Glenn Greenwald
2,124,217 views • 20:37

Er is een genre YouTube-video's gewijd aan een ervaring die iedereen hier vast al heeft gehad. Het gaat om individuen die, in de waan dat ze alleen zijn, expressief gedrag vertonen — wild gezang, wervelende dans, milde seksuele activiteit — om dan te ontdekken dat ze eigenlijk niet alleen zijn, dat iemand stiekem meekijkt. Zodra ze dat in de gaten hebben, stoppen ze meteen met wat ze deden. Ze vinden het afschuwelijk. Het gevoel van schaamte en vernedering staat op hun gezicht te lezen. Het gevoel van "dit is iets waartoe ik alleen bereid ben als niemand meekijkt".

Daar draait het om in het werk waarmee ik intens bezig ben geweest de afgelopen 16 maanden. De vraag waarom privacy ertoe doet, is gerezen in de context van een mondiaal debat dat mogelijk werd doordat Edward Snowden onthulde dat de VS en hun bondgenoten, buiten medeweten van de hele wereld, het internet hebben omgevormd — ooit ingehaald als middel zonder weerga tot bevrijding en democratisering — tot een zone zonder weerga van massaal toezicht zonder onderscheid.

Er is een algemeen gevoel dat rijst in dit debat, zelfs bij mensen die zich niet goed voelen bij massaal toezicht, dat er niets kwaads is aan deze grootschalige invasie omdat alleen mensen die zich met slechte dingen inlaten, een reden hebben om zich te verbergen en om hun privacy te geven. Dit wereldbeeld is impliciet gestoeld op de stelling dat er twee soorten mensen op de wereld zijn, goede mensen en slechte mensen. Slechte mensen zijn zij die terreuraanslagen beramen of gewelddadige criminelen die redenen hebben om te verbergen wat ze doen, redenen om om hun privacy te geven. Goede mensen daarentegen zijn mensen die gaan werken, thuiskomen, kinderen opvoeden, tv kijken. Zij gebruiken het internet niet om aanslagen te beramen maar om het nieuws te lezen, recepten uit te wisselen en de voetbalwedstrijden van hun kinderen te plannen. Zij doen niets verkeerd en hebben dus niets te verbergen en niets te vrezen als de overheid hen in de gaten houdt.

De mensen die dat zeggen, stellen een zeer extreme daad van zelfkastijding. Ze zeggen eigenlijk: "Ik heb beslist om van mijzelf een zo onschuldig, niet-bedreigend en saai personage te maken dat ik niet bang ben dat de overheid weet wat ik doe." Deze denktrant vond haar zuiverste uitdrukking in een interview uit 2009 met de man die lange tijd CEO van Google was, Eric Schmidt, die, op vragen over de manieren waarop zijn bedrijf de privacy schendt van honderden miljoenen mensen op de wereld, dit antwoordde: "Als je iets doet waarvan je niet wil dat anderen het weten, dan moet je dat misschien gewoon niet doen."

Er valt veel te zeggen over die mentaliteit, om te beginnen dat diegenen die zeggen dat privacy niet echt belangrijk is, dat niet echt geloven. Je merkt dat ze het niet echt geloven omdat ze in woorden zeggen dat privacy er niet toe doet, maar hun daden zijn erop gericht om hun privacy te beschermen. Ze zetten paswoorden op hun emails en hun accounts op sociale media, ze zetten sloten op de deur van hun slaap- en badkamer, allerlei stappen om te vermijden dat anderen binnentreden in wat ze als hun privé-domein beschouwen en te weten komen wat ze voor anderen verborgen willen houden. Diezelfde Eric Schmidt, CEO van Google, gaf zijn medewerkers de opdracht om niet meer te spreken met het online internetmagazine CNEt nadat dat een artikel had gepubliceerd vol persoonlijke privé-informatie over Eric Schmidt, die het uitsluitend had verzameld via Google-search en met gebruik van andere Google-producten. (Gelach) Dezelfde tweedeling zie je bij de CEO van Facebook, Mark Zuckerberg, die in een berucht interview in 2010 verklaarde dat privacy geen 'sociale norm' meer is. Vorig jaar kochten Mark Zuckerberg en zijn bruid niet alleen hun eigen huis maar ook de vier aanpalende huizen in Palo Alto, voor een totaal van 30 miljoen dollar, om er zeker van te zijn dat ze een zone met privacy zouden hebben waardoor andere mensen niet konden nagaan wat ze doen in hun eigen leven.

De voorbije 16 maanden heb ik hierover wereldwijd gepraat, en elke keer wierp iemand op: "Ik maak me niet druk over privacy want ik heb niets te verbergen." Mijn antwoord is altijd hetzelfde. Ik neem een pen en noteer mijn email-adres. Ik zeg: "Hier is mijn email-adres. Ik stel voor dat je me bij thuiskomst de paswoorden mailt van al je email-accounts, niet alleen de respectabele, die van het werk, maar alle accounts, want ik wil mijn gangen gaan in wat je op het internet uitspookt, lezen wat ik wil lezen en publiceren wat ik interessant vind. Tja, als je geen slecht mens bent, als je niets fout doet, dan mag je niets te verbergen hebben.

Ik ken niemand die me aan dat aanbod heeft gehouden. Ik check en — (Applaus) Ik check dit emailadres regelmatig, minutieus. Het is een godvergeten plek. En daar is een reden voor, namelijk dat wij mensen, zelfs diegenen die in woorden het belang van hun eigen privacy minimaliseren, instinctief begrijpen hoe enorm belangrijk het is. Het is waar dat wij mensen sociale dieren zijn. We hebben nood aan andere mensen om te weten wat te doen, zeggen en denken, en daarom publiceren we online vrijwillig informatie over onszelf. Maar het is even essentieel voor de definitie van vrij en volkomen mens-zijn dat je een plaats hebt waar je heen kan en waar je vrij kan zijn van de veroordelende blik van anderen. De reden waarom we dat opzoeken, is dat wij allen — niet alleen de terroristen en criminelen, maar iedereen — dingen te verbergen hebben. We doen en denken allerlei dingen die we wel aan onze dokter willen vertellen, of onze advocaat, psycholoog of echtgenoot, of onze beste vriend, maar die we voor geen geld met de rest van de wereld willen delen. We nemen elke dag beslissingen over de dingen die we zeggen en denken en doen, en die andere mensen mogen weten, en de dingen die we zeggen en denken en doen en die andere mensen niet mogen weten. Mensen kunnen in woorden belijden dat ze geen belang hechten aan privacy, terwijl hun acties de authenticiteit ervan ontkennen.

Er is een reden waarom er zo'n diep verlangen is naar privacy, universeel en instinctief. Het is niet gewoon een reflex, als ademen of drinken. Dat komt doordat, als we kunnen gemonitord en bekeken worden, ons gedrag drastisch wijzigt. Het gamma aan mogelijke gedragingen dat we overwegen als we denken dat we bekeken worden, wordt veel kleiner. Dat is gewoon de menselijke natuur. De sociale wetenschappen erkennen dit, net als de literatuur, de religie en vrijwel alle andere domeinen. Er zijn duizenden psychologische onderzoeken die aantonen dat als iemand weet dat hij misschien bekeken wordt, zijn gedrag veel conformistischer en braver wordt. Menselijke schaamte is een krachtige motivator, en het verlangen om eraan te ontsnappen is dat ook. Daarom nemen mensen die bekeken worden, beslissingen die niet het resultaat van hun eigen drijfveren zijn, maar die gaan over de verwachtingen die anderen over hen hebben of over de dwingende regels van de sociale wenselijkheid.

Dit resultaat werd het krachtigste uitgebuit voor pragmatische doeleinden door de 18de-eeuwse filosoof Jeremy Bentham, die een belangrijk vraagstuk ging oplossen dat het industriële tijdperk met zich meebracht, toen instellingen voor het eerst zo groot en gecentraliseerd werden dat ze niet meer in staat waren tot monitoring en controle van elk individueel lid. Zijn oplossing was een architecturaal ontwerp dat oorspronkelijk voor gevangenissen bedoeld was en dat hij het panopticon noemde. Het belangrijkste kenmerk was de bouw van een enorme toren in het midden van de instelling, waar de controleur van dienst op elk moment elke gevangene kon bekijken, hoewel ze ze niet allemaal tegelijk konden bekijken. Cruciaal bij dit ontwerp was dat de gevangen niet konden binnenkijken in het panopticon, de toren, zodat ze nooit wisten of en wanneer ze bekeken werden. Wat hij spannend vond aan deze ontdekking, was dat dat betekende dat de gevangenen er zouden van moeten uitgaan dat ze bekeken werden, op elk moment, wat de ultieme manier zou zijn om gehoorzaamheid af te dwingen. De 20e-eeuwse Franse filosoof Michel Foucault besefte dat dat model dienstig kon zijn, niet alleen voor gevangenissen, maar voor alle instellingen die menselijk gedrag willen controleren: scholen, ziekenhuizen, fabrieken, werkplekken. Hij zei dat deze ingesteldheid, dit kader dat Bentham had ontdekt, de sleutel was tot maatschappelijke controle voor moderne, Westerse samenlevingen, die geen nood meer hebben aan de openlijke wapens van de tirannie — straffen, gevangen zetten, dissidenten vermoorden, wettelijk verplichte trouw aan een partij — omdat massatoezicht een gevangenis in het hoofd schept die veel subtieler is, via veel subtielere middelen om de naleving van sociale normen of sociale orthodoxie af te dwingen, veel effectiever dan brute kracht ooit kan zijn.

Het meest iconische literaire werk over toezicht en privacy is '1984', het boek van George Orwell, dat we allemaal leren op school en dat haast een cliché is geworden. Als je het vermeldt in een debat over toezicht, wijst men het meteen af als niet-toepasselijk, want "in '1984' stonden er monitors in de huizen van de mensen, ze stonden voortdurend onder toezicht, en dat heeft niets te maken met de toezichtsstaat die wij kennen." Dat is een fundamentele misvatting over de waarschuwingen van Orwell in '1984'. Die waarschuwing ging over een toezichtsstaat die niet iedereen altijd volgde, maar waarin mensen wisten dat ze altijd konden gevolgd worden. Dit is de beschrijving door Orwell's verteller, Winston Smith, van het toezichtssysteem in kwestie: "Je kon natuurlijk niet weten of je op een bepaald moment bekeken werd. Hij gaat verder: "Ze konden jouw systeem aanzetten naar eigen goeddunken. Je moest leven, en dat deed je, op basis van een gewoonte die een instinct werd, in de veronderstelling dat elk geluid dat je maakte, afgeluisterd werd en elk moment bekeken, behalve als het donker was.

De Abrahamitische godsdiensten poneren op dezelfde manier dat er een onzichtbare, alziende overheid is die in haar alwetendheid altijd ziet wat je doet, waardoor je nooit een privé-moment hebt, wat de ultieme manier is om gehoorzaamheid af te dwingen.

Wat deze schijnbaar uiteenlopende werken erkennen, hun gemeenschappelijke conclusie, is dat een samenleving waarin mensen altijd in de gaten kunnen gehouden worden, er een is die leidt tot conformisme, gehoorzaamheid en onderworpenheid, en dat is waarom elke tiran, van de meest openlijke tot de meest subtiele, naar dat systeem verlangt. Omgekeerd, en nog belangrijker, is het rijk van de privacy, de mogelijkheid om naar een plek te gaan waar we kunnen denken, redeneren, met elkaar omgaan en praten zonder dat anderen een afkeurende blik op ons werpen, de plek waar creativiteit, verkenning en afwijkende meningen uitsluitend resideren. Daarom is het dat als we een samenleving laten bestaan waarin we aan constant toezicht onderworpen zijn, we de essentie van de menselijke vrijheid ernstig laten verminken.

Het laatste dat ik wil opmerken over deze ingesteldheid, het idee dat alleen wie iets fout doet, dingen te verbergen heeft en dus moet inzitten met zijn privacy, is dat er twee erg destructieve boodschappen inzitten, twee destructieve lessen. Ten eerste, dat de enigen die met privacy inzitten, de enigen die naar privacy op zoek zijn, per definitie slechte mensen zijn. Deze conclusie zouden we om allerlei redenen moeten vermijden, bovenal omdat als je het hebt over "iemand die slechte dingen doet", je wellicht dingen bedoelt als terroristische aanslagen plannen of een gewelddadige crimineel zijn, een veel enger concept van wat mensen aan de macht bedoelen als ze "slechte dingen doen" zeggen. Voor hen betekent dat typisch iets doen dat een grote hinderpaal is voor het uitoefenen van hun eigen macht.

De andere echt destructieve, en volgens mij nog verraderlijker les die volgt uit het aanvaarden van deze ingesteldheid, is die van een impliciete ruil die wordt aanvaard door mensen met deze ingesteldheid, namelijk: als je bereid bent om jezelf voldoende onschadelijk te maken, voldoende niet-bedreigend voor de politieke machthebbers, dat je pas dan vrijgesteld bent van de gevaren van het toezicht. Alleen de dissidenten die de macht in vraag stellen, moeten zich zorgen maken. Er zijn allerlei redenen waarom we die les zouden moeten vermijden. Misschien ben jij iemand die op dit moment dat soort gedrag niet wil vertonen, maar dat kan veranderen in de toekomst. Zelfs als je beslist om het nooit te doen, dan nog is het feit dat anderen bereid en in staat zijn om te weerstaan aan en verzet te bieden aan de machthebbers — dissidenten en journalisten, activisten en nog een resem anderen — iets dat ons als samenleving ten goede komt en dat we dus moeten koesteren. Even cruciaal is dat de maat van de vrijheid van een samenleving niet haar behandeling is van goede, gehoorzame, volgzame burgers, maar wel die van dissidenten en van wie aan de orthodoxie weerstaat. Maar de belangrijkste reden is dat een systeem van massaal toezicht onze eigen vrijheid op allerlei manieren beperkt. Het maakt allerlei gedragskeuzes onmogelijk zonder dat we nog maar beseffen dat het gebeurd is. De befaamde socialistische activiste Rosa Luxemburg zei ooit: "Wie niet beweegt, voelt zijn ketenen niet." We kunnen de ketenen van het massale toezicht onzichtbaar of onnaspeurbaar maken, maar de beperkingen die het ons oplegt blijven even machtig.

Hartelijk dank.

(Applaus)

Dankuwel.

(Applaus)

Dankuwel.

(Applaus)

Bruno Giussani: Glenn, bedankt. Je betoog is nogal overtuigend, moet ik zeggen. Maar ik wil je terugbrengen naar de afgelopen 16 maanden en naar Edward Snowden, met enkele vragen, als je het niet erg vindt. De eerste is voor jou persoonlijk. We lazen over de arrestatie van je partner, David Miranda, in Londen, en over andere moeilijkheden, maar ik neem aan dat, wat persoonlijk engagement en risico betreft, de druk op jou niet zo gemakkelijk is, tegenover de grootste soevereine organisaties ter wereld. Kan je daar wat over vertellen?

Glenn Greenwald: Volgens mij is de moed die mensen hierbij betonen, besmettelijk. Hoewel ikzelf en de andere journalisten met wie ik werkte, ons bewust waren van het risico — de VS is nog steeds het machtigste land ter wereld en stelt het niet op prijs als je duizenden van hun geheimen prijsgeeft op het internet, bewust — als je een 29-jarige gewone mens ziet, die opgroeide in een heel gewone omgeving, en die de mate van principiële moed aan de dag legt van Edward Snowden, die wist dat hij de rest van zijn leven gevangen zou zitten, of dat zijn leven uiteen zou vallen, dan inspireerde dat mij, andere journalisten en mensen overal ter wereld, met inbegrip van toekomstige klokkenluiders om te beseffen dat zij dat gedrag ook kunnen vertonen.

BG: Ik vraag me af, je relatie met Ed Snowden — je hebt hem vaak gesproken en dat doe je allicht nog, maar in je boek noem je hem nooit Edward, of Ed, je zegt 'Snowden'. Waarom?

GG: Dat is voer voor psychologen. (Gelach) Ik weet het niet, volgens mij was één van zijn belangrijkste doelstellingen en tactieken dat hij wist dat, om de aandacht af te leiden van de inhoud van de onthullingen, men zou proberen om de focus op zijn persoon te leggen. Daarom schuwde hij de media. Hij probeerde te zorgen dat zijn persoonlijke leven nooit onder vuur kwam te liggen. Door hem Snowden te noemen, probeer ik hem te identificeren als een belangrijk historisch personage eerder dan hem te personaliseren, wat de aandacht van de inhoud zou kunnen afleiden.

BG: Zijn onthullingen, jouw analyse, het werk van andere journalisten hebben het debat op een ander niveau getild. Vele regeringen hebben gereageerd, ook hier in Brazilië, met projecten en programma's die het ontwerp van het internet wat moeten wijzigen. Veel van die dingen zijn aan de gang. Ik vraag me af hoe, voor jou persoonlijk, het eindspel eruit ziet. Wanneer zal je denken: we hebben echt een steen verlegd?

GG: Het eindspel voor mij als journalist is heel simpel: ervoor zorgen dat elk document met nieuwswaarde dat onthuld zou moeten worden, ook onthuld wordt en dat geheimen die niet hadden moeten bewaard worden, onthuld worden. Dat is voor mij de essentie van journalistiek en daar zet ik me voor in. Omdat ik massaal toezicht hatelijk vind om de redenen die ik net vermeldde, zie ik dit als een werk dat pas eindigt als overheden over de hele wereld niet meer hele bevolkingen aan toezicht kunnen onderwerpen tenzij ze een rechtbank of entiteit overtuigen dat de persoon die ze in het vizier hebben, ook echt iets fout heeft gedaan. Zo kan privacy volgens mij aan een tweede jeugd beginnen.

BG: Snowden, dat zagen we bij TED, is er goed in om zichzelf voor te stellen als voorvechter van democratische waarden en democratische principes. Maar vele mensen geloven niet echt dat dat zijn enige motivaties zijn. Ze geloven niet echt dat er geen geld aan te pas kwam, dat hij geen geheimen heeft verkocht aan China of Rusland, die duidelijk niet de beste vrienden zijn van de VS op dit moment. Ik ben zeker dat vele mensen hier zich dezelfde vraag stellen. Denk je dat het mogelijk is dat we dit deel van Snowden nog niet gezien hebben?

GG: Nee, dat vind ik absurd en idioot. (Gelach) Als je wilde, en ik weet dat je gewoon advocaat van de duivel speelt, maar als je geheimen wilde verkopen aan een ander land, wat had gekund, en hij zou er puissant rijk van zijn geworden, dan zou je die geheimen zeker niet aan journalisten geven en hen vragen om die te publiceren, want daardoor worden ze waardeloos. Mensen die zich willen verrijken, verkopen stiekem geheimen aan de overheid. Maar er is nog een belangrijk punt, namelijk dat de beschuldiging komt van mensen van de VS-overheid, van media die loyaal zijn aan deze regeringen. Als mensen anderen daarvan beschuldigen, — "Oh, dat kan hij niet gewoon om principiële redenen doen, hij zal wel een corrupt motief hebben", — dan zeggen ze meer over zichzelf dan over hun doelwit, want — (Applaus) — die mensen die de beschuldigingen uiten, handelen zelf nooit om een andere dan een corrupte reden, en dus veronderstellen ze dat alle anderen dezelfde ziekte als zij hebben, en aan zielloosheid lijden. Dat is de veronderstelling. (Applaus)

BG: Glenn, zeer hartelijk dank. GG: Hartelijk dank.

BG: Glenn Greenwald. (Applaus)