Kate Raworth
1,278,914 views • 15:53

Zag je ooit een baby leren kruipen? Iedere ouder weet dat het aangrijpend is. Eerst kronkelen ze wat over de vloer, meestal achteruit, maar dan slepen ze zich naar voren, trekken zich op om te staan en wij applaudisseren. En die eenvoudige beweging vooruit en omhoog is de meest elementaire richting van vooruitgang die wij mensen herkennen.

We vertellen dat ook in ons verhaal van de evolutie, van onze hobbelende voorouders tot de Homo erectus, eindelijk rechtop, en de Homo sapiens, altijd afgebeeld als een man in gestrekte pas.

Geen wonder dat we zo gemakkelijk geloven dat economische vooruitgang dezelfde vorm zal volgen, die steeds stijgende groeilijn. Het is tijd om eens na te denken over de vorm van vooruitgang, want vandaag hebben we economieën die groeien moeten, ongeacht of ze ons ten goede komen. Maar wat we nodig hebben, vooral dan in de rijkste landen, zijn economieën die ons laten gedijen ongeacht of ze groeien. Ja, het is een woordspelletje waarachter een ingrijpende mentaliteitsverandering schuilgaat, maar ik denk dat dit de verschuiving is die ervoor moet zorgen dat wij mensen hier in deze eeuw samen gaan gedijen.

Vanwaar komt die obsessie met groei? Nu is het bbp, het bruto binnenlands product, gewoon de totale kost van goederen en diensten verkocht in een economie in één jaar tijd. Het werd uitgevonden in de jaren 1930, maar werd al snel het belangrijkste doel van de beleidsvorming. Zozeer zelfs dat vandaag de dag, in de rijkste landen regeringen denken dat de oplossing voor economische problemen in méér groei ligt.

Hoe dat kwam, wordt het best verteld in de klassieker van W.W. Rostow uit 1960. Ik hou er zoveel van, dat ik een eerste editie bezit. ‘De Fasen van Economische Groei: Een Niet-Communistisch Manifest’

(Gelach)

Je ruikt gewoon de politiek, hè?

En Rostow vertelt ons dat alle economieën door vijf stadia van groei moeten: eerst de traditionele samenleving, waar de productie van een land beperkt is door zijn technologie, instellingen en mentaliteit. Maar dan komen de voorwaarden voor het opstijgen met het begin van een bancaire sector, mechanisatie van het werk en het geloof dat groei noodzakelijk is voor iets buiten zichzelf, zoals nationale waardigheid of een beter leven voor de kinderen. Dan het opstijgen, waar de samengestelde rente in de instellingen van de economie is ingebouwd en groei de normale toestand wordt. Vierde is de tocht naar volwassenheid met elk soort industrie die je maar wil, ongeacht je natuurlijke hulpbronnen. En de vijfde en laatste fase, het tijdperk van massale consumptie, waar mensen alle consumptiegoederen die ze maar willen, kunnen kopen, zoals fietsen en naaimachines. Bedenk dat dit 1960 was.

Je merkt de impliciete vliegtuigmetafoor in dit verhaal, maar dit vliegtuig is als geen ander. Want het mag nooit landen. Rostow liet ons naar de zonsondergang van de massaconsumptie vliegen, en dat wist hij. Want hij schreef: "En dan de volgende vraag, waarover de geschiedenis ons nauwelijks iets leert. Wat doen we als de stijging van het reële inkomen zelf zijn charme verliest?" Hij stelde de vraag, maar beantwoordde ze nooit. Hier is waarom. Het was het jaar 1960. Hij was adviseur van presidentskandidaat John F. Kennedy, die voor zijn verkiezing vijf procent groei beloofde. Rostows taak was het om dat vliegtuig in de lucht te houden, niet om te vragen hoe of wanneer het ooit zou mogen landen.

Dus hier zijn wij, we vliegen naar de zonsondergang van massaconsumptie, nu al meer dan een halve eeuw, met economieën die oneindige groei verwachten, eisen en nodig hebben. Omdat we er financieel, politiek en sociaal aan verslaafd zijn. We zijn financieel verslaafd aan groei, omdat de financiële systemen van vandaag ontworpen zijn om zo snel mogelijk geld te verdienen en beursgenoteerde ondernemingen onder constante druk zetten om steeds meer te verkopen, het marktaandeel te laten groeien en winsten te doen stijgen. Omdat banken geld creëren als schuld met een rentevoet, die nog duurder moet worden terugbetaald. We zijn politiek verslaafd aan groei: politici willen belastinginkomsten verhogen zonder de belastingen te verhogen en een toenemend bbp lijkt een zekere manier om dat te doen. En elke politicus wil op de G-20 familiefoto blijven staan.

(Gelach)

Maar als hun economie stopt met groeien, terwijl de rest doorgaat, gaan ze eraf bij de volgende opkomende grootmacht. En wij zijn sociaal verslaafd aan groei, want dankzij een eeuw van consumentenpropaganda, verbazingwekkend genoeg gecreëerd door Edward Bernays, de neef van Sigmund Freud, die besefte dat de psychotherapie van zijn oom kon worden omgeturnd tot een zeer lucratieve kleinhandel-therapie door ons ervan te overtuigen dat we onszelf vernieuwen telkens we weer eens iets kopen.

Geen van deze verslavingen zijn onoverkomelijk, maar ze verdienen veel meer aandacht dan dat ze nu krijgen. Kijk eens waartoe deze tocht ons heeft gebracht. Het mondiale bbp is 10 keer groter dan in 1950. Die groei heeft miljarden mensen welvaart gebracht, maar de wereldeconomie heeft ook ongelooflijke ongelijkheid veroorzaakt, met een enorm aandeel van de rijkdom in handen van een fractie van de wereldwijde één procent. En de economie is ongelooflijk degeneratief geworden. Ze destabiliseert in hoog tempo deze subtiel uitgebalanceerde planeet, waarvan al onze levens afhangen. Onze politici weten dat. Daarom bieden ze ons nieuwe groeibestemmingen aan. Er is groene groei, inclusieve groei, slimme, veerkrachtige, evenwichtige groei. Kies eender welke toekomst, zolang je maar voor groei kiest.

Ik denk dat het tijd is om te gaan voor een ​​hogere ambitie, een veel grotere, omdat in de 21e eeuw de uitdaging van de mensheid duidelijk is: voldoen aan de behoeften van alle mensen binnen de mogelijkheden van deze bijzondere, unieke, levende planeet zodat wij en de rest van de natuur kunnen gedijen.

Vooruitgang naar dit doel ga je niet kunnen meten met geld. We moeten een dashboard van indicatoren hebben. Toen ik naar een beeld zocht van hoe dat eruit zou kunnen zien, — hoe vreemd dit ook moge klinken — kwam ik uit op iets dat lijkt op een donut. Ik weet het, het spijt me, maar laat ik jullie kennismaken met de ene donut die eigenlijk goed voor ons zal blijken te zijn. Het gebruik van hulpbronnen door de mens straalt uit vanuit het midden. In het midden leven mensen met essentiële tekorten. Hen ontbreekt het voedsel, gezondheidszorg, onderwijs, politieke stem, huisvesting die ieder mens nodig heeft voor een waardig en kansrijk leven. We willen iedereen weg uit het gat, uit de sociale basis naar die groene donut zelf. Maar, en het is een grote maar, ons collectieve gebruik van hulpbronnen mag niet over die buitenste cirkel heen schieten, het ecologische plafond, omdat we daar zo veel druk zetten op deze buitengewone planeet dat we hem uit balans beginnen te schoppen. We veroorzaken klimaatverstoring, we verzuren de oceanen, een gat in de ozonlaag, duwen onszelf over de planetaire grenzen van de levensondersteunende systemen die gedurende de laatste 11.000 jaar van de aarde zo'n weldadig thuis voor de mensheid maakten.

De dubbele uitdaging om aan ieders behoeften te voldoen binnen de grenzen van de planeet nodigt uit tot een nieuwe vorm van vooruitgang. Niet langer deze almaar stijgende lijn van de groei, maar een 'sweet spot' voor de mensheid, bloeiend in een dynamisch evenwicht tussen basis en plafond. Het trof me echt toen ik dit beeld tekende en besefte dat het symbool van welzijn in vele oude culturen ditzelfde gevoel van dynamisch evenwicht weerspiegelt, van de Maori Takarangi tot het taoïstische Yin Yang, de boeddhistische eindeloze knoop, de Keltische dubbele spiraal.

Kunnen we dan dit dynamisch evenwicht vinden in de 21e eeuw? Een doorslaggevende vraag, want deze rode wiggen laten zien dat we nu ver van dat evenwicht zitten. Tegelijkertijd schieten we tekort en erover. In het gat kun je zien dat miljoenen of miljarden mensen over de hele wereld nog steeds niet kunnen voorzien in hun meest elementaire behoeften. En toch hebben we al minstens vier planetaire grenzen overschreden en riskeren we onomkeerbare gevolgen van klimaatverandering en instorting van het ecosysteem. Dat is de toestand van de mensheid en onze planetaire thuis. Voor ons, mensen van het begin van de 21e eeuw, is dit onze selfie.

Geen econoom uit de vorige eeuw zag ooit dit beeld. Waarom zouden we dan denken dat hun theorieën deze uitdagingen aankunnen? We hebben eigen ideeën nodig, want wij zijn de eerste generatie die dit kunnen zien en waarschijnlijk de laatste met een reële kans om er iets aan te doen. 20ste-eeuwse economie verzekerde ons dat als groei ongelijkheid creëert, we niet moeten gaan herverdelen, omdat meer groei alles weer zou effenen. Als groei tot vervuiling leidt, probeer dat dan niet te reguleren, want meer groei zal de dingen weer opruimen.

Maar, zo blijkt, gebeurt dat niet. En het zal het ook niet gebeuren. We moeten economieën creëren die dit tekort en teveel samen aanpakken, vanuit ontwerp. We hebben economieën nodig die regeneratief en distributief zijn door ontwerp. We zitten met degeneratieve industrieën opgescheept. We nemen de materialen van de aarde, maken er de spullen van die we willen, gebruiken ze even, vaak slechts één keer, en gooien ze weer weg. Dat duwt ons over de planetaire grenzen, dus moeten we die pijlen ombuigen, economieën creëren die met en binnen de cycli van de levende wereld werken. Zodat we de middelen nooit opgebruiken, maar opnieuw en opnieuw gebruiken. Economieën die draaien op zonlicht, waar afval van het ene proces grondstof is voor het volgende.

Dit soort regeneratief ontwerp zien we overal opduiken. Meer dan honderd steden over de hele wereld, van Quito tot Oslo, van Harare tot Hobart, genereren al meer dan 70 procent van hun elektriciteit uit zon, wind en golven. Steden als Londen, Glasgow, Amsterdam zijn pioniers van circulair stadsontwerp, waarbij afval van één stedelijk proces tot grondstof wordt voor het volgende. En van Tigray in Ethiopië tot Queensland in Australië regenereren boeren en bosbouwers ooit dorre landschappen zodat ze weer wemelen van leven.

Maar naast regeneratief ontworpen moeten onze economieën ook distributief ontworpen worden. We hebben ongekende mogelijkheden om dat waar te maken, want de 20ste-eeuwse gecentraliseerde technologieën en instellingen concentreerden rijkdom, kennis en macht in de handen van enkelen. Deze eeuw kunnen we onze technologieën en instellingen zo ontwerpen dat ze rijkdom, kennis en empowerment aan velen zullen toekennen. In plaats van fossiele brandstoffen en grootschalige productie hebben we nu netwerken voor hernieuwbare energie, digitale platforms en 3D-printing. 200 jaar controle van intellectuele eigendom door bedrijven wordt op zijn kop gezet door de bottom-up, open-source, peer-to-peer kennisgemeenschap. En bedrijven die nog steeds streven naar maximaal rendement voor hun aandeelhouders, zien er plotseling nogal aftands uit naast de sociale ondernemingen die zijn ontworpen om vele vormen van waarde te genereren voor eenieder binnen hun netwerk. Als we de huidige technologieën kunnen benutten, — A.I., blockchain, het internet der dingen en materiaalkunde — als we die kunnen benutten in dienst van het verdelende ontwerp, kunnen we ervoor zorgen dat gezondheidszorg, onderwijs, financiën, energie en politieke stem ten goede komen aan de mensen die ze het hardst nodig hebben. Regeneratief en distributief ontwerp creëren buitengewone mogelijkheden voor de 21e-eeuwse economie.

Waar vliegt Rostows vliegtuig dan naartoe? Voor sommigen draagt het nog steeds de hoop van eindeloze groene groei, het idee dat dankzij dematerialisatie, exponentiële groei van het bbp eeuwig door kan gaan bij dalend gebruik van hulpbronnen. Maar kijk naar de data. Dit is wensdenken. Ja, onze economieën moeten dematerialiseren, maar die afhankelijkheid van oneindige groei loskoppelen van gebruik van hulpbronnen kan bij lange na niet op een schaal die ons veilig terugbrengt binnen de planetaire grenzen.

Ik weet dat deze manier van denken over groei ongewoon is, omdat groei goed is, niet? We willen dat onze kinderen groeien, onze tuinen groeien. Kijk naar de natuur en groei is een heerlijke, gezonde bron van leven. Het is een fase en veel economieën als Ethiopië en Nepal zitten vandaag misschien in die fase. Hun economieën groeien met zeven procent per jaar. Maar kijk nog eens naar de natuur, want zowel voor jullie kinderen als voor het Amazonewoud geldt dat niets in de natuur altijd blijft groeien. Dingen groeien, worden volwassen en rijpen en alleen op die manier kunnen ze voor zeer lange tijd gedijen. We weten dat al. Als ik je zou zeggen dat de dokter mijn vriendin vertelde dat er iets in haar groeide, dan voelt dat heel anders, omdat we intuïtief begrijpen dat wanneer iets altijd blijft groeien binnen in een gezond, levend, bloeiend systeem, het een bedreiging is voor de gezondheid van het geheel. Waarom zouden we dan denken dat onze economieën het enige systeem zouden zijn dat deze trend zou kunnen ontlopen en erin slagen om voor altijd te blijven groeien? We hebben dringend behoefte aan financiële, politieke en sociale innovaties die ons in staat stellen om deze structurele afhankelijkheid van groei te overwinnen, zodat we ons in plaats daarvan kunnen richten op bloei en evenwicht binnen de sociale en ecologische grenzen van de donut.

En als het loutere idee van grenzen je, nou ja, je begrensd zou doen voelen, vergis je dan niet. Omdat 's werelds meest ingenieuze mensen grenzen ombuigen tot bron van hun creativiteit. Van Mozart op zijn piano met vijf octaven, Jimi Hendrix op zijn zes-snarige gitaar, Serena Williams op een tennisbaan. Het zijn grenzen die ons potentieel ontketenen. En de grenzen van de donut ontketenen voor de mensheid het potentieel om te gedijen met grenzeloze creativiteit, participatie, verbondenheid en betekenis.

Het gaat al onze vindingrijkheid vragen om er te komen, dus laat maar komen.

Dank je.

(Applaus)