Als Indiër en nu ook als politicus en minister in de regering maak ik me nogal zorgen over de hype die we horen over ons eigen land, al dat gepraat over dat India een wereldleider wordt, zelfs de volgende supermacht. De Amerikaanse uitgever van mijn boek 'De olifant, de tijger en de mobiele telefoon' voegde er een gratuite ondertitel aan toe: 'India: de volgende grootmacht van de 21ste-eeuw'. Dat is gewoon niet waar India voor staat, of zou moeten voor staan.
Ik maak me er zorgen over dat het hele concept van wereldleiderschap vreselijk achterhaald lijkt. Het smaakt naar James Bond-films en ballades van Kipling. Want wat is een wereldleider? Als het om bevolkingsaantal gaat, staan we boven aan de lijst. We halen China in 2034 in. Is het militaire macht? We hebben het vierde grootste leger ter wereld. Is het nucleaire capaciteit? Wij weten dat we dat hebben. De Amerikanen hebben dit zelfs bevestigd in een overeenkomst. Is het de economie? We zijn nu de vijfde grootste economie ter wereld in termen van koopkrachtpariteit. En we blijven groeien. Terwijl de rest van de wereld vorig jaar een opdonder kreeg, groeiden wij met 6,7 procent.
Maar volgens mij draagt niets hiervan bij aan wat India volgens mij kan betekenen in de wereld, in dit deel van de 21ste eeuw. Dus dacht ik: zou de toekomst die India wacht te maken kunnen hebben met een combinatie van dit alles, verbonden met iets anders, de kracht van het voorbeeld, de aantrekking van de Indiase cultuur, wat mensen met andere woorden 'soft power' noemen?
Soft power is een begrip uitgevonden een professor in Harvard, mijn vriend Joseph Nye. Heel simpel, en ik houd het erg kort vanwege de tijdslimiet hier, het is voornamelijk de mogelijkheid voor een land om anderen aan te trekken door zijn cultuur, zijn politieke waarden, zijn buitenlandse politiek. Veel landen doen dit. Hij schreef aanvankelijk over de VS, maar we weten dat de Alliance Française om de Franse soft power draait, [en] de British Council [om de Britse]. De Olympische Spelen in Beijing waren een oefening in Chinese soft power. De Amerikanen hebben de Voice of America en de Fulbright-studiebeurzen. Maar het feit is dat Hollywood en MTV en McDonald's waarschijnlijk meer hebben gedaan voor de Amerikaanse soft power in de wereld dan enige overheidsactiviteit in het bijzonder.
Soft power is iets dat opkomt, deels vanwege de overheid, maar deels ondanks de overheid. In het informatietijdperk waarin we vandaag leven, dat we het TED-tijdperk mogen noemen, zou ik zeggen dat landen steeds meer worden beoordeeld door een mondiaal publiek dat gevoed wordt met een onophoudelijk dieet van internetnieuws, van uitgezonden beelden, van gsm-video's, van email-roddels. Met andere woorden, alle soorten communicatietoestellen vertellen ons de verhalen over landen, of die landen nu willen dat mensen die verhalen horen of niet.
In dit tijdperk hebben landen met toegang tot velerlei communicatiekanalen en informatie een zeker voordeel. Zij kunnen meestal beter beïnvloeden hoe zij worden gezien. India heeft meer algemene nieuwszenders dan enig ander land in de wereld, zelfs meer dan de meeste landen in dit deel van de wereld samen.
Maar het blijft een feit dat dat niet het enige is. Voor soft power moet je verbonden zijn. Je zou kunnen stellen dat India een verbazingwekkend verbonden land is geworden. Ik denk dat jullie de cijfers al hebben gehoord. Wij hebben per maand 15 miljoen mobieltjes verkocht. Momenteel zijn er 509 miljoen mobieltjes in Indiase handen, in India. Dit maakt onze telefoonmarkt groter dan die van de VS. Deze 15 miljoen mobieltjes vormen in feite de hoogste verbondenheid die enig land, inclusief de VS en China, ooit heeft bereikt in de geschiedenis van telecommunicatie.
Maar wat sommigen van jullie misschien niet beseffen, is hoe we zover gekomen zijn. Toen ik in India opgroeide, waren telefoons een zeldzaamheid. Ze waren zo zeldzaam dat gekozen leden van het parlement het recht hadden om 15 telefoonlijnen toe te wijzen als een gunst voor hen die zij het waard achtten. Als je het geluk had om een rijk zakenman te zijn, of een invloedrijk journalist, of dokter of zoiets, kon je een telefoon hebben. Maar soms lag die daar maar.
Ik ging naar de middelbare school in Calcutta. We hadden de gewoonte om dit instrument te bekijken in de foyer. De helft van de tijd namen we op met een verwachtingsvol gezicht, maar was er geen kiestoon zijn. Als er een kiestoon was en je draaide een nummer, dan kon je twee van de drie keer het gekozen nummer niet bereiken. De woorden "verkeerd nummer" waren populairder dan het woord "Hallo!". (Gelach) Als je dan verbinding met een andere stad wilde, laten we zeggen van Calcutta wilde je Delhi bellen, moest je een interlokaal gesprek aanvragen, om dan de hele dag bij de telefoon te wachten tot het doorkwam. Of je kon acht maal het gewone tarief betalen voor iets dat een bliksemgesprek werd genoemd. De bliksem sloeg in die dagen in ons land nogal traag in, dus duurde het ongeveer een half uur voor een bliksemgesprek doorkwam.
Onze telefoonservice was zo belabberd dat een parlementslid zich er in 1984 over ging beklagen. De toenmalige minister voor communicatie antwoordde hoffelijk dat in een ontwikkelingsland communicatie een luxe was en geen recht, dat de overheid niet verplicht was om te voorzien in een betere service, en dat als het eerwaardig lid niet tevreden was over zijn telefoon, hij hem kon inleveren, aangezien er in India een wachtlijst was van acht jaar voor een telefoon.
We spoelen door naar vandaag, en dit is wat je ziet: de 15 miljoen mobieltjes per maand. Maar het meest frappante is wie er met deze mobieltjes rondlopen. Als je vrienden in de buitenwijken van Delhi bezoekt, vind je in de zijstraatjes een man met een kar die eruit ziet alsof ze in de 16de eeuw werd ontworpen. Hij zwaait met een door kolen verhit stoomstrijkijzer dat mogelijk in de 18de eeuw werd uitgevonden. Hij wordt ishtri wala genoemd. Maar hij heeft een 21e-eeuws instrument. Hij heeft een mobieltje omdat de meeste binnenkomende gesprekken gratis zijn, en hij zo zijn orders uit de buurt krijgt, en weet hij waar hij kleding moet ophalen om te strijken.
Op een dag was ik in Kerala, mijn thuisstaat, op de boerderij van een vriend, op ongeveer 20 km van een plek die je als stedelijk kan beschouwen. Het was een hete dag en hij zij: "Hé, heb je trek in wat frisse kokosmelk?" Het is het beste en het meest voedzame en verfrissende dat je kunt drinken op een hete dag in de tropen, dus ik zei: "Zeker." Hij toverde zijn mobieltje tevoorschijn, koos een nummer en een stem zei: "Ik ben hierboven." Boven in de naaste kokosnootpalm, met een hakmes in de ene en een mobieltje in de andere hand, zat een lokale palmwijntapper, die omlaag kwam om ons wat kokosnootdrank te brengen.
Vissers varen uit op zee en hebben hun mobieltjes bij zich. Na de vangst bellen zij alle marktplaatsen langs de kust om uit te vinden waar zij de beste prijs krijgen. Boeren moesten vroeger een halve dag slopend werk doen om uit te zoeken waar er markt was, of er markt was, of de producten die ze geoogst hadden verkocht konden worden en voor welke prijs. Zij stuurden vaak een achtjarige jongen op pad en weer terug naar de marktplaats voor deze informatie, waarna ze de wagen laadden. Vandaag sparen ze een halve dag werk met een telefoontje van 2 minuten.
Deze versterking van de onderlaag is het echte resultaat van een verbonden India. Deze transformatie is een deel van waar India vandaag op afstevent. Maar dat is natuurlijk niet het enige van India dat zich verspreidt. Er is Bollywood. Mijn houding jegens Bollywood kan het best worden samengevat met het verhaal van de twee geiten op een afvalberg bij Bollywood -- Mijnheer Shekar Kapur, vergeef me. Ze kauwen op celluloid dozen die door Bollywood zijn weggegooid. De eerste geit zegt, al kauwende: "Weet je, deze film is niet slecht." De tweede geit zegt: "Nee, het boek was beter." (Gelach)
Ik neig gewoonlijk tot denken dat het boek meestal beter is, maar dit gezegd zijnde, het is een feit dat Bollywood nu bepaalde aspecten van het Indisch zijn en van en de Indiase cultuur over de wereld verspreidt, niet alleen in de Indiase diaspora in de VS en het VK, maar op het scherm van Arabieren en Afrikanen, van Senegalezen en Syriërs. Ik ontmoette een jongeman in New York wiens ongeletterde moeder in een Senegalees dorp eens per maand de bus neemt naar de hoofdstad Dakar, enkel om een Bollywood-film te zien. Zij begrijpt niet wat er wordt gezegd. Ze is ongeletterd, dus ze kan de Franse ondertiteling niet lezen. Maar deze films zijn gemaakt om begrepen te worden ondanks zulke beperkingen, en zij geniet geweldig van de zang en dans en de actie. Het resultaat zijn sterretjes in haar ogen over India.
Dit gebeurt meer en meer. Afghanistan, we kennen het enorme veiligheidsprobleem dat Afghanistan voor zo velen van ons in de wereld is. India heeft daar geen militaire missie. Weet je wat India's grootste troef was in Afghanistan in de afgelopen 7 jaar? Een simpel feit: je kon in Afghanistan niemand bellen om 8:30 in de avond. Waarom? Omdat op dat moment de Indiase televisiesoap 'Kyunki Saas Bhi Kabhi Bahu Thi', gedubd in het Dari,werd uitgezonden op Tolo TV. Het was de populairste televisieshow in de Afghaanse geschiedenis. Elke Afghaanse familie wilde het zien. Alles viel stil om 8:30 uur. Er werd verteld dat bruiloften werden onderbroken zodat de gasten rond de televisie konden kruipen, waarna ze weer aandacht kregen voor de bruid en bruidegom. De misdaad steeg om 8:30. Ik las dit op een bericht van Reuters -- dus dit is geen Indiase propaganda, een Brits persbureau -- over hoe dieven in de stad Musarri Sharif een voertuig ontdeden van de ruitenwissers, de wieldoppen, de buitenspiegels, ieder afneembaar deel dat ze vinden konden, om 8:30, omdat de wacht het te druk had met tv-kijken in plaats van op de winkel te passen. Ze schreven op de voorruit een zinspeling op de heldin van de show, Tulsi Zindabad: "Lang leve Tulsi." (Gelach)
Dat is 'soft power'. Dat is wat India ontwikkelt met het 'E'-deel van TED: haar eigen entertainment-industrie. Hetzelfde is natuurlijk waar -- we hebben geen tijd voor te veel voorbeelden -- maar het is waar voor onze muziek, of onze dans, of onze kunst, yoga, ayurveda, zelfs de Indiase keuken. Ik bedoel de toename van Indiase restaurants sinds ik als student voor het eerst naar het buitenland ging in de jaren 70. Vandaag kan je niet naar een middelgrote stad gaan in Europa of Noord-Amerika zonder dat je een Indiaas restaurant vindt. Misschien is het niet heel goed. Vandaag hebben Indiase restaurants in Engeland meer werknemers dan de kolenmijnen, scheepsbouw en staalindustrie tezamen. Het keizerrijk kan dus terugslaan. (Applaus)
Maar dit toenemende bewustzijn van India, bij jou en bij mij, en zo verder, verhalen zoals Afghanistan, voegen iets vitaals toe aan het informatietijdperk, de notie dat in de wereld van vandaag het niet meer de kant met het grootste leger is die wint, het is het land met het beste verhaal dat de overhand heeft. India is en moet het land blijven met het betere verhaal. Stereotypen veranderen. Nogmaals, toen ik als student halfweg de jaren 70 naar de VS ging, wist ik wat toen het beeld van India was, als er al een beeld was.
Vandaag hebben mensen in Silicon Valley en elders het over de IIT's, de Indiase Instituten voor Technologie met hetzelfde ontzag dat vroeger het MIT te beurt viel. Dit kan soms onbedoelde gevolgen hebben. Ik had een vriend, een geschiedenisstudent zoals ik, die op Schiphol, Amsterdam, werd aangeklampt door een opgewonden, zwetende Europeaan die zei: "Ben je Indiër, ben je Indiër! Kun je mijn kapotte laptop maken?" (Gelach)
We zijn geëvolueerd van een beeld van India als het land van fakirs op spijkerbedden en slangenbezweerders met de Indiase touwtruc, tot India als land van wiskundige genieën, computer wizards en software-goeroes. Ook dat transformeert het Indiase verhaal over de wereld. Maar dit heeft meer substantie. Het verhaal berust op een fundamenteel platform van politiek pluralisme. Het is om te beginnen een cultureel verhaal. Omdat India millennialang een open maatschappij is geweest, een vrijplaats voor de Joden op de vlucht voor de vernietiging van de eerste tempel, eerst door de Babyloniërs en later door de Romeinen.
De legende vertelt dat toen de ongelovige Thomas, de apostel Thomas, terechtkwam op de kusten van Kerala, mijn thuisstaat, ergens rond 52 n.C., hij aan land werd verwelkomd door Joods meisje dat fluit speelde. Het is tot op vandaag de enige Joodse diaspora in de Joodse geschiedenis die nooit enig incident van antisemitisme heeft moeten ondergaan. (Applaus) Dat is het verhaal van India. De islam kwam vreedzaam naar het Zuiden. In het Noorden was het iets ingewikkelder. Maar al deze religies hebben een plaats en welkome thuis gevonden in India.
Weet je, wij hebben net dit jaar onze algemene verkiezingen gevierd, de grootste uiting van democratie uit de menselijke geschiedenis. De volgende worden zelfs nog groter doordat onze kiespopulatie blijft groeien met 20 miljoen per jaar. Feit is dat de laatste verkiezingen, vijf jaar geleden, de wereld het buitengewone schouwspel schonken van een verkiezing, gewonnen door een vrouwelijk politiek leider van Italiaanse oorsprong en rooms katholiek, Sonia Gandhi, die dan plaats maakte voor een Sikh, Mohan Singh, die als eerste minister werd ingezworen door een moslim, president Abdul Kalam, in een land dat 81 procent hindoe is. (Applaus)
Dit is India, en het is natuurlijk nog meer verbluffend omdat het 4 jaar was nadat we allemaal hadden geapplaudisseerd voor de VS, de oudste democratie in de moderne wereld, meer dan 220 jaar van vrije en eerlijke verkiezingen, die pas vorig jaar voor het eerst een president of vice president koos die niet blank, mannelijk en christen was. Dus misschien -- oh sorry, hij is christen, excuseer -- en hij is mannelijk, maar hij is niet blank. Al de anderen waren dit alle drie. (Gelach) Al zijn voorgangers zijn dit alle drie geweest, en dat is het punt dat ik probeerde te maken. (Gelach)
Het punt is dat toen ik over dat voorbeeld sprak, het niet enkel ging over India, het is geen propaganda. Uiteindelijk had die verkiezingsuitslag niets te maken met de rest van de wereld. Het was voornamelijk India dat zichzelf was. Uiteindelijk lijkt het me dat dit altijd beter werkt dan propaganda. Overheden zijn niet goed in verhalen vertellen. Maar mensen zien een gemeenschap voor wat ze is, en dat, zo lijkt mij, is wat uiteindelijk het verschil zal maken in het hedendaagse informatietijdperk, in het hedendaagse TED-tijdperk.
Dus India is nu niet langer het nationalisme van ras of taal of religie, omdat we zo ongeveer elk gekend ras hebben, elke bekende religie, misschien met uitzondering van het shintoïsme, hoewel dat ergens hindoe-elementen heeft. We hebben 23 officiële talen die erkend worden in onze grondwet. Diegenen van jullie die hier geld hebben opgenomen, kunnen verrast zijn te zien hoeveel talen er op een roepiebiljet staan om de waarde aan te duiden. Dit hebben wij allemaal. We hebben zelfs geen geografische banden, omdat de natuurlijke geografie van het subcontinent, bepaald door de bergen en de zee, werd verbroken door de deling met Pakistan in 1947. Zelfs de naam van het land is niet vanzelfsprekend, omdat de naam 'India' van de rivier de Indus komt, die door Pakistan stroomt.
Maar het hele punt is dat India de nationaliteit is van een idee. Het is het idee van een ooit-immer-land gegroeid uit een antieke beschaving, verenigd door een gedeelde geschiedenis, maar boven alles in stand gehouden door een pluralistische democratie. Het is een 21ste-eeuws en een antiek verhaal. Het is het nationalisme van een idee dat voornamelijk zegt: je kan verschillen in kaste, gewoonte, kleur, cultuur, keuken, traditie en kledij, en toch instemmen met dezelfde consensus. Die overeenkomst behelst een erg simpel principe, dat in een bontgekleurde democratie zoals India je het niet steeds over alles eens hoeft te zijn, zo lang je het eens bent over de basisregels van hoe je het oneens zal zijn. Het grote succesverhaal van India, een land waarvan zoveel geleerden en journalisten in jaren 50 en 60 dachten dat het uiteen zou vallen, is dat het er in slaagde het eens te blijven over hoe te overleven zonder consensus.
Dat is het India dat nu de 21ste eeuw ingaat. Ik wil het punt maken dat als er iets te vieren is rond India, het niet militaire of economische kracht. Dat is allemaal noodzakelijk, maar we hebben nog altijd een enorme berg problemen op te lossen. Iemand zei dat we superarm zijn, en ook een supermacht. We kunnen dit niet echt allebei zijn. Wij moeten de armoede oplossen. We moeten de hardware aanpakken van de ontwikkeling, de havens, de wegen, de vlieghavens, alle infrastructurele zaken die we moeten doen, en de softwareontwikkeling, het menselijk kapitaal, de behoefte van de gewone man in India aan een simpele maaltijd een paar keer per dag, om in staat te zijn haar of zijn kinderen naar een goede school te sturen, en naar een baan te streven die hen kansen biedt in het leven die hen verder kunnen brengen.
Maar dit gebeurt allemaal, dit grote avontuur om deze uitdagingen aan te pakken, deze echte uitdagingen die niemand kan ontkennen. Maar het vindt allemaal plaats in een open samenleving, in een rijke en diverse beschaving, een die vastbesloten is om de creatieve energie, van haar mensen te bevrijden en te vervullen. Om die reden hoort India bij TED, en daarom hoort TED bij India. Zeer hartelijk bedankt. (Applaus)
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
India wordt in sneltempo een supermacht, zegt Shashi Tharoor -- niet enkel door handel en politiek maar door 'soft' power, haar vermogen om haar cultuur met de wereld te delen via voedsel, muziek, technologie, Bollywood. Hij stelt het uiteindelijk niet de omvang van het leger is die bepaalt in welke mate een land de harten en hoofden van de wereld weet te beroeren.
After a long career at the UN, and a parallel life as a novelist, Shashi Tharoor became a member of India's Parliament. He spent 10 months as India's Minister for External Affairs, building connections between India and the world. Full bio »
Translated into Dutch by Frans Kellner
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
05:37 Posted: Nov 2009
Views 253,023 | Comments 69
15:50 Posted: Nov 2009
Views 1,078,469 | Comments 261
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.