Andreas Schleicher
782,328 views • 19:47

Radicale openheid is nog altijd een verre toekomst op het gebied van onderwijs op school. We zien zo moeilijk in dat leren geen plaats maar een activiteit is.

Ik vertel jullie het verhaal van PISA, de OESO-test voor het meten van de kennis en vaardigheden van 15-jarigen over de hele wereld. Internationale vergelijkingen hebben onderwijs gemondialiseerd, terwijl we dat vroeger meestal binnenlands behandelden. terwijl we dat vroeger meestal binnenlands behandelden.

Zo zag de wereld eruit in de jaren 1960 in termen van het aantal mensen dat de middelbare school had voltooid. Je kunt zien dat de Verenigde Staten vooraan stonden. Veel van het economische succes van de Verenigde Staten is gebaseerd op hun jarenlange vooroplopen in onderwijs. Maar in de jaren 70 haalden sommige landen hun achterstand in. In de jaren 80 werd de mondiale expansie van de talentenpool voortgezet. En de wereld viel niet stil in de jaren 90. In de jaren 60 waren de VS op kop. In de jaren 90 werd ze 13e. Niet omdat de normen waren gedaald, maar omdat ze elders zo veel sneller waren gestegen.

Korea toont aan wat mogelijk is in het onderwijs. Twee generaties geleden had Korea de levensstandaard van het Afghanistan van vandaag. Ze bengelden achteraan qua onderwijs. Vandaag voltooit elke jonge Koreaan zijn middelbaar onderwijs.

Dit vertelt ons dat in een mondiale economie niet langer nationale vooruitgang een maatstaf voor succes is, maar wel de onderwijsstelsels die internationaal het best presteren. Het probleem is dat meten hoeveel tijd mensen op school zitten Het probleem is dat meten hoeveel tijd mensen op school zitten of welk diploma ze halen, niet altijd een goede graadmeter is van hun kunnen. of welke graad ze halen, niet altijd een goede graadmeter is van hun kunnen. Kijk maar naar de giftige mix van werkloze afgestudeerden in onze straten, terwijl werkgevers zeggen dat ze de mensen met de nodige vaardigheden niet kunnen vinden. terwijl werkgevers zeggen dat ze de mensen met de nodige vaardigheden niet kunnen vinden. Betere diploma's worden dus niet automatisch vertaald in betere vaardigheden, betere banen en een beter leven.

Met PISA proberen we dit te veranderen door het rechtstreeks meten van de kennis en vaardigheden van mensen. door de kennis en vaardigheden van mensen rechtstreeks te meten. We probeerden een nieuwe benadering. We waren er minder in geïnteresseerd of studenten alleen maar konden reproduceren wat ze hadden geleerd op school, maar we wilden testen of ze die kennis konden extrapoleren maar we wilden testen of ze die kennis konden extrapoleren en toepassen in nieuwe situaties. Sommige mensen hebben ons daarvoor bekritiseerd. Ze vonden deze manier van testen erg oneerlijk omdat we studenten testten voor het oplossen van nieuwe problemen. Met dit soort logica moet je ook vinden dat het leven oneerlijk is, omdat het in het leven niet gaat om wat je je kan herinneren van school omdat het in het leven niet gaat om wat je je kan herinneren van school maar of je voorbereid bent op verandering, of op banen die nog niet bestaan, op technologieën die nog niet zijn uitgevonden, om problemen op te lossen die we vandaag nog niet eens kennen.

Eerst fel bestreden, is onze manier van meten van resultaten snel uitgegroeid tot de standaard. In onze laatste evaluatie van 2009 hebben we 74 schoolsystemen gemeten. Samen beslaan ze 87% van de wereldeconomie. Deze grafiek toont je de prestaties van die landen. In het rood staat wie onder het gemiddelde van de OESO zit. Geel staat voor zozo en groen zijn de landen die het echt goed doen. Shanghai, Korea, Singapore in Azië, Finland in Europa en Canada in Noord-Amerika doen het echt goed. Je kunt ook zien dat er een hiaat van bijna drie en een half schooljaar is tussen 15-jarigen in Shanghai en 15-jarigen in Chili en de kloof groeit naar zeven jaar voor landen met echt slechte prestaties. Er is een wereld van verschil in de manier waarop jongeren voorbereid zijn op de economie van vandaag.

Maar ik wil een tweede belangrijke dimensie tonen op deze dia. Maar ik wil een tweede belangrijke dimensie tonen op deze dia. Opvoeders praten graag over gelijkheid. Met PISA wilden we meten hoe ze gelijkheid opleveren in termen van ervoor zorgen dat mensen uit verschillende sociale milieus gelijke kansen hebben. We zien dat in sommige landen de impact van de sociale achtergrond op leerresultaten zeer sterk is. Kansen zijn ongelijk verdeeld. Veel van het potentieel van jonge kinderen wordt verspild. In andere landen zien we dat het veel minder belangrijk is in welke sociale context je bent geboren. We willen allen in het kwadrant bovenrechts zitten waar de prestaties sterk en de kansen op leren gelijk verdeeld zijn. Niemand, en geen enkel land, kan zich veroorloven om te zitten waar de prestaties slecht zijn en er grote sociale verschillen zijn. Is het beter te zitten waar de prestaties sterk zijn ten koste van grote verschillen? Of willen we ons focussen op gelijkheid en middelmatigheid er maar bij nemen? Maar je kunt zien dat er een heleboel landen zijn die topkwaliteit met gelijkheid combineren. Een van de belangrijkste lessen uit deze vergelijking is dat je niet moet afdingen op de gelijkheid om uitmuntendheid te bereiken. Deze landen zijn verschoven van het streven naar uitmuntendheid voor slechts enkelen naar het streven naar uitmuntendheid voor iedereen, een zeer belangrijke les. Dat daagt de paradigma's uit van vele schoolsystemen die geloven dat ze er voornamelijk zijn om mensen uit te sorteren. Sinds deze resultaten ter beschikking kwamen, hebben beleidsmakers, opvoeders, onderzoekers van over de hele wereld geprobeerd erachter te komen wat er achter het succes van deze systemen zit.

Maar laten we even gaan kijken naar de landen die met PISA begonnen. Ik geef ze aan met een gekleurde bubbel. De grootte van de bubbel is proportioneel met de hoeveelheid geld die die landen besteedden aan studenten. Als geld je alles zou vertellen over de kwaliteit van de leerresultaten, dan zou je toch alle grote bubbels bovenaan moeten vinden, niet? Maar dat is niet zo. De uitgaven per student verklaren voor minder dan 20 procent de prestatievariaties tussen de landen. Luxemburg is bijvoorbeeld het duurste systeem en doet het niet bijzonder goed. Twee landen met soortgelijke uitgaven bereiken zeer verschillende resultaten. Een van de meest bemoedigende resultaten is dat we niet langer leven in een wereld die keurig verdeeld is in rijke en goed opgeleide landen aan de ene kant, en arme en slecht opgeleide landen aan de andere kant. Een zeer belangrijke les.

Laten we dit eens in detail bekijken. De rode stip geeft je de uitgaven per student ten opzichte van de rijkdom van een land. Een manier om je geld uit te geven, is de docenten goed betalen. Je kunt zien dat Korea veel investeert bij het aantrekken van de beste mensen voor het lerarenvak. Korea investeert ook in lange schooldagen wat de kosten verder opdrijft. Last but not least, willen de Koreanen dat hun leerkrachten niet alleen onderwijzen, maar zich ook ontwikkelen. Zij investeren in professionele ontwikkeling en samenwerking en vele andere dingen. Dat kost geld. Hoe kan Korea zich dit alles veroorloven? Het antwoord is dat de klassen in Zuid-Korea groot zijn. Dit is de blauwe balk die de kosten drukt. Ga je naar het volgende land op de lijst, Luxemburg, dan zie je dat de rode stip precies gelijkstaat met Korea. Luxemburg besteedt hetzelfde per student als Korea. Maar ouders, leerkrachten en beleidsmakers houden in Luxemburg allemaal van kleine klassen. Een kleine klas is fijn. Dus hebben ze daar al hun geld in geïnvesteerd, en de blauwe balk, klasgrootte, drijft de kosten op. Maar zelfs Luxemburg kan zijn geld slechts eenmaal uitgeven met als gevolg dat leraren niet bijzonder goed betaald zijn. met als gevolg dat leraren niet bijzonder goed betaald zijn. De schooldagen zijn kort. En leerkrachten hebben weinig tijd om iets anders te doen dan lesgeven. Je kunt zien dat beide landen hun geld heel anders uitgegeven. Hoe ze hun geld uitgeven is veel belangrijker dan hoeveel ze investeren in het onderwijs.

We gaan terug naar het jaar 2000. Dat was het jaar voordat de iPod werd uitgevonden. Zo zag de wereld er toen uit in termen van prestaties van PISA. Het eerste wat opvalt, is dat de bubbels een stuk kleiner waren. We gaven toen ongeveer 35 procent minder uit aan onderwijs. We gaven toen ongeveer 35 procent minder uit aan onderwijs. Als onderwijs zoveel duurder is geworden, is het dan ook zoveel beter geworden? De bittere waarheid is dat dat niet in veel landen het geval is. Maar er zijn enkele landen die indrukwekkende verbeteringen hebben gezien. Duitsland, mijn eigen land, zat in het jaar 2000 in het lagere kwadrant onder de gemiddelde prestaties, en met grote sociale verschillen. Vergeet niet dat Duitsland een van die landen was die het goed deden als je alleen het aantal gediplomeerden telde. Zeer teleurstellende resultaten. Mensen waren verbijsterd door de resultaten. Voor de allereerste keer werd in Duitsland het publiek debat maandenlang gedomineerd door onderwijs. Niet belastingen, geen andere problemen, maar onderwijs stond centraal. Niet belastingen, geen andere problemen, maar onderwijs stond centraal. De beleidsmakers begonnen erop te reageren. De federale regering verhoogde dramatisch zijn investeringen in het onderwijs. Veel is gedaan om de kansen van studenten met een immigratieachtergrond of sociale achterstand te verhogen. Dit ging niet alleen over het optimaliseren van bestaande beleidsmaatregelen, Dit ging niet alleen over het optimaliseren van bestaande beleidsmaatregelen, maar de gegevens transformeerden sommige van de overtuigingen en paradigma's van het Duitse onderwijs. Traditioneel werd de opvoeding van zeer jonge kinderen gezien als een taak voor het gezin. Over het algemeen had men het idee dat vrouwen hun gezinstaken niet ter harte namen als ze hun kinderen naar de kleuterschool stuurden. PISA veranderde dat debat, en plaatste het vroege onderwijs voor kinderen in het centrum van het beleid in Duitsland. Traditioneel deelt het Duitse onderwijs kinderen al vanaf 10 jaar in in degenen die gaan voor een carrière als kenniswerkers en degenen die later in dienst komen van die kenniswerkers en dat vooral langs sociaaleconomische lijnen. Dat paradigma wordt nu ook in vraag gesteld. Heel grote verandering.

Het goede nieuws is dat je nu 9 jaar later verbeteringen ziet in kwaliteit en gelijkheid. Mensen hebben de uitdaging aangenomen en er iets mee gedaan.

Of Korea, aan de andere kant van het spectrum. In het jaar 2000 deed Korea het al heel goed maar de Koreanen zaten er mee in dat slechts een klein deel van hun studenten echt hoge niveaus van uitmuntendheid bereikten. Ze gingen de uitdaging aan en Korea kon in 10 jaar tijd het aantal studenten verdubbelen die uitblonken in leesvaardigheid. Als je je alleen focust op je verstandigste studenten, weet je dat de verschillen groter gaan worden. Dan zie je deze bubbel iets naar de andere kant verschuiven, maar krijg je nog steeds een indrukwekkende verbetering.

Een grondige herziening van de Poolse onderwijs heeft bijgedragen tot het drastisch verminderen van de verschillen tussen scholen, het verbeteren van veel van de laagst presterende scholen en het verhogen van de prestatie met meer dan een half schooljaar. Je kunt dat ook zien in andere landen. Portugal kon zijn gefragmenteerde schoolsysteem consolideren, de kwaliteit verhogen en de ongelijkheid wegwerken. Ook Hongarije.

Overal waren er heel wat veranderingen. Zelfs degenen die klagen en zeggen dat de relatieve positie van landen Zelfs degenen die klagen en zeggen dat de relatieve positie van landen bij iets als PISA gewoon een artefact is van de cultuur, van economische en maatschappelijke factoren, van homogeniteit van samenlevingen, enzovoort, moeten nu toegeven dat onderwijsverbetering mogelijk is. De Poolse cultuur is niet veranderd. Ook hun economie niet. En de samenstelling van de bevolking bleef ongewijzigd. Ook hun economie niet. En de samenstelling van de bevolking bleef ongewijzigd. Ze ontsloegen hun leraren niet. Ze veranderden alleen hun onderwijsbeleid en de praktijk. Zeer indrukwekkend.

Wat kunnen we nu leren van die landen in het groene kwadrant die hoge niveaus van gelijkheid haalden en hun prestaties nog verhoogden? Kan wat werkt in de ene context elders een model bieden? Natuurlijk kan je onderwijsstelsels niet zomaar kopiëren, maar deze vergelijkingen hebben een reeks factoren opgeleverd die hoog presterende systemen gemeen hebben. Iedereen is het ermee eens dat onderwijs belangrijk is. Iedereen zegt dat. Maar de test van de waarheid is hoe je deze prioriteit afweegt tegenover andere prioriteiten. Hoe betalen landen hun leraars vergeleken met andere hoogopgeleide werknemers? Wil je dat je kind eerder leraar dan advocaat wordt? Wil je dat je kind eerder leraar dan advocaat wordt? Hoe spreken de media over scholen en leraren? Dat zijn belangrijke vragen, en wat we van PISA geleerd hebben is dat in de hoogpresterende onderwijsstelsels de leiders hun burgers overtuigd hebben om keuzes te maken die onderwijs, hun toekomst, hoger waarderen dan onmiddellijke consumptie. Weet je wat interessant is? Je zult het niet geloven, maar er zijn landen waar de ‘place to be’ niet het shopping center, maar de school is. Die dingen bestaan echt.

Maar het onderwijs waarderen, is slechts een deel van het plaatje. Het andere deel is de overtuiging dat alle kinderen succes kunnen hebben. Je hebt landen waar studenten al heel vroeg worden opgesplitst. Studenten worden verdeeld op basis van de overtuiging dat alleen sommige kinderen wereldklassenormen kunnen bereiken. Meestal is dat gekoppeld aan zeer grote sociale verschillen. In Japan in Azië of in Finland in Europa, verwachten ouders en leerkrachten dat elke student slaagt. Je kunt dat daadwerkelijk weerspiegeld zien in het studentengedrag. Toen we studenten vroegen wat nodig is voor succes in de wiskunde, vertelden studenten in Noord-Amerika ons meestal dat het allemaal om talent draait. Als je geen wiskundig genie bent, kan je beter iets anders gaan studeren. 9 op 10 Japanse studenten zeggen dat het afhangt van hun eigen investering en inspanning. Dat vertelt je veel over het systeem.

In het verleden werden verschillende studenten onderwezen op een vergelijkbare manier. Hoge presteerders op PISA verwelkomen diversiteit via gedifferentieerde pedagogische praktijken. Ze beseffen dat gewone studenten buitengewone talenten hebben, en ze personaliseren leermogelijkheden.

Performante systemen delen ook duidelijke en ambitieuze normen over het gehele spectrum. Elke student weet waar het om gaat. Elke student weet wat nodig is om succesvol te zijn.

Nergens is de kwaliteit van een onderwijssysteem hoger dan de kwaliteit van zijn leraren. Performante systemen zijn zeer zorgvuldig in het rekruteren en selecteren van hun leraren en hoe ze hen opleiden. Ze letten erop hoe ze de prestaties kunnen verbeteren van leerkrachten die moeilijkheden ondervinden en hoe ze hun betaling structureren. Zij bieden ook een omgeving aan waar leraren samenwerken om goede praktijken te ontwikkelen. Ook bieden ze intelligente trajecten voor leerkrachten om te groeien in hun loopbaan. In bureaucratische schoolsystemen worden leraren vaak alleen gelaten in hun klaslokalen met een heleboel voorschriften over wat ze moeten onderwijzen. Performante systemen zijn zeer duidelijk over wat goede prestaties zijn. Ze hebben ambitieuze normen, maar geven hun leraren de kans om erachter te komen wat ze nodig hebben om hun studenten te onderwijzen. In het verleden ging het in het onderwijs om overgeleverde wijsheden. De uitdaging is nu om door de gebruiker ontwikkelde wijsheid aan te kweken. Hoge presteerders zijn van professionele of administratieve vormen van verantwoordingsplicht en controle - hoe controleer je of mensen in het onderwijs doen wat ze moeten doen - overgestapt naar professionele vormen van arbeidsorganisatie. Ze laten hun leerkrachten toe om innovaties in pedagogie uit te werken. Zij bieden hen het soort ontwikkeling die ze nodig hebben om betere pedagogische methoden te ontwikkelen. Het doel van het verleden was normalisatie en conformiteit. Performante systemen hebben leraren en schoolhoofden inventief gemaakt. In het verleden focuste het beleid op resultaten en voorziening. In het verleden focuste het beleid op resultaten en voorziening. De hoogpresterende systemen hebben leraren en schoolhoofden geholpen om te kijken naar de volgende leraar en de volgende school.

De meest indrukwekkende systemen met wereldklasse kenmerken zich door hoge prestaties over het gehele systeembereik. Je hebt gezien dat Finland het zo goed deed op PISA, maar wat Finland zo indrukwekkend maakt is dat de prestatievariatie onder studenten tussen de scholen slechts vijf procent bedraagt. Elke school slaagt. Daar is succes systeemgebonden. Hoe doen ze dat? Zij investeren daar waar ze het meeste verschil uitmaken. Ze zetten de beste schoolhoofden in in de moeilijkste scholen, en de meest getalenteerde docenten in de meest uitdagende klassen.

'Last but not least': deze landen passen deze beleidslijn toe op alle terreinen van het overheidsbeleid. Ze maken ze coherent over lange perioden en zorgen ervoor dat het beleid consequent wordt toegepast.

Weten wat succesvolle systemen doen, vertelt ons nog niet hoe te verbeteren. Dat is ook duidelijk en dat zijn een aantal beperkingen van de internationale vergelijkingen van PISA. Daar komen andere vormen van onderzoek aan te pas, en dat is ook waarom PISA de landen niet probeert te vertellen wat ze moeten doen. De sterkte ervan ligt in het vertellen van wat anderen hebben gedaan. Het voorbeeld van PISA toont aan dat gegevens krachtiger kunnen zijn dan de administratieve controle van de financiële steun waarop we meestal onze onderwijsstelsels laten draaien.

Sommige mensen beweren dat wijzigen van het educatieve beheer lijkt op het verhuizen van begraafplaatsen. Je kan er niet op vertrouwen dat de mensen die erin zitten je daarbij helpen. (Gelach) Maar PISA heeft getoond wat mogelijk is in het onderwijs. Het heeft landen helpen inzien dat er verbetering mogelijk is. Het heeft de excuses van de zelfgenoegzamen weerlegd. Het heeft landen geholpen om zinvolle doelen te stellen in termen van meetbare doelen bereikt door de wereldleiders in onderwijs. Als we elk kind, elke leraar, elke school kunnen helpen, ieder schoolhoofd, iedere ouder laten inzien dat verbetering mogelijk is, dat er geen bovengrens is aan verbetering van het onderwijs, dan hebben we de basis gelegd voor een beter beleid en een beter leven.

Bedankt.

(Applaus)