Eén van de problemen met schrijven, werken, en kijken naar het Internet is dat het erg moeilijk is om een trend los te zien van diepe verandering. En om hieraan te verhelpen, wil ik teruggaan naar 1835. In 1835 richtte James Gordon Bennett het eerste nieuwsblad met een massaoplage op in New York City. En het kostte ongeveer 500 dollar om het op te zetten, wat ongeveer het equivalent was van 10.000 dollar vandaag. 15 jaar later, in 1850, zou precies hetzelfde - het opzetten van wat ervaren zou worden als een massaoplage dagblad- 2,5 miljoen dollar kosten. 10.000, 2,5 miljoen, 15 jaar. Dat is de cruciale verandering, die wordt omgekeerd door het net. Dat is waar ik vandaag over wil spreken, en hoe dat zich verhoudt tot de opkomst van sociale productie.
We zagen bij de dagbladen, dat hoge kosten een initieel vereiste waren om informatie, kennis en cultuur te maken, wat leidde tot een sterke opsplitsing tussen producenten – die in staat moesten zijn om financieel kapitaal te verzamelen, net als elke andere industriële organisatie - en passieve consumenten, die konden kiezen uit een bepaald assortiment aan dingen, die dit industriële model kon produceren. Nu, de term "informatiemaatschappij", "informatie-economie," is voor een hele lange tijd gebruikt als het stadium dat na de Industriële Revolutie komt. Maar dat is eigenlijk, om te bevatten wat er vandaag de dag gebeurt, niet juist. Omdat we al 150 jaar een informatie-economie hebben gehad. Het is alleen een industriële geweest. Wat betekent dat degenen die produceerden een manier moesten hebben om geld te verzamelen om die 2,5 miljoen dollar te betalen, en later, nog meer voor de telegraaf, en de radiozender, en de televisie, en uiteindelijk de mainframe. En dat betekende dat ze marktgebaseerd waren, of ze waren eigendom van de regering, afhankelijk van in wat voor systeem ze opereerden. En dit karakteriseerde en verankerde hoe informatie en kennis geproduceerd werden voor de volgende 150 jaar.
Laat me jullie nu een ander verhaal vertellen. Rond Juni 2002 stond de wereld van de supercomputers op z'n kop. De Japanners hadden voor het eerst de snelste supercomputer ontworpen-- de NEC Earth Simulator – ze namen de eerste plaats van de VS over, ongeveer twee jaar later – trouwens dit meet het triljoen operaties per seconde die de computer aankan. Zucht van opluchting: IBM Gene Blue ligt net voor op de NEC Earth Simulator. Dit alles negeert echter volledig dat gedurende deze periode, er nog een andere supercomputer bestaat in de wereld -- namelijk SETI@Home - 4,5 miljoen gebruikers in de wereld, die hun restant computer cycli bijdragen, wanneer hun computer niet werkt, door een screensaver te laten lopen, en zo samen hun resources delen om een enorme supercomputer te vormen die NASA aanwendt om gegevens te analyseren die van radiotelescopen afkomen.
Dit laat ons zien is dat er een radicale verandering plaatsvindt in de manier waarop informatie productie en uitwisseling is gekapitaliseerd. Niet dat het minder kapitaalintensief is -- dat er minder geld nodig is -- maar dat het eigendom van dit kapitaal, de kapitaalvorming, radicaal is gedistribueerd. Ieder van ons, in deze geavanceerde economie, heeft één van deze apparaten, of iets wat er op lijkt -- een computer. Ze zijn niet heel anders dan routers in het midden van het netwerk. En het vermogen te rekenen, op te slaan en te communiceren, ligt in de handen van vrijwel ieder aangesloten persoon – en dit zijn de fundamentele fysieke kapitaalmiddelen die nodig zijn om informatie, kennis en cultuur te produceren, in de handen van pakweg 600 miljoen tot één miljard mensen op onze planeet.
Wat dit betekent, is dat voor het eerst sinds the Industriële Revolutie, de belangrijkste middelen – de belangrijkste onderdelen van de economische kernactiviteiten – vergeet niet dat we ons in een informatie-economie bevinden - van de meest geavanceerde economieën, en daar meer dan waar dan ook, in handen zijn van de gehele populatie. Dit is totaal anders dan we hebben gezien sinds de Industriële Revolutie. Het vermogen te communiceren en en te rekenen ligt dus in de handen van de gehele bevolking, en we hebben menselijke creativiteit, menselijke wijsheid, menselijke ervaring – de andere belangrijke ervaring, belangrijke input. Wat niet, zoals bij simpele arbeid – hier de hele dag deze hendel staan te bedienen - iets is dat steeds hetzelfde is of uitwisselbaar tussen personen. Ieder van jullie die andermans baan heeft overgenomen of geprobeerd heeft zijn baan aan iemand anders over te dragen, hoe gedetailleerd de instructies ook zijn: je kan niet overdragen wat je weet, wat je zal aanvoelen onder bepaalde omstandigheden. Daarin zijn we uniek, en ieder van ons buigt deze cruciale input om in productie, terwijl we dit apparaat gebruiken.
Wat is hier het effect van? Het verhaal dat de meesten kennen het verhaal van gratis of “open-source" software. Dit is het marktaandeel van Apache Web server – één van de doorslaggevende applicaties voor webgebaseerde communicatie. In 1995 zeiden twee groepen personen, "Wow, dit is heel belangrijk, het Web! We hebben een veel betere webserver nodig!" Eén groep was een bonte verzameling vrijwilligers die gewoon besloot, weet je, we hebben dit echt nodig, we zouden er één moeten schrijven, en wat gaan we er dan mee doen? Nou, we gaan het delen! Zodat anderen in staat zijn om het te ontwikkelen. De andere groep was Microsoft.
Als ik jullie nu zou vertellen dat 10 jaar later de bonte verzameling vrijwilligers, die totaal niet controleerde wat ze produceerde, 20% van de markt hadden verworven en de rode lijn vertegenwoordigde, dat zou fantastisch zijn, toch? Denk aan de verkoop van busjes. Een groep auto-ontwikkelaars concurreren in hun weekend met Toyota, juist? Maar eigenlijk is het verhaal natuurlijk,dat het de 70% is, inclusief de mega e-commerce pagina- 70% van een cruciale applicatie waarop webgebaseerde communicatie en applicaties werken, wordt geproduceerd in in deze vorm,in directe concurrentie met Microsoft, niet in een bijrol -- in een essentiële strategische beslissing om te proberen een deel van het net te bemachtigen. Software heeft dit gedaan op een manier die erg zichtbaar is geweest omdat het meetbaar is. Maar het belangrijkste is dat het eigenlijk binnen het gehele internet gebeurt.
Op een bepaald moment dus deed NASA een experiment waarbij ze afbeeldingen van Mars in kaart brachten. En ze zeiden: in plaats van drie of vier volledig getrainde Doctors, die dit de hele tijd doen, laten we het opbreken in kleine onderdelen, op het internet plaatsen, en zien of mensen, met een heel simpel systeem, werkelijk 5 minuten zouden besteden hier en 10 minuten daar, met klikken. Na 6 maanden gebruikten 85.000 mensen dit systeem om kaarten te produceren nog sneller dan dat de afbeeldingen binnen kwamen, wat, ik citeer: "praktisch niet te onderscheiden was van de aftekeningen van een bekwame Doctor" als je ze toont aan een aantal personen en het gemiddelde berekent.
Nu, als je een klein meisje hebt en ze gaat schrijven naar - nou, niet zo klein, gemiddeld klein- probeert onderzoek te doen naar Barbie. En ze komt bij Encarta, een van de belangrijkste online encyclopedieën, dit is wat je dan ontdekt over Barbie. Dit is het, er is niets meer dan de definitie, inclusief "fabrikanten" - meervoud- "produceren nu steeds meer etnisch-diverse poppen, zoals deze donkere Barbie". Wat veel beter is dan wat je zou vinden op encyclopedia.com, namelijk Barbie, Klaus. (Gelach) Aan de andere kant, als ze naar Wikipedia gaan, vinden ze een echt artikel - en ik zal niet teveel over Wikipedia praten, want Jimmy Wales is hier - maar ongeveer gelijkwaardig aan wat je zou vinden in de Britannica, anders geschreven, inclusief de controverses over lichaamsbeeld en commercialisering, de beweringen over de manier waarop ze een goed voorbeeld is, et cetera.
Een ander deel is niet alleen hoe inhoud, maar hoe relevantie wordt geproduceerd. Het idee dat Yahoo! beroemd maakte, was: we nemen mensen aan om te kijken --aanvankelijk, nu niet niet meer -- om naar websites te kijken en je te vertellen dat als ze in de index staan, dan zijn ze goed. Dit, aan de andere kant, is wat 60.000 gepassioneerde vrijwilligers produceerden in het "Open Directory Project". Elk bereid om een uur of twee te besteden aan iets waar ze echt om geven, om te zeggen: "Dit is goed." Dit is dus het Open Directory Project, met 60.000 vrijwilligers, die elk een klein beetje tijd spenderen, tegenover een paar honderd fulltime werknemers. Niemand bezit het, niemand bezit de productie, iedereen kan het gebruiken en het is de productie van mensen die vanuit sociale en psychologische motieven iets interessants willen doen.
Dit is niet alleen buiten de bedrijven om. Als je denkt aan wat de beslissende innovatie van Google is, dé innovatie is het uitbesteden van het allerbelangrijkste - de beslissing over wat relevant is -- aan de gehele internetgemeenschap, terwijl ze doen wat ze maar willen. Kortom -- paginastatus. De doorslaggevende innovatie hier is dat in plaats van onze ingenieurs of mensen zeggen wat het meest relevant is, wij erop uit gaan en tellen wat jullie, mensen daarbuiten op het internet, om wat voor reden dan ook - trots, plezier - produceerden aan links, en aan elkaar verbonden. We gaan deze tellen, en bij elkaar optellen. En weer zie je hier Barbie.com, maar ook, heel snel, Adiosbarbie.com, het lichaamsbeeld voor elke maat. Een dubieus cultureel object, dat je niet zo snel zal vinden op Overture, wat het klassieke marktgebaseerde mechanisme is: wie het meest betaalt, is hoogste op de lijst.
Dat alles maakt dus de creatie van inhoud, van relevantie, basale menselijke uitdrukking. Maar onthoud, de computers waren ook fysiek. Gewoon fysiek materiaal - onze pc's, we delen ze samen. Dit zien we ook bij draadloos. Draadloos betekende vroeger dat een persoon de licentie bezat, uitzond in een gebied, en er moest besloten worden of het een licentie of eigendom zou worden. Wat we nu zien, is dat computers en radio's zo verfijnd worden dat we rekenmodellen ontwikkelen om mensen machines te laten bezitten, zoals wifi-apparatuur, er een protocol voor gemeenschappelijk gebruik aan toe te voegen, dat het mogelijk maakt voor een gemeenschap haar eigen netwerk te bouwen vanuit het simpele principe: Als ik aan het luisteren ben, en niets gebruik, kan ik helpen jouw berichten te versturen. En als jij niets gebruikt, dan help je mij versturen. Dit is geen geïdealiseerde versie. Dit zijn werkende modellen die tenminste op een aantal plaatsten in de VS worden geïmplementeerd, voor de openbare veiligheid.
Stel dat ik je in 1999 zei: "Laten we systeem bouwen om gegevens en opslag terug te vinden. Het moet terabytes kunnen opslaan. Het moet 24 uur per dag beschikbaar zijn, zeven dagen per week. Het moet beschikbaar zijn overal ter wereld. Het moet meer dan 100 miljoen gebruikers kunnen ondersteunen. Het moet lastig zijn om aan te vallen, inclusief het afsluiten van de hoofdindex, het injecteren van virale bestanden, de overname van belangrijke punten." Je zou zeggen dat dit jaren zou duren. Het zou miljoenen kosten. Maar uiteraard, wat ik beschrijf is P2P-bestandsdeling. We zie het altijd als het stelen van muziek, maar fundamenteel, is het een verspreid systeem om gegevens op te slaan en terug te vinden, waar mensen, om evidente redenen, bereid zijn om hun bandbreedte en hun opslag te delen om iets te creëren.
Dus wat we eigenlijk zien is de opkomst van een vierde transactioneel raamwerk. Het was altijd zo dat er twee primaire dimensies waren waarlangs je dingen kon onderverdelen. Ze konden marktgebaseerd of niet marktgebaseerd zijn; ze konden gedecentraliseerd of gecentraliseerd zijn. Het prijssysteem was een marktgebaseerd en gedecentraliseerd systeem. Als het beter werkte omdat er zowaar iemand was die organiseerde, dan had je bedrijven als je in de markt wilde zijn - of je had regeringen of soms grotere non-profits in de "niet-markt". Het was te duur om gedecentraliseerde sociale productie te hebben, gedecentraliseerde actie in de gemeenschap, die niet ging over de gemeenschap zelf, die eigenlijk over economie ging.
Maar wat we nu zien is de opkomst van dit vierde systeem van sociaal delen en uitwisselen. Niet dat het de eerste keer is dat we aardige dingen voor elkaar doen, als sociale wezens. We doen het de hele tijd. Het is alleen de eerste keer dat het een enorme economische impact heeft. Wat ze karakteriseert is gedecentraliseerd gezag. Je hoeft geen toestemming te vragen, zoals in een systeem gebaseerd op eigendom. Mag ik dit doen? Het staat iedereen vrij om te creëren en innoveren en delen, als ze dat willen, alleen of met anderen, omdat eigendom één mechanisme van coördinatie is, maar niet het enige.
In plaats daarvan zien we sociale raamwerken voor alle belangrijke dingen die we gebruiken - eigendom en contracten in de markt. Informatie stroomt om te beslissen wat interessante problemen zijn, wie er beschikbaar is voor iets, motivatiestructuren -- vergeet niet, dat geld niet altijd de beste motivator is. Als je een 50 dollarbiljet achterlaat na een etentje bij vrienden, zal je de kans om weer uitgenodigd te worden, niet vergroten. En als het bij een etentje niet al voor de hand ligt, denk dan aan sex. (Gelach)
Het vereist ook bepaalde nieuwe organisatorische benaderingen. En meer specifiek, wat we gezien hebben is de organisatie van taken. Je moet mensen aannemen die weten wat ze doen. Je moet ze aannemen om heel veel tijd te besteden. Neem nu hetzelfde probleem, verdeel het in kleine stukjes, en motivatie wordt onbelangrijk. Vijf minuten, in plaats van televisie kijken? Ik besteed vijf minuten gewoon omdat het interessant is. Gewoon omdat het leuk is. Gewoon omdat het me een zeker gevoel van betekenis geeft, of, op complexere locaties, zoals Wikipedia, omdat het me een aantal sociale relaties geeft.
Een nieuw sociaal fenomeen is dus in opkomst. Het creëert, en is het meest zichtbaar als we het zien als een nieuwe vorm van concurrentie. Peer-to-peer-netwerken vallen de muziekindustrie aan; vrije en open-source software pikt marktaandeel van Microsoft; Skype bedreigt potentieel de traditionele telecombedrijven; Wikipedia concurreert met online encyclopedieën. Maar het is ook een nieuwe bron van kansen voor bedrijven. Terwijl je een nieuwe set van sociale relaties en gedragingen ziet opkomen, heb je nieuwe kansen. Sommige daarvan maken tools. In plaats van welgemanierde toepassingen te maken - dingen waarvan je van tevoren weet wat ze gaan doen- begin je meer open tools te bouwen. Er is een nieuwe set waarden, een nieuwe set van dingen die mensen waarderen. Je bouwt platformen voor zelfexpressie en samenwerking. Zoals Wikipedia, zoals het Open Directory Project, je begint platformen te bouwen, en je ziet dat als een model. En je ziet surfers, mensen die dit zien gebeuren, en dit in zekere zin inbouwen in de productieketen, wat een hele vreemde is. Toch?
Je hebt een geloof: er zullen dingen voortvloeien uit verbonden mensen. Dat zal me iets geven dat ik kan gebruiken, en ik zal met iemand een contract aangaan. Ik zal iets leveren dat gebaseerd is op wat er gebeurt. Het is heel eng - dat is wat Google doet, in wezen. Dat is wat IBM doet in softwarediensten, en ze hebben het redelijk goed gedaan.
Kortom, sociale productie is een feit, geen rage. Het is de doorslaggevende langetermijnverandering veroorzaakt door het internet. Sociale relaties en uitwisseling worden beduidend belangrijker dan ze ooit waren als economisch fenomeen. In sommige omgevingen is het zelfs nog efficiënter door de kwaliteit van de informatie, het vermogen de juiste persoon te vinden, de lagere transactiekosten. Het is duurzaam en groeit snel.
Maar - en dit is de donkere kant- het wordt bedreigd door - net zoals het zelf bedreigt- de bestaande industriële systemen. Dus als je de nog eens krant opent en je ziet een beslissing over intellectuele eigendom, een telecombeslissing, dan gaat het niet over iets kleins en technisch. Het gaat over de toekomst van de vrijheid om sociaal te zijn met elkaar, en over de manier waarop informatie, kennis en cultuur zullen worden geproduceerd. Want in deze context zien we een gevecht om hoe makkelijk of hoe moeilijk het zal zijn voor de industriële economie om simpelweg door te gaan zoals ze doet, of voor het nieuwe model van productie om zich te ontwikkelen naast dat industriële model en om de manier te veranderen waarop we de wereld zien en vertellen wat we zien. Dank u.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Yochai Benkler legt uit hoe samenwerkingsprojecten als Wikipedia en Linux de volgende fase van menselijke organisatie vertegenwoordigen.
Yochai Benkler has been called "the leading intellectual of the information age." He proposes that volunteer-based projects such as Wikipedia and Linux are the next stage of human organization and economic production. Full bio »
Translated into Dutch by Sanne Giphart
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
19:01 Posted: Jan 2007
Views 629,541 | Comments 84
19:31 Posted: Feb 2008
Views 496,027 | Comments 51
20:46 Posted: Jul 2008
Views 465,689 | Comments 57
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.