Maar een paar minuten geleden nam ik deze foto, een straat of tien hier vandaan. Dit is het Grand Café, hier in Oxford. Ik heb deze foto genomen, omdat dit het eerst geopende koffiehuis bleek te zijn in Engeland in 1650. Zo staat het wijd en zijd bekend. En ik wilde jullie dit laten zien, niet omdat ik jullie een soort Starbucks tour wil geven van historisch Engeland, maar meer omdat het Engelse koffiehuis van doorslaggevende betekenis was voor de ontwikkeling en verspreiding van een van de grootste intellectuele bloeiperioden van de laatste vijfhonderd jaar, wat we nu de Verlichting noemen.
En het koffiehuis speelde zo'n grote rol in het ontstaan van de Verlichting deels vanwege hetgeen mensen er dronken. Immers, voor de verspreiding van koffie en thee binnen de Britse cultuur, was hetgeen mensen dronken -- zowel de elite als het gewone volk -- dag in dag uit, van 's morgens tot 's avonds alcohol. Alcohol was overdags de eerste keuze als drankje. Je dronk wat bier bij het ontbijt en nam een beetje wijn bij de lunch, een beetje gin -- vooral rond 1650 -- en rondde het af met wat bier en wijn aan het einde van de dag. Dat was de gezonde keuze, nietwaar, omdat water niet veilig drinkbaar was. En zo had je eigenlijk, tot aan de opkomst van het koffiehuis, een hele bevolking die in feite de hele dag dronken was. En je kunt je voorstellen hoe dat zou zijn, toch, in je eigen leven -- en ik weet dat dit waar is voor sommigen van jullie -- als je de hele dag dronken zou zijn en je zou dan van een depressivum overschakelen naar een opwekkend middel in je leven, dan zou je betere ideeën hebben. Je zou scherper zijn en meer alert. En dus is het niet per ongeluk dat er een grote opbloei van innovatie was toen Engeland overstapte op thee en koffie.
Maar wat koffiehuizen ook nog belangrijk maakt is de architectuur van de ruimte. Het was een ruimte waar mensen samenkwamen vanuit verschillende achtergronden, verschillende expertisegebieden en ideeën uitwisselden. Het was een ruimte, zoals Matt Ridley erover sprak, waar ideeën sex konden hebben. Dit was als het ware, hun huwelijksbed. Ideeën kwamen daar samen. En een verbazingwekkend aantal innovaties uit deze periode heeft een koffiehuis ergens in zijn verhaal.
Ik heb heel wat tijd nagedacht over koffiehuizen gedurende de laatse vijf jaar, omdat ik op een soort van zoektocht ben geweest om de vraag te onderzoeken waar goede ideeën vandaan komen. Wat zijn de omgevingen die leiden tot ongekende hoogten van innovatie, ongekende mate van creativiteit? Wat is het soort omgeving -- wat is de plaats voor creativiteit? En wat ik gedaan heb is dat ik heb gekeken naar omgevingen als het koffiehuis; én ik heb gekeken naar media omgevingen, zoals het World Wide Web, die uitzonderlijk innovatief zijn geweest; ik ben teruggegaan naar de geschiedenis van de eerste steden; Ik ben zelfs naar biologische omgevingen gegaan, zoals het koraalriffen en regenwouden, die ongewone niveaus van biologische innovatie met zich meebrengen; en waar ik naar heb gezocht is overeenkomstige patronen een soort van karakteristiek gedrag dat keer op keer in al deze omgevingen naar voren komt. Zijn er terugkerende patronen waar we van kunnen leren, die we kunnen oppakken en kunnen toepassen op onze eigen levens, onze eigen organisaties, of onze eigen omgevingen om ze meer creatief en innovatief te maken? En ik denk dat ik er wat gevonden heb.
Maar wat je moet doen om er wat zinnigs van te maken en deze principes echt te begrijpen is dat je moet zien af te geraken van de manier waarop onze gebruikelijke metaforen en taal ons sturen in de richting van bepaalde concepten over het ontstaan van ideeën. We hebben deze rijke woordenschat om momenten van inspiratie te beschrijven. We hebben zo af en toe een "flits van inzicht", het "plotsklapse inzicht", we hebben "openbaringen", we hebben "eureka!" momenten, we hebben de momenten dat er "een lichtje gaat branden", toch? Al deze concepten, zo gekunsteld en bloemig als ze zijn, hebben de basale aanname gemeen dat een idee een enkel ding is, het is iets dat vaak voorvalt in een heerlijk moment van verlichting. Maar in feite,
wat ik zou willen bepleiten, en waar je werkelijk zo ongeveer mee moet beginnen, is het idee dat een idee een netwerk is op het meest elementaire niveau. Ik bedoel, dit is wat er zich afspeelt in je hersenen. Een idee, een nieuw idee, is een nieuw netwerk van neuronen die synchroon met elkaar signalen afvuren in je brein. het is een nieuwe configuratie die nog nooit eerder gevormd werd. En de vraag is: hoe krijg je je brein in omgevingen waar het waarschijnlijker gaat zijn dat deze nieuwe netwerken zich vormen? En het blijkt in feite, dat het soort netwerkpatronen van de buitenwereld een hoop netwerkpatronen nabootst van de interne wereld van het menselijk brein.
Dus de metafoor die ik graag zou gebruiken kan ik ontlenen aan een verhaal van een geweldig idee dat tamelijk recent is -- veel recenter dan de jaren 1650. Een geweldige gast Timothy Prestero genaamd, die een bedrijf heeft genaamd "Design that Matters" (Design dat Ertoe Doet) Zij besloten het werkelijk urgente probleem te tackelen van het verschrikkelijke probleem dat we hebben met sterfteciijfers van jonge kinderen in de ontwikkelingslanden. Een van de dingen die hieraan flink frustrerend zijn is dat we weten, dat we met moderne couveuses in welke context dan ook, als we premature baby's warm kunnen houden, eigenlijk is het heel eenvoudig, dan kunnen we de sterftecijfers van jonge kinderen in deze omgevingen halveren. De technologie is er. Deze is standaard in alle geïndustrialiseerde landen. Het probleem is, als je een couveuze koopt van 40.000 dollar, en je stuurt ze naar een dorpje van gemiddelde omvang in Afrika, dan zal die een paar jaar geweldig werken, en dan zal er wat verkeerd gaan, en hij gaat kapot, en hij zal voor eeuwig kapot blijven, omdat je er niet een heel systeem van reserveonderdelen hebt, en je hebt niet de aanwezige kennis om dit stuk techniek van 40.000 dollar te repareren. En dus zit je opgezadeld met het probleem dat je al dat geld uitgeeft om hulp en al deze geavanceerde elektronica naar deze landen te brengen, en dan eindigt het ermee dat het nutteloos is.
Dus wat Prestero en zijn team besloten te doen is rond te kijken en uit te kijken naar volop aanwezige hulpmiddelen in de context van deze ontwikkelingslanden? En wat ze merkten was: ze hebben niet veel digitale video recorders, ze hebben niet veel magnetrons, maar ze lijken een prima klus te klaren om hun auto's op de weg te houden. Er is een overjarige Toyota op de weg in al deze dorpen. Ze lijken de expertise te bezitten om auto's werkend te houden. Dus begonnen ze te denken, "Zouden we een couveuse kunnen bouwen die volledig is opgebouwd uit auto-onderdelen?" En dit is waar ze mee uit de strijd kwamen. Het heet een "couveusekindje-koester-apparaat". Van de buitenkant, ziet het eruit als een normaal klein ding dat je in een modern westers ziekenhuis zou aantreffen. Binnenin is alles auto-onderdelen. Het heeft een ventilator, het heeft koplampen voor warmte, het heeft deurbellen als alarm. Het loopt op een autoaccu. En dus alles wat je nodig hebt, zijn de reserveonderdelen van je Toyota en de vaardigheid om een koplamp te vervangen en je kunt dit ding repareren. Nu, dit is een geweldig idee, maar wat ik zou willen zeggen is in feite, dat dit een geweldige metafoor is voor de manier waarop ideeën tot stand komen. We denken graag dat onze baanbrekende ideeën, je weet wel, van die hagelnieuwe couveuses van 40.000 dollar zijn, de nieuwste technologie, maar over het algemeen, zijn ze samengelapt uit om het even welke onderdelen er toevallig dichtbij voorhanden waren.
We nemen ideeën van andere mensen waar we van hebben geleerd, van mensen die we tegen 't lijf lopen in koffiehuizen, en we naaien ze aan elkaar tot nieuwe vormen, en we creëren iets nieuws. Dat is echt waar innovatie plaatsvindt. En dat betekent dat we enkele van onze modellen over hoe innovatie en diep denken er werkelijk uitzien moeten veranderen, toch. Ik bedoel, dit is één kijk erop. Een andere is Newton en de appel, toen Newton op Cambridge zat. Dit is een standbeeld uit Oxford. Je weet wel, je zit daar een diepe gedachte te hebben, en de appel valt uit de boom, en je hebt de theorie van de zwaartekracht. In feite, de plekken die historisch hebben geleid tot innovatie hebben de neiging er zo uit te zien, toch. Dit is Hogarth's beroemde schilderij van een soort politiek diner in een taveerne, maar dit is hoe de koffiehuizen er toentertijd uit zagen. Dit is het soort chaotische omgevingen waar ideeën aannemelijkerwijs konden samenkomen. waar mensen aannemelijkerwijs onvoorspelbaar nieuwe, interessante mensen met verschillende achtergronden tegen het lijf liepen. Dus als we organisaties proberen te bouwen die innovatiever zijn dan moeten we plekken bouwen die er, vreemd genoeg, een beetje meer als dit uitzien. Een deel van de boodschap hier is dat dit is hoe je kantoor eruit zou moeten zien.
En een van de problemen hiermee is dat mensen in feite -- als je dit gebied onderzoekt -- dat mensen opvallend onbetrouwbaar zijn als ze in feite zelf verslag doen over waar ze hun eigen goede ideeën hebben, of hun ontstaansgeschiedenis van hun ideeën. En een paar jaar geleden, besloot een geweldige onderzoeker, Kevin Dunbar genaamd, erop uit te gaan en in wezen de Big Brother benadering te doen om uit te vinden waar goede ideeën vandaan komen. Hij ging naar een hoop wetenschapslaboratoria over de hele wereld en nam iedereen op video op terwijl ze ieder klein onderdeel van hun functie uitvoerden. Dus terwijl ze voor de microscoop zaten, terwijl ze met hun collega's praatten bij de waterkoeler en al dit soort dingen. En hij nam al deze gesprekken op en probeerde uit te vogelen waar de belangrijkste ideeën te voorschijn kwamen. En als we aan het klassieke plaatje denken van de wetenschapper in het lab, dan hebben we dit plaatje -- je weet wel, van hoe ze over de microscoop turen, en iets zien in een weefselstaal. En "oh, eureka!", ze hebben het idee gekregen.
Wat werkelijk gebeurde, toen Dunbar zeg maar naar de tape keek is dat, in feite, bijna alle belangrijke baanbrekende ideeën niet in het lab alleen voorvielen, achter de microscoop. Ze deden zich voor aan de vergadertafel tijdens de wekelijkse lab-vergadering, als iedereen samenkwam om elkaar hun laatste gegevens en resultaten mee te delen, vaak als mensen vertelden over de vergissingen die ze maakten, de fouten, de ruis in het signaal dat ze ontdekten En iets van zo'n omgeving -- en ik ben het "the liquid network" (het vloeibare netwerk) gaan noemen, waar je veel verschillende ideeën bijeen hebt, verschillende achtergronden, verschillende interesses, met elkaar wedijverend, elkaar afstotend -- die omgeving is, in feite, de omgeving die leidt tot innovatie.
Het andere probleem dat mensen hebben is dat ze de neiging hebben hun verhalen over innovatie te verdichten samen te persen in kortere stukjes tijd. Ze willen je dus het "eureka!" moment vertellen Ze willen zeggen: "Daar was ik, ik stond daar en ineens had ik het helder in mijn hoofd." Maar ga je terug en kijk je naar de geschiedenis van de opname, dan blijkt dat veel belangrijke ideeën hele lange incubatieperioden hebben. Ik noem dit "de langzame ingeving" De laatste tijd hebben we veel gehoord over ingeving en instinct en oogwenk-achtige plotselinge heldere momenten, maar in feite, blijven veel geweldige ideeën soms wel tientallen jaren rondhangen in het hoofd van de bedenker. Ze hebben een gevoel dat er een interessant probleem is, maar ze hebben nog niet echt het gereedschap om het uit te werken. Ze werken al die tijd aan bepaalde problemen, maar er blijft nog een ander ding hangen waar ze in geïnteresseerd zijn, maar wat ze niet helemaal kunnen oplossen.
Darwin is hier een geweldig voorbeeld van. Darwin zelf vertelt in zijn autobiografie het verhaal van het ontstaan van het idee van natuurlijke selectie als een klassiek "eureka!" moment. Hij is in zijn studeerkamer, het is oktober 1838, en hij is Malthus aan het lezen, in feite, over bevolking, En plotseling, springt het basale algoritme van natuurlijke selectie zeg maar ineens op in zijn hoofd, en hij zegt: "Ah, eindelijk, heb ik een theorie om mee te werken." Dat staat in zijn autobiografie. Een jaar of twintig geleden, is een geweldige geleerde, Howard Gruber, terug gaan kijken in Darwin's aantekenboekjes uit deze periode. Darwin hield er van die lijvige aantekenboeken op na waar hij ieder klein idee dat hij had in opschreef, elke kleine ingeving. En wat Gruber vond was dat Darwin de hele theorie van natuurlijke selectie al maanden en maanden eerder in zijn hoofd had dan zijn zogezegde openbaring bij het lezen Malthus in 1838. Er zijn passages waar je het kunt lezen, als in een Darwinistisch leerboek, uit de periode voordat hij zijn "openbaring" kreeg. En wat je je dus realiseert is dat Darwin, in zekere zin, het idee had, hij had het concept, maar was nog niet in staat om het volledig te overdenken. En dat is in feite hoe geweldige ideeën vaak voorvallen; ze vervagen uit het blikveld gedurende lange perioden.
Nou is de uitdaging: hoe creëer je omgevingen die toelaten dat ideeën zo'n slapend bestaan leiden? Het valt niet mee om naar je baas te gaan en te zeggen: "Ik heb een uitstekend idee voor onze organsiatie. Het zal van pas komen in 2020. Kan je me gewoon wat tijd geven om het wat uit te werken?" Welnu een aantal bedrijven, zoals Google, geven innovatieverlof, twintig procent van de tijd, daar hebben ze, in zekere zin, ingevings-cultiverende mechanismen in een organsiatie. Maar dat is cruciaal. En het andere is toe te staan dat deze ingevingen aansluiten bij andermans ingevingen; dat is wat vaak gebeurt. Jij hebt de helft van een idee en iemand anders heeft de andere helft, en als je in de juiste omgeving bent, dan loopt dat uit op iets dat groter is dan de som der delen. Dus, in zekere zin, hebben we het vaak over de waarde van het beschermen van intellectueel eigendom je weet wel, drempels opwerpen, verborgen onderzoeks- en ontwikkelingslabs hebben, alles wat we hebben patenteren opdat deze ideeën hun waarde blijven behouden, en mensen aangespoord zullen worden tot meer ideeën en de cultuur meer innovatief zal worden. Maar ik denk dat het belangrijk is dat we minstens evenveel tijd, zoniet meer, zouden moeten spenderen aan het waarderen van het verbinden van ideeën en ze niet alleen maar beschermen.
En ik besluit met dit verhaal, dat, naar ik meen, veel van deze waarden omvat, en het is gewoon een geweldig soort verhaal over innovatie, en hoe die op onwaarschijnlijke manieren tot stand komt. Het is oktober 1957, en de Spoetnik is zojuist opgestegen, en we zijn in Laurel Maryland, in het laboratorium voor toegepaste natuurkunde verbonden aan de Johns Hopkins Universiteit. Het is maandagmorgen en het nieuws is net uit over die satelliet die nu om de planeet heen draait. En natuurlijk, is dit het Walhalla voor nerds, nietwaar? Allemaal van die doorgeslagen natuurkundigen die denken: "Oh, gossie! Dit is onvoorstelbaar. Ik kan niet geloven dat dit is gebeurd." En twee onderzoekers bij het APL (lab voor toegepaste natuurkunde), twintigers, zitten daar in de kantine wat te babbelen met een stel collega's. Ze heten Guir en Weiffenbach. Een zegt: "Hè, heeft er iemand geprobeerd naar dit ding te luisteren? Die kunstmatige satelliet daarboven geeft vast en zeker een of ander signaal. We zouden kunnen proberen erop af te stemmen." Ze vragen dat na bij een paar van hun collega's, en iedereen gaat van "Nee, daar had ik nog niet aan gedacht. Dat is een interessant idee."
Toeval wil dat Weiffenbach een expert is op het gebied van ontvangst van microgolven, en hij laat in zijn kantoor een kleine antenne met een versterker opzetten. Daarmee gaan ze een beetje beginnen rondneuzen -- te hacken, zoals we het nu zouden noemen. En na een paar uur proberen vinden ze het signaal omdat de Sowjets hun Spoetnik heel makkelijk te traceren hadden gemaakt. Precies op 20 megahertz. Opdat niemand zou denken dat het verlakkerij was hadden ze 'm echt gemakkelijk vindbaar gemaakt.
Die twee kerels zitten daar naar dat signaal te luisteren, en er beginnen mensen het kantoor binnen te komen en ze zeggen, "Wauw, dat is best stoer. Mag ik luisteren? Wauw, da's machtig." Binnen de korste keren denken ze: "Maar jee, dit is iets historisch. We zouden weleens de eerste mensen in de Verenigde Staten kunnen zijn die hiernaar zitten te luisteren. We zouden dit moeten opnemen." Ze halen er zo'n ouwe analoge bandrecorder bij en beginnen de kleine bliep-bliepjes op te nemen. Ze noteren de datum- en tijdgegevens voor elke kleine bliep die ze opnemen. En denken: "Tja, gossie, weet je, we zien hier kleine, korte variaties in frequentie. We zouden waarschijnlijk de snelheid kunnen berekenen waarmee de satelliet zich voortbeweegt, als we er een beetje elementaire rekenkunde op toepassen en gebruikmaken van het Dopplereffect." Na nog wat spelen metde idee overlegden ze met wat collega's die andere specialismen hadden En ze zeiden: "Jeh, weet je wat, door te kijken naar de helling van de Dopplercurve kunnen we de punten uitvogelen waarop de satelliet het dichtst bij onze antenne is en de punten waarop hij het verst verwijderd is. Dat is nogal wat.
En uiteindelijk krijgen ze permissie -- dit alles is een klein nevenproject dat formeel geen onderdeel was geweest van hun functieomschrijving. Ze krijgen toestemming om, je weet wel, de nieuwe UNIVAC computer te gebruiken die ze juist hadden gekregen bij het APL en die een hele kamer inneemt. Ze doen wat meer berekeneningen en tegen het einde van ongeveer drie, vier weken, blijken ze de precieze baan in kaart te hebben gekregen, van deze satelliet rond de aarde. alleen maar door naar dit ene kleine signaaltje te luisteren, afgaand op deze kleine zijdelingse ingeving waartoe ze geinspireerd waren tijdens de lunch op die ene ochtend.
En paar weken later haalt hun baas, Frank McClure, hen naar zijn kamer en zegt: "He, mannen, ik moet jullie wat vragen over dat project waar jullie aan werken. Jullie hebben een onbekende locatie uitgevogeld van een satelliet die om de aarde draait vanaf een bekende plaats op de grond. Zou het andersom ook werken? Zou je een onbekende locatie op de grond kunnen uitvogelen, als je de locatie van de satelliet wist?" En ze dachten erover na en zeiden: "Nou, ik denk van wel. Laten we eens wat berekeningen maken." Dus ze gingen terug en ze dachten erover na. En ze kwamen terug en zeiden: "Eigenlijk zal het makkelijker zijn." En hij zei: "Oh da's geweldig. Want kijk, het gaat hier om deze nieuwe onderzeeërs die ik aan het bouwen ben. En het is echt moeilijk om uit te vinden hoe je je raket precies op Moskou laat neerkomen, als je niet precies weet waar je onderzeeër midden op de Grote Oceaan zit. Dus we zitten te denken, dat als we een stelletje satellieten lanceren we ze kunnen gebruiken om onze onderzeeërs te volgen en hun positie midden op de oceaan te bepalen. Zouden jullie aan dat probleem kunnen werken?"
En dat is hoe het GPS ontstond. Dertig jaar later, heeft Ronald Reagan het ontsloten en maakte hij er een open navigatiesysteem van waar iedereen zo'n beetje op kon voortborduren om er nieuwe technologie op te bouwen die uitgaande van dit open navigatiesysteem allerlei toepassingen zou creëren en innoveren. Hij liet het open zodat iedereen er zo'n beetje alles mee kon doen wat ze wilden. En nou garandeer ik jullie dat zeker de helft in deze zaal, zo niet meer op dit moment zo'n toestel in zijn zak heeft dat praat met deze satellieten in de ruimte. En ik wed je dat één van jullie, zo niet meer dat toestel en dat satellietsysteem gebruikt heeft om een nabijgelegen koffiehuis te vinden -- (Gelach) -- nietwaar?
En dat, zo denk ik, is een geweldige casus, een geweldige les over de kracht, de wonderbaarlijke soort van niet geplande, onbedoelde, onvoorspelbare kracht, van open innovatieve systemen. Als je ze goed bouwt, zullen ze volstrekt nieuwe wendingen nemen waar de ontwerpers nooit van hadden gedroomd. Ik bedoel, hier heb je die kerels die in wezen dachten dat ze alleen maar deze ingeving volgden en die hobby waar ze op kwamen toen ze dachten dat ze de Koude Oorlog aan het uitvechten waren en toen bleken ze alleen maar iemand geholpen hebben om een koffie verkeerd met soyamelk te vinden.
Zo gebeurt innovatie. Toeval begunstigt het verbonden brein.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Mensen schrijven hun ideeën vaak toe aan afzonderlijke "Eureka!" momenten. Maar Steven Johnson laat zien dat de geschiedenis een ander verhaal vertelt. Zijn fascinerende tour leidt ons vanaf de "vloeibare netwerken" van de Londense koffiehuizen naar Charles Darwin's lange, trage ingeving, tot aan het hedendaagse supersnelle web.
Steven Berlin Johnson is the best-selling author of six books on the intersection of science, technology and personal experience. His forthcoming book examines "Where Good Ideas Come From." Full bio »
Translated into Dutch by Friedolin van Geenen
Reviewed by Rik Delaet
Comments? Please email the translators above.
10:03 Posted: Jan 2007
Views 316,691 | Comments 24
16:30 Posted: Oct 2008
Views 181,428 | Comments 12
16:26 Posted: Jul 2010
Views 2,209,472 | Comments 441
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.