Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Ik wil het vandaag met jullie hebben over welvaart, over onze hoop op een gedeelde en blijvende welvaart. En dat niet alleen voor ons, maar ook voor de twee miljard mensen over de wereld die nog steeds chronisch ondervoed zijn. En het is hoop waar het om gaat. In feite zit het Latijnse woord voor hoop in het Engelse 'prosperity'. "Pro-speras," "speras," hoop - in overeenstemming met onze hoop en verwachtingen. Maar de ironie hiervan is dat we welvaart alleen maar zien in termen van geld en economische groei. En we hebben onze economieën zover laten groeien dat we nu echt het gevaar lopen die hoop te ondermijnen - door het uitputten van onze voorraden, regenwouden te kappen, de Golf van Mexico met olie te vervuilen, het klimaat te veranderen - En het enige dat er echt in slaagde om de onstuitbare toename van koolstofuitstoot een beetje tegen te houden tijdens de laatste dertig jaar is de recessie. En recessie is natuurlijk nu niet precies een recept voor hoop zoals we nu bezig zijn te ontdekken. We zitten dus vast in een soort val. Het is een dilemma, een dilemma van groei. We kunnen er niet mee leven maar ook niet er zonder. Dump het systeem of verniel de planeet. Een moeilijke keuze. Eigenlijk geen keuze. En de beste kans om hieraan te ontsnappen is een soort blind geloof in onze vindingrijkheid, onze technologie en doeltreffendheid om alles efficiënter te gaan doen. Nu heb ik er niets op tegen om dingen efficiënter te gaan doen. En ik denk ook dat we een slimme soort zijn - soms toch. Maar ik denk ook dat we naar de cijfers moeten kijken, dat we ze aan de realiteit moeten toetsen.
Dus zou ik willen dat jullie je een wereld in 2050 proberen voor te stellen, met zowat 9 miljard mensen, allen hopend op een Westers inkomen, en een Westerse manier van leven. En ik wil jullie dan vragen - en we geven hen dan nog zo'n jaarlijkse 2 % inkomensstijging omdat we geloven in groei. En dan vraag ik jullie: hoe ver en hoe snel moeten we dan vooruit. Hoe slim moeten we dan zijn? Hoeveel technologie hebben we dan nodig voor deze wereld om onze koolstofdoelen te halen. En hier op mijn kaart: Nu zitten we daar aan de linkerkant. Dit is de koolstofintensiteit van de economische groei voor de economie van nu. We zitten rond de 770 gram koolstof. In de wereld die ik jullie beschrijf bevinden we ons aan de rechterkant, zitten we aan 6 gram koolstof. Dat is een 130-voudige verbetering, en dat is 10 keer verder en sneller dan wat we ooit hebben gepresteerd in de loop van de industriële geschiedenis. Misschien kunnen we het, is het mogelijk - wie weet? Misschien kunnen we zelfs beter doen en een economie krijgen die terug koolstof uit de atmosfeer haalt, wat we zeker zullen moeten doen tegen het einde van de eeuw. Maar moeten we niet eerst nagaan of het huidige economische systeem wel in staat is tot dit soort verbetering?
Daarom wil ik even wat tijd besteden aan systeemdynamica. Beetje moeilijk, daarvoor mijn verontschuldigingen. Daarom zal ik het proberen weer te geven in wat menselijker termen. Zo ziet het er een beetje uit. Firmas produceren goederen voor huishoudens - wij dus - en voorzien ons van een inkomen, En dat is nog beter omdat wij die inkomens kunnen uitgeven aan nog meer goederen en diensten. Dat wordt de circulatie van de economie genoemd. Lijkt onschadelijk genoeg. Ik wil een eigenschap van dat systeem naar voren halen namelijk de rol van investeringen. Investeringen vertegenwoordigen slechts één vijfde van het nationale inkomen in de meeste moderne economieën, maar ze spelen een absoluut vitale rol. Wat ze voornamelijk doen is de groei van steeds meer consumptie aanwakkeren. Dat gebeurt op een paar manieren - opdrijven van de productiviteit, wat de prijzen doet dalen en ons aanzet om steeds meer dingen te kopen. Maar ik wil me concentreren op de rol van investeringen in het streven naar nieuwigheid, de productie en de consumptie van nieuwe dingen. Joseph Schumpeter noemde dat "het proces van creatieve destructie". Het is een proces van de productie en reproductie van nieuwe dingen, een voortdurend opdrijven van consumentenmarkten, consumptiegoederen, nieuwe consumptiegoederen.
En hier begint het interessant te worden, want het blijkt dat mensen nogal wat appetijt hebben naar nieuwe dingen. Daar houden we van - van nieuwe materiële dingen zeker - maar ook van nieuwe ideeën, nieuwe avonturen, nieuwe ervaringen. Maar ook het materiële is van belang. Omdat in elke samenleving, die antropologen al onder de loep hebben genomen, materiële dingen als een soort taal werken, een taal van goederen, een symbolische taal waarmee we elkaar van alles duidelijk maken - van hoe belangrijk wij wel zijn, bijvoorbeeld. Door status aangedreven, opvallende consumptie moet het hebben van de taal van nieuwe dingen; En zo krijgen we dan plots een systeem dat economische structuur doet aansluiten aan sociale logica - de economische instellingen en wie we zijn als mensen, aan elkaar vastgeklonken om de groeimachine aan te drijven. En deze machine is niet alleen maar economische waarde; ze haalt onophoudelijk grondstoffen door het systeem, aangedreven door onze eigen onverzadigbare honger, in feite aangedreven door een gevoel van angst. Adam Smith sprak, 200 jaar geleden, over ons verlangen naar een leven zonder schaamte. Een leven zonder schaamte betekende in zijn tijd een linnen hemd en vandaag, al heb je dat hemd nog altijd nodig, heb je ook nog een hybride wagen nodig, een HDTV, twee vakanties per jaar in de zon, een netbook of iPad, het lijstje gaat maar door - een bijna onuitputtelijk aanbod van goederen, aangedreven door deze angst. Zelfs als we ze niet willen hebben moeten we ze kopen omdat, als we ze niet kopen, het systeem vastloopt. En om dat te vermijden hebben we tijdens de laatste 20, 30 jaar, de geldvoorraad uitgebreid, credit en debet verhoogd, zodat de mensen dingen konden blijven kopen. En natuurlijk was die uitbreiding diep vervlochten met de crisis.
Maar dat - ik wil jullie hier wat dat tonen. Zo ziet het er in feite uit dit credit en debet systeem, alleen maar voor het VK. Dit waren de laatste 15 jaren voor de crash. En je kan zien dat de consumentenschulden de pan uitrezen. Ze zaten drie jaar na elkaar boven het BBP net voor de crisis. En ondertussen daalde het gespaarde geld duizelingwekkend. De spaarverhouding, het netto gespaarde geld zat midden 2008 onder nul, net voor de crash. Omdat mensen hun schulden verhoogden en hun gespaarde geld verminderden alleen maar om te kunnen blijven meedoen. Dit is een vreemd, nogal pervers, verhaal om het simpel te zeggen. Een verhaal over ons, mensen, overgehaald om geld, dat we niet hebben, uit te geven aan zaken, die we niet nodig hebben, om indrukken te creëren, die niet beklijven, op mensen, waar we niet om geven.
Maar voor we ons overgeven aan de wanhoop moeten we misschien even omkijken en zeggen "Zitten we wel juist? Zijn mensen echt zo? Gedragen economisten zich echt zo?" En al dadelijk komen we enkele anomalieën tegen. De eerste zit al in de crisis zelf. Wat willen mensen tijdens een crisis, tijdens een recessie? Ze willen zich veilig stellen. Ze willen naar de toekomst kijken. Ze willen minder uitgeven en meer sparen. Maar sparen is dan net verkeerd vanuit het gezichtspunt van het systeem. Keynes noemde dat de "paradox van de soberheid." - sparen vertraagt het herstel. En politici manen ons voortdurend aan om meer krediet op te nemen en minder te sparen, zodat we het spel weer op de rails kunnen krijgen, zodat we de op groei gebaseerde economie aan de gang kunnen houden. Dat is een tegenstrijdigheid, hier komt het systeem niet overeen met wat we zijn als mens.
Hier nog een - een heel andere: Waarom is het zo dat we dat, wat zo uitermate evident is, toch niet doen om de klimaatsverandering aan te pakken, heel, heel eenvoudige dingen zoals energie-efficiënte apparaten kopen, spaarlampen gebruiken, af en toe het licht eens uitdoen, onze huizen isoleren? Daarmee besparen we op koolstof, op energie, op geld. Waarom, als het economisch toch zo duidelijk zinvol is, doen we dat niet? Wel, enkele jaren geleden kreeg ik daarin mijn eigen persoonlijke inzicht. Op een zondagnamiddag en het was net nadat - in feite, om eerlijk te zijn, te lang nadat - we in ons nieuwe huis waren ingetrokken. En ik er eindelijk aan kwam om wat tochtstrips aan te brengen, isolatiemateriaal rond deuren en ramen om de 'drafts' (tocht) buiten te houden. En mijn vijf jaar oude dochter was me daarbij op haar manier aan het helpen. En toen we daarmee een tijdje bezig waren keek ze me ernstig aan en vroeg: "Zal dit de "giraffes" echt buiten houden?" (Gelach) "Hier zijn ze, de giraffen." Je kan een vijfjarig verstand horen werken. Dezen hier leven op zo'n 600 km noordwaarts net buiten Barrow-in-Furness in Cumbria. Wie weet wat ze vinden van het weer in het Lake District. Maar in feite bleef die kinderlijke foute voorstelling bij me hangen, omdat het me plots duidelijk werd waarom we voor de hand liggende zaken toch niet doen. We zij zo bezig met het buiten houden van de giraffen - de kinderen 's morgens naar school brengen, zelf op tijd naar het werk gaan, met het overleven van hopen e-mail, alledaagse politiek, winkelen, eten maken, elke avond een paar kostbare uren weg te vluchten naar prime-time TV of TED online, de hele dag bezig met het buiten houden van de giraffen.
Met welk doel? "Wat is het doel van de consument?", vroeg Mary Douglas in een essay over armoede zo'n 35 jaar geleden. "Het is," zei ze, "een sociale wereld te helpen creëren en daar een geloofwaardige plaats in te vinden." Dat is een diepmenselijke kijk op ons leven, en het is een totaal andere visie dan die die aan de basis ligt van dit economisch model. Wie zijn we dan? Wie zijn deze mensen? Zijn wij deze nieuwigheidzoekende, hedonistische, zelfzuchtige individuen? Of zijn we af en toe ook iets als de onbaatzuchtige altruïst zoals afgebeeld in deze innig mooie schets van Rembrandt? De psychologie zegt dat er altijd een spanning is, een spanning tussen rekening houden met jezelf en rekening houden met anderen. En deze spanningen hebben diepe evolutionaire wortels. Zelfzuchtig gedrag is dus in bepaalde gevallen adaptief - vecht of vlucht.
Maar een gedrag dat met de ander rekening houdt is essentieel in onze evolutie als sociale wezens. En misschien wel nog interessanter vanuit ons gezichtspunt, nog een spanning tussen nieuwigheidzoekend gedrag en traditie en behoud. Nieuw is adaptief in tijden van verandering wanneer je je moet aanpassen. Traditie is essentieel voor de stabiliteit om families groot te brengen en stabiele sociale groepen te vormen. En zo zijn we ineens aan het kijken naar een kaart van het menselijke hart. En dat toont ons plots wat essentieel is. We hebben economieën gecreëerd. Systemen, die systematisch een klein gedeelte van de menselijke ziel hebben bevoordeeld, aangemoedigd, maar de rest hebben verwaarloosd. En daardoor wordt duidelijk wat de oplossing is omdat het niet gaat om het veranderen van de menselijke natuur. Het gaat in feite om het beknotten van mogelijkheden. Om ons open te stellen. Het gaat erom om onszelf de vrijheid te geven om volledig mens te worden, om de diepte en de breedte van de menselijke psyche te herkennen en instellingen te bouwen waarin Rembrandt's breekbare altruïst bescherming vindt.
Wat betekent dit allemaal voor de economie? Hoe zouden economieën eruitzien als we deze visie van de menselijke natuur ter harte zouden nemen en hem zouden inpassen in deze orthogonale dimensies van de menselijke psyche? Wel het zou er een beetje kunnen uitzien als de 4.000 bedrijven met een gemeenschapsbelang, die in de laatste 5 jaar in het V. K. uit de grond zijn gerezen, en een vergelijkbare stijging in B-corporaties in de V.S.A., ondernemingen, met ecologische en sociale doelen opgenomen in hun statuten, in hun hart, bedrijven zoals dit hier, Ecosia. Ik wil dat even aan jullie voorstellen. Ecosia is een internet zoekmachine. Die zoekmachines verkrijgen inkomsten door gesponsorde links die verschijnen terwijl je zoekt. Ecosia werkt op bijna dezelfde manier. Laat ons dat even doen. We kunnen een kleine zoekterm invullen. Ziezo, Oxford, waar we ons bevinden. Wat verschijnt er? Maar het verschil met Ecosia is dat in Ecosia's geval het op dezelfde manier inkomsten verkrijgt maar 80% van deze inkomsten toekent aan aan een regenwoudbeschermingsproject in het Amazonegebied. En dat gaan we ook doen. We gaan op Naturejobs.uk klikken. Als er iemand tijdens een recessie naar een job zoekt is dat de site om te bezoeken. Wat toen gebeurde was dat de sponsor inkomsten verstrekte aan Ecosia en Ecosia stortte daarvan 80% door aan dat regenwoudproject. Het neemt winsten op een plaats en gebruikt ze voor de bescherming van ecologische bronnen.
Dit is een ander soort onderneming voor een nieuwe economie. Het is, als je wil, een vorm van ecologisch altruïsme -- iets in deze richting. Misschien wel. Wat het ook mag zijn, wat deze nieuwe economie ook is, wat we deze economie willen laten doen is terug te investeren in het hart van het model, om investeren met nieuwe ogen te bekijken. Alleen zal investeren nu niet gaan om het meedogenloze en onnadenkende streven naar consumptietoename. Investeren moet iets anders worden. Investeren moet in deze nieuwe economie neerkomen op het beschermen en onderhouden van de ecologische activa waar onze toekomst op berust. Het gaat over aanpassing. We zullen moeten investeren in lage-koolstoftechnologieën en infrastructuren. We zullen in feite moeten investeren in de idee van een zinvolle welvaart, om mensen mogelijkheden te geven om te floreren.
En natuurlijk zit er aan deze taak ook een materiële kant. Het zou onzin zijn om over welvaart te spreken als mensen niet zouden beschikken over voedsel, kleding en onderdak. Maar het is eveneens duidelijk dat welvaart over veel meer gaat. Er zijn sociale en psychologische doelen -- familie, vriendschap, verbintenissen, maatschappij, deelnemen aan het maatschappelijk leven. Ook dit vergt investeringen, investeringen bijvoorbeeld in ontmoetingsplaatsen, plaatsen waar we kunnen deelnemen, gemeenschappelijke plaatsen, concertzalen, tuinen, publieke parken, bibliotheken, musea, stiltegebieden, plaatsen voor ontspanning en viering, plaatsen voor stilte en contemplatie, plaatsen voor de "cultivering van gezamenlijk burgerschap.", zoals Michael Sanders het zo mooi zegt. Een investering - investeren is slechts een basis economisch concept - is niet meer of minder dan een relatie tussen het heden en de toekomst, een gedeeld heden en een gezamenlijke toekomst. En we hebben die relatie nodig om na te denken, om hoop te herwinnen.
Laat me even terugkomen met dit gevoel van hoop, tot de twee miljard mensen die nog steeds de dag moeten zien door te komen met minder geld dan de prijs van een kop slappe koffie in het café hiernaast. Wat kunnen we deze mensen bieden? Het is duidelijk dat we een verantwoordelijkheid hebben om ze uit de armoede te helpen. Het is duidelijk dat we een verantwoordelijkheid hebben om ruimte te voorzien voor groei die echt van tel is voor deze armste landen. En het is eveneens duidelijk dat we dat nooit zullen bereiken als we er niet in slagen de welvaart van de rijke landen zinvoller te herdefiniëren, een welvaart die zinvoller en minder materialistisch is dan het op groei gebaseerde model. Dit is niet alleen maar een Westerse post-materialistische fantasie. In feite wees een Afrikaanse filosoof, toen "Prosperity Without Growth" werd gepubliceerd, me op de gelijkenissen tussen deze kijk op welvaart en het traditionele Afrikaanse concept van ubuntu. Ubuntu wil zeggen: "Ik ben omdat wij zijn." Welvaart is een gedeelde onderneming. Haar wortels zijn lang en reiken diep. Haar fundamenten, zoals ik probeerde aan te tonen, bestaan al, in elk van ons. Dit wil dus niet zeggen dat we ontwikkeling moeten tegenhouden. Het gaat niet over het omverwerpen van het kapitalisme. Ook niet over het veranderen van de menselijke natuur. Wat wij trachten te doen is enkele eenvoudige stappen te zetten naar een economie met een doel. En aan de basis van die economie, plaatsen we een geloofwaardiger, robuuster, en realistischer visie op wat het betekent mens te zijn.
Chris Anderson: Even een korte vraag terwijl we het podium weghalen. Ten eerste, van economisten verwacht je niet dat ze inspireren, daar moet je misschien nog wat aan werken. (Gelach) Kan je je voorstellen dat politici hierin zullen meegaan? Ik bedoel, kan je je voorstellen dat hier in Brittannië een politicus het lef heeft om te zeggen: "Het BBP zakte dit jaar met 2%. Goed nieuws! We zijn allen gelukkiger, het land ziet er mooier uit en we hebben een beter leven."
Tim Jackson: Wel, dat gebeurt duidelijk niet. Je maakt geen nieuws over wat slecht gaat. Je maakt nieuws over de dingen die zeggen dat we vooruitgaan. Kan ik me voorstellen dat politici zoiets zouden doen? Wel in feite zijn de eerste tekenen daar al van te zien. Toen we voor de eerste keer met dit werk begonnen hoorde je politici en schatkistbewaarders ons beschuldigen van terug te willen naar het stenen tijdperk. Maar toch zien we dat in de periode waarin we de laatste 18 jaar hebben gewerkt - ten dele door de financiële crisis en ook door een beetje nederigheid in het economische beroep - er mensen zijn die zich hiermee beginnen bezig te houden op allerlei plaatsen in de wereld.
CA: Maar het zullen vooral de politici zijn die zich er achter zullen moeten zetten of blijft het bij maatschappelijke initiatieven en bedrijven?
TJ: Het moeten de bedrijven zijn. En ook de maatschappij. Maar er moet ook politiek leiderschap zijn. Dit is het soort agenda waarin politici zelf in een soort dilemma gevangen zitten, omdat ze zelf verslaafd zijn aan het groeimodel. Maar in feite zal ruimte maken om te denken aan andere manieren van regeren, andere soorten politiek en ook voor maatschappelijke initiatieven en zakendoen op een andere manier - van vitaal belang zijn.
CA: En als iemand je ervan zou kunnen overtuigen dat we dat echt kunnen - wat was het weer? - een 130-voudige verbetering van efficiëntie, van terugbrengen van onze koolstofvoetafdruk, zou je dan kunnen inkomen in die manier van economische groei naar meer op kennis gebaseerde goederen?
TJ: Ik zou nog altijd willen weten dat je dat kon doen en tegelijkertijd onder nul duiken tegen het eind van de eeuw, wat aangaat het onttrekken van koolstof aan de atmosfeer, het oplossen van het biodiversiteitsprobleem, het terugdringen van landgebruik en dan nog iets doen aan de toplaagerosie en de kwaliteit van water. Als je me kon overtuigen dat we dat konden doen, ja, dan zou ik gaan voor de 2%.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Nu onze wereld af te rekenen krijgt met een recessie, klimaatsverandering, ongelijkheid en nog veel meer lanceert Tim Jackson een doordringende uitdaging aan de gevestigde economische principes. Hij toont aan hoe we kunnen vermijden om van crisis in crisis te verzeilen en hoe we in onze toekomst kunnen investeren.
Tim Jackson studies the links between lifestyle, societal values and the environment to question the primacy of economic growth. Full bio »
Translated into Dutch by Rik Delaet
Reviewed by Roel Verbunt
Comments? Please email the translators above.
[We are] persuaded to spend money we don’t have on things we don’t need to create impressions that won’t last on people we don’t care about.” (Tim Jackson)
16:41 Posted: Jan 2007
Views 415,865 | Comments 347
16:40 Posted: Nov 2009
Views 287,097 | Comments 215
17:52 Posted: Apr 2008
Views 339,938 | Comments 71
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.