Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Ik ga het hebben over compassie en de gouden regel vanuit seculier perspectief en zelfs vanuit een soort van wetenschappelijk oogpunt. Ik ga proberen om je een beetje geschiedenis van compassie en de gouden regel bij te brengen. Soms zal wat ik zeg wat klinisch klinken, niet zo warm en wollig als de gebruikelijke praatjes over compassie. Ik wil je daarvoor waarschuwen.
Maar ik vind compassie ook geweldig. Ook de gouden regel is iets geweldigs. Ik ben een groot voorstander van beide. Ik vind het geweldig dat de religies van de wereld, de leiders van de religies van de wereld bevestigen dat compassie en de gouden regel fundamentele beginselen zijn die een integraal onderdeel uitmaken van hun geloof.
Tegelijkertijd denk ik dat religies niet alle eer verdienen. Ik denk dat de natuur hier een handje heeft toegestoken. Ik ga vanavond beweren dat compassie en de gouden regel in zekere zin eigen zijn aan de menselijke natuur. Maar ik ga ook betogen dat als je eenmaal doorhebt op welke manier ze eigen zijn aan de menselijke natuur, je ook beseft dat alleen maar compassie en de gouden regel volgen echt niet genoeg is. Daar komt nog een hoop werk bij kijken.
Eerst een korte geschiedenis van de compassie. In den beginne was er compassie. Ik bedoel, niet pas toen de mens ten tonele verscheen, maar zelfs daarvoor al. Ik denk dat in de menselijke evolutionaire afkomst, lang voordat homo sapiens er was, gevoelens zoals compassie, liefde en sympathie hun plaats hadden verworven in de genenpoel. Biologen hebben een vrij duidelijk beeld van hoe dit zo is gekomen.
Het gebeurde door middel van het zogeheten beginsel van verwantschapsselectie. Het basisidee van verwantschapsselectie is dat, als een dier compassie voelt voor een familielid, en die compassie het dier ertoe brengt om het familielid te helpen, dan uiteindelijk de compassie die genen bevordert die aan de grondslag liggen van de compassie zelf. Vanuit het oogpunt van een bioloog is compassie eigenlijk voor een gen een manier om zichzelf te helpen.
Ik heb je gewaarschuwd dat dit niet erg warm en wollig zou worden. Maar daar kom ik nog aan toe. Ik hoop dat het een beetje wolliger zal worden. Mij kan het niet zoveel schelen dat de onderliggende darwinistische logica van compassie een soort van eigenbelang op het genetische niveau is. Het slechte nieuws over verwantschapsselectie is dat dit soort compassie van nature alleen maar binnen de familie wordt toegepast. Dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat compassie natuurlijk is. Het slechte nieuws is dat deze verwantschapsgeselecteerde compassie beperkt blijft tot de familie.
Maar er is nog meer goed nieuws dat later in de evolutie opdook, een tweede soort evolutionaire logica. Biologen noemen dat wederkerig altruïsme. De basisidee daarvan is dat compassie je ertoe brengt goede dingen te doen voor mensen die later iets voor je terug kunnen doen. Ik weet het, dit is een minder inspirerende notie van compassie dan die waarover je vroeger wel eens wat hebt gehoord. Maar vanuit het standpunt van een bioloog is dit soort compassie van wederkerig altruïsme uiteindelijk ook eigenbelang. Het is niet zo dat mensen dat bewust denken als ze compassie hebben. Het is geen bewust eigenbelang, maar voor een bioloog is dat de achterliggende logica. Daardoor komt het dat je het gemakkelijkst compassie kan opbrengen voor vrienden en bondgenoten.
Ik weet zeker dat heel veel van jullie zich erg slecht zouden voelen als je verneemt dat een goede vriend iets heel verschrikkelijks is overkomen. Maar als je in de krant leest dat er iets echt verschrikkelijks gebeurd is met iemand waarvan je nog nooit hebt gehoord, nou ja, daar kun je waarschijnlijk mee leven. Dat is gewoon de menselijke natuur. Het is weer een 'goed nieuws, slecht nieuws'-verhaal. Het is goed dat compassie tot buiten de familie is uitgebreid door dit soort evolutionaire logica. Het slechte nieuws is dat dit geen universele compassie met zich meebrengt. Er is dus nog werk aan de winkel.
Er is echter nog een ander gevolg van deze dynamiek, wederkerig altruïsme genaamd. En ik denk dat het goed nieuws is. Zoals dit werkzaam is binnen de menselijke soort leidt het tot een intuïtieve inschatting van de gouden regel. Ik wil helemaal niet zeggen dat de gouden regel zelf in onze genen is geschreven, maar je kunt naar een jager-verzamelaarssamenleving gaan die nooit was blootgesteld aan een van de grote religieuze tradities, nooit aan ethische filosofie, en je zult vinden, als je wat tijd doorbrengt met deze mensen, dat ook zij geloven dat een goede daad een tegenprestatie verdient en dat slechte daden gestraft moet worden. Evolutionaire psychologen denken dat deze intuïties een basis in de genen hebben. Ze begrijpen dat als je goed wilt worden behandeld, je andere mensen ook zo moet behandelen. Dat het goed is om andere mensen goed te behandelen. Dat komt dichtbij een soort van ingebouwde intuïtie.
Dat is goed nieuws. Nu, als je goed hebt opgelet, verwacht je nu waarschijnlijk hier wat slecht nieuws. Dat we nog steeds niet toe zijn aan universele liefde. Dat klopt, want hoewel een appreciatie van de gouden regel natuurlijk is, is het ook normaal dat we uitzonderingen maken op de gouden regel.
Ik bedoel, bijvoorbeeld, dat niemand van ons waarschijnlijk naar de gevangenis wil. Maar toch denken we allemaal dat er mensen zijn die naar de gevangenis moeten. Niet? We denken dat we hen anders moeten behandelen dan we zelf zouden willen worden behandeld. Daar hebben we een reden voor. We zeggen dat ze slechte dingen hebben gedaan en dat ze daarom naar de gevangenis moeten.
Niemand van ons trekt deze gouden regel op een algemeen verspreide en universele manier door. We zijn van oordeel dat er uitzonderingen zijn, dat sommigen in een speciale categorie thuishoren. Wat het sturen van mensen naar de gevangenis aangaat bestaat er de onpartijdige rechterlijke macht om te bepalen wie van de gouden regel wordt uitgesloten. Maar in het dagelijks leven gebruiken we een veel ruigere en pasklare formule om erover te beslissen wie voor ons niet onder de gouden regel valt. Het komt erop neer dat als je mijn vijand of rivaal en niet mijn vriend of familie bent, ik veel minder geneigd ben om de gouden regel op je toe te passen.
We hebben dat allemaal en je ziet het overal ter wereld. Je ziet het in het Midden-Oosten. Mensen uit Gaza schieten raketten af naar Israël. Ze zouden dat niet voor zichzelf willen, maar zeggen: "De Israëli's, of sommigen van hen, hebben dingen gedaan die ze in een speciale categorie plaatsen." De Israëli's willen geen economische blokkade voor zichzelf, maar ze leggen ze op aan Gaza en ze zeggen: "De Palestijnen, of toch een aantal van hen, hebben dit aan zichzelf te wijten."
Het zijn deze uitzonderingen op de gouden regel die zoveel miserie in de wereld veroorzaken. En het is natuurlijk om zo te handelen. Het feit dat de gouden regel in zekere zin in ons ingebakken zit, is geen voldoende reden om ons tot universele liefde te brengen. Het gaat de wereld niet redden.
Nu heb ik toch een stukje goed nieuws dat de wereld kan redden. Zit je op het randje van je stoel? Goed, want voordat ik je dat goede nieuws ga vertellen, ga ik nog een klein uitstapje maken op academisch terrein. Ik hoop dat ik jullie aandacht kan vasthouden met deze belofte van goed nieuws dat de wereld kan redden.
Het gaat over die niet-nulsomzaken waarover je al wat hebt gehoord. Het is gewoon een snelle introductie van de speltheorie. Doet je geen kwaad. Het gaat over nulsom- en niet-nulsomspellen. Als je vraagt wat voor soort situatie bevorderlijk is om mensen vrienden en bondgenoten te laten worden, is het technische antwoord een niet-nulsomsituatie. En als je vraagt wat voor situatie bevorderlijk is om mensen te definiëren als vijanden, dan is dat een nulsomsituatie.
Wat betekenen die termen? Kortom, een nulsomspel is het soort spel dat je kent vanuit de sport, waar er een winnaar en een verliezer is. De som van hun gezamenlijke kansen is dan nul. Bij tennis is elk punt of goed voor jou en slecht voor de ander, of goed voor de ander en slecht voor jou. Hoe dan ook, samen komt dat uit op nul. Het is een nulsomspel.
Als je dubbelspel speelt, dan is de persoon aan jouw kant van het net in een niet-nulsomrelatie met jou, want elk punt is goed voor jullie allebei, positief, win-win, of slecht voor jullie beiden, verlies-verlies. Dat is een niet-nulsomspel. In het echte leven kom je tal van niet-nulsomspellen tegen. Op het gebied van economie, bijvoorbeeld, als je iets koopt, dan betekent dat dat jij liever de koopwaar hebt dan het geld, maar de verkoper liever het geld dan de koopwaar. Je hebt beiden het gevoel dat je iets gewonnen hebt. In een oorlog spelen twee bondgenoten een niet-nulsomspel. Het zal ofwel win-win of verlies-verlies voor hen zijn.
Er komen dus veel niet-nulsomspellen voor in het echte leven. Je kan nu wat ik al eerder zei over de manier waarop compassie en de gouden regel worden toegepast, herformuleren. Compassie stroomt het meest natuurlijk langs niet-nulsomkanalen waar de mensen zichzelf in een mogelijke win-winsituatie zien met sommige van hun vrienden of bondgenoten. De inzet van de gouden regel gebeurt het meest natuurlijk langs deze niet-nulsomkanalen. Een soort web van niet-nulsomheid moet je hebben als je verwacht dat compassie en de gouden regel hun toverwerk zouden volbrengen. Met nulsom-kanalen zou je iets anders verwachten.
Zo, nu ben je klaar voor het goede nieuws waarvan ik zei dat het de wereld zou redden. En nu kan ik ook toegeven dat het misschien niet zou werken, nu ik jullie aandacht gedurende drie minuten van technische zaken heb vastgehouden. Maar het kan. Het goede nieuws is dat de geschiedenis van nature deze webben van niet-nulsomheid heeft uitgebreid, deze webben die kanalen voor compassie kunnen zijn. Je kunt helemaal terug naar het stenen tijdperk gaan. De technologische evolutie, wegen, het wiel, het schrift, veel transport-en communicatietechnologieën hebben er onverbiddelijk voor gezorgd dat meer mensen in meer niet-nulsomrelaties met meer en meer mensen op steeds grotere afstanden terechtkwamen. Dat is een beetje het verhaal van de beschaving. Dat is de reden waarom sociale organisatie is gegroeid vanuit het jager-verzamelaarsdorp tot de oude staat, het rijk. En nu bevinden we ons in een geglobaliseerde wereld. Het verhaal van de globalisering is grotendeels een verhaal van niet-nulsomheid.
Je hebt waarschijnlijk wel ooit gehoord van de term onderlinge afhankelijkheid toegepast op de moderne wereld. Nou, dat is gewoon een andere term voor niet-nulsom. Als je fortuin onderling afhankelijk is met dat van iemand anders, dan leef je in een niet-nulsomrelatie met hem. Dat zie je de hele tijd in de moderne wereld. Je zag het met de recente economische crash, waar slechte dingen gebeurden in de economie, slecht voor iedereen, voor een groot deel van de wereld. En als er goede dingen gebeuren, zijn die goed voor een groot deel van de wereld.
Ik denk dat er echt bewijs is dat deze niet-nulsom-soort van connectie het morele aanvoelen kan uitbreiden. Ik bedoel, kijk eens naar de Amerikaanse houding tegenover de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog, kijk eens hoe Japanners toen als bijna onmenselijk werden voorgesteld in de Amerikaanse media, en kijk naar het feit dat we de atoombommen echt zonder veel scrupules hebben laten vallen. Vergelijk dat met de houding nu. Ik denk dat een deel daarvan te danken is aan economische interdependentie.
Elke vorm van wederzijdse afhankelijkheid, niet-nulsomrelatie, dwingt je de menselijkheid van mensen te erkennen. Ik denk dat dat goed is. De wereld is vol van niet-nulsomdynamiek. Milieuproblemen zetten ons allemaal, in veel opzichten, in hetzelfde schuitje. Mogelijk zijn er niet-nulsomrelaties waarvan mensen zich misschien niet bewust zijn.
Bijvoorbeeld, veel Amerikaanse christenen zien zich waarschijnlijk niet in een niet-nulsomrelatie met moslims aan de andere kant van de wereld. Maar in werkelijkheid zijn ze dat wel, want als deze moslims zich gelukkiger met hun plaats in de wereld gaan voelen en het gevoel hebben dat ze er een plaats in hebben, dat is dat goed voor de Amerikanen, want dan zullen minder terroristen de Amerikaanse veiligheid bedreigen. Als ze minder en minder gelukkig zullen zijn, zal dat slecht zijn voor de Amerikanen.
Er is dus genoeg niet-nulsomheid. De vraag is: als er zo veel niet-nulsomheid is, waarom is de wereld dan nog niet doordrongen van liefde, vrede en begrip? Het antwoord is ingewikkeld. Het is misschien wel het onderwerp van een nieuwe talk maar een paar dingen zijn al zeker, namelijk dat er heel wat nulsomsituaties in de wereld bestaan. En ook dat mensen de niet-nulsomdynamiek in de wereld niet herkennen. Ik denk dat op deze beide gebieden politici een rol kunnen spelen.
Het gaat niet alleen om religie. Politici kunnen niet-nulsomrelaties helpen bevorderen. Economisch engagement is over het algemeen beter dan blokkades en ga zo maar door. Politici kunnen en moeten er zich van bewust zijn, dat wanneer mensen over de hele wereld naar hen kijken, naar hun land kijken, en hun signalen oppikken over de vraag of ze zich in een nulsom- of een niet-nulsomrelatie met een natie als, laten we zeggen, Amerika, of enige andere natie, bevinden, de menselijke psychologie zodanig is dat zij signalen gebruiken als: Hebben we het gevoel dat we worden gerespecteerd? Want weet je, historisch gezien, als je niet wordt gerespecteerd, ga je waarschijnlijk niet tot een niet-nulsom-, wederzijds winstgevende relatie met mensen komen. We moeten ons bewust zijn wat voor soort signalen we uitsturen. Dat heeft allemaal te maken met het politieke werk.
Als er één ding is waartoe ik iedereen zou willen aanmoedigen, politici, religieuze leiders, en ons, dan zou dat wat ik noem de uitbreiding van de morele verbeelding zijn. Dat wil zeggen je vermogen om jezelf in de schoenen van mensen in heel verschillende omstandigheden te plaatsen. Dit is niet hetzelfde als compassie, maar het is bevorderlijk voor compassie. Het opent de kanalen voor compassie. En ik ben bang dat we hier weer een ander 'goed nieuws, slecht nieuws'-verhaal hebben, namelijk dat de morele fantasie een onderdeel van de menselijke natuur is. Dat is goed, maar wederom hebben we de neiging om ze selectief te aan te wenden.
Zodra we iemand als een vijand definiëren, hebben we moeite om in zijn schoenen te gaan staan. Voor een Amerikaan is het erg moeilijk om zich in de schoenen te verplaatsen van iemand in Iran, die hij op tv een Amerikaanse vlag ziet verbranden. De gemiddelde Amerikaan gaat zich verzetten tegen de morele oefening om zichzelf in het hoofd van die persoon te verplaatsen, en tegen het idee dat hij veel gemeen heeft met hem. En zij denken dat Amerika hen niet respecteert, hen zelfs wil domineren en ze haten Amerika. Is er ooit iemand geweest die je zo weinig respecteerde dat je hem ging haten? Ze zullen zich tegen die vergelijking verzetten en dat is maar natuurlijk, dat is menselijk.
Op dezelfde manier zal die persoon in Iran, wanneer je zou proberen om iemand in Amerika die zei dat de islam slecht is, te humaniseren, daar ook moeite mee hebben. Het is heel moeilijk voor mensen om hun morele verbeelding uit te breiden naar waar ze niet uit zichzelf gaat. Toch denk ik dat het de moeite waard is, want het helpt ons te begrijpen, tenminste als je het aantal mensen die vlaggen verbranden wil verminderen, helpt het om te begrijpen waarom ze dat doen. Ik denk dat het een goede oefening in moraal is.
Ik zou zeggen dat hier weer een rol is weggelegd voor religieuze leiders. Omdat religieuze leiders goed zijn om problemen van mensen in een nieuw perspectief te zetten, om de emotionele centra van de hersenen te benutten, om mensen hun bewustzijn en de manier waarop ze denken te veranderen. Ik bedoel, religieuze leiders zitten in de inspiratiebusiness. Het is hun grote roeping nu, om mensen over de hele wereld beter te maken in het uitbreiden van hun morele verbeelding, om hen te laten inzien dat we op zoveel verschillende manieren in hetzelfde schuitje zitten.
Ik zou een samenvatting willen geven van hoe het eruitziet, tenminste vanuit dit seculiere perspectief, wat compassie en de gouden regel aangaan, door te zeggen dat het goede nieuws is dat compassie en de gouden regel in zekere zin ingebouwd zijn in de menselijke natuur. Het is jammer dat ze de neiging hebben om selectief te worden toegepast. Er gaat echt werk nodig zijn om dat te veranderen. Maar niemand heeft ooit gezegd dat Gods werk makkelijk zal zijn. Dank. (Applaus)
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Robert Wright maakt gebruik van evolutionaire biologie en de speltheorie om uit te leggen waarom we waarde hechten aan de gouden regel ('Behandel anderen ..."), waarom we hem soms negeren en waarom er hoop is dat we in de nabije toekomst de compassie om hem te volgen zullen kunnen opbrengen.
The best-selling author of "Nonzero," "The Moral Animal" and "The Evolution of God," Robert Wright draws on his wide-ranging knowledge of science, religion, psychology, history and politics to figure out what makes humanity tick -- and what makes us moral. Full bio »
Translated into Dutch by Rik Delaet
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
Even before there were homo sapiens, feelings like compassion and love and sympathy had earned their way into the gene pool.” (Robert Wright)
15:46 Posted: Oct 2008
Views 56,467 | Comments 47
16:47 Posted: Oct 2008
Views 134,493 | Comments 146
18:07 Posted: Oct 2008
Views 124,776 | Comments 37
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.