Ann Cooper
1,393,473 views • 19:42

Ik vind schoollunch een kwestie van sociale rechtvaardigheid. Ik ben het hoofd van de voedingsdienst van het Berkeley Unified School District. Ik heb 90 werknemers en 17 locaties, 9600 kinderen. Ik verzorg 7100 maaltijden per dag, en dat doe ik sinds twee jaar. Ik probeer te veranderen hoe we kinderen in Amerika voeden. Daarover wil ik het vandaag met jullie hebben. Hier enkele van mijn kinderen bij een saladebuffet. Die heb ik meteen in al onze scholen geplaatst. Iedereen zei dat het onmogelijk was. Kleine kinderen konden niet eten uit een saladebuffet en grotere kinderen zouden erin spugen - geen van beide gebeurde.

Toen ik dit overnam, probeerde ik precies te bepalen wat mijn visie zou zijn: hoe veranderen we de relatie die kinderen met hun eten hebben? Ik zal je vertellen waarom we die moeten veranderen, maar dat het moet, is een feit. Ik kwam tot de conclusie dat we onze kinderen de symbiotische relatie moeten bijbrengen tussen een gezonde planeet, gezond voedsel en gezonde kinderen. Als we dat niet doen, is de uitkomst, hoewel het tegendeel ook wel wordt beweerd, dat we zullen uitsterven omdat we onze kinderen doodvoeren. Dat is mijn stelling.

We zien kinderen zieker en zieker worden. De reden daarvoor ligt vooral in ons voedselsysteem en hoe de overheid voedsel subsidieert, hoe de overheid ons voedsel controleert, hoe het ministerie van landbouw eten op de borden van onze kinderen brengt dat ongezond is, en ongezond voedsel toelaat in scholen. Als vanzelfsprekend sturen wij allemaal onze kinderen, kleinkinderen, nichtjes en neefjes naar school, en vertellen ze om te leren wat ze op school wordt aangeboden. Als je deze kinderen slecht voedsel geeft, is dat wat ze leren. Daar gaat het eigenlijk om.

We zijn hier beland door de grote landbouwindustrie. We leven in een land waar we over het algemeen niet zelf beslissen wat we eten. We zien grote bedrijven, Monsanto en DuPont - verantwoordelijk voor 'Agent Orange' en vuilafstotend tapijt. Zij controleren 90 % van de commercieel geproduceerde zaden in ons land. Dit zijn 10 bedrijven die grotendeels bepalen wat er in onze supermarkten ligt, wat mensen eten - en dat is een groot probleem.

Dus toen ik begon na te denken over deze zaken, en hoe ik kon veranderen wat kinderen eten, richtte ik me vooral op wat we ze zouden leren. Het allereerste onderwerp was regionaal eten - proberen voedsel te eten uit onze eigen regio. Met ons gebruik van fossiele brandstoffen, en nu die brandstoffen verdwijnen en aardolieproductie zijn top bereikt - moeten we echt gaan nadenken of we ons voedsel 2400 km moeten vervoeren voordat we het opeten. We spraken daar met kinderen over, en we geven ze nu ook echt regionaal voedsel.

En dan praten we over biologisch eten. Voor de meeste scholen is biologisch voedsel te duur, maar wij, als natie, moeten gaan nadenken over het consumeren, het telen en het geven van voedsel aan onze kinderen dat niet propvol chemicaliën zit. We kunnen onze kinderen niet blijven volstoppen met pesticiden, herbiciden, antibiotica en hormonen. We kunnen dat niet blijven doen. Dat werkt niet. Het resultaat is dat kinderen ziek worden.

Een van mijn stokpaardjes op het moment is antibiotica. 70 procent van de in Amerika geconsumeerde antibiotica wordt gebruikt in de veeteelt. Dagelijks geven wij onze kinderen antibiotica in rundvlees en andere dierlijke eiwitten. 70 procent — het is ongelofelijk. Het resultaat is dat we ziektes krijgen. We hebben dingen als E. coli, die we niet kunnen genezen, waarvan we onze kinderen niet kunnen genezen als ze ziek worden. En hoewel antibiotica zeker te vaak zijn voorgeschreven, is het een belangrijk punt in de voedselvoorziening. Een van mijn favoriete feiten is dat de Amerikaanse landbouw jaarlijks 544 miljoen kilo pesticiden gebruikt. Dat betekent dat ieder van ons, en onze kinderen het equivalent van een 2½-kilozak consumeert — zo'n zak die je thuis gebruikt - als ik er hier een had en die zou opentrekken, en de hoop die hier op de vloer zou liggen, dat is wat we jaarlijks eten en onze kinderen te eten geven omdat dat in ons voedsel zit, vanwege onze consumptiewijze en productiewijze in Amerika.

Het ministerie van landbouw staat antibiotica, hormonen en pesticiden toe in ons voedsel, en het ministerie heeft betaald voor deze advertentie in Time Magazine. Oké, we zouden het over Rachel Carson en DDT kunnen hebben, maar we weten dat het níet goed was voor jou en mij. En toch is dat wat het ministerie toestaat in ons voedsel. Dat moet veranderen. Je mag het ministerie niet zien als allesbepalend in wat we onze kinderen te eten geven en wat toegestaan is. We kunnen er niet vanuit gaan dat ze ons welzijn voorop stellen. De tegenhanger hiervan is duurzaam voedsel. Dat is wat ik mensen echt probeer bij te brengen. Ik probeer dit kinderen echt te leren, ik denk dat dat het belangrijkste is. Het is voedselconsumptie zodanig dat we later nog steeds een planeet hebben waarop kinderen gezond kunnen opgroeien en die een verzachtende invloed heeft op alle negatieve effecten die we zien. Het is gewoon een nieuw idee. Kijk, mensen gooien met de term duurzaamheid, maar we moeten uitvinden wat duurzaamheid precies is.

In minder dan 200 jaar, in slechts enkele generaties, zijn we van 100 procent, 95 procent boeren gegaan naar minder dan 2 procent boeren. Ons land heeft meer gevangenen dan boeren: 2,1 miljoen gevangenen, 1,9 miljoen boeren. We geven gemiddeld 35.000 dollar uit per jaar, om een gevangene in de gevangenis te houden en schooldistricten geven 500 dollar per jaar uit om een kind te eten te geven. Geen wonder dat we criminelen hebben.

(Gelach)

Het gevolg is dat we ziek worden — wij worden ziek en onze kinderen worden ziek. Het gaat erom wat we ze te eten geven. Wat we binnenkrijgen, is wat we zijn. We zijn werkelijk wat we eten. En als we deze weg blijven volgen, als we onze kinderen slecht voedsel blijven geven, en doorgaan ze niet te leren wat goede voeding is, wat gebeurt er dan? Wat gebeurt er met ons hele medische systeem? Het gevolg zal zijn dat we kinderen krijgen met kortere levensduur dan wijzelf. De CDC — het centrum voor ziektebeperking — heeft over kinderen geboren in het jaar 2000 gezegd — de kinderen die nu zeven en acht zijn — dat één op elke drie blanke kinderen, één op elke twee zwarte of Latijnse kinderen, ergens in hun leven suikerziekte zullen krijgen. En alsof dat niet genoeg is, gaan ze verder, krijgen de meesten het vóór hun eindexamen. Dat betekent dat 40 à 45 procent van alle schoolgaande kinderen afhankelijk zou kunnen zijn van insuline binnen tien jaar — binnen tien jaar.

Wat gaat er gebeuren? Nou, het CDC heeft verder gezegd dat kinderen geboren in het jaar 2000 de eerste generatie in de geschiedenis van ons land zouden kunnen zijn die jonger sterft dan hun ouders. En dat komt door wat we ze te eten geven. Omdat 8-jarigen niet zelf horen te beslissen, en doen ze dat wel, heb je therapie nodig. Wij zijn verantwoordelijk voor wat kinderen eten. Maar oeps, misschien zijn zij wel verantwoordelijk voor wat kinderen eten. Grote bedrijven geven 20 miljard dollar per jaar uit aan reclame voor niet-voedzaam eten voor kinderen. 20 miljard dollar per jaar. 10.000 reclames die de meeste kinderen zien. Voor elke 500 dollar die ze uitgeven aan reclame voor ongezonde voedingsmiddelen, geven ze één dollar uit aan reclame voor gezonde, voedzame voeding. Het resultaat is dat kinderen denken dat ze doodgaan als ze geen kipnuggets krijgen.

Dat iedereen denkt dat ze alsmaar méér moeten eten. Het ministerie van landbouw beveelt deze portiegrootte aan, dit kleine dingetje. Die daar, die groter is dan mijn eigen hoofd, is wat McDonald's en Burger King en al die grote bedrijven denken dat we moeten eten. Waarom kunnen ze zoveel opdienen? Waarom kunnen we voor 29 cent Big Gulps, en voor 99 cent dubbele hamburgers krijgen? Door de manier waarop de overheid voedsel subsidieert. Het zijn de goedkope mais en goedkope soja die onze voedselvoorziening ingeduwd worden die deze niet-voedzame voedingsmiddelen zo ongelooflijk goedkoop maakt. Vandaar dat ik zeg dat het een kwestie is van sociale rechtvaardigheid.

Zoals ik zei, doe ik dit in Berkeley. Je zou kunnen denken: oh, Berkeley. Daar kan zoiets natuurlijk. Nou, dit is het eten dat ik twee jaar geleden aantrof. Het is niet eens eten. Het is het spul waarmee we onze kinderen voeden — Extremo Burritos, worstenbroodjes, pizzabroodjes, gesmolten kaasbroodjes. Alles werd verpakt in plastic, in karton. Het enige keukengerei dat mijn personeel had, was een stanleymes. Het enige stuk werkend gereedschap in mijn keuken was een blikopener, want als het niet in blik zat, zat het bevroren in een doos. Het ministerie van landbouw staat dit toe. Het ministerie van landbouw staat al deze troep toe. Mocht je het niet kunnen zien, dat is een soort roze puddingbroodje en een soort muffin. Kipnuggets, aardappelkroketten, chocolademelk met veel fructose, fruitmix uit blik — een maaltijd die zichzelf terugbetaalt.

Hiervan zegt de overheid dat het oké is om onze kinderen te geven. Het is niet oké. Weet je wat? Het is niet oké. En wij, wij allemaal, moeten begrijpen dat het om ons gaat — wij kunnen het verschil maken. Mocht iemand van jullie kipnuggets hebben uitgevonden, weet ik zeker dat je dan rijk zou zijn. Maar wie besloot er ooit dat een kip eruit zou moeten zien als een hartje, een giraffe, een ster? Dat heeft Tyson gedaan, omdat er geen kip in die kip zit. Omdat ze erachter kwamen dat ze dit goed konden verkopen aan kinderen. Wat is er mis met kinderen leren dat een kip eruit ziet als een kip? Maar dit is wat de meeste scholen aanbieden. Sterker nog, waarschijnlijk ook wat veel ouders aanbieden, in tegenstelling tot dit — wat wij proberen aan te bieden.

We moeten echt verandering brengen in dit paradigma over kinderen en voeding. We moeten onze kinderen echt leren dat een kip geen giraffe is. Dat groenten kleur hebben — dat ze smaak hebben, dat worteltjes in de aarde groeien, dat aardbeien in de aarde groeien Er is geen aardbeienboom of worteltjesstruik. Weet je, we moeten de manier veranderen waarop we kinderen over deze dingen leren. Er is een hoop dat we kunnen doen. Er zijn veel scholen die vers-programma's hebben. Er zijn veel scholen die werkelijk vers eten in huis halen.

In Berkely werken we nu helemaal vers. We hebben geen maïssiroop met veel fructose, geen verzadigde vetten, geen bewerkt eten. We koken elke dag vanaf de basis. We hebben 25 procent van ons — (Applaus) dank je — 25 procent van onze spullen is biologisch en lokaal. We koken. Dat is een hoop werk. Ik sta elke dag om vier uur op om het eten voor de kinderen klaar te maken omdat dat nodig is. We kunnen onze kinderen geen bewerkte rommel blijven geven, vol chemicaliën, en dan verwachten dat het gezonde burgers worden. Je kunt er niet voor zorgen dat de volgende generatie of de generatie daarna op deze manier kan denken als ze niet goed gevoed zijn. Als ze alsmaar chemicaliën eten, kunnen ze niet nadenken. Ze worden niet slim. Ze zullen alleen maar ziek zijn.

Toen ik naar Berkeley ging, besefte ik dat dit allemaal nogal wonderbaarlijk was voor mensen. Heel, heel anders — en ik moest het aanprijzen. Ik bedacht deze kalenders die ik alle ouders toezond. Die maakten mijn programma echt duidelijk. Ik sta aan het hoofd van alle kooklessen en alle tuinierlessen in ons schooldistrict. Dit is een typisch menu. Dit is wat we deze week serveren op de scholen. En zie je de recepten aan de zijkant? Dat zijn de recepten die kinderen leren in mijn kooklessen. Ze proeven deze ingrediënten in de tuinonderhoud-lessen. Ze kweken ze wellicht ook. En we serveren ze in de kantines. Als we de relatie van kinderen met voedsel gaan veranderen, komt dat door heerlijk, voedzaam eten in de kantines, praktijkervaring — de meekijk- kook- en tuinonderhoudlessen — en theorieonderwijs om het te verbinden.

Je begrijpt ondertussen dat ik het ministerie van landbouw niet mag, en ik heb geen idee wat ik aan moet met hun piramide, die omgekeerde piramide met de regenboog erover. Naar het einde van de regenboog rennen? Ik weet het niet. Dus ik heb mijn eigen versie gemaakt. Dit is beschikbaar op mijn website in Engels en Spaans: een visuele manier om met kinderen over eten te praten. De heel kleine hamburger, de heel grote groenten. We moeten dit veranderen. We moeten kinderen laten begrijpen dat hun voedselkeuzes belangrijk zijn. We hebben kookles-lokalen in onze scholen. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat we een of twee generaties hebben opgevoed met 1 van de 4 maaltijden fastfood, 1 van de 4 maaltijden gegeten in een auto, en 1 van de 4 maaltijden gegeten voor een tv of computer. Wat leren kinderen? Waar is de tijd voor het gezin? Waar is socialisatie? Waar zijn de gesprekken? Waar leren ze praten? We moeten dit veranderen.

Dit zijn kinderen met wie ik werk in Harlem. EATWISE — 'Verlichte en bewuste tieners die bewust eten inspireren' We moeten kinderen leren dat Coke en Pop Tarts geen ontbijt zijn. We moeten kinderen leren dat als ze een dieet van geraffineerde suiker aanhouden, ze op en neer gaan, net alsof ze aan de crack zijn. We moeten dit allemaal verbinden. We maken compost op alle scholen. We recyclen op al onze scholen. De dingen die we wellicht thuis doen, die we zo belangrijk vinden, moeten we kinderen op school leren. Het moet ze zo eigen worden dat ze het echt gaan begrijpen. Weet je, velen van ons zijn zo'n beetje aan het einde van onze carrières, en we moeten deze kinderen — deze jonge kinderen, de volgende generatie — de middelen aanreiken om zichzelf te redden, en de planeet te redden.

Ik doe veel publiek-private samenwerking. Ik werk met private bedrijven die bereid zijn om R + D voor me te doen, die de distributie voor me willen doen, die echt bereid zijn om het de scholen in te brengen. Scholen zijn ondergefinancierd. De meeste scholen in Amerika spenderen minder dan 7.500 dollar om een kind te onderwijzen. Dat is minder dan 5 dollar per uur. De meesten van jullie geven 10-15 $ uit aan een babysitter als je die nodig hebt. We spenderen dus minder dan 5 $ per uur aan het onderwijssysteem. Als we dat willen veranderen, en veranderen hoe we onze kinderen voeden, moeten we dat echt heroverwegen. Dus, publieke en private partners, voorspraakgroepen, werken met stichtingen. In ons schooldistrict bekostigen we dit doordat ons district 0.03% van het algemene budget aanwendt voor voeding. Ik denk dat als elk schooldistrict 0.5% tot 1% daarvoor uittrekt, we dit probleem echt zouden kunnen oplossen.

We moeten het echt veranderen. Het gaat meer geld kosten. Natuurlijk gaat het niet allemaal over voeding, maar ook over beweging voor kinderen. Een van de simpele dingen die we kunnen doen, is de pauze vóór de lunch plannen. Het lijkt vanzelfsprekend Je hebt kinderen die komen lunchen en als ze daarna pauze hebben zie je ze hun lunch weggooien om naar buiten te kunnen. Om één uur 's middags zijn ze dan uitgeput. Dat zijn je kinderen en kleinkinderen die dubbelvouwen als je ze oppakt, omdat ze geen lunch hebben gehad. Als er na de lunch meteen lessen zijn, geloof me... dan eten ze braaf hun lunch.

We moeten — we moeten ze onderwijzen. We moeten het die kinderen leren. We moeten het personeel onderwijzen. Ik had 90 medewerkers. Twee waren er koks — geen van hen kon het. Nou ben ik nu niet zoveel beter af. Maar we moeten echt onderwijzen. We moeten onderwijsinstellingen na laten denken over manieren om mensen weer te laten koken, want dat doen ze uiteraard niet — want we hadden zo lang al dat bewerkte voedsel in scholen en instellingen. We hebben 40 minuten lunch nodig. De meeste scholen hebben 20 minuten. En ze moeten op het juiste tijdstip zijn. Een groot onderzoek liet zien dat veel scholen om 9 of 10 uur 's ochtends lunchen. Dat is geen lunchtijd!

Het is krankzinnig! Het is krankzinnig wat we doen. En onthoud... tenminste impliciet, is dit wat we onze kinderen leren dat ze zouden moeten doen. Ik denk dat als we dit echt willen oplossen, dan is er zeker iets dat we moeten doen: veranderen hoe we toezicht houden op het 'National School Lunch Program'. In plaats van onder het ministerie van landbouw, zou het onder het CDC moeten vallen. Als we over voedsel en hoe we onze kinderen voeden denken als een gezondheidskwestie, en over voedsel als gezondheid, dan zouden we geen worstenbroodjes serveren als lunch.

Oké, de financiën hierover... Ik sluit het zo'n beetje af met het financiële plaatje, want ik denk dat we dit allemaal moeten begrijpen. Het National School Lunch Program geeft 8 miljard dollar uit om 30 miljoen kinderen een jaar te voeden. Dat getal moet waarschijnlijk verdubbelen. Mensen zeggen: "Mijn hemel, waar halen we 8 miljard vandaan?" In dit land geven we 110 miljard per jaar uit aan fastfood. We geven 100 miljard per jaar uit aan dieetmiddelen. We geven 50 miljard uit aan groenten, daarom hebben we al die dieetmiddelen nodig. We geven 200 miljard per jaar uit aan dieet-gerelateerde ziekten, met 9% van onze kinderen die diabetes type 2 hebben. 200 Miljard.

Weet je wat? Als we het hebben over 8 miljard meer, dan is dat niet zo veel. Die 8 miljard komt neer op 2 dollar 49 cent — dat is wat de overheid uittrekt voor lunch. De meeste schooldistricten besteden 2/3 daarvan aan salarissen en overheads. Dat betekent dat we minder dan een dollar per dag besteden aan eten voor schoolkinderen — de meeste scholen 80-90 cent. In L.A. is het 56 cent. Dus we geven minder dan een dollar uit aan lunch. Als ik naar een Starbucks ga of iets vergelijkbaars in San Francisco, dan kost een venti latte 5 dollar. Eén dure kop koffie, eentje maar, kost meer dan we uitgeven aan de voeding van onze kinderen voor een hele week in onze scholen.

Weet je wat? We zouden ons moeten schamen. Wij als land zouden ons daarover moeten schamen. Het rijkste land. In ons land zijn het de kinderen die het het hardst nodig hebben, die dit belabberde eten krijgen. Het is het kind met ouders en grootouders en oom en tantes die het niet kunnen opbrengen om voor schoollunch te betalen, dat dit eten krijgt. Dit zijn dezelfde kinderen die ziek zullen worden. Dat zijn de kinderen voor wie we zouden moeten zorgen.

Iedereen kan een verschil maken. Ieder van ons, of we kinderen hebben, of we om kinderen geven, of we neefjes en nichtjes hebben, of wat dan ook — we kunnen een verschil maken. Je kunt gaan zitten en een maaltijd eten met je kinderen, je kinderen of kleinkinderen, of neefjes of nichtjes meenemen naar een boerenmarkt. Proef dingen met ze. Ga zitten en geef om ze. Op macroniveau lijkt het alsof we in een presidentiële campagne van 19 maanden zitten. Van alle dingen die we vragen aan deze potentiële leiders... laten we vragen om de gezondheid van onze kinderen. Dank je wel.