hebben we geen verdere uitleg nodig. En volgens mij leven we inderdaad in zo'n realiteit. Dat vertelt de wetenschap ons. Begin deze week kregen we de opwindende informatie over de inflatietheorie, die een grote, oneindige, rommelige, willekeurige, doelloze realiteit voorspelt. Net zoals schuimende champagne zonder ophouden uit de fles borrelt, hebben we een enorm universum, grotendeels braakliggend, met kleine eilandjes van charme, orde en vrede. Dit inflationaire scenario werd bevestigd door waarnemingen met radiotelescopen in Antarctica die zochten naar tekenen van gravitatiegolven van net voor de Big Bang. Dat weten jullie natuurlijk allemaal. Ik denk dus dat er enig bewijs is dat dit echt de realiteit is waarmee we zitten opgescheept.

Nu, waarom zou dat je interesseren? Wel - (Gelach) - de vraag: "Waarom bestaat de wereld?", de kosmische vraag, komt wat overeen met een meer intieme vraag: "Waarom besta ik? Waarom besta jij?" Je eigen bestaan lijkt verbazingwekkend onwaarschijnlijk vanwege het enorme aantal genetisch mogelijke mensen. Als je het gaat berekenen door te kijken naar het aantal genen, het aantal allelen enzovoort, dan geeft een ruwe schatting je een getal van 10 tot de 10.000ste genetisch mogelijke mensen. Dat ligt tussen een googol en een googolplex. Het aantal mensen dat echt heeft bestaan, is 100 miljard, of 50 miljard. Dat is hier een infinitesimale fractie van. Wij zijn dus allemaal winnaars van deze fantastische kosmische loterij. Wij zijn er. Oké.

In welk soort realiteit willen we dan leven? Willen we in een speciale realiteit leven? Wat als we zouden leven in de meeste elegant mogelijke realiteit? Beeld je de existentiële druk in om dat op te brengen, om elegant te zijn, om niet uit de toon te vallen. Of wat als we in de volst mogelijke realiteit zouden leven? Ons bestaan zou dan gegarandeerd zijn omdat elk mogelijk ding in die realiteit bestaat. Maar onze keuzes zouden dan zonder betekenis zijn. Als ik moreel worstel en mij iets vertwijfeld afvraag en dan de moreel juiste keuze maak, welk verschil zou dat maken, omdat er een oneindig aantal versies van mij het ook zouden doen en een oneindig aantal het foute zouden doen? Mijn keuze zou betekenisloos zijn. In dat soort speciale realiteit willen we niet leven. En in de speciale realiteit van het niet-zijn zouden we deze conversatie niet voeren. (Gelach) Ik denk dat we in onze gewone, middelmatige realiteit leuke en minder leuke dingen hebben. We zouden de leuke dingen wat groter en de vervelende dingen wat kleiner kunnen maken, wat ons een soort doel in het leven zou kunnen geven. Het universum is absurd, maar we kunnen ons zelf een doel geven. Dat is leuk. En de algemene mediocriteit van de realiteit resoneert mooi met de mediocriteit die we diep van binnen voelen. Jullie voelen dat. Ik weet dat jullie allemaal speciaal zijn maar ergens toch ook middelmatig, vind je zelf ook niet? (Gelach) (Applaus)

Misschien vind je dit raadsel, dit mysterie van het bestaan een stom mysteriespelletje. Je bent niet verbaasd dat het universum er is en je bent in goed gezelschap. Bertrand Russell zei: "Ik zou zeggen dat het universum er is, dat is alles." Het naakte feit. Ik vroeg mijn professor bij Columbia, Sidney Morgenbesser, een groot filosofisch grappenmaker, eens: "Professor Morgenbesser, waarom is er iets en niet niets?" Hij antwoordde: "Ach, zelfs als er niets was, zou jij nog niet tevreden zijn."

Dus - (Gelach) - Oké. Jullie zijn dus niet verbaasd. Kan me niet schelen. Maar ik zal jullie tot slot iets vertellen dat jullie gegarandeerd zal verbazen, omdat het alle briljante, geweldige mensen heeft verbaasd, die ik hier ontmoette op de TED-conferentie, toen ik ze zei: "Nooit in mijn leven heb ik een mobieltje gehad." Dank u. (Gelach) (Applaus)