Ik wil graag beginnen met een prachtig citaat van Einstein zodat men zich gerust voelt omdat de grootse wetenschapper van de 20e eeuw het ook met ons eens is en ons hiertoe oproept. Hij zei: "Een mens is deel van het gehele, zo genoemde, universum, een deel dat is beperkt in tijd en ruimte. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens, als iets dat is gescheiden van de rest, een soort optische waan van zijn bewustzijn, die scheiding. Deze waan is als een gevangenis voor ons, beperkt ons tot onze persoonlijke verlangens en genegenheid voor een paar personen die ons het meest na staan. Het is onze taak om ons te bevrijden van deze gevangenis door onze kring van medeleven te verbreden, om alle levende wezens en de natuur in al zijn schoonheid te omarmen."
Dit inzicht van Einstein ligt geheimzinnig dicht bij de Boeddhistische psychologie, waarin medeleven, 'karuna' genoemd, gedefinieerd is als "De gevoeligheid voor het lijden van de ander en de daarmee samengaande wil om de ander te bevrijden van dat lijden." Het ligt dichtbij liefde. Het is de wil om de ander gelukkig te zien. Daarvoor is uiteraard nodig dat men zelf iets van geluk ervaart en dit met de ander wil delen. Het is perfect omdat het duidelijk egocentrisme en egoïsme tegenover medeleven, de bezorgdheid om anderen, stelt, en verder geeft het aan dat mensen die gevangen zitten in de cyclus van zelfzucht hopeloos lijden, terwijl de mensen met medeleven vrijer zijn en daardoor gelukkiger.
De Dalai Lama stelt vaak dat medeleven zijn beste vriend is. Het helpt hem als hij bevangen is door verdriet en wanhoop. Medeleven helpt hem zich af te wenden van het gevoel dat zijn eigen lijden het meest absolute, meest verschrikkelijke lijden is dat iemand ooit heeft ondergaan en het verhoogt zijn bewustzijn voor het lijden van anderen. Zelfs van de veroorzakers van zijn ellende en die van alle wezens. Feitelijk is dat lijden zo gigantisch, zo enorm, dat zijn eigen lijden minder en minder groot wordt. En hij begint zich voorbij zijn zelfzucht te bewegen, naar de grotere zorg voor anderen. En dit maakt hem onmiddellijk blij, want hij wordt gestimuleerd de moed te ontwikkelen waar de situatie om vraagt. Zodoende gebruikt hij zijn eigen lijden als een opening om zijn kring van medeleven te verbreden. Hij is een erg goede collega van Einstein, kunnen we stellen.
Nu wil ik graag een verhaal vertellen dat een zeer beroemd verhaal is in de Indiase en boeddhistische traditie, over de grote Sint Asanga die leefde -- een tijdgenoot van Augustinus in het westen en een soort 'boeddhististische' Augustinus was. Asanga leefde 800 jaar na de tijd van Boeddha. En hij was ontevreden over de manier waarop men de boeddhistische religie toentertijd praktiseerde.
En dus zei hij: "Ik heb er genoeg van. Niemand volgt meer echt de doctrine. Ze spreken over liefde en medeleven en wijsheid en verlichting, maar ze handelen egoïstisch en zielig. Dus Boeddha's leer heeft zijn tijd gehad. Ik weet dat de volgende Boeddha over een paar duizend jaar komt, maar nu nog in een hemelse staat verkeert. Hij heet Maitreya. Dus ik ga in retraite en ik ga mediteren en bidden totdat de Boeddha Maitreya zich aan mij openbaart, en me lessen geeft of iets dergelijks om de praktijk van medeleven te doen herleven in de wereld van vandaag."
Dus ging hij in retraite. En mediteerde drie jaar lang en zag geen toekomstige Boeddha Maitreya, en vertrok, in walging. Terwijl hij wegging, zag hij een man --een grappige kleine man-- die zo'n beetje halverwege de berg zat. En hij had een klomp ijzer. En hij wreef erover met een doek. En dat begon hem te interesseren. Hij zei: "Zeg, wat bent u aan het doen?" En de man zei: "Ik ben een naald aan het maken." En hij zei: "Dat is belachelijk. Je kunt geen naald maken door over een klomp ijzer te wrijven met een doekje. En de man zei, "Echt niet?" En liet hem een schaal vol naalden zien. Dus hij zei: "Ok, ik snap je punt." Hij ging terug naar zijn grot. Hij mediteerde weer.
Weer drie jaar lang, geen verschijning. Hij vertrekt weer. Deze keer gaat hij naar beneden. Terwijl hij gaat, ziet hij een vogel een nest maken, op de rand van een klip. En waar het landt om de twijgjes op de klip te leggen, strijken zijn veren langs het steen en hebben het steen ingesleten, 15 tot 20 centimeter diep was een spleet ontstaan door het strijken van de veren van vele generaties vogels. Dus hij zei: "Ok, ik begrijp je punt." En ging terug.
Weer drie jaar. Weer geen verschijning van Maitreya, na negen jaar. En weer vertrekt hij en deze keer druppelt er water, een gigantische kom in het steen veroorzakend, waar het in een stroom wegdrupt. En dus, opnieuw, gaat hij terug. En na twaalf jaar nog steeds geen verschijning. En hij wordt helemaal gek, hij kijkt niet eens meer links of rechts om een bemoedigend visioen te zien.
En hij gaat naar de stad. Hij is een gebroken man. En daar, in de stad, komt een hond naar hem toe die zo doet "eh eh", zo'n armzalige hond die je in sommige arme landen ziet, zelfs in Amerika denk ik, in sommige gebieden, en hij ziet er gewoonweg vreselijk uit. En hij raakt geïnteresseerd in deze hond omdat het zo triest is en het zijn aandacht probeert te trekken. Hij zit en kijkt naar de hond. En de achterflanken van de hond zijn een en al open wond. En delen ervan lijken afgestorven. En er zitten maden in het vlees en het is vreselijk. Hij denkt: "Wat kan ik doen om deze hond op te lappen? Nou ja, ik kan in ieder geval de wond schoonmaken en wassen."
Dus hij neemt het mee naar water, wil beginnen met schoonmaken, maar dan richt zijn bewustzijn zich op de maden. En hij ziet de maden en de maden zien er wel schattig uit. En ze "madelen" gelukkig rond in de flanken van de hond. "Nu, als ik de hond schoonmaak, dood ik de maden. Dus hoe moet dat nu? Dat is het...Ik ben een waardeloos persoon en er is geen Boeddha, geen Maitreya, en alles is volledig hopeloos. En nu ga ik de maden doodmaken?"
Dus, hij had een briljant idee. En hij nam een scherp iets en sneed een stuk vlees van zijn dij, en legde dat op de grond. Hij dacht niet echt na over de Dierenbescherming. Hij was gewoon plotseling gevangen in de situatie. Dus dacht hij: "Ik pak de maden en zet ze op dit stuk vlees, dan maak ik de wond van de hond schoon en dan, weet je, bedenk ik wat ik met de maden zal doen."
Dus hij begint ermee. Hij kan de maden niet pakken. Blijkbaar wriemelen ze rond, ze zijn moeilijk te grijpen, die maden. Dus zegt hij: "Nu, ik ga met mijn tong over het vlees van de hond. En dan springen de maden op mijn warmere tong. De hond is als het ware opgebruikt. En dan spuug ik ze een voor een uit op het ding." Dus hij knielt neer en steekt zijn tong zo uit. En hij moest zijn ogen dichtdoen, het is zo walgelijk, de stank en alles.
En dan, plotseling, klinkt er een "pfft", zo'n geluid. Hij springt op en daar is, natuurlijk, de toekomstige Boeddha Maitreya. In een schitterend visioen als regenbooglichtjes, goud, met juwelen, plasma lichaam, als een exquisiet mystiek visioen, ziet hij. En hij zegt: "Oh." Hij buigt. Maar, mens als hij is, denkt hij meteen aan zijn volgende klacht.
Dus als hij overeind komt van zijn eerste buiging zegt hij: "Mijn Heer, ik ben zo blij u te zien, maar waar was u de afgelopen twaalf jaar? Wat is dit?"
En Maitreya zegt: "Ik was bij je. Wie denk je dat de naalden maakte en de nesten en druppend water op de stenen voor je, meneer domoor?" (Gelach) "Zoekend naar de Boeddha in eigen persoon." Zei hij. En hij zei: "Je had geen, tot aan dit moment, echt medeleven. En, totdat je echt medeleven hebt, kun je de liefde niet herkennen." Maitreya betekent liefde, de liefhebbende, weet je wel, in het Sanskriet.
En dus keek hij erg twijfelend, Asanga. En hij zei: "Als je me niet gelooft, neem me met je mee." En dus nam hij de Maitreya --het kromp ineen tot een bal-- nam hem op zijn schouder. En hij rende de stad in naar de markt en hij zei: "Verheug. Verheug. De toekomstige Boeddha is gekomen, eerder dan de voorspellingen. Hier is hij." En al gauw begonnen ze stenen naar hem te gooien-- Het was niet in Chautauqua. Het was een andere stad-- omdat ze een dementerend ogende, broodmagere yogi zagen, als een soort hippie met een bloedend been en een verrotte hond op zijn schouder, roepend dat de toekomstige Boeddha was gekomen.
Dus joegen ze hem natuurlijk de stad uit. Maar aan de rand van de stad, een oudere vrouw --schoonmaakster bij de knekelgrond-- zag een voet met juwelen op een lotus met juwelen op zijn schouder en daarna de hond, maar ze zag de juwelen voet van de Maitryea en ze offerde een bloem. Dus dat bemoedigde hem en hij ging mee met Maitreya.
Maitryea nam hem mee naar een bepaalde hemel, zoals de boeddhistische mythe zich ontvouwt op een typerende manier. En Maitreya hield hem vijf jaar lang in de hemel, dicteerde hem vijf ingewikkelde boekdelen over de methodiek hoe medeleven te cultiveren.
En ik bedacht me dat ik met jullie wil delen wat die methodiek is, of een van de methodes. Een beroemde heet de "Zevenvoudige Causale Methode van het Ontwikkelen van Medeleven." En het begint met een meditatie en visualisatie dat alle wezens één zijn, en alles --zelfs ook de dieren-- maar iedereen is er in menselijke vorm. De dieren zijn er in een van hun menselijke levens. De mensen zijn mens. En dan, tussen hen in, denk je aan je vrienden en geliefden; de kring aan tafel. En je denkt aan je vijanden en aan die neutraal zijn voor je. En dan probeer je te zeggen: "Goed, ik hou van mijn geliefden. Maar weet je, ze zijn dan ook aardig voor me. Ik heb ruzies gehad met ze. Soms waren ze onaardig. Ik werd boos. Broers kunnen vechten. Ouders en kinderen kunnen ruziën. Dus, eigenlijk, vind ik hen zo leuk omdat ze aardig zijn voor me. Terwijl ik dat van de neutralen niet weet. Zij kunnen wellicht prima zijn. En de vijanden vind ik niet leuk omdat ze gemeen zijn tegen me. Maar, ze zijn wel aardig tegen iemand; ik zou een van hen kunnen zijn."
En de Boeddhisten denken natuurlijk, omdat we allen oneindig veel vorige levens hebben, denken de Boeddhisten dat we allen elkaars familie zijn, eigenlijk. En iedereen, dus jullie allen, vanuit boeddhistisch standpunt in enig vorig leven --ook al herinner je je dat niet, ik ook niet--, zijn mijn moeder geweest. Waarvoor ik me verontschuldig, voor alle last die ik je heb bezorgd. En ook, eigenlijk, ben ik jullie moeder geweest. Ik ben vrouw geweest, ik ben ieder van jullie geweest, je moeder in een vorig leven, zoals de Boeddhisten het zien. Dus, mijn moeder in dit leven is echt geweldig. Maar jullie zijn allen op een bepaalde manier een deel van de eeuwige moeder. Jullie gaven me die uitdrukking, de eeuwige mamma zei je. Dat is prachtig. Dus, dat is de manier waarop de Boeddhisten het doen. Een theïst, een christen, kan geloven dat alle wezens, zelfs mijn vijanden, Gods kinderen zijn. Dus zo gezien zijn we verwant.
Dus, eerst creëren ze deze basis van gelijkwaardigheid. Dus, we reduceren het hangen aan degenen die we liefhebben een beetje --alleen in de meditatie-- en we openen onze geest voor hen die we niet kennen. En we reduceren absoluut de vijandigheid en het "Ik wil geen medeleven voelen voor hen"; degenen die we zien als de slechte jongens, die we haten en niet aardig vinden. En daarom haten we dan niemand. Dus we worden gelijkwaardig. Dat is heel belangrijk.
En het volgende wat we doen is wat genoemd wordt 'moedererkenning'. En dat is dat we ieder wezen als bekend, als familie beschouwen. We breiden uit. We gebruiken het gevoel van je een mamma herinneren. en we verspreiden dat naar alle wezens in de meditatie. En we zien de moeder in elk wezen. We zien de blik die de moeder in haar ogen heeft. Dit kijken naar een kind is een wonder dat ze produceert vanuit haar eigen lichaam, zijnde een zoogdier, waar ze het ware medeleven heeft, waarlijk de ander is en er zich totaal mee identificeert. Vaak is dat leven van die ander veel belangrijker voor haar dan haar eigen leven. En dat is waarom het de meest krachtige vorm is van --altruïsme. De moeder is het model van alle altruïsme voor de mens, in spirituele tradities. En dus reflecteren we dit tot we die moederlijke expressie zien in alle wezens.
Mensen lachten me uit, weet je, als ik vertelde dat ik mediteerde op mamma Cheney als mijn moeder, terwijl ik natuurlijk boos op hem was vanwege zijn kwaadaardige bezigheden in Irak. Ik mediteerde op George Bush. In vrouwelijke vorm is hij best een schattige mamma. Hij heeft kleine oortjes en hij glimlacht en hij wiegt je in zijn armen. En je denkt aan hem alsof hij je verzorgt. En dan is Saddam Hoesseins flinke snor een probleem. Maar je denkt aan hem als een moeder.
En dit is de manier waarop je het doet. Je neemt elk wezen dat vreemd is voor je, en je ziet hoe bekend ze kunnen zijn voor je. En je kunt dat een poos doen totdat je het werkelijk zo voelt. Je kan de vertrouwdheid van alle wezens voelen. Niemand lijkt wezensvreemd. Ze zijn niet 'anders.' Je vermindert het gevoel van 'anders-zijn' van wezens. Dan beweeg je daar vandaan naar het herinneren van goedheid van moeders in het algemeen, als je je de goedheid van je eigen moeder kunt herinneren, of als je je de goedheid van je partner kunt herinneren, of, als je zelf moeder bent, hoe je was met je kinderen. En je begint erg sentimenteel te worden, je cultiveert sentimentaliteit intens. Je zult zelfs huilen, wellicht, met dankbaarheid en goedheid. En dan verbind je dat met je gevoel dat iedereen die moederlijke inborst heeft. Elk wezen, zelfs de meest gemene, kan moederlijk zijn.
En dan, als derde, stap je vanaf daar naar wat men een gevoel van dankbaarheid noemt. Je wilt die goedheid terugbetalen die alle wezens je hebben getoond. En de vierde stap, dan ga je naar wat men noemt liefelijke liefde. Over elk van deze kun je weken doen, of maanden, of dagen afhankelijk van hoe je het doet, of je kan het aaneensluitend doen, deze meditatie. En dan denk je hoe prachtig wezens zijn als ze gelukkig zijn, als ze tevreden zijn. En elk wezen is mooi als ze van binnen een gevoel van geluk ervaren. Hun gezicht ziet er niet zo uit; als ze boos zijn, zijn alle wezens lelijk, maar als ze gelukkig zijn, zijn ze mooi. En dus zie je wezens in hun potentiële geluk. En je voelt een liefde voor ze, dat je wilt dat ze gelukkig zijn, zelfs de vijand.
En, eigenlijk is het erg logisch dat je dat wilt-- we vinden Jezus onrealistisch als hij zegt "hebt uw vijand lief". Hij zegt dat en wij vinden hem onrealistisch en soort van spiritueel en hoogdravend en "leuk dat hij dat zegt maar ik kan het niet." Maar eigenlijk is het praktisch. Als je van je vijand houdt, betekent dat dat je hem gelukkig wil zien. Als je vijand echt gelukkig was, waarom zou hij de moeite nemen je vijand te zijn? Wat saai om jou achterna te zitten. Ze zouden ergens gaan relaxen en zich vermaken. Dus het is logisch dat je je vijand gelukkig wil zien want ze zullen stoppen je vijand te zijn omdat dat te veel moeite kost.
Maar in ieder geval, dat is de liefelijke liefde. En dan uiteindelijk, is de vijfde stap medeleven, universeel medeleven. En dat is waar je dan naar de realiteit kijkt van alle wezens die je kunt bedenken. En je kijkt naar hen en je ziet hoe ze zijn. En je realiseert je hoe ongelukkig ze zijn, meestal, een groot deel van de tijd. Je ziet die diepliggende groef in hun gezicht. En dan besef je dat ze niet eens medeleven met zichzelf hebben. Ze zijn gedreven door plicht en verplichtingen. "Ik moet dat hebben. Ik heb meer nodig. Ik ben onwaardig. En ik zou iets moeten doen." En ze haasten zich in de rondte, helemaal gestresst. En ze denken dat het zoiets is als macho, jezelf harde discipline opleggen. Maar feitelijk zijn ze wreed voor zichzelf. En natuurlijk zijn ze wreed en gewetenloos naar anderen. En zij krijgen dan nooit positieve feedback. En hoe meer succes ze hebben en hoe meer macht ze hebben, hoe ongelukkiger ze zijn. En dit is waar je echt medeleven voor ze voelt.
En dan voel je dat je iets moet doen. En het is de motivatie. En de keuze van de actie zal hopelijk praktischer zijn dan wat de arme Asanga deed met de maden op de hond, omdat hij die motivatie had en wie er ook voor hem stond, hij wilde helpen. Maar natuurlijk was dat niet praktisch. Hij had een Dierenbescherming op moeten richten in de stad en wat wetenschappelijke hulp proberen te krijgen voor honden en maden. En ik weet zeker dat hij dat later heeft gedaan. Maar dat geeft de toestand van de geest aan, weet je.
En dus de volgende stap --de zesde stap voorbij universeel medeleven -- is datgene waarmee je oprecht gelinkt bent met de noden van anderen, en je hebt ook medeleven voor jezelf. en ook weer niet --het is niet alleen sentiment. Je bent misschien ergens bang voor. Een of andere slechte vent maakt zichzelf ongelukkiger en ongelukkiger is gemener en gemener naar andere mensen en wordt er in de toekomst voor gestraft op verschillende manieren. En in het Boeddhisme ligt de val in het toekomstige leven. In de theïstische religie worden ze natuurlijk gestraft door God of zo. En materialisme....zij denken ermee weg te komen door er gewoon niet meer te zijn, door te sterven, maar dat gebeurt niet. En dus worden ze opnieuw geboren als wat dan ook, weet je.
Maakt niet uit. Ik zal er niet op ingaan. Maar de volgende stap heet 'universele verantwoordelijkheid'. En dat is heel belangrijk: de Oorkonde van Medeleven leidt ons tot het ontwikkelen door waar medeleven van 'universele verantwoordelijkheid'. En dat betekent dat de leer van zijne heiligheid, de Dalai Lama, dat hij zijn leer overal verspreidt en hij zegt dat het de algemene religie van de mensheid is, goedheid. Maar goedheid betekent universele verantwoordelijkheid. En dat betekent dat alles wat een ander gebeurt, ons ook gebeurt, dat we daar verantwoordelijk voor zijn en dat moeten nemen en doen wat we kunnen op wat voor laag niveau en klein niveau, wat we ook maar kunnen doen. We moeten dat absoluut doen. Er is geen manier om het niet te doen,
En dan, uiteindelijk, leidt dat naar een nieuwe oriëntatie in het leven waar we gelijkwaardig zijn, aan onszelf en anderen, en we realiseren ons dat geluk bij onszelf-- en we zijn verheugd en gelukkig. Een ding: we moeten niet denken dat medeleven je ongelukkig maakt. Medeleven maakt je gelukkig. De eerste die gelukkig wordt als je medeleven voelt, ben je zelf, zelfs als je nog niets hebt gedaan voor iemand anders. Toch, de verandering in je geest doet al iets voor anderen. Ze voelen deze nieuwe kwaliteit in jou, en het helpt hen al en het geeft hun een voorbeeld.
En die liefdeloze klok laat me net zien dat het klaar is....
Dus, breng medeleven in praktijk, lees de oorkonde, verspreid het en ontwikkel het in jezelf. Denk niet "ach, ik heb medeleven", of "ik heb geen medeleven", en dat je daar dan vast zit. Je kunt het ontwikkelen. Je kan het niet-medeleven verminderen, de wreedheid, de ongevoeligheid, het verwaarlozen van anderen. Neem universele verantwoordelijkheid voor hen, en dan zullen niet alleen God en de eeuwige mamma glimlachen, maar Karen Armstrong zal glimlachen.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Het is altijd moeilijk om medeleven te tonen --zelfs aan de mensen van wie we houden--, maar Robert Thurman vraagt ons medeleven ontwikkelen voor onze vijanden. Hij schrijft een meditatie-oefening in zeven stappen voor, om medeleven uit te breiden tot voorbij onze kring van vertrouwelingen.
The first American to be ordained a Tibetan Monk by the Dalai Lama, Robert A.F. Thurman is a scholar, author and tireless proponent of peace. Full bio »
Translated into Dutch by Tinto Dijkgraaf
Reviewed by Jan Willem Rozema
Comments? Please email the translators above.
16:54 Posted: Oct 2008
Views 167,020 | Comments 86
16:56 Posted: Oct 2008
Views 118,443 | Comments 71
18:38 Posted: Oct 2008
Views 83,737 | Comments 23
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.