Ingrid Fetell Lee
2,738,264 views • 13:38

Het is 2008 en ik sta op het punt mijn eerste jaar van de designschool af te ronden. Ik ben bij mijn eerste eindejaarsinspectie, een vorm van ritueel martelen voor designstudenten waar je alles wat je hebt gemaakt het afgelopen jaar uitstalt op een tafel en ernaast gaat staan terwijl een stel docenten, de meeste van wie je nog nooit hebt gezien hebt, je er hun ongefilterde meningen over geven. Het is mijn beurt en ik sta naast mijn tafel, alles keurig gerangschikt, en ik hoop maar dat mijn docenten kunnen zien hoe hard ik mijn best heb gedaan om mijn ontwerpen praktisch, ergonomisch en duurzaam te maken. Ik begin erg zenuwachtig te worden, want lange tijd zegt niemand iets. Het is compleet stil. Dan begint een van de docenten te spreken en zegt: "Jouw werk geeft me een gevoel van vreugde."

Vreugde? Ik wilde ontwerper worden omdat ik echte problemen wilde oplossen. Vreugde is mooi, hoor, maar het klinkt me wat etherisch — niet substantieel. Maar ik was ook geïntrigeerd, want vreugde is een ontastbaar gevoel en hoe ontstaat dat gevoel uit de spullen op de tafel naast me? Ik vroeg de docenten: "Hoe laten dingen ons vreugde voelen? Hoe laten tastbare dingen ons ontastbare vreugde voelen?" Ze haperden en hakkelden en gebaarden druk met hun handen. "Dat doen ze gewoon", zeiden ze.

Ik pakte mijn spullen bijeen, maar ik bleef maar nadenken over deze vraag ... Dit was het begin van een reis — een reis waarvan ik nog niet wist dat die 10 jaar zou gaan duren — om de relatie te begrijpen tussen de fysieke wereld en de mysterieuze, ongrijpbare emotie die we vreugde noemen. Wat ik heb ontdekt, is dat ze niet alleen verband houden met elkaar, maar dat de fysieke wereld een krachtige hulpbron kan zijn in het creëren van gelukkiger, gezonder levens.

Na mijn inspectie dacht ik: ik weet hoe vreugde voelt, maar wat is het precies? Ik kwam erachter dat zelfs wetenschappers het niet altijd eens zijn en de woorden 'vreugde' en 'geluk' en 'positiviteit' soms door elkaar gebruiken. In zijn algemeenheid gebruiken psychologen het woord vreugde voor een intense, kortstondige ervaring van positieve emotie — een ervaring die ons doet lachen en op en neer wil doen springen. En dit is een technisch dingetje. Dat gevoel van op en neer willen springen, is een van de manieren waarop wetenschappers vreugde meten. Het is niet hetzelfde als geluk, wat gaat over hoe goed we ons voelen op lange termijn. Vreugde gaat over je goed voelen in het moment, nu. Dit interesseerde me, want in onze cultuur zijn we geobsedeerd door het najagen van geluk, maar ondertussen zien we vreugde een beetje over het hoofd.

Ik vroeg me daarom af: waar komt vreugde vandaan? Ik begon iedereen te bevragen, zelfs onbekenden op straat, over de dingen die hen vreugde brachten. In de metro, in cafés, in het vliegtuig ging het van: "Hi, leuk je te ontmoeten. Wat brengt jou vreugde?" Ik voelde me net een detective. Ik vroeg: "Wanneer zag je het voor het laatst? Met wie was je? Welke kleur had het? Zagen anderen het ook?" Ik was de Nancy Drew van de vreugde.

(Gelach)

Na een paar maanden viel het me op dat bepaalde dingen keer op keer op keer terugkwamen. Het waren dingen zoals kersenbloesem en zeepbellen ... zwembaden en boomhutten ... luchtballonnen en pretoogjes —

(Gelach)

en softijshoorntjes, vooral die met discodip. Deze dingen leken los te staan van leeftijd, gender en etniciteit. Als je erover nadenkt, we stoppen allemaal om naar de lucht te kijken wanneer zich daar de veelkleurige band van een regenboog aftekent. En vuurwerk — we hoeven niet eens te weten waar het voor is om het gevoel te hebben dat we ook iets aan het vieren zijn. Deze dingen zijn niet vreugdevol voor slechts een paar mensen; ze zijn vreugdevol voor bijna iedereen. Ze zijn universeel vreugdevol. Al deze dingen samen te zien, gaf me een onbeschrijfelijk hoopvol gevoel. In de sterk verdeelde, politiek gepolariseerde wereld waarin we leven kunnen de verschillen tussen ons zo enorm groot voelen dat ze onoverkoombaar lijken. Maar onder het oppervlak hebben we allemaal een zijde die vreugde beleeft aan dezelfde dingen. Hoewel vaak wordt gezegd dat dit slechts voorbijgaande genoegens zijn, zijn ze in werkelijkheid heel belangrijk, want ze herinneren ons aan de gedeelde menselijkheid die we vinden in onze gemeenschappelijke beleving van de fysieke wereld.

Maar ik wist nog steeds niet wat deze dingen nu precies zo vreugdevol maakt. Ik had foto's van ze opgehangen aan de muur in mijn studio en elke dag probeerde ik er wijs uit te worden. En op een dag klikte er iets. Ik zag allerlei patronen: ronde dingen ... heldere kleuren ... symmetrische vormen ... een idee van overvloed en veelheid ... een gevoel van lichtheid of hoogte. Toen ik er op deze manier naar keek, realiseerde ik me dat hoewel het gevoel van vreugde mysterieus en ongrijpbaar is. We het kunnen bereiken via tastbare, fysieke eigenschappen, of wat ontwerpers esthetiek noemen, een woord dat dezelfde herkomst heeft als het Griekse woord 'aísthomai', dat 'ik voel', 'ik bemerk', 'ik neem waar' betekent. Omdat deze patronen lieten zien dat vreugde begint met de zintuigen, begon ik ze 'Aesthetics of Joy' te noemen; de zintuiglijke gevoelens van vreugde. Na deze ontdekking viel het me op dat ik wanneer ik rondliep, ik overal waar ik kwam kleine momenten van vreugde begon te zien — een vintage gele auto of een vernuftig straatkunstwerk. Het was alsof ik een roze bril op had en nu ik wist waar ik op moest letten, zag ik het overal. Het was alsof deze kleine vreugdemomenten in het volle zicht verborgen lagen.

En op hetzelfde moment had ik een ander inzicht, namelijk dat als deze dingen ons vreugde brengen, waarom ziet zo'n groot deel van de wereld er dan zo uit?

(Gelach)

Waarom werken we hier? Waarom sturen we onze kinderen naar scholen die er zo uitzien? Waarom zien onze steden er zo uit? Dit is het meest schrijnend op de plekken waar de meest kwetsbaren onder ons verblijven: verpleeghuizen ... ziekenhuizen ... daklozenopvangcentra ... sociale woningbouw. Hoe zijn we beland in een wereld die er zo uitziet?

Als kind zijn we allemaal vol vreugde, maar naarmate we ouder worden, betekent kleurrijk of uitbundig zijn je blootstellen aan de oordelen van anderen. Volwassenen die oprechte vreugde vertonen worden vaak weggezet als kinderachtig, of te vrouwelijk of onserieus of zonder zelfbeheersing. En dus weerhouden we onszelf ervan vreugde te voelen en belanden we in een wereld die er zo uitziet.

Maar als de esthetiek van vreugde gebruikt kan worden om meer vreugde te vinden in de wereld rondom ons, kan het dan niet ook gebruikt worden om meer vreugde te maken? Ik heb de afgelopen twee jaar de planeet afgestruind op zoek naar verschillende manieren waarop mensen deze vraag hebben beantwoord. Dit leidde me naar het werk van de kunstenaar Arakawa en de dichter Madeline Gins, die geloven dat we letterlijk doodgaan aan dit soort omgevingen. Ze gingen aan de slag om een appartementengebouw te maken waarvan ze geloofden dat het veroudering zou tegengaan. Dit is hem.

(Gelach)

(Applaus)

Het is een echt huis, net buiten Tokio. Ik heb er een nacht doorgebracht en het is nogal wat.

(Gelach)

De vloeren golven, zodat je niet echt rondloopt maar rondstuitert in het appartement en er zijn heldere kleuren waar je ook kijkt. Ik geloof niet dat ik er jonger ben weggegaan, maar het is alsof ze, door te proberen een appartement te maken waardoor je je jonger gaat voelen, een appartement hebben gemaakt dat vreugdevol is. En ja, dit is een beetje veel van het goede voor alledag, maar het deed me mezelf afvragen: hoe zit het met de rest van ons? Hoe brengen we deze ideeën terug naar de echte wereld?

Ik ging op zoek naar mensen die dat deden. Dit ziekenhuis bijvoorbeeld, ontworpen door de Deense kunstenaar Poul Gernes. Of deze scholen, die zijn getransformeerd door de non-profit Publicolor. Het is interessant dat Publicolor van schoolbestuurders heeft vernomen dat er minder gespijbeld wordt, graffiti is verdwenen en dat kinderen zeggen dat ze zich veiliger voelen in deze geverfde scholen. Dit komt overeen met onderzoek dat is uitgevoerd in vier landen dat aantoont dat mensen die in kleurrijker kantoren werken alerter zijn, zelfverzekerder en vriendelijker zijn dan mensen die in kleurloze ruimtes werken.

Waarom zou dit het geval zijn? Toen ik onze liefde voor kleur begon te herleiden, ontdekte ik dat sommige onderzoekers een verband zien met onze evolutie. Kleur is oorspronkelijk een teken van leven, een teken van energie. Hetzelfde geldt voor overvloed. We zijn geëvolueerd in een wereld waar schaarste gevaarlijk is en waarin overvloed overleven betekende. Dus een confetto — wat het enkelvoud van confetti is, mocht je je dat afvragen —

(Gelach)

is niet erg vreugdevol, maar vermenigvuldig hem en je hebt een handvol van een van de meest vreugdevolle goedjes ter wereld. De architect Emmanuelle Moureaux gebruikt dit idee vaak in haar werk. Dit is een verzorgingshuis van haar hand, waar ze met deze veelkleurige bollen een gevoel van overvloed creëert. Hoe zit het met al die ronde dingen die me waren opgevallen? Het blijkt dat neurowetenschappers dit ook hebben bestudeerd. Ze stopten mensen in een fMRI-scanner en toonden hen foto's van hoekige objecten en ronde. Wat ze ontdekten, is dat de amygdala, een deel van de hersenen dat wordt geassocieerd met angst en ongerustheid, oplichtte wanneer mensen hoekige objecten zagen, maar niet wanneer ze naar ronde objecten keken. De onderzoekers speculeren dat omdat hoeken in de natuur vaak geassocieerd worden met objecten die gevaarlijk voor ons kunnen zijn, dat we er een onbewust gevoel van voorzichtigheid bij hebben ontwikkeld, terwijl ronde vormen geruststellend zijn.

Je kunt dit principe in actie zien bij de nieuwe Sandy Hook Elementary School. Na de dodelijke schietpartij in 2012 wisten de architecten Svigals + Partners dat ze een gebouw moesten ontwerpen dat veilig was, maar ze wilden ook dat het vreugdevol was, dus vulden ze het met ronde vormen. Er lopen golven langs de zijkant van het gebouw, heeft deze kronkelende overkappingen boven de ingang en het hele gebouw leunt in de richting van de ingang in een verwelkomend gebaar.

Elk moment van vreugde is klein, maar op den duur is het geheel meer dan de som der delen. Misschien zouden we in plaats van geluk najagen, vreugde moeten omarmen en manieren moeten vinden om vaker vreugde op ons pad te vinden. Diep vanbinnen hebben we allemaal de drang om vreugde te vinden in onze omgeving. Die hebben we om een reden. Vreugde is geen overbodig extraatje. Het staat in direct verband met ons fundamentele instinct tot overleven. Op het meest basale niveau is de drang naar vreugde de drang naar leven.

Dankjewel.

(Applaus)

Dankjewel.

Dankjewel, dankjewel.

(Applaus)