Jill Bolte Taylor
28,022,856 views • 18:19

Ik ben hersenonderzoeker geworden omdat ik een broer heb bij wie een hersenstoornis is vastgesteld: Schizofrenie. Als zus en later als wetenschapper wilde ik begrijpen waarom ik mijn dromen aan de werkelijkheid kan relateren en ervoor kan zorgen dat ze uitkomen. Wat speelt zich in het brein van mijn broer af? Hoe kan het dat hij door zijn schizofrenie niet in staat is zijn dromen te relateren aan een algemene en gedeelde realiteit, wat ze tot waanbeelden maakt?

Ik besloot mij te wijden aan onderzoek naar ernstige geestesziekten. Ik verhuisde van mijn geboortestaat Indiana naar Boston, waar ik werkte in het laboratorium van Dr. Francine Benes, aan de Harvard Department of Psychiatry. Daar stelden we onszelf de volgende vraag: "Wat zijn de biologische verschillen tussen de hersenen van mensen die normale controle hebben over lichaam en geest, en de hersenen van mensen die lijden aan schizofrenie, een schizoaffectieve stoornis of een bipolaire stoornis?"

We hielden ons bezig met het in kaart brengen van het brein: welke cellen communiceren met welke cellen, welke chemische stoffen worden daarvoor gebruikt, in welke hoeveelheden? Ik gaf mijn leven dus veel betekenis. Overdag hield ik me bezig met wetenschappelijk onderzoek, 's avonds en in het weekend reisde ik als vertegenwoordiger van NAMI, het nationale verbond voor geestesziekten. Tot ik 10 december 1996 bij het ontwaken tot de ontdekking kwam dat ik zelf een hersenstoornis had. Er was een bloedvat gebarsten in mijn linkerhersenhelft. En in de vier daaropvolgende uren kon ik niets anders dan toekijken terwijl mijn vermogen om informatie te verwerken wegviel. Op de ochtend van de bloeding kon ik niet lopen, spreken, lezen, schrijven of me iets van mijn leven herinneren. Ik was in feite een baby in het lichaam van een vrouw.

Iedereen die ooit een menselijk brein gezien heeft, weet dat de twee hersenhelften volledig van elkaar gescheiden zijn. Ik heb voor jullie een echt menselijk brein meegebracht. Dit is 'm - het menselijk brein.

Dit is de voorzijde van het brein, dit is de achterzijde met het eraan bungelende ruggenmerg, en zo zou het brein in mijn hoofd zitten. Nu we deze hersenen zo bekijken, is duidelijk te zien dat de twee hersencortexen volledig van elkaar gescheiden zijn. Voor de computergeleerden onder ons: onze rechterhersenhelft werkt zoals een parallelle processor, en onze linkerhersenhelft werkt zoals een seriële processor. De twee hersenhelften communiceren wel met elkaar via de hersenbalk, die bestaat uit circa 300 miljoen axonen of zenuwuitlopers. Maar voor de rest zijn de twee hersenhelften volledig van elkaar gescheiden. Omdat ze informatie op verschillende manieren verwerken, denken beide hersenhelften aan verschillende dingen, vinden verschillende dingen belangrijk, en je zou kunnen zeggen: ze hebben verschillende persoonlijkheden.

Excuseer. Dank u. Fijn. (Assistent: Heel fijn.) (Gelach)

Onze rechterhersenhelft kijkt alleen naar het heden. Alles wat telt is het 'hier en nu'. Onze rechterhersenhelft denkt in beelden en leert kinesthetisch door de beweging van ons lichaam. Informatie, in de vorm van energie, komt gelijktijdig binnen via al onze zintuigen en vormt een gigantische extatische collage van hoe het heden eruit ziet, hoe het heden ruikt en smaakt, hoe het voelt en klinkt. Ik ben een energetisch wezen, verbonden met alle energie rondom mij door het bewustzijn van mijn rechterhersenhelft. Wij zijn energetische wezens, met elkaar verbonden door het bewustzijn van onze rechterhersenhelften — één menselijke familie. En hier op deze plek, op dit moment, zijn we broeders en zusters, op aarde om de wereld te verbeteren. En in dit moment zijn we perfect, we zijn compleet en we zijn schitterend.

Mijn linkershersenhelft — onze linkerhersenhelft - is totaal anders. Onze linkerhersenhelft denkt lineair en methodisch. Onze linkerhersenhelft is volledig gericht op het verleden en op de toekomst. Onze linkerhersenhelft heeft als taak om uit die enorme collage van het heden details te filteren. Details, en meer details over die details. Vervolgens wordt al die informatie onderverdeeld en gestructureerd, gerelateerd aan alle ervaringen uit ons verleden en geprojecteerd op alle mogelijkheden in de toekomst. Onze linkerhersenhelft denkt in taal. Daar vindt al dat gebabbel plaats, dat mij en mijn binnenwereld verbindt met mijn buitenwereld. Daar bevindt zich het stemmetje dat zegt: "Vergeet niet bananen op te halen op weg naar huis. Ik heb ze morgenvroeg nodig."

Het is die berekenende intelligentie die aangeeft wanneer ik mijn was moet doen. Maar wellicht het allerbelangrijkste: Daar is dat stemmetje dat tegen me zegt: "Ik ben. Ik ben." Vanaf het moment dat mijn linkerhersenhelft dàt zegt ben ik afgescheiden. Ik word een individu, gescheiden van de energiestroom om mij heen, gescheiden van jou. Dit was het deel van mijn hersenen dat ik kwijtraakte op de ochtend van mijn beroerte.

Ik werd die ochtend wakker met een kloppende pijn achter mijn linkeroog. Het soort pijn — scherpe steken — die je krijgt als je in een ijsje bijt. De pijn hield me in zijn greep — en liet me weer gaan. Opnieuw werd ik vastgegrepen — en liet het me gaan. Omdat het voor mij ongebruikelijk was om iets van pijn te voelen, dacht ik: "Oké, ik begin gewoon aan mijn dagelijkse routine."

Ik stond op en sprong op mijn cardio-glider, een toestel waarmee je al je spieren traint. Toen ik daar zo op dat ding stond, merkte ik op dat mijn handen zich als primitieve klauwen om de stang klemden. En ik dacht: "Eigenaardig." Ik keek neer op mijn lichaam en ik dacht: "Wauw, wat een bizar ding ben ik." Het was alsof mijn bewustzijn was verschoven van mijn normale perceptie van de werkelijkheid, waarbij ik de persoon was die op dat apparaat die ervaring had, naar een esoterische ruimte waar ik er getuige van was dat ik deze ervaring had.

Heel eigenaardig allemaal, en mijn hoofdpijn werd steeds erger. Dus stapte ik van het apparaat af. Ik loop rond in mijn woonkamer, en ik merk dat alles in mijn lichaam vertraagd is. Iedere stap die ik zet is stijf en zeer doelbewust. Er is geen vloeiend ritme, en er is een zekere mate van beperking in mijn waarnemingen. Ik ben uitsluitend gericht op interne systemen. Even later stond ik in mijn badkamer, klaar om in de douche te stappen, en ik kon letterlijk de dialoog in mijn lichaam horen. Ik hoorde een stemmetje zeggen: "Oké, die spieren moeten samentrekken. Die andere moeten ontspannen."

En toen verloor ik mijn evenwicht. Ik hang daar tegen de muur, en ik kijk neer op mijn arm en ik besef dat ik niet langer de grenzen van mijn lichaam kan bepalen. Ik kan niet aangeven waar ik begin en waar ik eindig, omdat de atomen en moleculen van mijn arm zich vermengen met de atomen en moleculen van de muur. Het enige wat ik kon waarnemen, was energie.

Ik stelde mijzelf de vraag: "Wat is er aan de hand? Wat gebeurt er met me?" En op dat moment viel het gebabbel in mijn linkerhersenhelft volkomen stil. Net alsof iemand met de afstandbediening het geluid uit had gezet. Totale stilte. In eerste instantie vond ik het schokkerend om in een stilgevallen hoofd te verkeren. Maar direct daarop raakte ik geboeid door de energiepracht om mij heen. En omdat ik niet langer aan kon geven waar mijn lichaam ophield, voelde ik me enorm en uitgestrekt. Ik voelde me één met alle energie om mij heen, en het was prachtig.

Plotseling diende mijn linkerhersenhelft zich weer aan en riep: "Hé! We hebben een probleem! We hebben een probleem. We moeten hulp zoeken." En ik ga erop in: "Problemen. Er zijn problemen. Oké, oké, ik heb een probleem."

Maar direct daarop keerde ik weer terug naar mijn bewustzijn — een plek die ik liefdevol heb gedoopt tot 'La La Land'. Het was er prachtig. Stel je voor: je bent helemaal los van het hersengebabbel, er is geen verbinding met de buitenwereld.

Ik bevond me dus op die plek, en mijn baan met alle bijbehorende stress was weggevallen. Ik voelde me lichter in mijn lichaam. Stel je voor: alle relaties in de buitenwereld en alle stressfactoren die daarmee verband houden — alles is weg. Ik voelde me heel vredig. Stel je voor: 37 jaar emotionele bagage valt van je af! (Gelach) O! Ik was zó gelukkig. Euforisch. Het was prachtig.

Weer begint mijn linkerhersenhelft op me in te praten: "Hé! Wel blijven opletten. Er moet hulp komen." En ik denk: "Ik moet hulp halen. Ik moet me concentreren." Ik kom onder de douche vandaan, kleed me mechanisch aan. Ik loop door mijn flat en denk: "Ik moet naar mijn werk. Ik moet naar mijn werk. Kan ik rijden? Kan ik rijden?"

Op dat moment viel mijn rechterarm slap tegen mijn lichaam. Ik realiseerde me: "O, god! Dit is een beroerte! Dit is een beroerte!"

Mijn hersenen reageren enthousiast: "Wauw! Vet cool." (Gelach) "Echt vet cool! Hoeveel hersenwetenschappers krijgen de kans hun eigen hersenen van binnenuit te bestuderen?" (Gelach)

Dan bedenk ik me: "Maar ik heb het hartstikke druk!" (Gelach) "Ik heb geen tijd voor een beroerte!"

En ik besluit: "Oké, ik kan die beroerte niet tegenhouden. Ik doe dit een paar weken, en dan ga ik weer verder met mijn routine. Ik moet om hulp vragen. Mijn werk bellen." Ik wist het telefoonnummer niet meer, maar ik wist dat in mijn werkkamer een van mijn eigen visitekaartjes lag. Ik ga ernaar toe en trek een dikke stapel visitekaartjes tevoorschijn. Ik kijk naar het bovenste kaartje en hoewel ik me mijn eigen kaartje helder voor de geest kon halen, wist ik niet of dit nu mijn kaartje was. Ik zag alleen maar pixels. De pixels van de woorden vermengden zich met de pixels van de achtergrond en van de symbolen. Ik kon er geen wijs uit worden. Dus wachtte ik tot zich een golf van helderheid aandiende. Op zo'n moment kon ik weer contact maken met de realiteit, en dan zag ik dat is 'm niet... dat is 'm niet... dat is 'm niet. Drie kwartier later had ik éénderde van de stapel visitekaartjes gehad. In die 45 minuten ging de bloeding gewoon door in mijn linkerhersenhelft. Ik snap niets van getallen. Ik weet niet hoe de telefoon werkt. Maar dit is het enige plan dat ik heb. Ik pak het telefoontoestel en ik pak het visitekaartje en ik leg ze beide voor me neer. Ik kijk naar de vorm van de krabbels op het kaartje en zoek de bijpassende krabbels op het telefoontoestel. Af en toe zweefde ik weer naar La La Land en als ik daarna terugkwam, wist ik niet of ik de nummers al ingetoetst had. Dus ik hevelde mijn verlamde arm erheen en bedekte de cijfers die ik had ingetoetst zodat ik bij terugkeer in de realiteit wist: "Dat cijfer heb ik al gehad."

Eindelijk is het hele nummer ingetoetst. Ik houd de hoorn bij mijn oor, mijn collega neemt op en zegt tegen me: "Woo woo woo woo." (Gelach) En ik denk: "Hemel, hij klinkt als een Golden Retriever!"

Ik zeg tegen hem — althans, ik denk dat ik duidelijk zeg: "Met Jill! Ik heb hulp nodig!" Maar wat ik hoor is dit: "Woo woo woo woo woo." En ik denk: "Hemel, nu klink ik zelf als als een Golden Retriever." Ik wist dus niet dat ik geen woorden kon uitspreken of verstaan, tot ik het probeerde. Mijn collega begrijpt dat ik hulp nodig heb en regelt dat.

Een poosje later word ik in een ambulance overgebracht naar het Massachusetts General Hospital. Ik ga liggen in de foetushouding. Als een ballon waaruit het laatste beetje lucht langzaam wegloopt, voel ik mijn energie opstijgen. Ik voel dat mijn geest zich overgeeft.

Op dat moment wist ik: Ik ben niet langer de baas over mijn eigen leven. Ofwel de artsen redden mijn lichaam en geven me een tweede kans, of dit is wellicht het moment waarop ik de wereld verlaat.

Toen ik later die middag bijkwam, ontdekte ik tot mijn schrik dat ik nog leefde. Toen ik voelde dat mijn geest zich overgaf, nam ik afscheid van mijn leven. En nu verkeerde ik tussen twee heel uiteenlopende realiteiten. De stimulatie die binnenkwam via mijn zintuigen voelde aan als pijn. Licht brandde op mijn netvlies, geluiden waren zo luid en chaotisch dat ik er geen stemmen uit kon filteren. Ik wilde niets liever dan ontsnappen. Omdat ik niet kon bepalen hoe mijn lichaam zich tot de ruimte verhield, voelde ik me enorm en uitgestrekt, als een geest die uit de fles gekomen was. Mijn geest zweefde, als een grote walvis koersend door een zee van stil geluk. Nirvana. Ik had Nirvana gevonden. Het zou me nooit lukken om mijn reusachtige Ik terug te proppen in dat kleine lichaam.

Toen realiseerde ik me: "Ik leef nog! Ik leef nog, èn ik heb Nirvana gevonden. Als ik Nirvana heb gevonden en nog in leven ben, kan iedereen bij leven Nirvana vinden." De wereld zou vol prachtige, vreedzame, barmhartige, liefdevolle mensen zijn, die wisten dat zij altijd naar deze plek konden komen. Bewust konden zij kiezen om rechts van hun linkerhersenhelft deze vrede te vinden. Ik realiseerde me wat een geweldig cadeau deze ervaring zou kunnen zijn. Deze beroerte zou inzicht kunnen verschaffen in het leven zoals wij het leven. Dat motiveerde me om te herstellen.

Tweeënhalve week na de bloeding werd via een chirurgische ingreep een bloedprop ter grootte van een golfbal verwijderd, die op het taalgebied drukte. Dit ben ik met mijn moeder, een ware engel in mijn leven. Het kostte me acht jaar om volledig te herstellen.

Wie zijn we? We zijn de levenskracht van het heelal, handvaardige en cognitieve wezens met twee hersenhelften. Wij zijn in staat om te kiezen, van moment tot moment, wie we willen zijn en hoe we in de wereld willen staan. Ik kan in het hier en nu kiezen om bewust te verkeren in mijn rechterhersenhelft ...waar wij ZIJN. Ik BEN de levenskracht van het universum. Ik ben de levenskracht van de 50 biljoen schitterende moleculaire genieën waaruit ik ben opgebouwd, één met al wat is. Ik kan er ook voor kiezen om bewust te verkeren in mijn linkerhersenhelft. Dan ben ik een individu, een vast lichaam. Gescheiden van de flow, gescheiden van jullie. Ik ben Dr. Jill Bolte Taylor: Intellectueel, neuroanatomist. Dat zijn de twee wezens waaruit ik besta. Waar zou u voor kiezen? Waar kiest u voor? En wanneer? Ik ben ervan overtuigd dat we door bewust te kiezen voor de diepe innerlijke vrede van onze rechterhersenhelft, vrede uitstralen en ook daadwerkelijk kunnen bewerkstelligen op aarde.

Dat leek me wel een idee dat de moeite waard is. Dank je. (Applaus)