Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Ik heb hier een zware job. Wanneer ik keek naar het profiel van het publiek hier, met alle connotaties en titels, in al zijn vormen, en met zo veel mensen die werken aan samenwerkingsverbanden, netwerken, enzovoort, dan wou ik toch zeggen: ik wou een betoog opbouwen voor basisonderwijs in een zeer specifieke context. Om dit in 20 minuten te kunnen doen wil ik vier ideeën ontwikkelen - zoals vier stukken van een puzzel. Als ik daarin slaag kan je misschien terug naar huis keren met de idee dat je verder kan bouwen en mij misschien kan helpen bij mijn werk.
Het eerste deel van de puzzel is afstand en de kwaliteit van het onderwijs. Met afstand bedoel ik twee of drie verschillende zaken. Natuurlijk is er afstand in zijn normale betekenis. Dat wil zeggen dat als je verder en verder weg gaat van een centrum, je terechtkomt in meer afgelegen gebieden. Wat gebeurt daar met het onderwijs? Een tweede en andere soort van afstand is die binnen de grote agglomeraties over de hele wereld. Je hebt er kleine gebieden, zoals sloppenwijken, of armere gebieden, die sociaal of economisch achtergesteld zijn ten opzichte van de rest van de stad. Het is dus 'wij' en 'zij'. Wat gebeurt er met onderwijs in deze context? Houd beide ideeën van afstand in gedachten.
We deden een gok. We gokten dat de scholen in afgelegen gebieden geen leerkrachten hadden die degelijk genoeg zijn. Als ze die hebben, kunnen ze die niet houden; ze hebben geen degelijke infrastructuur En als ze dan infrastructuur hebben, hebben ze moeilijkheden om die te onderhouden. Ik wou nagaan of dit waar is. Dus dit is wat ik vorig jaar deed. We huurden een auto en zochten op in Google. We vonden een route van New Dehli tot Noord-India waarbij we geen grote steden kruisten of grote centra. We reden ongeveer 300 kilometer verder. Waar we een school vonden, namen we een set van standaardtests af. We namen de testresultaten en zetten die uit op een grafiek. De grafiek was interessant, alhoewel je die nauwkeurig dient te interpreteren. Het is een zeer kleine steekproef; je moet niet gaan veralgemenen. Het was vrij duidelijk, heel klaar, voor deze gekozen route die ik genomen had: hoe verder gelegen de school was, hoe zwakker de resultaten leken te zijn. Dat lijkt een beetje een doemscenario. Ik zocht de correlatie met dingen zoals infrastructuur of de beschikbaarheid van elektriciteit en zo'n dingen.
Tot mijn verrassing was die er niet. Er was geen correlatie met de afmeting van de klaslokalen. Er was geen correlatie met de kwaliteit van de infrastructuur. Er was geen correlatie met armoedeniveaus. Er was geen correlatie. Maar wanneer ik een vragenlijst afnam in elk van deze scholen, met één enkele vraag voor de leerkrachten, namelijk: wou je graag verhuizen naar een verstedelijkt gebied? dan zei 69 procent van hen ja. Meer nog, ze zeggen ja van net buiten Dehli en ze zeggen neen wanneer je toekomt in de rijke buitenwijken van Dehli -- omdat dit de betere gebieden zijn. Vanaf 200 kilometer buiten Dehli is het antwoord steeds consequent ja. Ik kan me voorstellen dat een leraar die binnenkomt in een klas en elke dag denkt dat hij liever in een andere school zou zijn, dat dit waarschijnlijk een serieuze impact heeft op de resultaten. Het zag ernaar uit dat de motivatie en migratie van de leerkrachten sterk correleerden met wat gebeurde in de basisscholen, in tegenstelling tot de vraag of de kinderen genoeg te eten hebben, en of ze dicht samengepakt zijn in klaslokalen en dat soort dingen. Zo lijkt het.
Wanneer je praat over onderwijstechnologie, dan vind ik in de literatuur dat dingen zoals websites, elektronische leeromgevingen, de dingen waarnaar je de hele morgen geluisterd hebt, steeds beginnen in de beste scholen, de beste stedelijke scholen. Volgens mij is vooringenomenheid het resultaat. De literatuur, één deel daarvan, de wetenschappelijke literatuur, beschuldigt OT er constant van over-hyped te zijn en ondermaats te presteren. De leerkrachten zeggen steeds: het is goed, maar het is te duur voor wat het doet. Omdat het wordt uitgetest in een school waar leerlingen reeds laat ons zeggen, 80 procent halen op wat ze daar ook maar doen. Je introduceert deze fantastische technologie, en nu halen ze 83 procent. Dan bekijkt de directeur het systeem en zegt: 3 procent voor 300.000 dollar? Vergeet het maar! Als je dezelfde technologie neemt en introduceert in deze verafgelegen scholen waar de score 30 procent was, en laat ons zeggen, ze zou kunnen optrekken naar 40 procent dan zou dat een volledig andere zaak zijn. Zo kan de relatieve verandering die OT, onderwijstechnologie, zou veroorzaken veel groter zijn aan de basis dan aan de top van de piramide. Maar we lijken het andersom te doen.
Zo kwam ik tot de conclusie dat OT eerst de minder bevoorrechten zou moeten bereiken, niet andersom. En tenslotte kwam de vraag: hoe kan ik de perceptie van de leerkracht veranderen? Telkens als je naar een leerkracht gaat en hem technologie laat zien is zijn eerste reactie: je kan een leraar niet vervangen door een machine -- dat is onmogelijk. Ik weet niet waarom dat onmogelijk is, maar zelfs als je veronderstelt dat het onmogelijk is -- ik heb een quote van Sir Arthur C.Clarke, de science fiction-schrijver die ik ontmoette in Colombo, en hij vertelde me iets dat het probleem onmiddellijk oplost. Hij zei dat de leraar die kan vervangen worden door een machine, ook zou moeten vervangen worden. Dat plaatst de leerkracht in een moeilijke positie, zou je denken. Hoe dan ook, ik stel voor dat een alternatieve basisschool, voor welk alternatief je ook kiest, nodig is waar geen scholen zijn, waar scholen niet goed genoeg zijn, waar leraars niet beschikbaar zijn, of waar de leraars niet goed genoeg zijn, om welke reden ook. Indien je ergens ter wereld woont waar dat niet van toepassing is, dan heb je ook deze alternatieve opleiding niet nodig. Tot nu toe ben ik zo'n streken nog niet tegengekomen, behalve die ene keer. Ik zal de streek niet noemen, maar ergens in de wereld zegden de mensen dat ze dat probleem niet hadden, omdat ze perfecte leerkrachten en perfecte scholen hadden. Er bestaan zulke streken, maar -- hoe dan ook , ik heb het nergens anders gehoord.
Ik ga jullie vertellen over kinderen en zelf-organisatie en een set van experimenten die leidden tot de idee van hoe een alternatieve scholing eruit zou kunnen zien. Ze worden gat-in-de-muur-experimenten genoemd. Ik moet hier snel doorheen lopen. Het gaat over een reeks experimenten. Het eerste vond plaats in New Delhi in 1999. En wat we daar deden was vrij simpel. Ik had een kantoor dat paalde aan een sloppenwijk, een sloppenwijk in de stad, er was dus een muur tussen ons kantoor en de stedelijke sloppenwijk. Ze maakten een gat in deze muur -- vandaar kwam de naam gat-in-de-muur en er werd een vrij krachtige PC in het gat geplaatst, ingewerkt in de muur zodat de monitor eruit stak aan de andere zijde, een touchpad werd evenzo ingewerkt in de muur. We zetten er hoge snelheid internet en Internet Explorer op, daarbij dan altavista.com -- in die dagen -- en lieten het daarbij.
En dit is wat we zagen. Zo, dat was mijn kantoor in IT. Hier is het gat-in-de-muur. Ongeveer acht uur later vonden we dit kind. Rechts staat een achtjarig kind en links van hem een zesjarig meisje dat niet erg groot is. Wat hij aan het doen was: hij leerde haar browsen. Dat deed meer vragen rijzen dan het beantwoordde. Is dit echt? Doet de taal ertoe, omdat hij niet verondersteld is om Engels te kennen? Zal de computer het houden, of zullen ze hem stuk maken en stelen, -- en heeft iemand het hen geleerd? De laatste vraag is wat iedereen zei: "Maar weet je, ze moeten toch hun hoofd over de muur gestoken hebben en de mensen in je kantoor gevraagd: kan je me eens tonen hoe ik dit hier kan doen, en dan leerde iemand het hen."
Daarom nam ik het experiment mee buiten Dehli en herhaalde het, deze keer in een stad, Chifpuri genaamd, in het midden van India waar men mij verzekerde dat niemand ooit iemand iets had geleerd. (Gelach) Het was dus op een warme dag, en het gat-in-de-muur bevond zich in dit afgeleefde gebouw. Dit is het eerste kind dat er kwam. Hij bleek later een 13-jaar oude schoolverlater te zijn. Hij kwam er en begon te knoeien met het touchpad. Heel snel merkte hij dat wanneer hij zijn vinger bewoog over het touchpad er iets bewoog op het scherm -- later vertelde hij me dat hij nooit een televisie had gezien waar je zoiets kan doen. Hij ontdekte dat zelf. Het kostte hem twee minuten om te ontdekken dat hijzelf dingen deed op de televisie. Terwijl hij dat deed, klikte hij per ongeluk door het touchpad aan te raken -- je zult het hem hier zien doen. Hij deed dit, en Internet Explorer veranderde van pagina. Acht minuten later keek hij van zijn hand naar het scherm, en hij was aan het surfen. Hij ging vooruit en achteruit. Toen dat gebeurde begon hij al de buurtkinderen te roepen, "Kinderen kom eens kijken wat er hier gebeurt!" Tegen de avond van die dag waren 70 kinderen allen aan het browsen. Acht minuten en een ingebouwde computer leek alles te zijn wat we daar nodig hadden.
Dit is wat we dachten dat er gebeurde: dat kinderen in groepen zichzelf kunnen aanleren om een computer en internet te gebruiken. Maar onder welke omstandigheden? Op dat moment was -- de belangrijkste vraag ging over het Engels. Mensen zeiden dat we dit eigenlijk in Indische talen zouden moeten hebben Ik antwoordde: "Zal ik het internet vertalen in enkele Indische talen? Dat is niet mogelijk." Daarom zou het andersom moeten. Maar laat ons eens zien, hoe pakken de kinderen de Engelse taal aan? Ik nam het experiment mee naar het Noordoosten van India, naar een dorp, Madantusi genaamd, waar er, om welke reden ook, geen Engelse leraar was, waardoor de kinderen er helemaal geen Engels hadden geleerd. Ik bouwde een soortgelijk gat-in-de-muur. Een groot verschil in de dorpen, in tegenstelling tot de stadssloppenwijken: er waren meer meisjes dan jongens die naar de kiosk kwamen. In de stedelijke sloppenwijken leken de meisjes weg te blijven. Ik liet er een computer achter met een heleboel CD's -- ik had er geen internet -- en kwam drie maanden later terug. Toen ik terugkwam vond ik deze twee kinderen, 8 en 12 jaar oud, die een spel speelden op de computer. Zodra ze me zagen vertelden ze me: "We hebben een snellere processor en een betere muis nodig." (Gelach) Ik was echt verrast. In hemelsnaam, hoe wisten ze dit allemaal? Ze zeiden: "we hebben dit opgepikt van de CD's." Ik antwoordde: "Maar hoe hebben jullie begrepen waarover dit gaat?" Ze zeiden: "Je liet hier een machine die enkel Engels sprak. Daarom moesten we Engels leren." Toen deed ik een meting, en ze gebruikten 200 Engelse woorden onder elkaar -- fout uitgesproken, maar correct gebruikt -- woorden zoals exit, stop, find, save, dat soort dingen, niet enkel bij de computer, maar ook in hun dagdagelijkse gesprekken. Madantusi leek dus aan te tonen dat taal geen hinderpaal hoeft te zijn. In feite zijn ze misschien in staat om zichzelf de taal aan te leren als ze dat zelf zouden willen.
Tot slot kreeg ik wat fondsen om dit experiment verder uit te bouwen, om te zien of de resultaten herhaalbaar zijn, of op andere plaatsen hetzelfde gebeurde. India is een goeie plek om zo'n experiment te doen omdat we heel veel etnische diversiteit hebben, alle genetische diversiteit, alle raciale diversiteit, en eveneens alle socio-economische diversiteit. Daardoor kon ik voorbeelden kiezen om een dwarsdoorsnede van ongeveer de hele wereld te omvatten. Daardoor deed ik dus dit experiment gedurende bijna vijf jaren. Dat bracht ons helemaal doorheen de lengte en breedte van India. Dit is de Himalaya, helemaal in het noorden, heel koud. Ik moest ook nakijken of een technisch ontwerp bedenken dat in open lucht zou overleven. Ik gebruikte reguliere normale PC's. Daarom had ik verschillende klimaten nodig, waarvoor India eveneens zeer geschikt is, omdat we er zeer koud, zeer heet, enzovoort... hebben. Er is de woestijn in het westen, nabij de Pakistaanse grens. Je ziet hier een kleine clip van een van deze dorpen. Het eerste wat deze kinderen deden was een website zoeken om zichzelf het Engelse alfabet te leren.
Dan naar centraal India -- zeer warm, vochtig, vissersdorpen waar de vochtigheid een grote vijand van elektronica is. Daar moesten we al onze problemen oplossen zonder dat we airconditioning hadden en met erg weinig stroom. De meeste oplossingen gebruikten kleine luchtverplaatsingen op de juiste plaatsen om de machines draaiend te houden. Ik wil dit kort houden. We deden dit opnieuw en opnieuw. Deze sequentie is ook mooi. Dit is een klein kind, zes jaar oud, dat zijn oudste zus vertelt hoe ze het moet doen. Dit gebeurt zeer vaak bij deze computers, dat er jongere kinderen gevonden worden die aan ouderen aan het lesgeven zijn.
Wat ontdekten we? We ontdekten dat zes- tot dertienjarigen zichzelf kunnen onderwijzen in een geconnecteerde omgeving afgezien van andere dingen die we konden meten. Als ze toegang hebben tot de computer zullen ze zichzelf onderwijzen, intelligentie inbegrepen. Ik kon geen correlatie vinden met iets anders, maar het moest in groepen zijn. Dat kan een groot belang hebben voor deze groep, omdat jullie allemaal praten over groepen. Hier ging het over de kracht van wat een groep kinderen kan doen als je de tussenkomst van volwassenen wegneemt.
Nog een snel idee van de metingen. We gebruikten standaard statistische technieken, daarom ga ik daar niet over praten. We bekwamen een mooie leercurve bijna exact dezelfde dan die je in een school zou bekomen. Ik zal het daarbij laten, omdat dit toch alles zegt, is het niet? Wat konden ze leren doen? Basisfuncties van Windows, browsen, tekenen met paint, chatten, e-mailen, spellen en leerprogramma's, muziek downloaden, filmpjes afspelen. Kortom, alles wat wij doen. Meer dan 300 kinderen leren met een computer omgaan. Ze zullen al deze dingen kunnen doen binnen de zes maanden, met één computer.
Hoe doen ze dat? Als je de eigenlijke toegangstijd berekent zou het neerkomen op minuten per dag. Dat is dus niet hoe het gebeurt. Wat we in feite hebben, is dat er één kind de computer bedient. Rond hem staan er gewoonlijk drie andere kinderen die hem vertellen wat hij zou moeten doen. Indien je hen zou testen, dan zouden ze alle vier dezelfde score halen op gelijk wat je hen zou vragen. Rond deze vier kinderen staat er gewoonlijk een groep van ongeveer 16 kinderen die ook adviseren, gewoonlijk foutief, over alles wat er gebeurt bij de computer. Ook zij allen zullen slagen in een test over dat onderwerp. Ze leren evenveel door te kijken als door te doen. Het lijkt tegengesteld-intuïtief ten opzichte van het volwassen leren, maar onthoud, 8-jarigen leven in een maatschappij waar hun het grootste gedeelte van de tijd gezegd wordt wat ze niet moeten doen - weet je, raak die whiskeyfles niet aan! Dus wat doet de achtjarige? Hij bekijkt heel aandachtig hoe de whiskeyfles zou moeten behandeld worden. En als je hem zou testen, zou hij elke vraag over dat onderwerp correct beantwoorden. Ze lijken dit allemaal heel gemakkelijk te kunnen verwerven.
Wat was dan de conclusie van meer dan zes jaar werk? Het was dat basisonderwijs vanzelf kan gebeuren, delen ervan kunnen vanzelf gebeuren. Het moet niet opgelegd worden van bovenaf. Het kan misschien een zichzelf organiserend systeem zijn. Dat was het tweede stuk dat ik jullie wou vertellen, dat kinderen zichzelf kunnen organiseren en een onderwijsdoel kunnen bereiken.
Het derde deel gaat over waarden, en opnieuw, om kort te gaan, voerde ik een test uit bij 500 kinderen, verspreid over heel India. Ik vroeg hen -- ik gaf hen ongeveer 68 verschillende waarden-georiënteerde vragen en vroeg hen eenvoudig naar hun idee daarover. We kregen alle soorten opinies. Ja, neen, of ik weet het niet. Ik nam de vragen waar ik 50% ja's en 50% neens kreeg. Zo kreeg ik een verzameling van 16 dergelijke stellingen. Dit waren dus gebieden waar de kinderen duidelijk verward over waren omdat de helft ja en de helft neen zei. Een typisch voorbeeld: soms is het nodig om leugens te vertellen. Ze hebben geen manier om te bepalen hoe ze deze vraag moeten beantwoorden. Misschien heeft niemand van ons die. Dus laat ik jullie deze derde vraag: Kan technologie de manier waarop je waarden verwerft veranderen? Tenslotte de zelfregulerende systemen, waarover ik weer niet veel zal zeggen, omdat jullie hierover al heel wat hoorden. Natuurlijke systemen zijn allemaal zelfregulerend: zonnestelsels, moleculen, cellen, organismen, maatschappijen, ... afgezien van het debat over een inteligente ontwerper. Op dit punt in de tijd, zo ver de wetenschap reikt, is het zelforganisatie. Andere voorbeelden zijn verkeersfiles, aandelenmarkten, de maatschappij, en herstel van rampen, terrorisme en opstanden. Je kent ook internetgebaseerde zelfregulerende systemen.
Hier zijn mijn vier besluiten dan. Afstand beïnvloedt de kwaliteit van onderwijs. Onderwijskundige technologie zou eerst moeten geïntroduceerd worden in veraf gelegen gebieden en pas later in andere gebieden. Waarden zijn verworven; doctrines en dogma zijn opgelegd -- de twee tegengestelde mechanismen. Leren is waarschijnlijk een zichzelf regulerend systeem. Als ik deze vier samenvoeg, dan geeft dit -- volgens mij -- het geeft ons een doel, een visie voor onderwijstechnologie. Een onderwijstechnologie en pedagogie die digitaal is, automatisch, fout-tolerant, minimaal invasief, verbonden en zichzelf organiserend. Als onderwijskundigen hebben we nooit om technologie gevraagd. We blijven ze lenen. PowerPoint wordt verondersteld om een fantastische onderwijskundige tool te zijn. Het was nochtans niet bedoeld voor het onderwijs, het was ontworpen om presentaties te maken voor bedrijven. We hebben ze ontleend. Videoconferenties. De PC zelf. Ik denk dat het tijd is dat de onderwijskundigen eens zelf zeggen wat hun vereisten zijn. Ik heb zo een set vereisten. Dit is er een kort overzicht van. Zo'n set vereisten zou de technologie moeten creëren om tegemoet te komen aan afstand, waarden en geweld. Ik gaf het dus een naam -- waarom noemen we het niet de "uit-doctrinatie"? Zou dit niet het doel kunnen zijn voor onderwijstechnologie in de toekomst? Dat wou ik jullie als gedachte aanreiken.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Tijdens LIFT 2007 spreekt Sugata Mitra over zijn 'Gat in de Muur'-project. In dit project ontdekken jonge kinderen zelf hoe ze een PC kunnen gebruiken - en dan leren ze dit aan andere kinderen. Hij vraagt zich af welke andere zaken kinderen zichzelf kunnen leren.
Sugata Mitra's "Hole in the Wall" experiments have shown that, in the absence of supervision or formal teaching, children can teach themselves and each other, if they're motivated by curiosity and peer interest. Full bio »
Translated into Dutch by Jan Luyten
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
19:24 Posted: Jun 2006
Views 10,662,615 | Comments 2459
09:18 Posted: Dec 2007
Views 1,427,718 | Comments 268
16:40 Posted: Jun 2008
Views 189,284 | Comments 32
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.