David Pizarro
757,923 views • 14:02

In de 17e eeuw had ene Giulia Tofana een zeer succesvolle parfumeriezaak. Wel 50 jaar lang. Dat eindigde nogal abrupt toen ze werd geëxecuteerd — (gelach) — voor het vermoorden van 600 mannen. Het was niet eens een echt goed parfum. In feite was het volledig reukloos, smaakloos en kleurloos, maar als vergif, was er geen beter. Vrouwen die hun echtgenoot beu waren, zochten haar op.

Gifmenger was een gewaardeerd en gevreesd beroep, omdat een mens vergiftigen heel moeilijk is. Omdat we een soort ingebouwde gifdetector hebben. Zelfs bij een pasgeboren baby kan je dat zien. Laat eens een paar druppels van een bittere of zure stof op je tong vallen, dan trek je zo’n gezicht, je steekt je tong uit en je neus gaat rimpelen. Alsof je probeert je te ontdoen van wat er in je mond zit. Deze reactie zet zich voort in de volwassenheid en wordt een volwaardige walgingreactie. Het gaat niet langer alleen over of we worden vergiftigd, maar ook wanneer een of andere fysieke besmetting dreigt. Maar het gezicht dat je trekt, blijft opvallend vergelijkbaar. Het heeft niet alleen meer te maken met fysische verontreinigingen. Steeds meer bewijsmateriaal wijst erop dat walging onze morele overtuigingen beïnvloedt. Zelfs onze diepste politieke intuïties.

Waarom is dat zo? We kunnen dat begrijpen door wat inzicht in onze emoties. Fundamentele menselijke emoties, die wij met alle andere menselijke wezens delen, bestaan omdat ze ons motiveren om goed te doen en ons verhinderen om kwaad te doen. Ze zijn dus over het algemeen goed voor onze overleving. Neem angst, bijvoorbeeld. Ze verhindert ons om echt riskante dingen te doen. Deze foto, vlak voor zijn dood genomen — (gelach) — is een — nee, deze foto is interessant omdat de meeste mensen dit niet zouden doen en, als ze het al deden, ze het niet zouden kunnen voortvertellen, omdat angst voor een roofdier hen ervan zou weerhouden. Net zoals angst ons beschermende voordelen biedt, lijkt walging hetzelfde te doen. Alleen houdt walging ons niet weg van dingen die ons kunnen opeten of van hoogten, maar eerder van wat ons kan vergiftigen of ziek maken. Walging is een interessante emotie omdat ze zeer gemakkelijk is uit te lokken, waarschijnlijk makkelijker dan elke andere fundamentele emotie. Dat ga ik met een paar beelden aantonen. Ik ga jullie waarschijnlijk laten walgen. Kijk dus maar weg. Ik zal je wel vertellen als het gedaan is. (Gelach)

Dit zie je elke dag, niet? Ik bedoel, kom nou. (Gelach)

(Publiek: Oeoe.)

Oké, het is voorbij.

Dit bracht waarschijnlijk veel van jullie aan het walgen, maar als je niet keek, kan ik jullie wel vertellen dat over de hele wereld dingen zoals uitwerpselen, urine, bloed en bedorven vlees walging oproepen. dingen zoals uitwerpselen, urine, bloed en bedorven vlees walging oproepen. Van dit soort dingen ligt het voor de hand dat we ervan wegblijven, omdat ze ons kunnen besmetten. Alleen maar een ziek uiterlijk of rare seksuele handelingen roepen een heleboel walging op.

Darwin was waarschijnlijk een van de eerste wetenschappers die menselijke emoties systematisch onderzocht. Hij wees op het universele karakter en de intensiteit van de walgreactie. Dit is een anekdote van zijn reizen in Zuid-Amerika.

"In Tierro del Fuego raakte een inboorling met zijn vinger wat koud geconserveerd vlees aan terwijl ik zat te eten. De zachtheid ervan deed hem duidelijk walgen, terwijl ik walging voelde omdat mijn eten aangeraakt werd door een naakte wilde — (gelach) — hoewel zijn handen niet vuil waren." Later schreef hij: "Het is in orde, sommige van mijn beste vrienden zijn naakte wilden." (Gelach)

Niet alleen 19de-eeuwse Britse wetenschappers zijn zo kieskeurig. Ik praatte onlangs voor een documentaire met Richard Dawkins en ik kon hem enkele keren laten walgen. Hier is mijn favoriet.

Richard Dawkins: "We zijn geëvolueerd rondom verkering en seks en hebben diepgewortelde emoties en reacties die we maar moeilijk kunnen omzeilen."

David Pizarro: Mijn favoriete deel van deze clip is waar professor Dawkins letterlijk kokhalsde. Hij deinst terug en kokhalst. We moesten het drie keer doen, en telkens kokhalsde hij. (Gelach) Hij zat echt te kokhalzen. Ik dacht echt dat hij ging overgeven.

Een van de kenmerken van walging is niet alleen de universaliteit en de intensiteit ervan, maar ook hoe ze werkt door associatie. Als een walgelijk ding contact maakt met iets propers, wordt dat propere ding walgelijk, niet andersom. Dit maakt het tot een nuttige strategie als je iemand wil overtuigen dat een object, een individu of een hele sociale groep walgelijk en te mijden is. De filosoof Martha Nussbaum wijst hier op in dit citaat: "Doorheen de hele geschiedenis werden sommige walgingopwekkende eigenschappen — slijmerigheid, stank, kleverigheid, verval, rotting — herhaaldelijk en monotoon geassocieerd met... Joden, vrouwen, homoseksuelen, onaanraakbaren, mensen uit lagere klassen — Die werden allemaal als vuil aanzien." Ik geef slechts enkele sterke voorbeelden hoe dit historisch werd gebruikt. Dit komt uit een nazi-kinderboek uit 1938: “Kijk maar naar deze kerels! De baarden vol luizen, de smerige, uitstekende oren, die bevlekte, vettige kleren... Joden hebben vaak een onaangename zoetige geur. Met een goede neus ruik je de Joden." Een meer modern voorbeeld komt van mensen die ons proberen te overtuigen dat homoseksualiteit immoreel is. Dit is van een anti-homowebsite, waar staat dat homo's "de doodstraf verdienen voor hun verachtelijke... sekspraktijken." Ze zijn “als honden die hun eigen braaksel opeten en als zeugen die zich wentelen in hun eigen uitwerpselen." Dit zijn walgingeigenschappen die worden toegeschreven aan de sociale groep die je zou moeten afkeuren.

Toen we voor het eerst de rol van walging onderzochten bij moreel oordeel, vroegen we ons af of dit soort uitspraken meer effect zouden hebben op individuen die gemakkelijker walgen. Terwijl walging samen met de andere basisemoties universele fenomenen zijn, is het ook waar dat sommige mensen gemakkelijker walgen dan anderen. Je kon het waarschijnlijk aan het publiek zien toen ik jullie die walgopwekkende beelden toonde. We hebben dit gemeten aan de hand van een schaal die door enkele andere psychologen werd ontworpen. Ze stelden mensen vragen over hoe allerlei situaties een gevoel van walging konden oproepen. Hier een paar voorbeelden: "Zelfs als ik hongerig was, zou ik geen kom van mijn favoriete soep drinken als ze was omgeroerd met een gebruikte, maar grondig gewassen vliegenmepper." "Eens of oneens?" (Gelach) "Als je door een spoorwegtunnel wandelt en je ruikt urine, zou je dan wel of niet walgen?" Met genoeg van deze vragen krijg je een beeld van gevoeligheid voor walging. Deze score zegt wat over je. Wanneer je in het laboratorium mensen vraagt of ze bereid zijn om veilig maar walgelijk gedrag te vertonen, zoals het eten van chocolade die eruit ziet als een hondendrol of dat ze wat meelwormen zouden opeten, wat perfect gezond, maar nogal vies is, dan vertelt die score je of je bereid zou zijn om dit te doen.

De eerste keer dat we deze gegevens verzamelden en ze correleerden aan politieke of morele overtuigingen, vonden we een algemeen patroon — samen met de psychologen Yoel Inbar en Paul Bloom. In drie studies vonden we dat mensen die gemakkelijk walgden ook meer politiek conservatief bleken te zijn. Je kan dus ook stellen dat meer liberaal denkende mensen moeilijk aan het walgen te krijgen zijn. (Gelach)

In een recentere follow up-studie konden we naar een veel grotere steekproef kijken. In dit geval bijna 30.000 Amerikanen. We vonden hetzelfde patroon. Zoals je kunt zien, zijn mensen aan de conservatieve kant van het politieke spectrum makkelijker aan het walgen te krijgen. Deze set gegevens lieten ons ook toe statistische verbanden te leggen voor een aantal dingen waarvan we wisten dat ze beide gerelateerd waren aan politieke oriëntatie en gevoeligheid voor walging. Dat gold voor geslacht, leeftijd, inkomen, onderwijs en zelfs voor elementaire variabelen van persoonlijkheid. Het resultaat bleef gelijk.

Toen we niet alleen naar de zelf-gerapporteerde politieke oriëntatie keken, maar ook naar het stemgedrag, konden we geografisch de hele natie overzien. In regio's waar mensen hoge niveaus van walggevoeligheid rapporteerden, kreeg McCain meer stemmen. Dus voorspelde het niet alleen hoe ze zichzelf zagen in het politieke spectrum, maar ook hun werkelijke stemgedrag. Over de gehele wereld, in 121 verschillende landen, stelden we dezelfde vragen, en zoals je kunt zien, zijn hier 121 landen samengevouwen in 10 verschillende geografische regio's. Overal vinden we dezelfde relatie Overal vinden we dezelfde relatie tussen walggevoeligheid en politieke oriëntatie. Andere laboratoria hebben dit ook onderzocht met behulp van verschillende methodes om walggevoeligheid te meten. In plaats van hen ernaar te vragen, deden ze fysiologische metingen, zoals meten van de huidgeleidbaarheid. En weer werd aangetoond dat politiek conservatievere mensen ook meer fysiologisch aantoonbaar met walging op dergelijke walgelijke beelden reageerden. Interessant genoeg bleek ook, net zoals in onze eerdere studie, dat zeer walggevoelige personen niet alleen dat zeer walggevoelige personen niet alleen politiek conservatiever waren, maar ook veel meer tegen homohuwelijken en homoseksualiteit waren gekant en tegen een heleboel sociaal-morele houdingen op het seksuele domein. De fysiologische reactie voorspelde in deze studie attitudes ten opzichte van het homohuwelijk.

Maar zelfs met al deze gegevens die walggevoeligheid koppelen aan politieke oriëntatie, blijft een van de vragen wat hier het oorzakelijk verband is? Bepaalt walging echt politieke en morele overtuigingen? Experimentele methoden moeten dit ook weer beantwoorden. Daarom testen we mensen in het lab. We laten hen walgen en vergelijken ze met een controlegroep die we niet laten walgen. Het blijkt dat tijdens de afgelopen vijf jaar een aantal onderzoekers dit hebben gedaan. De resultaten waren in grote lijnen allemaal hetzelfde. Als mensen walging voelen, verschuift hun houding naar rechts in het politieke spectrum en naar meer moreel conservatisme. Je kan gebruik maken van een vieze geur, een slechte smaak, filmclips, post-hypnotische suggesties van walging, van beelden zoals ik heb getoond. Zelfs alleen maar mensen eraan herinneren dat een ziekte heerst, ze ervoor op hun hoede moeten zijn en zich rein moeten houden. Dat heeft allemaal dergelijke effecten op hun manier van oordelen.

Ik geef een voorbeeld van een recente studie. We vroegen deelnemers gewoon ons hun mening te geven over allerlei sociale groepen, terwijl we in de kamer al dan niet een slechte geur verspreidden. Wanneer de kamer vies rook, zagen we dat ze meer negatieve houdingen ten opzichte van homoseksuele mannen rapporteerden. Maar walging had geen invloed op houdingen ten opzichte van alle andere sociale groepen waar we naar vroegen, met inbegrip van Afro-Amerikanen of ouderen. Alleen op de houding die zij hadden ten opzichte van homoseksuele mannen. In een andere groep studies — toen de varkensgriep rondging — herinnerden we mensen eraan dat om de verspreiding van de griep te voorkomen ze hun handen moesten wassen. Sommige deelnemers lieten we vragenlijsten invullen naast een bord dat hen eraan herinnerde hun handen te wassen. Deelnemers in de buurt van dit bord antwoordden meer politiek conservatief. antwoordden meer politiek conservatief. Op een aantal vragen over de juistheid of onjuistheid van bepaalde handelingen, vonden we ook dat denken dat ze hun handen moesten wassen hen moreel conservatiever maakte. In het bijzonder wanneer wij hen vragen stelden over over vrij onschuldige seksuele praktijken met een taboe, maakte herinnerd worden dat ze hun handen moesten wassen hen die als moreel fouter zien. Ik geef je een voorbeeld van wat ik bedoel met onschuldige seksuele praktijken met een taboe. Wij gaven hen enkele scenario's. Een ging over een man die op het huis van zijn grootmoeder lette. Terwijl zijn grootmoeder weg was, had hij seks met zijn vriendin op oma's bed. In een ander vertelden wij dat een vrouw graag masturbeerde met haar favoriete teddybeer naast zich. (Gelach) Mensen vonden dat moreel verwerpelijker als ze eraan herinnerd werden om hun handen te wassen. (Gelach) (Gelach)

Het feit dat emoties ons oordeel beïnvloeden, hoeft ons niet meer te verwonderen. Zo werken emoties nu eenmaal. Ze motiveren niet alleen je gedrag, maar ze veranderen ook de manier waarop je denkt. In het geval van walging is de grootte van deze invloed wel verrassend. Walging is een zinvolle emotie om de manier waarop ik de fysieke wereld bekijk te wijzigen wanneer besmetting mogelijk is. Minder zinvol is dat een emotie die dient om te voorkomen dat ik gif inneem, voorspelt op wie ik ga stemmen bij de komende presidentsverkiezingen.

De kwestie of afkeer onze politieke en morele oordelen moet beïnvloeden is zeker complex, en kan afhangen van precies over welke beslissingen we praten. Als wetenschapper moeten we soms concluderen dat de wetenschappelijke methode tekortschiet om dit soort vragen te beantwoorden. Maar één ding waar ik op zijn minst vrij zeker over ben, is dat we met dit onderzoek kunnen uitvissen welke vragen we in de eerste plaats moeten stellen. Bedankt. (Applaus)