Kelli Swazey
1,607,524 views • 13:54

We kunnen gerust stellen dat ieder mens de dood in de ogen zal kijken, minstens één keer in zijn leven. Maar wat als die ontmoeting begon lang voor je eigen overgang van het leven naar de dood? Hoe zou het zijn om te leven met de doden letterlijk naast jou?

In het thuisland van mijn man, in de bergen van het eiland Sulawesi in Oost-Indonesië, is er een gemeenschap die de dood niet ervaart als een éénmalige gebeurtenis, maar als een geleidelijk sociaal proces. In Tana Toraja zijn de belangrijkste sociale momenten in een mensenleven en het brandpunt van sociale en culturele interactie niet de bruiloften of geboortes, of zelfs de familiemaaltijden, maar wel de begrafenissen. Typisch voor deze begrafenissen zijn de talloze rituelen in een hecht systeem van wederzijdse plichten, gebaseerd op het aantal dieren - varkens, kippen, en vooral waterbuffels - die geofferd en verdeeld worden in naam van de overledene. Dit culturele complex dat de dood omringt, het rituele voltooien van het levenseinde, heeft van de dood het meest zichtbare en opvallende aspect gemaakt in Toraja-land. Met een duur van enkele dagen tot enkele weken, vormen begrafenissen een bruisend gebeuren. Het herdenken van iemand die is overleden is niet zozeer een persoonlijk leed, maar eerder een publiek gedeelde overgang. En die overgang heeft evenveel van doen met de identiteit van de levenden als met de herinnering aan de doden.

Ieder jaar komen duizenden bezoekers naar Tana Toraja om als het ware deze dodencultuur te bezichtigen. Voor veel mensen zijn deze grootse ceremonies en de lengte van de ceremonies niet te verzoenen met hoe wij westerlingen onze eigen sterfelijkheid zien. Hoewel de dood een universele ervaring is, wordt die niet overal ter wereld op dezelfde manier ervaren. Als antropologe beschouw ik deze verschillen in ervaring als geworteld in de culturele en sociale wereld, die ons helpt de ons omringende fenomenen te omschrijven. Wat voor ons een onbetwistbare werkelijkheid is, de dood als een onloochenbare biologische conditie, is voor de Torajanen de verlopen lijfelijke vorm als deel van een groter sociaal scheppingsverhaal. Nogmaals, het fysieke einde van het leven is niet hetzelfde als de dood. Feitelijk is een lid van de gemeenschap pas echt dood wanneer de hele familie het eens wordt over welke rijkdommen ze kunnen verzamelen om een begrafenis te houden, die qua middelen overeenstemt met de status van de overledene. De ceremonie moet zich voltrekken voor de ogen van de hele gemeenschap, en iedereen moet deelnemen.

Nadat iemand is overleden wordt het lichaam in een speciale ruimte geplaatst in het traditionele verblijf, de tongkonan. De tongkonan symboliseert niet alleen de identiteit van de familie, maar ook de menselijke levenscyclus van de geboorte tot aan de dood. De vorm van het gebouw waarin je werd geboren is ook de vorm van de structuur die jou zal meedragen naar de rustplaats van je voorvaderen. Tot aan de begrafenisceremonie, die soms pas doorgaat jaren na het overlijden, noemt men de dode "to makala", de zieke, of "to mama", de slapende. Zij blijven deel uitmaken van het gezin. Zij worden symbolisch gevoed en verzorgd, en de familie zal nu een aantal rituele voorschriften aanvatten. Dat is het signaal voor de ruimere gemeenschap dat een van hun leden de overgang doormaakt van dit leven naar het hiernamaals, dat men Puya noemt.

Ongetwijfeld denken sommigen van jullie: Zegt ze nu echt dat deze mensen samenleven met de lijken van hun dode familieleden? En dat is precies wat ik zeg.

In plaats van toe te geven aan onze irrationele reactie over de nabijheid van lijken, of van de dood, of te stellen dat deze voorstelling niet past in onze eigen biologische of medische definitie van de dood, denk ik liever na over wat de Torajaanse kijk op de dood meeneemt van de menselijke ervaring, waaraan onze medische definitie voorbijgaat. Ik denk dat de Torajanen sociaal erkennen en cultureel uitdrukken wat velen van ons als waar aanvoelen - ondanks het vrij algemeen aanvaarde idee van de biomedische definitie van de dood. Namelijk dat onze relaties met andere mensen, hun invloed op onze sociale realiteit, niet ophoudt wanneer er een einde komt aan de fysische processen in het lichaam. Dat er een overgangsperiode is, terwijl de relatie tussen de levenden en de doden wel verandert, maar niet stopt. Torajanen verbeelden het idee van een blijvende relatie door gul liefde en aandacht te schenken aan het meest zichtbare symbool van die relatie, het menselijk lichaam. Mijn man koestert heeft mooie herinneringen aan praten en spelen en gewoon bij zijn overleden grootvader in de buurt zijn. Voor hem heeft dit niets onnatuurlijks. Het is een natuurlijk deel van het proces waarbij de familie de overgang verwerkt in haar relatie met de dode. Dit is de overgang van een relatie met de overledene als een levend mens, naar een relatie met de overledene als een voorouder. Hier zie je de houten beeldjes van de voorouders, de mensen die dus al begraven werden en een begrafenis kregen. Deze noemt met tau tau.

De begrafenisplechtigheid zelf verbeeldt deze relationele visie op de dood. De rites verbeelden het effect van de dood op gezinnen en op gemeenschappen. Het is tevens een moment van zelfbewustzijn. Een moment waarop mensen nadenken over wie ze zijn, hun plaats in de maatschappij en hun rol in de cyclus van het leven, gebaseerd op de Torajaanse kosmologie.

Er is een spreekwoord in Toraja dat zegt: alle mensen worden grootouders. Dit betekent dat we na de dood allemaal deel worden van de voorouderlijke lijn. Die verankert ons tussen het verleden en het heden, en bepaalt wie ons in de toekomst dierbaar zal zijn. In wezen worden we dus allemaal grootouders voor de generaties van mensenkinderen die na ons komen. Met deze metafoor van lidmaatschap van een grotere mensenfamilie, verklaren de kinderen meteen ook waarom ze hun geld investeren in deze geofferde buffels, die zogezegd de mensenziel van hier naar het hiernamaals brengen. De kinderen zullen je uitleggen dat ze hierin geld willen investeren, omdat ze bij hun ouders de schuld willen aflossen van al die jaren die hun ouders hebben geïinvesteerd in de zorg voor hen.

Maar het offer van de buffels en het rituele tentoonspreiden van rijkdom etaleert ook de status van de overledene, en dus, bij uitbreiding, van diens familie. Tijdens begrafenissen worden relaties dus bevestigd, maar ook omgevormd in een ritueel drama dat de nadruk legt op het meest opvallende kenmerk van de dood op deze plek: zijn invloed op het leven en de relaties van de levenden.

Al die aandacht voor de dood betekent niet dat de Torajanen niet streven naar het ideaal van een lang leven. Ze hanteren tal van gebruiken die zouden resulteren in een goede gezondheid en een hoge leeftijd. Maar ze lopen niet hoog op met pogingen om het leven te verlengen bij een slopende ziekte of bij hoge leeftijd. In Toraja zegt men dat iedereen een zekere voorbestemde hoeveelheid leven heeft. Dat heet de sunga. Net als een draad moet die zich kunnen ontrollen tot aan zijn natuurlijke einde.

Dat de dood een deel is van het culturele en sociale weefsel van het leven, beïnvloedt de dagelijkse keuzes van mensen omtrent hun gezondheid en gezondheidszorg. De clanoverste van mijn man langs moederskant, Nenet Katcha, is bijna 100, voor zover we weten. Er zijn steeds meer tekenen dat hij weldra zijn eigen reis naar Puya zal aanvatten. En zijn dood zal heel erg betreurd worden. Maar ik weet dat de familie van mijn man uitkijkt naar het moment waarop zij ritueel kunnen demonstreren wat zijn opmerkelijke aanwezigheid in hun leven heeft betekend. Dan kunnen ze op rituele wijze het verhaal van zijn leven vertellen, en zijn verhaal verweven met dat van de geschiedenis van hun gemeenschap. Zijn verhaal is hun verhaal. Zijn grafliederen laten hen een lied over zichzelf horen. Het is een verhaal zonder een duidelijk begin, zonder een voorspelbaar einde. Het is een verhaal dat doorgaat, lang nadat zijn lichaam het opgeeft.

Mensen vragen mij of ik geen angst of weerzin ervaar als ik deelneem aan een cultuur waar de fysieke verschijningen van de dood ons op elke hoek welkom heten. Maar ik zie een diepe kentering in het ervaren van de dood als een sociaal proces en niet enkel als een biologisch feit. In feite kent de relatie tussen leven en dood een heel eigen drama in de gezondheidszorg van de VS. Keuzes over hoe ver we de draad van het leven kunnen rekken, zijn gebaseerd op de emotionele en sociale banden met de mensen rondom ons. Niet zuiver op de vaardigheden van artsen om het leven te verlengen. Net als de Torajanen baseren wij onze levenskeuzes op de zin en de definitie die we aan de dood toekennen.

Ik bepleit dus niet dat je als luisteraar heel snel de tradities van de Torajanen zou overnemen. Het zou wat lastig kunnen blijken om die in te voeren in de VS. Maar wat kunnen we winnen bij het zien van de dood, niet als een biologisch proces, maar als een deel van het grotere mensenverhaal. Hoe zou het zijn om vol liefde te kijken naar de afgestorven menselijke vorm, omdat die zo nauw verweven is met wie we allemaal zijn? Als we onze definitie van de dood konden uitbreiden zodat die ook het leven omvat, dan konden we de dood als deel van het leven ervaren en wellicht de dood tegemoet gaan met een ander gevoel dan angst. Mogelijk ligt een antwoord op de uitdagingen van de gezondheidszorg in de VS, vooral voor de zorg bij het levenseinde, eenvoudigweg in een verschuiving van het perspectief. De verschuiving zou in dit geval betekenen dat we naar het sociale leven van iedere dood kijken. Dan kunnen wel erkennen dat de beperkende manier waarop we praten over de dood als iets puur medisch of biologisch, weerspiegelt hoe onze grotere gedeelde cultuur de dood vermijdt, bang om erover te praten. Het omarmen en waarderen van een ander soort kennis van het leven, inclusief een andere definitie van de dood, kan potentieel de gesprekken veranderen die we voeren over het einde van het leven. Het kan onze manier van sterven veranderen, maar vooral, onze manier van leven.

(Applaus)