Ik wil je mee terug nemen naar mijn woonplaats, naar een beeld van mijn woonplaats in de week dat (mijn boek) "Emergence" uitkwam. Het is een beeld dat we meerdere keren gezien hebben. "Emergence" kwam uit op 11 september. Ik woon precies daar in de "West Village". Gelukkig werd de rookpluim naar het westen geblazen, weg van ons. We hadden een twee-en-een-halve dag oude baby in huis, die van ons was -- we hadden hem niet van iemand anders gestolen.
Één van de gedachten die ik had terwijl ik met deze twee afzonderlijke noosituaties te maken had -- een boek, een baby en dan deze gebeurtenis zo dichtbij -- mijn eerste gedachte, terwijl ik nog steeds in het appartement over alles uitkeek of door de straat wandelde en er over uitkeek, recht voor onze flat, was dat ik een verschrikkelijke misrekening had gemaakt in het boek dat ik net geschreven had. Want veel van het boek was een hulde aan de kracht en het creatieve potentieel van dichtheid, voornamelijk stedelijke dichtheid, van mensen verbinden, ze op één plek samen brengen, ze samen op straat hebben, ze ideeën laten delen en ze samen de fysieke ruimte laten gebruiken.
Terwijl ik dat bekeek -- de torens die in brand stonden en instortten -- leek het me dat één van de lessen hier was dat dichtheid dodelijk is. Van alle technologieën die hier gebruikt waren om dit bloedbad mogelijk te maken, was de technologie die het meeste levens kostte, wellicht deze was die het mogelijk maakte dat 50.000 mensen in twee gebouwen leefden, 110 verdiepingen boven de grond. Als ze niet zo dicht bevolkt waren geweest -- vergelijk het dodental van het Pentagon met de Twin Towers, dat kan je heel duidelijk zien. Dus begon ik te denken, dat dichtheid, dichtheid -- Ik was niet zeker of dit de juiste keuze was.
Ik heb daar een paar dagen over lopen piekeren. Zo ongeveer twee dagen later, toen de wind een beetje draaide, kon je voelen dat de lucht niet gezond was. Terwijl er nog geen auto's reden door de West Village waar we woonden, stuurde mijn vrouw mij op pad om een een grote luchtreiniger te kopen bij Bed, Bath and Beyond, zo'n 20 straten verderop, noordelijk. En dus ging ik er op uit Ik ben duidelijk een lichamelijk sterke man ben, zoals je kan zien -- (Gelach) dus ik gaf er niet om dat ik dit ding 20 straten ver moest tillen. Ik liep buiten en iets heel wonderlijks viel mij op toen ik noordelijk liep om die luchtreiniger te kopen: de straten waren vol mensen.
Er was een fantastische -- het was een hele mooie dag, zoals de hele week na 11 september. De West Village was nog nooit zo levendig geweest. Ik liep langs Hudson Street -- waar Jane Jacobs heeft gewoond en haar geweldige boek heeft geschreven dat zo'n invloed had op wat ik schreef in "Emergence" -- langs de White Horse Tavern, die fantastische oude kroeg waar Dylan Thomas zichzelf dood dronk, en de Bleecker Street speeltuin was vol kinderen. Iedereen die in de buurt woonde, de eigenaren van de restaurants en kroegen in de buurt, waren allemaal buiten -- alles was open. Mensen waren buiten. Er waren geen auto's, dus het leek in zekere zin zelfs beter. Het was een mooie stadse dag en het ongelofelijke was dat de stad werkte. De stad was daar. Alle dingen die een goede stad succesvol maken, alle zaken die maken dat een goede stad stimuleert -- ze waren er allemaal daar in de straat.
Ik dacht: dit is de kracht van een stad. De kracht van een stad -- we hebben het gehad over de stad als een middelpunt, maar wat ze doorgaans zo krachtig maakt, is dat ze functioneel gespreid zijn. Ze hebben geen centrale uitvoerende macht die je weg kunt halen zodat het hele ding faalt. Was dat wel zo, dan was het waarschijnlijk net daar bij Ground Zero. De noodbunker was precies daar, vernield door de aanval, en uiteraard de schade aan de gebouwen en alle levens. Maar niettemin, 20 straten verderop, 2 dagen later, was de stad nog nooit zo levendig geweest. Als je in het hoofd van de mensen had gekeken, dan had je een hoop trauma gezien, en een hoop ellende, je zou veel gezien hebben dat een hoop tijd nodig heeft om te herstellen.
Maar het systeem als geheel bloeide op. Dat te zien, gaf me goede moed. Ik wil uitleg geven over de redenen waarom dit zo goed werkt, en hoe sommige van die redenen duiden welke kant het op gaat met het Internet. De vraag die ik aan mensen begon te stellen, als ik over het boek napraatte, was -- als je spreekt over opkomend gedrag, als je het hebt over collectieve intelligentie, dan is de beste manier voor mensen om dit te begrijpen de vraag te stellen: door wie wordt de wijk gemaakt? Wie bepaalt dat Soho deze uitstraling heeft en dat de Latino-wijk dat karakter heeft? Er zijn een soort van uitvoeringsbesluiten, maar over het algemeen is het antwoord -- iedereen en niemand. Iedereen draagt een beetje bij. Niet één persoon heeft de doorslaggevende invloed over het karakter van een wijk.
Hetzelfde geldt voor de vraag wie de straat levendig hield in mijn wijk gedurende de periode na 11 september. Dat was de hele stad. Het hele systeem werkte eraan mee en iedereen droeg zijn steentje bij. Dat zien we meer en meer op het internet op verschillende interessante manieren -- waarvan de meeste voordien niet bestonden, behalve in heel experimentele activiteiten, toen ik "Emergence" aan het schrijven was en het boek uitkwam. Het is dus een erg optimistische tijd geweest. Ik wil een paar zaken daarvan bespreken. Ik denk dat er een nieuw model van interactiviteit in opkomst is op dit moment.
Het oude zag er zo uit. Dit is niet de toekomstige koning van Engeland, ook al lijkt het erop. Het is een GeoCities homepage van een jongen die ik online vond. Kijk onderaan: hij is geïnteresseerd in voetbal en Jezus en Garth Brooks en Clint Beckham en "mijn woonplaats" -- dat zijn zijn links. Niets is sprekender voor dit model van interactiviteit, dat zo boeiend is en de echte Zeitgeist van het web in 1995 vat, dan "Klik op een foto van mijn hond". Geen enkele uitdrukking geeft die periode beter weer dan dat, denk ik. Plots kan je een foto van je hond opladen en een link plaatsen. Iemand die de pagina leest, kan zelf beslissen of hij wel of niet de link aanklikt.
Ik wil dat niet kleineren. In zekere zin -- om te verwijzen naar waar Jeff gisteren over sprak -- In zekere zin heeft de elektriciteit van de interface de explosie aan belangstelling voor het internet gevoed: dat je een link kon maken en dat iemand anders er dan op kon klikken, en dat je overal waar je maar wilde kon terechtkomen. Maar het is nog steeds een één-op-één relatie. Er is iemand die de link publiceert, en een ander aan het andere eind die moet beslissen om erop te klikken of niet. Het nieuwe model is veel meer zoals dit, en we hebben al een aantal verwijzingen hiernaar. Dit is wat er gebeurt als je "Steven Johnson" zoekt op Google. Ongeveer twee maanden geleden kende ik een doorbraak -- één van mijn grote, schitterende successen: eindelijk is mijn website het eerste zoekresultaat voor "Steven Johnson". Er is namelijk een theoretisch fysicus aan MIT genaamd Steven Johnson die twee plaatsen gedaald is, tot mijn vreugde.
Ik kijk naar een aantal dingen zoals dit, maar Google is overduidelijk de beste technologie ooit uitgevonden voor navelstaren. Het is alleen dat er zoveel andere mensen in je navel zitter terwijl je staart. Want dat is uiteindelijk wat er hier gebeurt, wat deze pagina creëert. We weten dit allemaal, maar het is waard om over na te denken -- Het is niet één persoon die bepaalt dat ik het eerste resultaat ben voor Steven Johnson. Dat doet hele web van mensen die pagina's opzetten en al dan niet linken naar mijn pagina, en Google, dat niets anders doet dan de berekening uitvoeren. Er vindt dus een collectieve besluitvorming plaats. De pagina is eigenlijk collectief gemaakt door het Web. Google helpt ons enkel om te zorgen voor een samenhangend geheel.
Google is behoorlijk innovatief, maar er zijn wat nieuwe wendingen. Er is een ongelofelijk interessante nieuwe site -- Technorati -- die gevuld is met vele kleine widgets die hierop verderbouwen. Ze onderzoeken de blogwereld, de wereld van de weblogs. Hij analyseert eigenlijk alle weblogs die hij volgt. Hij volgt hoe veel andere weblogs linken naar deze weblogs, wat een soort autoriteit oplevert -- een weblog met veel links ernaartoe is invloedrijker dan een weblog met weinig links ernaartoe. Dus kan je op elk moment, op elke pagina op het web, vragen: wat vindt de weblog-gemeenschap van deze pagina? Je kan een lijst krijgen. Dit is wat zij van mijn site vinden, gerangschikt naar blog-gezag. Je kan ook rangschikken op de laatste plaatsing.
Dus toen ik sprak over "Emergence", had ik het over de beperkingen van eenrichtingsarchitectuur: dat je kon linken naar iemand anders, maar dat ze niet meteen wisten dat je naar hun verwees. Dat is één van de redenen dat het web niet zo snel opkwam als mogelijk: je hebt tweerichtingsverkeer nodig, met feedback, om echt interessante dingen te kunnen doen. Zoiets als Technorati levert dat. Het interessante is dat dit een citaat is van Dave Weinberger, waar hij zegt dat alles doelgericht is op het web -- er is niks kunstmatig. Eén van zijn uitspraken is: als je een link ziet dan is dat omdat iemand dat besloten heeft. Een link groeit niet zomaar op een pagina als een soort zwam.
Ik denk dat dat niet meer waar is. Ik zou een webfeed kunnen maken voor alle links die Technorati aanmaakt op de rechterkant van mijn pagina, en ze zouden mee veranderen met de totale structuur van het web. Dat kleine lijstje zou ook veranderen. Ik zou daar geen directe controle over hebben. Dat komt al veel dichter bij een gegevenszwam die zich om een pagina wikkelt dan bij een bewust geplaatste link. Wat je hier eigenlijk hebt, is een soort van collectief brein. Je kan veel proefjes doen om te zien wat het denkt. Er zijn een heleboel interessante tools. Google doet de Google Zeitgeist, waar gekeken wordt naar alle zoekopdrachten om te kijken wat er speelt en wat mensen bezighoudt. Die publiceren ze met een hoop leuke grafieken. Ik zeg nu een hoop aardige dingen over Google, dus ik zal ook een punt van kritiek uiten.
Er is een probleem met de Google Zeitgeist. Vaak meldt die dat een hoop mensen op zoek zijn naar foto's van Britney Spears, wat nou niet meteen nieuws is. De Columbia ontploft en opeens zijn er een hoop zoekopdrachten voor Columbia. We zouden dat moeten verwachten. Dat is niet meteen iets wat we nog niet wisten. Wat belangrijk is op het gebied van deze nieuwe tools die de infrastructurele dieptes van het wereldbrein ontdekken en markeerkleurstof door de hele bloedbaan zenden -- de vraag is, doe je nieuwe ontdekkingen?
Één van de dingen waarmee ik experimenteerde, was Googleshare. Dat gaat zo: je neemt een abstract begrip, zoekt met Google naar dat begrip, en dan zoek je de resultaten door voor iemands naam. Het aantal pagina's die de term vermelden en ook deze [persoon] vermelden, het percentage van die pagina's is de Googleshare van die persoon m.b.t. die term. Daar kan je wat interessante spelletjes mee spelen. Bijvoorbeeld, dit is de Googleshare van de TED-conferentie. Richard Saul Wurman heeft Googleshare van 15 procent van de TED-conferentie. Onze goede vriend Chris heeft ongeveer 6 procent -- met stip, kan ik wel zeggen.
Maar het interessante is: je kan je zoekopdracht ook wat uitbreiden. Zo blijkt dat de maanvis 42 procent haalt. Ik had er geen idee van. Nee, dat is niet waar. (Gelach) Ik heb dat verzonnen omdat ik een plaatje wou laten zien van een maanvis.
Ik wil geen ruzie beginnen voor het volgende panel, maar ik heb een Googleshare-analyse gedaan over evolutie en natuurlijke selectie. Dit is een grote groep, dus het zijn kleinere percentages. Dit is 0,7 procent -- Dan Dennet, die hier straks zal spreken. Direct onder hem, 0,5 procent, Steven Pinker. Dus Dennett heeft een kleine voorsprong. Wat interessant is: je kan je zoek opdracht wat verruimen en interessante dingen zien van wat er verder zoal is. Dus Gary Bauer ligt niet ver achter -- heeft toch enigzins andere theorieën over evolutie en natuurlijke selectie. En direct na hem vind je L. Ron Hubbard. (Gelach) Die, zoals je ziet een Ascot-das draagt, wat altijd goed is. Trouwens, Chris, dat zou een heel goed discussiepanel zijn, Denk ik.
Hubbard is moeilijk te bereiken, maar voor het overige denk ik dat ze het goed zouden doen volgend jaar. Nog een snelle opmerking -- en deze gaat over iets anders. Sommigen van jullie hebben dit wellicht al gezien. Het is net uit. Dit zijn woorduitbarstingen (Bursty Words). Hier is het historisch archief van de "State of the Union"-toespraken genomen. Dit zijn woorden die opeens uit het niets opkomen. Het zijn memen die opeens in gebruik worden genomen, zonder veel historische precedenten. Het eerste is -- dit zijn de woorduitbarstingen van rond 1860 -- slaven, emancipatie, slavernij, rebellie, Kansas. Dat is Britney Spears, Ik bedoel "oké, interessant". Ze praten over slavernij in 1860. 1935 -- hulp, depressie, herstel van banken. Ik heb ook hier niks nieuws geleerd -- dat is duidelijk. 1985, middenin de Reaganjaren-- Da's, we zijn, er is, 't is.
Er is een manier om dit te interpeteren, namelijk: "emancipatie" en "depressie" en "herstel" hebben vele lettergrepen. Het is moeilijk ze te onthouden. Maar serieus, wat je hier ziet, op een manier die je anders eigenlijk niet zou kunnen ontdekken, is Reagan die de politieke taal opnieuw uitvond en verschuift naar een meer intieme, volksere en telegeniekere taal, met werkwoorden in samengetrokken vorm. 20 jaar voordien was het nog van "vraag niet wat je [land] kan doen". Met Reagan is het "da's waar..., Nancy en ik... ", dat soort taalgebruik. We wisten dat wel ongeveer, maar het viel je nooit echt op hoe hij zijn zinnen bouwde. Ik ga snel verder. De echt interessante vraag is: wat soort van hogere vorm ontstaat er nu in het globale web-ecosysteem -- en specifiek in dat van de blogs, want die zijn echt vernieuwend.
Ik denk dat wat er daar gebeurt, ook zal breder zal gebeuren. Er was een heel interessant artikel van Clay Shirky dat een hoop aandacht kreeg een maand geleden. Dit is de distributie van links op het internet naar al deze verschillende blogs. Het volgt een machtsfunctie. Enkele blogs krijgen extreem veel links, en er is een lange staart van blogs met weinig links. 20 procent van de blogs krijgen 80 procent van de links. Dit is een heel interessant gegeven. Het heeft een hoop stof doen opwaaien, want mensen dachten dat de ultieme soort eenmans- moderne democratie was, waar iedereen van zich kan laten horen.
De vraag is: "Waarom gebeurt dit?" Het is niet opgelegd door goedkeuring van bovenaf. Het is een opkomende eigenschap van de blogosfeer momenteel. Het mooie ervan is, is dat mensen, binnen een paar seconden nadat Clay dit artikel publiceerde, de onderliggende regels van het systeem aanpasten om de vorm te wijzigen. De vorm verschijnt grotendeels omdat er een soort 'vooruitlopersvoordeel' is. Als je de eerste website bent, linkt iedereen naar jou. Als je de tweede bent, dan linken de meesten naar jou. Zo krijg je op korte tijd veel links, waardoor nieuwkomers in de toekomst vaker naar je linken, en dan krijg je deze vorm. Dave Sifry van Technorati begon, letterlijk toen Shirky begon -- nadat hij zijn artikel had gepubliceerd -- aan iets dat een nieuw soort van prioriteit gaf aan nieuwe gebruikers. Hij ging kijken naar interessante nieuwe gebruikers zonder veel links, die opeens een aantal links krijgen in de laatste 24 uur.
Blog-uitbarstingen die komen van nieuwe stemmen. Hij werkt aan een nieuwe tool die het hele systeem kan veranderen. Het creëert een soort van gepland ontstaan. Je hebt niet de volledige controle maar je verandert de onderliggende regels op een interessante manier omdat je een eindresultaat hebt dat misschien een meer democratische spreiding van stemmen is. Het meest wonderlijke van dit alles is -- en dit is de gedachte waarmee ik eindig -- dat de meeste opkomende zelf-organiserende systemen niet bestaan uit onderdelen die het algemene patroon kunnen bekijken en hun gedrag aanpassen op basis van hun voorkeur voor een patroon. Het mooiste van deze hele discussie over machtsfuncties en software die dat kan veranderen, is het feit dat we in gesprek zijn. Ik hoop dat het hier verder gaat. Dank je wel.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Steven Johnson van Outside.in vertelt ons dat het internet werkt als een stad: gebouwd door vele mensen, door niemand volledig gecontroleerd, complex met elkaar verbonden en toch functionerend als vele onafhankelijke delen. Terwijl een ramp het ene deel raakt, gaat elders het leven toch door.
Steven Berlin Johnson is the best-selling author of six books on the intersection of science, technology and personal experience. His forthcoming book examines "Where Good Ideas Come From." Full bio »
Translated into Dutch by Nadine Haasnoot
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
19:34 Posted: Jul 2008
Views 687,624 | Comments 221
19:31 Posted: Feb 2008
Views 497,523 | Comments 51
14:18 Posted: Apr 2007
Views 387,365 | Comments 36
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.