Marwa Al-Sabouni
944,966 views • 10:25

Deze talk werd opgenomen in mei 2016 via internet vanuit Homs, een stad die verwoest is door de zesjarige oorlog in Syrië. Hallo. Mijn naam is Marwa. Ik ben architecte. Ik ben geboren en getogen in Homs, een stad in Centraal-West-Syrië. Ik heb hier altijd gewoond. Na zes jaar oorlog is Homs nu een half-verwoeste stad. Mijn familie en ik hadden geluk: ons huis staat er nog. Maar twee jaar lang zaten we gevangen in ons eigen huis. Buiten waren er betogingen, gevechten, bombardementen, sluipschutters. Mijn man en ik hadden een architectenbureau op het oude stadsplein. Het is weg, net als het grootste deel van de oude stad. De helft van de andere stadswijken zijn nu ruïnes. Sinds het staakt-het-vuren van eind 2015 is het in grote delen van Homs min of meer rustig. De economie is een ramp en er wordt nog gevochten. Handelaars die kraampjes hadden op de oude stadsmarkt handelen nu van onder afdakjes op de straat. Onder onze flat zit een timmerman, een snoepwinkel, een slager, een drukker, ateliers en nog veel meer. Ik ben deeltijds gaan lesgeven. Samen met mijn man, die meerdere banen heeft, hou ik een kleine boekhandel open. Andere mensen doen allerlei werk om rond te komen.

Als ik naar mijn verwoeste stad kijk, vraag ik me natuurlijk af: wat bracht ons tot die zinloze oorlog? Syrië was grotendeels een tolerante plek, historisch gezien gewend aan variatie, met een ruime waaier aan godsdiensten, herkomsten, gewoontes, goederen, eten. Hoe is mijn land — een land waar gemeenschappen in harmonie samenleefden en hun verschillen met gemak bespraken — hoe is het afgegleden naar burgeroorlog, geweld, ontheemding en sektarische haat zonder voorgaande? Er waren vele redenen die tot de oorlog leidden — sociale, politieke, economische. Ze speelden allemaal een rol. Maar volgens mij is er één hoofdreden die over het hoofd wordt gezien en die moet geanalyseerd worden, want daar zal het van afhangen of we ervoor kunnen zorgen dat dit niet meer gebeurt. Die reden is architectuur.

In mijn land heeft architectuur een grote rol gespeeld bij het creëren, richten en uitvergroten van het conflict tussen de partijen, en dat geldt allicht ook voor andere landen. Het verband staat vast tussen de architectuur van een plek en de aard van de gemeenschap die zich er vestigde. Architectuur bepaalt grotendeels of een gemeenschap instort of samenkomt. In de Syrische gemeenschap leefden lange tijd verschillende tradities en achtergronden samen. Syriërs hebben de voorspoed van open handel ervaren en van duurzame gemeenschappen. Ze hebben ervaren wat het betekent om ergens thuis te horen, en dat was weerspiegeld in hun gebouwen, in de moskeeën en de kerken die naast elkaar stonden, in de verstrengelde souks en openbare plekken, in de verhoudingen en maten gebaseerd op menselijkheid en harmonie.

Deze smeltkroesarchitectuur vind je nog terug in de overblijfselen. De oude islamitische stad in Syrië is gebouwd op een gelaagd verleden, is ermee geïntegreerd en omarmt zijn geest. Zo ook haar gemeenschappen. Mensen leefden en werkten samen op een plaats waar ze zich thuis voelden. Ze deelden een bestaan dat merkwaardig ééngemaakt was.

Maar de jongste eeuw werd het broze evenwicht op deze plaatsen geleidelijk verstoord, eerst door de ruimtelijke ordening van de koloniale periode, toen de Fransen enthousiast hun tanden zetten in de transformatie van de volgens hen onmoderne Syrische steden. Ze bliezen straten op en verplaatsten monumenten. Ze noemden dat verbeteringen. Het was het begin van een lange, trage ontrafeling. De traditionele aanleg en architectuur van onze steden zorgden voor identiteit en samenhorigheid, niet door verdeling maar door verwevenheid. Mettertijd werd het oude waardeloos en het nieuwe gekoesterd. De harmonie van de gebouwde en de sociale omgeving werden vertrappeld door elementen van moderniteit — brutale, onafgewerkte betonblokken, verwaarlozing, esthetische verwoesting, verdelende stedenbouw die gemeenschappen indeelde naar klasse, geloof of welstand.

Hetzelfde gebeurde met de gemeenschap. Naarmate de vorm van de gebouwde omgeving veranderde, veranderden de levenswijze en het gevoel van verbondenheid van de gemeenschappen ook. In plaats van een register van samenhorigheid werd architectuur een manier van differentiëren. Gemeenschappen gingen zich verwijderen van het weefsel dat hen vroeger verbond en van de ziel van de plaats die vroeger hun gemeenschappelijke bestaan vormde.

Hoewel de Syrische oorlog vele oorzaken had, mogen we niet onderschatten hoe, door haar bijdrage tot het verlies van identiteit en zelfrespect, stedenbouw en misplaatste, onmenselijke architectuur sectarische verdeeldheid en haat hebben gevoed. Mettertijd is de verbonden stad verworden tot een stadscentrum omringd door getto's. Op hun beurt verwerden de coherente gemeenschappen tot aparte sociale groepen, van elkaar en van de plaats vervreemd. Ik denk dat het verlies van de verbondenheid met de plaats en van het delen ervan met iemand anders de vernietiging van de plaats vergemakkelijkten.

Een duidelijk voorbeeld is het systeem van informele behuizing, waar voor de oorlog 40 procent van de bevolking in woonde. Ja, voor de oorlog woonden bijna de helft van de Syriërs in sloppen, in randgebieden zonder degelijke infrastructuur, opgetrokken uit eindeloze rijen naakte blokkendozen met mensen die meestal tot dezelfde groep behoorden, op basis van godsdienst, klasse, herkomst of alle voorgaande.

Deze getto-stedenbouw werd de tastbare voorloper van de oorlog. Conflict gedijt beter tussen vooraf in categorieën verdeelde gebieden, waar de 'anderen' wonen. De banden die de stad vroeger verbonden — of ze nu sociaal waren, via coherente bebouwing, of economisch, via handel in de souk, of religieus, via coëxistentie — ze gingen alle verloren in de misplaatste en visieloze modernisering van de gebouwde omgeving.

Sta me een kleine terzijde toe. Als ik lees over heterogene stedenbouw in andere delen van de wereld, zoals etnische wijken in Britse steden of rond Parijs of Brussel, herken ik het begin van de instabiliteit waarvan we hier in Syrië de desastreuze gevolgen hebben gezien.

Onze steden zijn grondig verwoest, Homs, Aleppo, Daraa en vele andere, en bijna de helft van de bevolking van ons land is nu ontheemd.

Hopelijk eindigt de oorlog. Als architect moet ik de vraag stellen: hoe gaan we heropbouwen? Welke principes moeten we hanteren om herhaling van dezelfde fouten te herhalen? Ik denk dat de klemtoon zou moeten liggen op het creëren van plekken waar mensen zich thuisvoelen. Architectuur en stedenbouw moeten zich de traditionele waarden weer toe-eigenen die daarvoor zorgden, door de voorwaarden voor vreedzaam samenleven te scheppen, waarden van schoonheid zonder uiterlijk vertoon maar met laagdrempeligheid en gemak, morele waarden die gulheid en aanvaarding bevorderen een architectuur waar iedereen van kan genieten, niet alleen de elite, zoals het vroeger ging in de beschaduwde steegjes van de oude moslimstad, gemengde ontwerpen die het gemeenschapsgevoel bevorderen.

Er is in Homs een buurt die Baba Amr heet en die volledig verwoest is. Bijna twee jaar geleden diende ik dit ontwerp in voor een wedstrijd van VN-Habitat voor de wederopbouw. Het idee was om een stadsweefsel te creëren geïnspireerd op een boom, die organisch kan groeien en vertakken, een echo van de traditionele brug die over de oude steegjes hing, en die flats, binnenkoertjes, winkels, ateliers, parkeerplaatsen, speeltuinen, bomen en schaduw omvatten. Het is natuurlijk verre van perfect. Ik tekende het tijdens de weinige uren waarin we stroom hebben. Er zijn vele manieren om samenhorigheid en gemeenschap uit te drukken via architectuur. Maar vergelijk het met de vrijstaande, niet-verbonden blokken voorgesteld door het officiële project voor de wederopbouw van Baba Amr.

Architectuur is niet de as waarrond het menselijke leven draait, maar het heeft de kracht om menselijke activiteit te suggereren en zelfs te sturen. Op die manier zijn vestiging, identiteit en sociale integratie producent en product van effectieve stedenbouw. De coherente stedenbouw van de oude moslimstad en van vele oude Europese steden werkt integratie in de had, terwijl rijen zielloze huizen of torenblokken, ook al zijn ze luxueus, isolatie en 'anders-zijn' in de hand werken. Zelfs simpele dingen als beschaduwde plekken of fruitplanten of drinkwater in de stad kunnen verschil maken in het gevoel van de mens tegenover de plaats en of ze die beschouwen als een milde plaats die geeft, om te koesteren en om aan bij te dragen, of als een bevreemdende plaats waarin angst gedijt. Opdat een plek zou kunnen geven, moet zijn architectuur ook geven.

Onze gebouwde omgeving doet ertoe. Het stadsweefsel is de spiegel van het weefsel van onze ziel. Of het nu informele betonsloppen zijn of kapotte sociale woningen of vervallen oude steden of wouden van wolkenkrabbers, de hedendaagse stedenbouwkundige archetypes die overal in het Midden-Oosten ontstaan zijn, zijn één oorzaak van de vervreemding en versnippering van onze gemeenschappen.

We kunnen hieruit leren. We kunnen leren hoe we anders kunnen heropbouwen, hoe we een architectuur scheppen die niet alleen bijdraagt tot de praktische en economische aspecten van het leven, maar ook tot onze sociale, spirituele en psychologische behoeften. Die behoeften werden in Syrische steden voor de oorlog volstrekt genegeerd. We moeten opnieuw steden maken die gedeeld worden door de gemeenschappen die er wonen. Als we dat doen, zal niemand de nood voelen om een identiteit te zoeken die tegengesteld is die van de buren, want iedereen zal zich thuisvoelen.

Bedankt voor het luisteren.