Return to the talk Return to talk

Transcript

Select language

Translated by Rik Delaet
Reviewed by Els De Keyser

0:11 Denk even dat je een spelletje Monopoly speelt. Maar nu is die combinatie van vaardigheid, talent en geluk die je succes uitmaakt bij het spelen, zoals in het leven, irrelevant gemaakt. Dit spel is vervalst in jouw voordeel. Je krijgt meer geld, meer bewegingsvrijheid over het bord en betere kansen dan je tegenstander. Vraag jezelf dan eens af hoe die ervaring een bevoorrechte speler te zijn in een vervalst spel de manier waarop je over jezelf denkt, gaat veranderen en hoe je de andere speler gaat bekijken. Op de campus van U.C. Berkeley deden we een studie om precies daarop een antwoord te vinden. Wij brachten meer dan 100 paren, vreemden voor elkaar, samen in het lab. Met een muntopgooi bepaalden we telkens wie van elk paar de rijke speler werd in een vervalst spel. De rijke spelers kregen twee keer zoveel geld. Wanneer ze langs Start kwamen, kregen ze het dubbele bedrag. Ze speelden met 2 dobbelstenen en de ander met 1, en konden dus veel sneller rondgaan. (Gelach) 15 minuten lang observeerden we hen met verborgen camera's. Voor de eerste keer deel ik jullie wat resultaten mee. Sorry voor de soms slechte geluidskwaliteit, maar dat komt door de verborgen camera's. Daarom hebben we er ondertitels onder gezet. Rijke Speler: Hoeveel briefjes van 500 heb je? Arme speler: Slechts één. Rijke Speler: Echt? Arme Speler: Ja. Rijke Speler: Ik heb er drie. (Lacht) Ik weet niet waarom ze me er zoveel gaven. Paul Piff: De spelers hadden al gauw door dat er iets mis was. De een kreeg duidelijk veel meer geld dan de ander, en toch, naarmate het spel vorderde, zagen we heel opmerkelijke en dramatische verschillen ontstaan tussen de twee spelers. De rijke speler begon luider het bord rond te gaan, klopte echt met zijn pion op het bord terwijl hij rond ging. We kregen vaker tekenen van dominantie, non-verbale tekens, machtsvertoon en gejuich te zien bij de rijke spelers. Naast het bord stond een kom zoutjes. Daar rechts vanonder. Zo konden we het eetgedrag van de deelnemers bekijken. We hielden bij hoeveel zoutjes de deelnemers aten. Rijke Speler: Die zoutjes, zit daar iets achter? Arme Speler: Ik weet het niet. PP: Geen verrassingen dus, ze hebben ons door. Zij vragen zich af wat die kom zoutjes daar überhaupt komt doen. Zoals u net zag, vraagt er een zelfs naar de bedoeling ervan. Desondanks dwingt de situatie onvermijdelijk tot dominant gedrag. Die rijke spelers beginnen meer zoutjes te eten. Rijke Speler: Ik hou van zoutjes. (Gelach) PP: Een van de echt interessante en dramatische patronen die we in de loop van het spel zagen ontstaan, was dat het gedrag van de rijke spelers onbeschofter werd tegenover de ander. Ze werden steeds ongevoeliger voor de benarde situatie van die arme, arme spelers, en steeds demonstratiever over hun materiële succes, meer geneigd om te laten zien hoe goed ze het wel deden. Rijke Speler: Ik heb geld voor alles. Arme Speler: Hoeveel is dat? Rijke Speler: Je moet me 24 dollar. Dadelijk ben je al je geld kwijt. Ik koop het. Ik heb zoveel geld. Ik heb genoeg geld, ik kan ertegen. Rijke Speler 2: Ik koop het hele bord op. Rijke Speler 3: Dra ben je al je geld kwijt. Nu krijg je me er niet meer onder. PP: Wat hier echt interessant aan is, is dat we na die 15 minuten de spelers vroegen om te praten over hun ervaringen tijdens het spel. Als de rijke spelers uitlegden waarom ze onvermijdelijk hadden gewonnen in dit doorgestoken spelletje Monopoly -- (Gelach) — hadden ze het over wat ze hadden gedaan om die verschillende eigendommen te kopen en succes in het spel te verdienen. Ze hadden veel minder oog voor de verschillende voorwaarden van de situatie, met inbegrip van de muntopgooi die hen in de eerste plaats toevallig een bevoorrechte positie had bezorgd. Dat is een echt ongelooflijk inzicht in hoe de geest zin geeft aan bevoordeligd zijn. Nu kan dit spelletje Monopoly worden gebruikt als een metafoor om de samenleving te begrijpen, en de hiërarchische structuur, waarin sommige mensen veel rijkdom en status hebben, en een heleboel anderen niet. Ze hebben veel minder rijkdom, status en toegang tot waardevolle hulpbronnen. In de afgelopen zeven jaar hebben mijn collega's en ik de effecten van dit soort hiërarchieën bestudeerd. Uit tientallen studies met duizenden deelnemers in dit land leidden we af dat naarmate iemands rijkdom toeneemt zijn gevoelens van medeleven en empathie afnemen, en hun gevoel van recht hebben op, van eigen verdienste en hun ideologie van eigenbelang toenemen. In enquêtes vonden we dat rijkere individuen eerder hebzucht vergoelijkten, en dat het nastreven van eigenbelang terecht en moreel is. Ik wil het vandaag hebben over enkele implicaties van deze ideologie van eigenbelang, waarom we ermee moeten inzitten om te eindigen met wat eraan gedaan kan worden. Enkele van de eerste studies keken naar het hulpgedrag, wat sociaal psychologen prosociaal gedrag noemen. We wilden weten wie eerder hulp biedt aan een ander: een rijke of een arme? In één van de studies brengen we rijke en arme mensen in het lab en geven ze elk 10 dollar. We vertelden ze dat ze die 10 dollar voor zichzelf konden houden of ze konden delen -- als ze dat wilden -- met een vreemde. Volledig anoniem. Ze zullen die vreemde nooit ontmoeten. Wij keken hoeveel mensen geven. Individuen die 25.000 tot minder dan 15.000 dollar per jaar verdienen, gaven 44 procent meer van hun geld aan de vreemde dan individuen die 150.000 tot 200.000 dollar per jaar verdienden. We lieten mensen spelen om te zien wie eerder vals speelt om hun kansen op het winnen van een prijs te verhogen. In een van die spellen vervalsten we een computer zodat je nooit meer dan een bepaalde score kon behalen met dobbelstenen. Je kon nooit meer dan 12 halen, en toch, hoe rijker je was, hoe groter de kans was dat je ging bedriegen om een geldprijs van $50 te verdienen. Soms drie tot vier keer zo vaak. In een andere studie keken we of mensen geneigd waren snoep weg te nemen uit een pot die wij uitdrukkelijk voor de kinderen hadden gereserveerd -- (Gelach) — Ik ben serieus. Ik weet dat het als een grap klinkt, maar wij zegden expliciet tegen de deelnemers dat deze pot voor de kinderen in het naburige lab bedoeld was. Ze nemen daar deel aan het onderzoek. Dit is voor hen. En we keken hoeveel snoep de deelnemers namen. Deelnemers die zich rijk voelden, namen twee keer zoveel snoep als deelnemers die zich arm voelden. We hebben zelfs auto’s bestudeerd. Niet zomaar auto's, maar of chauffeurs van verschillende soorten auto's meer of minder geneigd waren om de wet te overtreden. In één van deze studies keken we of chauffeurs zouden stoppen voor een voetganger die stond te wachten om een zebrapad over te steken. In Californië zoals je wel weet, want ik weet zeker dat we dit allemaal doen, moet je stoppen voor een voetganger die wacht om over te steken. Zo deden we dat. Links staat onze medewerker die zich voordoet als een voetganger. Hij nadert en de rode vrachtwagen stopt. Op typische Californië manier wordt hij ingehaald door de bus die onze voetganger bijna overrijdt. (Gelach) Hier een voorbeeld van een duurdere auto, een Prius. Die rijdt door. Een BMW doet hetzelfde. We deden dit met honderden voertuigen op verschillende dagen, en hielden bij wie stopt en wie niet. We stelden vast dat hoe duurder de auto was, hoe groter de neiging van de chauffeur was om de wet te overtreden. Geen enkele auto, geen enkele van de minst dure categorie overtrad de wet. Bijna 50 procent van de auto's in de meest dure voertuigcategorie overtrad de wet. Uit andere studies blijkt dat rijkere individuen makkelijker liegen bij onderhandelingen, onethisch gedrag op het werk, zoals geld uit de kassa stelen, vergoelijken, steekpenningen aannemen en liegen tegen klanten. Nu wil ik niet suggereren dat alleen rijke mensen deze gedragspatronen vertonen. Helemaal niet. In feite worstelen wij in onze dagelijkse leven allemaal met concurrerende motivaties om soms onze eigen belangen te laten primeren boven de belangen van andere mensen. Dat is begrijpelijk omdat de Amerikaanse droom een idee is waarin wij allemaal gelijke kansen hebben om te slagen en vooruit te raken, zolang we er onszelf maar op toeleggen en hard werken. Dat betekent soms dat je je eigenbelang moet laten primeren op dat van de ander. Maar we stellen vast dat hoe rijker je bent, hoe meer kans je hebt om te gaan voor een visie van persoonlijk succes, van verwezenlijking en prestatie, ten nadele van anderen om je heen. Hier heb ik het gemiddelde inkomen uitgezet van elk vijfde en de top vijf procent van de bevolking voor de afgelopen 20 jaar. In 1993 zijn de verschillen tussen de verschillende quintiles van de bevolking, in termen van inkomen, vrij opvallend. Het is niet moeilijk te zien dat er verschillen zijn. Maar in de afgelopen 20 jaar is dat significante verschil uitgegroeid tot een soort Grand Canyon tussen die aan de top en de rest. In feite bezit de bovenste 20 procent van onze bevolking bijna 90 procent van de totale rijkdom in dit land. We staan op voorheen ongekende niveaus van economische ongelijkheid. Dat betekent dat rijkdom niet alleen steeds meer geconcentreerd wordt in de handen van een selecte groep, maar dat de Amerikaanse droom steeds onbereikbaarder wordt voor een groeiende meerderheid onder ons. En als dat zo is, zoals we hebben vastgesteld, dat hoe rijker je bent, hoe meer je voelt dat je recht hebt op die rijkdom, hoe groter de kans dat je je eigenbelang voorrang geeft over de belangen van andere mensen, en je bereid bent om dat eigenbelang te dienen, dan is er geen reden om te denken dat deze patronen zullen veranderen. In feite is er alle reden om te denken dat het alleen maar erger zal worden. Zo gaat het worden als het zo blijft doorgaan, met de dezelfde lineaire snelheid, in de komende 20 jaar. Over economische ongelijkheid zouden we allemaal bezorgd moeten zijn. Niet alleen voor degenen aan de onderkant van de sociale hiërarchie, maar omdat individuen en groepen met veel economische ongelijkheid het slechter doen, niet alleen voor de mensen onderaan, maar voor iedereen. Er is een massa overtuigend onderzoek van toplabs van over de hele wereld dat aantoont wat onderuit gaat naarmate de economische ongelijkheid toeneemt. Sociale mobiliteit, dingen waar we echt om geven, fysieke gezondheid en sociaal vertrouwen verslechteren als de ongelijkheid toeneemt. Op dezelfde manier zullen negatieve dingen in sociale gemeenschappen en samenlevingen, dingen als obesitas, geweld, gevangenisstraf en bestraffing verergeren als de economische ongelijkheid toeneemt. Nogmaals, deze resultaten zijn niet gebaseerd op de ervaring van enkelingen. Je vindt ze terug in alle lagen van de samenleving. Zelfs mensen aan de top zullen dit ondergaan. Wat kunnen we doen? Deze cascade van zichzelf bestendigende, verderfelijke, negatieve effecten kan lijken op iets waar we geen vat meer op hebben, iets waar we niets meer aan kunnen doen, zeker niet iets waar wij als individuen iets aan kunnen doen. Maar in feite hebben wij in ons eigen laboratoriumonderzoek vastgesteld dat kleine psychologische interventies, kleine wijzigingen in de waardebeleving van mensen, kleine duwtjes in bepaalde richtingen, niveaus van egalitarisme en empathie kunnen herstellen. Bijvoorbeeld, mensen herinneren aan de voordelen van samenwerking, of de voordelen van gemeenschap, maken rijkere individuen net zo egalitair als arme mensen. In een studie lieten we mensen naar een korte video over jeugdarmoede kijken, slechts 46 seconden lang, als een herinnering aan de tekorten van anderen in de wereld om hen heen. Na het bekijken ervan keken we in het lab hoe bereid mensen waren om tijd te spenderen aan een vreemde die in nood verkeerde. Na het zien van deze video waren rijke mensen een uur later net zo royaal met hun eigen tijd om die vreemde te helpen als iemand die arm was. Dit suggereert dat deze verschillen niet aangeboren of irreversibel zijn. Integendeel, ze zijn zo kneedbaar dat lichte veranderingen in iemands waarden, een beetje mededogen en empathie mogelijk worden. Buiten de muren van ons lab zien we al tekenen van verandering in de samenleving. Bill Gates, een van de rijkste personen van ons land, sprak in zijn aanvangstoespraak in Harvard over ongelijkheid als de grootste uitdaging voor de samenleving. Hij sprak over wat gedaan moet worden om ze te bestrijden door te zeggen: "De grootste vooruitgang van de mensheid ligt niet in haar ontdekkingen, maar in hoe deze ontdekkingen worden toegepast om de onrechtvaardigheid terug te dringen." En er is de Giving Pledge (‘geefbelofte’) waarin meer dan 100 rijkste individuen van ons land de gelofte doen de helft van hun fortuin over te maken aan liefdadigheid. Tientallen basisbewegingen zijn in opkomst. Zoals ‘Wij zijn de 1%’, de Resource-generatie, of Rijkdom voor het Algemeen Welzijn. De meest bevoorrechte leden van de bevolking, leden van de één procent en anderen, rijke mensen, gebruiken hiervoor hun eigen economische middelen volwassenen en zowel als jongeren. Dat valt me nog het meeste op. Ze gebruiken hun eigen voorrechten, hun eigen economische middelen, om de ongelijkheid tegen te gaan door te pleiten voor sociaal beleid, veranderingen in sociale waarden, en veranderingen in het gedrag van mensen. Dat gaat in tegen hun eigen economische belangen, maar zal uiteindelijk de Amerikaanse droom nieuw leven inblazen. Bedankt. (Applaus)