Ik ga het dus hebben over een probleem waar ik mee zit namelijk dat ik filosoof ben.
(Gelach)
Als ik naar een feest ga en mensen mij vragen wat ik doe en ik hen vertel 'ik ben een professor', dan krijgen ze een glazige blik in hun ogen. Als ik naar een academische cocktailparty ga waar allerlei professoren rondlopen, dan vragen ze wat mijn studiegebied is ik zeg dan filosofie — en ze krijgen een glazige blik in hun ogen.
(Gelach)
Als ik naar een filosofenfeestje ga
(Gelach)
en ze me vragen aan welk onderwerp ik werk en ik hen zeg: "Bewustzijn" dan krijgen hun ogen geen glazige blik, maar hun lippen krullen samen in een grauw.
(Gelach)
En ik word onthaald op luidkeels gespot, gekakel en gegrom omdat zij denken, "Dat is onmogelijk! Je kunt bewustzijn niet uitleggen." Het feit dat iemand de branie heeft om te denken dat je bewustzijn zou kunnen verklaren is gewoonweg ondenkbaar.
Wijlen mijn vriend Bob Nozick, een goed filosoof, becommentarieerd in één van zijn boeken, "Filosofische verklaringen", de ethos van de filosofie — de manier waarop filosofen hun activiteiten bedrijven. En hij zegt: "Filosofen houden van het rationele argument." En hij gaat verder: "Het lijkt alsof het ideale argument voor de meeste filosofen er uit bestaat dat je het publiek de voorwaarden geeft en dat je hen dan de gevolgtrekkingen en de conclusie geeft, en als ze die conclusie niet aanvaarden, dan sterven ze. Hun hoofd ontploft." Het gaat er om een argument te hebben dat zo sterk is dat het je tegenstanders neerslaat. Maar in feite verandert dat de gedachten helemaal niet bij mensen.
Het is zeer moeilijk om mensen op andere gedachten te brengen over zaken zoals bewustzijn en ik heb eindelijk de reden daarvoor gevonden. De reden is dat iedereen een expert is inzake bewustzijn. We hoorden gisteren hoe iedereen een sterke mening heeft over video games. Ze hebben allemaal een idee over video games, ook al zijn ze geen expert. Maar ze wanen zich ook geen expert in video games, ze hebben enkel een sterke mening. Ik ben er zeker van dat mensen die werken aan, neem nu, klimaatverandering en de opwarming van de aarde, of de toekomst van het internet, mensen ontmoeten met sterke meningen over wat er te gebeuren staat. Maar ze beschouwen die opinies wellicht niet als expertise. Het zijn enkel vastberaden opinies. Maar als het over bewustzijn gaat, schijnen mensen te denken, ieder van ons schijnt te denken, "Ik ben een expert. Simpelweg door bewust te zijn weet ik hier alles over." En dus vertel je hen je theorie en dan zeggen ze: "Nee, nee, dat is niet hoe bewustzijn werkt! Nee, jij zit er helemaal naast." En dat zeggen ze met verbazingwekkend veel vertrouwen.
En dus wat ik vandaag ga proberen is uw vertrouwen te doen wankelen. Want ik ken het gevoel — ik kan het zelf ook voelen. Ik wil uw vertrouwen in uw kennis van uw diepste gedachten — uw idee dat u zelf een authoriteit van uw eigen bewustzijn bent, een deuk geven. Dat staat er op het programma.
Nu, deze leuke foto toont u een gedachtenballon. Een gedachtenbubbel. Ik denk dat iedereen begrijpt wat dat betekent. Het moet de stroom van uw bewuste gedachten voorstellen. Dit is mijn favoriete voorstelling van bewustzijn dat ooit gemaakt is. Dit is van Saul Steinberg natuurlijk — het was een cover voor New Yorker. En deze kerel hier bekijkt een schilderij van Braque. En dat doet hem denken aan het woord barok, barrak, geblaf, poedel Suzanne R. — hij verliest er zichzelf helemaal in. Er staat hier een prachtige gedachtenstroom en als je hem volgt, leer je veel over deze man. Wat ik ook ze leuk vind aan deze tekening is dat Steinberg de man weergeeft in een soort pointillistische stijl.
Wat er ons aan herinnert, zoals Red Brooks gisteren zei, dat wat wij zijn, wat ieder van ons is — wat u bent, wat ik ben — neerkomt op zo'n 100 biljoen kleine cellulaire robots. Daarvan zijn wij gemaakt. Helemaal geen andere ingrediënten. We zijn enkel van cellen gemaakt, zo'n 100 biljoen. Niet één van die cellen heeft bewustzijn, niet één van die cellen weet wie jij bent, of kan het wat schelen. Op één of andere manier moeten we verklaren hoe het komt dat als je teams, legers, battaljons van honderden miljoenen kleine onbewuste robotcellen — niet echt verschillend van een bacterie, stuk voor stuk — samen zet het resultaat dan dit is. Ik bedoel, bekijk het eens. De inhoud - er zijn kleuren, ideeën, herinneringen, geschiedenis. En ergens komt al de inhoud van dat bewustzijn voort uit de drukke activiteiten van die horden neuronen. Hoe kan dat? Vele mensen denken dat het helemaal niet kan. Zij denken, "Nee, er kan geen soort van naturalistische verklaring voor bewustzijn bestaan."
Dit is en prachtig boek van een vriend van me, Lee Siegel, die eigenlijk hoogleraar in de religie is, aan de Universiteit van Hawaii, en hij is een geweldig goochelaar en een expert in de straatgoochelkunst in India, waar het in dit boek over gaat, "Net van Magie." En er staat een pasage in die ik graag met u zou willen delen. Het kaart het probleem op een eloquente wijze aan. " 'Ik schrijf een boek over magie', vertel ik en ze vragen me, 'Echte magie?' Met echt magie bedoelen mensen wonderen, betoveringen van wonderdoeners en bovennatuurlijke krachten. 'Nee,' antwoord ik, 'goocheltrucs, geen echte magie.' Anders gezegd: echte magie verwijst naar magie die niet echt is, maar de magie die echt is, die je effectief kan uitvoeren, is geen echte magie."
(Gelach)
Zo denken veel mensen over bewustzijn.
(Gelach)
Echt bewustzijn is geen trukendoos. Als je gaat vertellen dat het een trukendoos is dan is het geen echt bewustzijn, wat het ook is. En, zoals Marvin zei, en zoals anderen hebben gezegd, "Het bewustzijn is een trukendoos." Dat betekent dat veel mensen gewoon totaal ontevreden en niet overtuigd blijven als ik bewustzijn probeer te verklaren. Dat is dus het probleem. Dus ik moet proberen om te werk te gaan op een manier die velen onder u niet leuk zullen vinden, om dezelfde reden dat je niet graag wordt verteld hoe een goocheltruc in elkaar steekt. Hoeveel onder u, als iemand — een wijsneus — je begint te vertellen hoe een bepaalde goocheltruc werkt, dan wil je gewoon je oren sluiten en zeggen, "Nee, nee, ik wil het niet weten! Neem de spanning niet weg. Ik word liever betoverd. Vertel me het antwoord niet." Vele mensen denken zo over bewustzijn, heb ik ontdekt. En het spijt me als ik u een beetje verheldering en inzicht opdring. U kunt beter nu vertekken als u deze trucjes niet wilt leren kennen.
Maar ik ga het niet allemaal aan u uitleggen. Ik ga doen wat filosofen doen. Weet hoe een filosoof uitlegt hoe een goochelar iemand in tweeën zaagt? U kent die truc waarbij ze een dame in tweeën zagen? De filosoof zegt, "Ik ga u vertellen hoe het in elkaar zit. Weet u, de goochelaar zaagt die dame niet echt in tweeën."
(Gelach)
"Hij laat u enkel denken dat hij dat doet." En dan zegt u: "Ja, en hoe doe hij dat?" En hij zegt: "Oh, dat is mijn gebied niet, sorry."
(Gelach)
Ik ga u nu dus illustreren hoe filosofen bewustzijn verklaren. Maar ik ga u ook proberen te tonen dat bewustzijn niet zo fantastisch is — uw eigen bewustzijn is niet zo wonderbaarlijk — als u misschien wel gedacht had. Dit is trouwens iets waar Lee Siegel het in zijn boek over heeft. Hij is verbaasd dat als hij een goochelshow doet, nadien mensen zullen zweren dat ze hem X, Y en Z zagen doen. Hij deed die dingen nooit. Hij probeerde die dingen zelfs niet te doen. Herinneringen blazen de dingen, die mensen denken gezien te hebben, op. En dat geldt ook voor bewustzijn.
Goed, laten we eens zien of dit werkt. Goed. Laten we hier maar naar kijken. Kijk er aandachtig naar. Ik werk met een jonge computeranimator, documentairemaker Nick Deamer genaamd, en dit is een demo die hij voor me deed, een onderdeel van een groter project dat sommigen misschien interesseert. We zoeken nog ondersteuning. Het is een documentaire over bewustzijn. OK, goed, u heeft allen gezien wat er veranderd is, niet? Hoeveel mensen bespeurden dat elk van die vierkanten van kleur veranderde? Allemaal. Ik zal het nog eens tonen zodat je het kan zien. Zelfs als je weet dat ze van kleur gaan veranderen is het moeilijk op te merken. Je moet je echt concentreren om ook maar iets te zien veranderen.
Wel, dit is een voorbeeld — één van velen — van een fenomeen dat nu behoorlijk veel wordt onderzocht. Ik heb dit voorspeld in de laatste pagina's van mijn boek uit 1991, "Bewustzijn verklaard", waarin ik zei dat als je dit soort experimenten deed, je mensen zou vinden die echt grote veranderingen niet zouden opmerken. Als er aan het eind nog tijd overblijft zal ik u een veel schokkender voorbeeld tonen. Hoe kan het toch dat er zoveel veranderingen zijn en dat we ons er niet van bewust zijn? Eerder vandaag bracht Jeff Hawkins aan de orde dat je oog oogsprongen maakt dat je oog drie of vier keer per seconde ronddraait. Hij zei niets over de snelheid. Je oog beweegt constant, gaat rond, kijkt naar ogen, neuzen, ellebogen, kijkt naar interessante dingen in de wereld. En waar je oog niet naar kijkt daar heb je een verbazend beperkt zicht. Dat komt doordat de fovea centralis in je oog, dat is het hoge resolutie gedeelte, niet groter is dan de dikte van je duimnagel. Dat is het gedeelte voor details. Maar zo lijkt het niet, hè? Zo lijkt het niet te zijn, maar zo is het wel. Je krijgt veel minder informatie binnen dan je denkt.
Hier heb je een heel ander effect. Dit is een schilderij van Bellotto. Het hangt in het museum in North Carolina. Bellotto was een student van Canaletto. En ik houd van zulke schilderijen — het schilderij is ongeveer zo groot als je hier ziet. En ik houd van Canaletto's, omdat hij zo'n fantastisch gevoel voor detail heeft, je kunt er dicht bovenop kijken en alle details op het schilderij zien. Ik begon aan de overkant van de zaal in North Carolina, omdat ik dacht dat het wellicht een Canaletto was en vele details zou hebben. En ik merkte dat er op de brug hier veel mensen waren — je kunt ze nauwelijks over de brug zien wandelen. En terwijl ik dichter kwam, dacht ik dat ik vele details van de meesten zou kunnen zien, hun kleren zou zien, enzovoorts. En toen ik dichter en dichterbij kwam, gaf ik een gil, Ik riep het uit, want toen ik dichterbij kwam ontdekte ik dat er helemaal geen details waren. Er waren enkel kunstig geplaatste verfvlekken. Terwijl ik naar het schilderij wandelde verwachtte ik de details die er niet waren. De kunstenaar had heel slim mensen en kleding en wagentjes en andere dingen gesuggereerd en mijn hersenen hadden die suggestie geaccepteerd.
U bent vertrouwd met een recentere technologie, die — hier is. Je kunt de vlakken beter zien. Zie je, als je dichtbij komt zijn het gewoon verfvlekken. U zal zoiets al gezien hebben — dit is het omgekeerde effect. Ik zal het u nog een keer tonen.
Wat doet je brein nu als het de suggestie aanneemt? Als een paar kunstige verfplekken van een kunstenaar een persoon suggereren — neem nu één van Marvin Minsky's kleine gemeenschap van de geest — sturen ze dan kleine schilders om alle details in je brein ergens op te vullen? Ik denk het niet. Helemaal niet. Maar hoe gebeurt het dan in vredesnaam? Wel, herinnert u zich de uitleg van de filosoof over die dame nog? Dit is hetzelfde. Je hersenen laten je gewoon denken dat het de details heeft. Je denkt dat het detail er is, maar het is er niet. Je hersenen brengen het detail helemaal niet in je gedachten. Ze laten je het gewoon veronderstellen.
Laten we even snel dit experiment doen. Is de figuur links dezelfde als die rechts, verdraaid? Ja. Wie onder u vond het door de linker in gedachten te roteren om te zien of het dezelfde is als de rechter? Wie roteerde de rechter? OK. Hoe weet u dat dat was wat u deed?
(Gelach)
Er was een heel interessant debat in de cognitieve wetenschap dat meer dan 20 jaar duurde — Roger Sheperd startte vele experimenten om de hoekrotatiesnelheid van mentale beelden te meten. Ja, dat kun je doen. Maar de details van het proces zijn nog steeds behoorlijk controversieel. En als je die literatuur leest is één van de zaken die je echt moet accepteren dat zelfs wanneer je het experiment ondergaat, je het niet weet. Je weet niet hoe je het doet. Je weet enkel dat je bepaalde zaken gelooft. En die hebben een bepaalde volgorde op een bepaald moment. En hoe verklaar je dat dat hetgene is dat je denkt? Dat moet je aan de goochelaar in de coulissen vragen.
Dit is een beeld waar ik van houd: Bradley, Petrie en Dumais. U denkt dat ik vals speel, dat ik een kleine, witter dan witte lijst daar heb geplaatst. Wie van u ziet een soort lijst, terwijl de Necker kubus voor de cirkels zweeft? Ziet u het? Wel, weet u, eigenlijk is die lijst daar echt, in zekere zin. Uw hersenen berekenen effectief die lijst, die komt precies daar. Maar goed, ziet u dat u de kubus op twee manieren kan zien? Het is een Necker kubus. Iedereen ziet dat je hem op twee manieren kunt zien? OK. Kunt u de kubus op vier manieren zien? Want je kunt er op een andere manier naar kijken. Als je er naar kijkt als een kubus die zweeft voor een paar cirkels, zwarte cirkels, dan is er een andere manier om hem te bekijken. Als een kubus, op een zwarte achtergrond, zoals je hem zou zien door een stuk Zwitserse kaas.
(Gelach)
Zie je het? Wie ziet het niet? Dit zal helpen.
(Gelach)
Nu ziet u het. Dit zijn twee zeer verschillende fenomenen. Als je de kubus zo bekijkt, achter het scherm, gaan die lijsten weg. Maar er wordt toch nog ingevuld, zoals je hierop kan zien. We kunnen de kubus zo zien, maar waar verandert de kleur? Moeten je hersenen kleine schilders uitsturen? De paars-schilders en de groen-schilders die gaan vechten over wie het stuk achter het gordijn doet? Nee. Je hersenen laten het gewoon zo. Je hersenen hoeven dat niet in te vullen. Toen ik begon te spreken over het Bradley, Petrie, Dumais voorbeeld dat u zojuist zag — ik zal terug naar deze gaan — heb ik u gezegd dat er niets werd ingevuld daar. En ik beschouwde dat als een absolute waarheid. Maar Rob Van Lier heeft recent aangetoond dat het niet zo is.
Nu, als je denkt dat je iets lichtgeel ziet — ik laat deze nog een paar maal zien. Kijk in de grijze zones, en kijk even of je een soort schaduw daar ziet bewegen — ja! Het is ongelofelijk. Er is daar niets. Het is geen truc. - Dit is het werk van Ron Rensink, in zekere mate geïnspireerd door die suggestie op het einde van het book. Ik zal het even pauzeren als dat lukt.
Dit is veranderingsblindheid. Wat u gaat zien zijn twee foto's, die een klein beetje van elkaar verschillen. U ziet het rode dak en het grijze dak, en tussen die twee komt een masker, dat is gewoon een wit scherm, zo'n kwart van een seconde. Dus u ziet de eerste foto, dan een masker. Dan de tweede foto, dan een masker. En dat blijft zo doorgaan, en uw taak als proefpersoon is op de knop drukken als u de verandering ziet. Dus, we tonen het origineel 240 milliseconden. Wit scherm. De volgende foto voor 240 milliseconden. Wit. En ga door, tot de proefpersoon op de knop drukt en zegt: "Ik zie de verandering".
Dus nu gaan wij de proefpersonen in het experiment zijn. We starten eenvoudig. Een paar voorbeelden. Geen probleem hier. Iedereen ziet het? Goed. Inderdaad, Rensink's proefpersonen hadden maar iets langer dan een seconde nodig om op de knop te drukken. Ziet u deze? 2.9 seconden. Wie ziet het nog steeds niet? Wat staat er op het dak van die schuur?
(Gelach)
Het is eenvoudig. Is dat een brug of een pier? Er zijn er een paar meer echt opvallende en dan stop ik. Ik wil er u een paar echt opvallende tonen. Deze omdat het zo groot is en toch moeilijker te zien. Kunt u het zien?
Pubiek: Ja.
Ziet u die schaduwen bewegen? Behoorlijk groot. De mediaantijd hier is 15,5 seconden voor de proefpersonen in zijn experiment.
Ik vind deze leuk. Ik zal hiermee eindigen, omdat het zo'n duidelijk en belangrijk iets is. Wie ziet het nog niet? Wie ziet het nog niet? Hoeveel motoren aan de vleugel van die Boeing?
(Gelach)
In het midden van de foto! Hartelijk dank voor uw aandacht. Wat ik u wilde tonen, is dat wetenschappers, met hun afstandelijke methoden, u dingen over uw eigen bewustzijn kunnen leren die u zich nooit zou inbeelden. En dat in feite, u geen autoriteit bent omtrent uw eigen bewustzijn, ook al denkt u dat. En we maken echt grote vorderingen om tot een theorie van de geest te komen.
Jeff Hawkins, deze morgen, had het over zijn poging om theorie, een goede grote theorie, in de neurowetenschappen te krijgen. En hij heeft gelijk. Dit is een probleem. Ik was eens op Harvard Medical School voor een gesprek — zei de directeur van het lab: "In ons lab zeggen we als je werkt aan één neuron, dan is het neurowetenschap. Werk je aan twee neuronen, dan is het psychologie."
(Gelach)
We moeten meer theorie ontwikkelen en dat kan ook top-down gebeuren.
Hartelijk dank.
(Applaus)