Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Mocht ik een dochter krijgen, dan zal ze me Punt B noemen in plaats van Mama, zodat ze weet dat wat er ook gebeurt, ze altijd de weg naar mij zal kunnen vinden. En ik schilder zonnestelsels in haar broekzakken zodat ze het hele universum moet leren voordat ze kan zeggen: "Oh, dat ken ik als mijn broekzak". En ze zal leren dat dit leven je hard in het gezicht mept, wacht tot je weer staat, om je vervolgens in de maag te trappen. Maar buiten adem geslagen worden leert je longen de smaak van lucht waarderen. Er is hier pijn die niet te verzachten is door pleisters of poëzie. Dus wanneer ze beseft dat Wonder Woman niet gaat komen, zorg ik dat ze weet dat ze de cape niet alleen hoeft te dragen. Want hoe wijd je je vingers ook spreidt, je handen zullen altijd te klein zijn om alle pijn te vangen die je wilt helen. Geloof me, ik heb het geprobeerd. "En, schatje," vertel ik haar, steek je neus niet zo de lucht in. Ik ken die truc... miljoenen malen gedaan. Je speurt naar rook om die te volgen naar een brandend huis, waar je de jongen vindt die alles verloor, om te trachten hem te redden. Of anders vind de jongen die het aanstak, om te trachten hem te veranderen." Maar ik weet: ze doet het toch, dus houd ik altijd een extra voorraad chocolade en regenlaarzen paraat, want er is geen hartzeer dat chocolade niet kan helen. Okee, er is wel wat hartzeer dat chocolade niet kan helen. Maar daar zijn de regenlaarzen voor. Want regen wast alles weg, als je het toelaat. Ik wil dat ze de wereld ziet door de onderkant van een glasbodemboot dat ze door een microscoop naar de sterrenstelsels kijkt op het topje van een menselijke geest, want dat is wat mijn moeder me leerde. "Er zijn dagen zoals deze" ♫ Er zijn dagen zoals deze, zei mijn moeder me. ♫ wanneer je je handen opent om te vangen en slechts blaren en wonden oogst; wanneer je uit de telefooncel stapt en weg wil vliegen en de mensen die je wilde redden op je cape blijken te staan; wanneer je laarzen vollopen met regen, en je tot je knieën in teleurstelling staat. En die dagen heb je des te meer reden om "dank je" te zeggen. Want er is niets mooiers dan de oceaan die trouw de kust blijft kussen ongeacht hoe vaak hij wordt teruggestuurd. Jij stopt de wind in windst/verlies. Jij stopt de sterren in ster-ker en ster-ker. En ongeacht hoeveel landmijnen elke minuut ontploffen, zorg dat je geest blijft landen op al het schone in dit vreemde leven. En ja, op de schaal van 1 tot goedgelovig, ben ik behoorlijk naïef. Maar ze moet weten dat de wereld van suiker is. Hij kruimelt zo gemakkelijk, maar steek gerust je tong uit om hem te proeven. "Schatje," zeg ik haar, "je mama is een zenuwpees, en je vader is een strijder, en jij bent het meisje met kleine handjes en grote ogen dat altijd om meer blijft vragen." Onthoud dat al het goede in drieën komt... net als het slechte. En bied altijd je excuses aan wanneer je iets fout doet. Maar verontschuldig je nooit voor je weigering de glans in je ogen te dimmen. Je stem is klein, maar stop nooit met zingen. En als men je dan hartepijn toeschuift, als ze oorlog en haat onder je deur door duwen en je aalmoezen geven van cynisme en nederlaag, vertel je ze maar dat ze echt eens met je moeder moeten praten.
Okee, ik wil graag dat jullie een moment denken aan drie dingen waarvan jullie weten dat ze waar zijn. Ze mogen over van alles gaan -- technologie, entertainment, design, je familie, wat je als ontbijt had. De enige regel is: niet te hard denken. Okee, klaar? Nu. Okee.
Van deze drie dingen weet ik dat ze waar zijn. Ik weet dat Jean-Luc Godard gelijk had toen hij zei: "Een goed verhaal heeft een begin, een midden en een eind, maar niet noodzakelijk in die volgorde." Ik weet dat ik ongelofelijk nerveus en opgewonden ben om hier te staan, wat een zelfverzekerde houding erg lastig maakt. (Gelach) En ik weet dat ik de hele week gewacht heb om deze mop te vertellen. (Gelach) Waarom werd de windhaan uitgenodigd door TED? Omdat hij op eenzame hoogte stond. (Gelach) Sorry. Okee, dat zijn dus drie dingen waarvan ik weet dat ze waar zijn. Maar er zijn een hoop dingen die ik niet begrijp. Dus schrijf ik gedichten om ze te begrijpen. Soms is de enige manier waarop ik me ergens doorheen sla, het schrijven van een gedicht. En soms beland ik bij het eind van het gedicht en kijk terug en denk: "Oh, daar gaat het over." En soms beland ik bij het eind van het gedicht en heb niets opgelost, maar het heeft wel een nieuw gedicht opgeleverd.
Gesproken woordpoëzie is de kunst van de voordracht. Ik noem het: gedichten schrijven die niet op papier willen staan; ze verlangen luidop gehoord worden in persoonlijke aanwezigheid. Toen ik in de eerste klas van de middelbare school zat, was ik een bundel zenuwachtige hormonen. Ik was onderontwikkeld en overgevoelig. Ondanks mijn angst om te lang te worden aangekeken, was ik gefascineerd door het idee van gesproken woordpoëzie. Het voelde alsof mijn twee geheime liefdes, poëzie en theater, een baby hadden gekregen, een baby die ik moest leren kennen. Dus besloot ik het te proberen. Mijn eerste gesproken woordgedicht, gevuld met alle wijsheid van een 14-jarige, ging over de ongerechtigheid gezien te worden als onvrouwelijk. Het gedicht was zeer verontwaardigd, en grotendeels overdreven, maar de enige gesproken woordpoëzie die ik tot dan had gezien was voornamelijk verontwaardigd, dus ik dacht dat dat de bedoeling was. De eerste keer dat ik voordroeg floot en schreewde het tienerpubliek zijn sympathie, en ik kwam trillend van het toneel. Ik voelde een tik op mijn schouder, draaide me om en zag een reus van een meisje in een sweatshirt met capuchon. Ze leek wel 2 meter lang en zag eruit alsof ze me met één hand kon vermoorden, maar ze knikte naar me en zei: "Hee, dat voelde ik echt. Dank je." Het kwam aan als een bliksemschicht. Het liet me niet meer los.
Ik ontdekte een kroeg aan Manhattan's Lower East Side waar een wekelijkse poëzieavond gehouden werd, en mijn verbijsterde, maar ondersteunende ouders vergezelden me zodat ik elke druppel poëzie kon absorberen. Ik was op tien jaar afstand de jongste, maar de dichters in de Bowery Poetry Club leken ongestoord door de 14-jarige die er rondliep -- in feite verwelkomden ze me. En hier, luisterend naar deze dichters leerde ik dat poëzie niet verontwaardigd hoeft te zijn; het kan leuk zijn, of pijnlijk of serieus of gek. De Bowery Poetry Club werd mijn leerschool en mijn thuis. De dichters moedigden me aan om ook mijn verhalen te vertellen. Dat ik 14 was, gaf niet -- ze zeiden: "Schrijf hoe het is om 14 te zijn." Dat deed ik en ik stond elke week versteld dat deze briljante, volwassen dichters met me lachten en kreunden uit sympathie en klapten en zeiden: "Hee, dat voelde ik ook echt."
Nu kan ik mijn gesproken woord-reis opdelen in 3 stappen. Stap 1 was het moment dat ik zei: "Dit kan ik." Dat was dankzij een meisje met capuchon. Stap 2 was het moment dat ik zei: "Dit ga ik doen. Ik ga door. Ik houd van gesproken woord. Ik kom elke week terug." En stap 3 begon toen ik besefte dat mijn gedichten niet verontwaardigd hoefden te zijn, als ik dat niet was. Er waren dingen die specifiek van mij waren, en hoe meer ik me daarop richtte, hoe vreemder mijn poëzie werd, maar tegelijk voelde ze ook meer als van mij. Het is niet slechts het gezegde "schrijf wat je weet", het is het aanwenden van alle kennis en ervaring die je tot nu hebt vergaard om je dingen te helpen uitpluizen die je niet kent. Ik gebruik poëzie om werkbaar te maken wat ik niet begrijp, maar benader elk nieuw gedicht met een rugzak vol ervaringen van voorheen.
Op de universiteit ontmoette ik een mede-dichter die mijn geloof deelde in de magie van gesproken woordpoëzie. Toevallig delen Phil Kaye en ik ook nog onze achternaam. Op de middelbare school creëerde ik Project V.O.I.C.E. om mijn vrienden te overhalen, met mij te dichten. Maar Phil en ik besloten het project te vernieuwen -- nu met het nieuwe doel om met gesproken woordpoëzie te vermaken, onderwijzen en inspireren. We bleven full-time studenten, maar daarnaast reisden we, droegen voor en onderwezen negen-jarigen tot universiteitsstudenten van Californië tot Indiana tot India tot een middelbare school even verderop.
We zagen telkens weer hoe gesproken woordpoëzie sloten openbreekt. Maar soms blijkt poëzie ook heel eng te zijn. Soms moet je tieners met een list tot poëzie verleiden. Dus bedacht ik lijstjes. Die kan iedereen maken. De eerste opdracht die ik geef is "10 dingen waarvan ik weet dat ze waar zijn." Dan gebeurt er dit, wat jullie ook zouden ontdekken als wij onze lijstjes zouden vergelijken. Je zou beseffen dat iemand precies hetzelfde heeft of iets soortgelijks, als wat op jouw lijst staat. En iemand anders heeft precies het tegenovergestelde van jou. Een derde heeft iets waar je nog nooit van gehoord hebt. En een vierde heeft iets waarover je alles dacht te weten, maar belicht dat op een nieuwe manier. Ik vertel mensen dat grote verhalen daar beginnen -- deze vier kruispunten van wat jou fascineert en waar anderen iets mee hebben.
Voor de meeste mensen werkt dit erg goed. Maar een van mijn studenten, een brugklasser, Charlotte, was niet overtuigd. Charlotte was erg goed in het maken van lijstjes, maar weigerde poëzie. "Juf," zei ze, "ik ben gewoon niet interessant. Ik heb niks interessants te vertellen." Dus ik liet haar lijst na lijst maken, en op een dag was de opdracht: "10 Dingen die ik al geleerd had moeten hebben." Charlotte's Nummer drie was, "Ik zou moeten geleerd hebben niet verliefd te worden op mannen van 3 keer mijn leeftijd." Ik vroeg haar wat ze bedoelde, en ze zei: "Juf, dat is een lang verhaal." En ik zei: "Charlotte, het klinkt behoorlijk interessant." Dus scheef ze haar eerste gedicht, een liefdesgedicht zoals ik nog nooit had gehoord. Het gedicht begon, "Anderson Cooper is zo aantrekkelijk." (Gelach) "Zag je hem op 60 Minutes, wedstrijdzwemmen met Michael Phelps -- met alleen een zwembroek aan -- het water in duikend om de zwemkampioen te verslaan? Na de race zwaaide hij zijn natte, wolkenwitte haar en zei, 'Je bent een god.' Nee, Anderson, jij bent de god."
Nu weet ik dat de basisregel van cool zijn is dat je onaangedaan lijkt, nooit toegeeft dat iets je beangstigt, of indruk maakt of je opwindt. Iemand vertelde me ooit dat je dan zo door het leven loopt. Je beschermt jezelf tegen alle onverwachte leed of pijn. Maar ik tracht zo door het leven te lopen. En ja, dan vang je al die ellende en pijn. Maar wanneer mooie, verbazingwekkende dingen uit de hemel vallen, ben ik klaar om ze te vangen. Met gesproken woord laat ik mijn studenten verbazing herontdekken, hun instinct tegengaan om cool en onaangedaan te zijn, en actief verbinding te hebben met alles om zich heen, zodat ze kunnen herinterpreteren en er iets mee scheppen.
Niet dat ik denk dat gesproken woord de ideale kunstvorm is. Ik zoek altijd naar de beste manier om elk verhaal te vertellen. Ik schrijf musicals, ik maak korte films naast mijn poëzie. Maar ik onderwijs gesproken woordpoëzie omdat het toegankelijk is. Niet iedereen kan noten lezen of bezit een camera, maar iedereen kan communiceren, en iedereen heeft verhalen waarvan de rest van ons kan leren. Daarbij laat gesproken woordpoëzie directe connecties toe. Niet zelden voelen mensen zich alleen of onbegrepen, maar gesproken woord leert dat met het vermogen jezelf uit te drukken en het lef om die verhalen en meningen te presenteren, je beloond zou kunnen worden met een ruimte vol leeftijdsgenoten, of je gemeenschap, die luisteren. Misschien zelfs een reusachtig meisje met capuchon die zich verbonden voelt met wat je deelde. Dat is een groots besef, vooral op je veertiende. Plus, nu met Youtube is die connectie niet eens beperkt tot 1 ruimte. Ik bof zo, dat er een heel archief met voordrachten is die ik mijn studenten kan laten zien. Dat geeft ze nog meer gelegenheid om een dichter of een gedicht te vinden waar ze een band mee hebben.
Het is verleidelijk -- wanneer je dit eenmaal weet -- om steeds hetzelfde gedicht te schrijven, of telkens hetzelfde verhaal te vertellen, omdat je daarmee kunt rekenen op applaus. Enkel zelfexpressie onderwijzen is niet genoeg; je moet groeien en onderzoeken en risico's nemen en jezelf uitdagen. En dat is stap drie: je werk doordringen met de specifieke dingen die jou tot jezelf maken, zelfs al veranderen die dingen voortdurend. Want stap drie eindigt nooit. Maar je komt pas toe aan stap drie, na het nemen van de eerste stap: Ik kan dit.
Ik reis veel om les te geven, en ik zie niet altijd elke student zijn stap drie bereiken, maar ik had veel geluk met Charlotte, dat ik haar reis heb kunnen zien ontvouwen. Ik zag haar leren dat ze, door haar waarheden in in haar werk te stoppen, gedichten kan schrijven die alleen Charlotte kan schrijven -- over oogbollen, en liften, en Dora de ontdekkingsreiziger. En ik probeer verhalen te vertellen die alleen ik kan vertellen -- zoals dit verhaal. Ik heb lang nagedacht over de beste manier om dit verhaal te vertellen, en of de beste manier een PowerPoint zou zijn of een korte film -- en waar precies het begin, het midden en het eind waren. Ik vroeg me af of aan het eind van deze presentatie alles me duidelijk zou zijn, of niet.
Ik dacht altijd dat mijn debuut in de Bowery Poetry Club was, maar misschien was dat al veel eerder. Tijdens mijn voorbereiding ontdekte ik deze oude dagboekpagina. Ik denk dat 54 december eigenlijk 24 december zou moeten zijn. Het is duidelijk dat ik als kind zo door het leven ging. Ik denk dat we dat allemaal deden. Ik wil anderen die verwondering helpen herontdekken -- ermee aan de slag willen gaan, ervan willen leren, willen delen wat ze hebben geleerd, wat ze aan waarheid ontcijferd hebben, en wat ze nog aan het ontcijferen zijn.
Ik sluit graag af met het volgende gedicht.
Toen ze Hiroshima bombardeerden, vormde de explosie een mini-supernova, zodat ieder dier, mens of plant in direct contact met de stralen van die zon ter plekke in as veranderde. Wat nog over was van de stad volgde spoedig. De langdurige schade van nucleaire straling veranderde een hele stad en haar bewoners in poeder. Toen ik geboren werd, keek ik volgens mijn moeder de ziekenhuiskamer rond met een blik die zei: "Dit? Dit heb ik eerder gedaan." Ze zegt dat ik oude ogen heb. Toen mijn opa Genji stierf, was ik vijf jaar oud, maar ik nam mijn moeder bij de hand en zei: "Geen zorgen, hij komt terug als een baby." En toch, voor iemand die dit blijkbaar al eens gedaan heeft, heb ik nog steeds geen idee hoe het moet. Mijn knieën knikken bij ieder optreden. Mijn zelfvertrouwen kun je meten in theelepeltjes, vermengd in mijn gedichten, en het smaakt elke keer weer vreemd. Maar in Hiroshima werden sommige mensen weggevaagd. Ze lieten enkel een horloge of dagboekpagina achter. Dus het geeft niet dat mijn zakken uitpuilen met onzekerheden, ik blijf het proberen, hopend dat ik ooit een gedicht schrijf, goed genoeg om in een museum te exposeren als het enige bewijs dat ik bestond. Mijn ouders noemden me Sarah, wat een bijbelse naam is. God vertelde Sarah dat ze iets onmogelijks kon doen en ze lachte, want de eerste Sarah, die wist niet wat ze met onmogelijk moest aanvangen. En ik? Nou, ik ook niet, maar ik zie het onmogelijke iedere dag. Onmogelijk is verbinding trachten te maken in deze wereld met de anderen, terwijl om je heen dingen verwoest worden, wetend dat terwijl je spreekt, zij niet slechts wachten om iets te zeggen -- ze luisteren. Ze voelen precies wat jij voelt op het moment dat jij het voelt. Daarnaar streef ik telkens wanneer ik mijn mond open: die onmogelijke connectie. Er is een stuk muur in Hiroshima dat volkomen zwartgeblakerd is van de straling, Maar op het trapje ervoor, zat iemand die de stenen afschermde van de stralen. Het overblijfsel is een permanente schaduw positief licht. Na de atoombom, zeiden experts dat het 75 jaar zou duren voor op de besmette grond van Hiroshima ooit nog iets zou groeien. Maar die lente ontsproten nieuwe knoppen aan de grond. Wanneer ik je ontmoet, in dat moment, ben ik niet langer deel van je toekomst. Ik begin spoedig deel van je verleden te worden. Maar in dat moment deel ik je heden met je. En jij deelt het mijne met mij. Dat is het allermooiste geschenk. Dus vertel me dat ik het onmogelijke kan doen, en ik zal je waarschijnlijk uitlachen. Ik weet niet of ik de wereld kan veranderen, want ik weet er niet zo heel veel van -- en ik weet ook niet erg veel over reïncarnatie, maar als je me hard genoeg laat lachen, vergeet ik soms in welke eeuw we leven. Dit is niet mijn eerste keer hier. Het is ook niet mijn laatste. Dit zijn niet de laatste woorden die ik deel. Maar voor het geval dat... doe ik mijn best om het deze keer goed te doen.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
"Mocht ik een dochter krijgen, dan zal ze me Punt B noemen in plaats van Mama..." begon dichteres van het gesproken woord Sarah Kay, in een voordracht die twee staande ovaties ontving op TED 2011. Ze vertelt het verhaal van haar metamorfose -- van een naïeve tiener die in de New Yorkse Bowery Poetry Club de dichtkunst absorbeerde, tot een lerares die in het V.O.I.C.E. Project kinderen zichzelf leert uitdrukken -- en geeft ons twee adembenemende voordrachten van "B" en "Hiroshima".
A performing poet since she was 14 years old, Sarah Kay is the founder of Project V.O.I.C.E., teaching poetry and self-expression at schools across the United States. Full bio »
Translated into Dutch by Axel Saffran
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
I use poetry to help me work through what I don’t understand, but I show up to each new poem with a backpack full of everywhere else that I’ve been.” (Sarah Kay)
05:53 Posted: Feb 2011
Views 204,683 | Comments 63
18:03 Posted: Aug 2009
Views 248,330 | Comments 193
29:18 Posted: Apr 2010
Views 322,778 | Comments 159
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.