Vandaag ga ik u vertellen over het probleem van andere geesten. En het probleem waar ik het over ga hebben, is niet het bekende van de filosofie, welke is: "Hoe kunnen we weten of andere mensen een geest hebben?" Dat wil zeggen, misschien hebt u een geest en alle anderen zijn slechts een zeer overtuigende robot. Dus dat is een probleem in de filosofie. Maar voor vandaag neem ik aan dat velen in dit publiek een geest hebben en dat ik me hierover geen zorgen hoef te maken.
Er is een tweede probleem dat ons misschien even bekend voorkomt als ouders en leraren en echtgenoten en schrijvers. En dat is: "Waarom is het zo moeilijk om te weten wat iemand wil of denkt?" Of misschien, meer relevant, "Waarom is het zo moeilijk om te veranderen wat iemand wil of denkt?"
Ik denk dat schrijvers dit het best stellen. Zoals Philip Roth, die zei: "En nu, wat gaan we doen aan deze verschrikkelijk belangrijke zaak van andere mensen? We zijn allemaal zo slecht uitgerust om elkaars interne werking en onzichtbare doelen in te beelden." Dus als een lerares en als een echtgenote, is dit, natuurlijk, een probleem waarmee ik elke dag geconfronteerd wordt. Maar als wetenschapper, ben ik geïnteresseerd in een heel ander probleem van andere geesten, en dat is wat ik vandaag ga introduceren. En dat probleem is: "Waarom is het zo makkelijk om andere geesten te kennen?"
Om te beginnen met een illustratie, je hebt bijna geen informatie nodig, een momentopname van een vreemde, om te bedenken wat deze vrouw denkt, of wat deze man. En anders gezegd, de kern van het probleem is dat de machine waarmee we over andere geesten denken, ons brein, is gemaakt van deeltjes, hersencellen, die we delen met alle andere dieren, met apen, en muizen en zelfs zeeslakken. En toch, je voegt ze samen in het bepaald netwerk, en wat je krijgt is de capaciteit om Romeo en Julia te schrijven. Of te zeggen, zoals Alan Greenspan deed: "Ik weet dat je denkt te begrijpen wat je denkt dat ik zei, maar ik weet niet zeker of je je realiseert dat wat je hoorde, niet is wat ik bedoelde." (Gelach)
Dus het werk in mijn gebied van cognitieve neurowetenschap is met deze ideeën, in elke hand één, te staan en te proberen te begrijpen hoe je eenvoudige deeltjes, eenvoudige boodschappen in ruimte en tijd, in een netwerk kunt samenvoegen, en deze geweldige menselijke capaciteit om over de geest te denken krijgt. Ik ga u daarover vandaag drie dingen vertellen. Vanzelfsprekend is het hele project enorm. En ik ga u slechts de eerste paar stappen vertellen over de ontdekking van een speciaal hersengebied voor het denken over de gedachten van andere mensen. Enkele waarnemingen over de trage ontwikkeling van dit systeem terwijl we leren hoe we deze moeilijke taak moeten uitvoeren. En uiteindelijk te laten zien dat sommige verschillen tussen mensen, in de manier waarop we anderen beoordelen, verklaard kunnen woren door verschillen in dit hersensysteem.
Ten eerste, het eerste dat ik u wil vertellen is dat er een hersengebeid in het menselijke brein is, in uw hersenen, wiens taak het is om over de gedachten van anderen na te denken. Dit is een plaatje ervan. Het heet de Rechter Temporaal-Pariëtale Junctie. Het zit boven en achter uw rechter oor. En dit is het hersengebeid dat u gebruikte toen u de foto's zag die ik u liet zien. of toen u Romeo en Julia las, of toen u Alan Greenspan probeerde te begrijpen. En je gebruikt het niet om enig ander soort logische problemen op te lossen. Dus dit hersengebied heet de RTPJ. En dit plaatje laat de gemiddelde activatie in een groep van wat wij typische volwassenen noemen. Het zijn MIT studenten. (Gelach)
Het tweede dat ik wil zeggen over dit hersengebied is dat, hoewel wij volwassenen erg goed zijn in het begrijpen van andere geesten, we dat niet altijd zijn geweest. Kinderen doen er lang over om het systeem onder de knie te krijgen. Ik ga u een klein beetje van dat lange, uitgebreide proces laten zien. Het eerste dat ik u laat zien is een veranderen tussen de leeftijd van drie en vijf, waar kinderen leren te begrijpen dat iemand anders overtuigingen kan hebben die anders zijn dat die van henzelf. Dus ik ga u een vijfjarige laten zien die een standaard soort puzzel krijgt die we de foute-overtuiging-taak noemen.
Video: dit is de eerste piraat. Zijn naam is Ivan. En weet je waar piraten echt van houden?
Piraten houden van brood met kaas.
R.S.: ja. Dus Ivan heeft zijn kaasboterham en hij zegt: "Yum yum yum yum yum! I hou van boterhammen met kaas." En Ivan legt zijn boterham daar neer, bovenop de piratenkist. En Ivan zegt: "Weet je wat? I wil wat drinken bij mijn lunch." En dus gaat Ivan wat drinken halen. En terwijl Ivan weg is, komt de wind, en die blaast de boterham op het gras. En nu, hier komt de andere piraat. Deze piraat heet Joshua. En Joshua houdt ook van boterhammen met kaas. Dus Joshua heeft een boterham met kaas en zegt: "Yum yum yum yum yum! Ik hou van boterhammen met kaas." En hij legt zijn boterham met kaas hier bovenop de piratenkist.
R.S.: Die is van Joshua. Dat is zo.
Kind: En toen ging die van hem op de grond.
Kind: Dus hij zal niet weten welke van hem is.
R.S.: O. Dus nu gaat Joshua weg om wat drinken te halen. Ivan komt terug en zegt: "Ik wil mijn boterham met kaas." Dus welke denk je dat Ivan gaat pakken?
King: Ik denk dat hij die gaat pakken.
R.S.: Ja, je denk dat hij die gaat pakken? Goed. Laten we kijken. O ja, je hebt gelijk. Hij pakte die.
Dus dat was een vijfjarige die duidelijk begrijpt dat andere mensen foute overtuigingen kunnen hebben en wat de consequenties zijn voor hun acties. Nu ga ik u een driejarige laten zien die dezelfde puzzel kreeg.
Video: R.S.: En Ivan zeg: "Ik wil mijn boterham met kaas." Welke boterham gaat hij pakken? Denk je dat hij die gaat pakken? Laten we kijken wat er gebeurt. Laten we kijken wat hij doet. Hier komt Ivan. En hij zeg: "Ik wil mijn boterham met kaas." En hij pakt deze. Uh-oh. Waarom pakte hij die?
Kind: Die van hem lag op het gras.
R.S. Dus de driejarige doet twee dingen anders. Ten eerste voorspelt hij dat Ivan de boterham zal pakken die werkelijk van hem is. En ten tweede, als hij Ivan de boterham ziet pakken waar hij de zijne achterliet, waar wij zouden zeggen dat hij die pakt omdat hij denkt dat die van hem is, komt de driejarige met een andere verklaring. Hij pakt zijn eigen boterham niet omdat hij die niet wil, omdat die nu vies is, op de grond. Dus daarom pakt hij de andere boterham. Natuurlijk, ontwikkeling stopt niet op je vijfde. En we kunnen de de continuering van dit proces zien van het leren te denken over gedachten van anderen door de inzet te verhogen en de kinderen niet naar een voorspelling van actie te vragen, maar naar een moreel oordeel. Eerst ga ik u de driejarige weer laten zien.
Video: R.S.: Is Ivan gemeen en stout omdat hij Joshua's boterham pakt?
R.S.: Moet Ivan gestraft worden voor het pakken van Joshua's boterham?
R.S.: Misschien is het niet verrassend dat hij denkt dat het gemeen was van Ivan om Joshua's boterham te pakken. Omdat hij denkt dat Ivan Joshua's boterham alleen maar pakte om te voorkomen dat hij zijn eigen vieze boterham moet eten. Maar nu ga ik u de vijfjarige laten zien. Onthou dat de vijfjarige volledig begreep waarom Ivan Joshua's boterham pakte.
Video: R.S.: Was Ivan gemeen en stout door Joshua's boterham te pakken?
R.S.: Dus, het begint pas bij het zevende levensjaar dat we iets krijgen dat meer op een volwassen antwoord lijkt.
Video: R.S.: Moet Ivan gestraft worden voor het pakken van Joshua's boterham?
Kind: Nee, want de wind moet gestraft worden.
R.S. Hij zegt dat de wind gestraft moet worden voor het verwisselen van de boterhammen. (Gelach)
Wat we nu in mijn lab mee zijn begonnen, is kinderen in een hersenscanner te leggen en af te vragen wat er in hun brein gebeurt terwijl ze de vaardigheid om na te denken over de gedachten van anderen ontwikkelen. Het eerste is dat we bij kinderen ditzelfde hersengebied, de RTPJ, gebruikt zien worden terwijl de kinderen aan andere mensen denken. Maar het is nog niet zoals het volwassen brein.
Dus bij volwassenen, zoals ik u verteld heb, is dit hersengebied vrijwel volledig gespecializeerd. Het doet bijna niets anders, behalve denken over de gedachten van anderen. Bij kinderen is dit veel minder het geval, als ze tussen de vijf en acht zijn, zoals de kinderen die ik u zojuist liet zien. En zelfs als we kijken naar acht- tot elfjarigen, in de vroege adolescentie rakend, hebben ze nog steeds niet een hersengebied gelijkend aan dat van volwassenen. En dus, wat we kunnen zien is dat gedurende de kindertijd en zelfs in de adolescentie, zowel het cognitieve systeem, de mogelijkheid van ons brein om te denken over andere breinen, en het hersensysteem dat het ondersteund, nog bezig zijn zich, langzaam, te ontwikkelen.
Maar natuurlijk, zoals u zich waarschijnlijk bewust bent, zelfs in de volwassenheid, verschillend mensen van elkaar in hoe goed ze zijn in het denken over andere geesten, hoe vaak ze het doen, en hoe nauwkeurig. En wat we dus wilden weten was, kunnen verschillen tussen volwassenen, in de manier waarop ze denken over gedachten van anderen worden verklaard in termen van verschillen in dit hersengebied. Dus het eerste wat we deden, is volwassenen een versie van het piratenprobleem voorleggen zoals bij de kinderen. En ik ga dat nu aan u voorleggen.
Grace en haar vriendin zijn op een tour in een chemische fabriek en ze nemen een koffiepauze. En Grace's vriendin vraagt om wat suiker in haar koffie. Grace gaat de koffie maken en vindt bij de koffie een pot waarin wit poeder zit, dat suiker is. Maar het poeder heeft het label "Dodelijk Gif". Dus denkt Grace dat het poeder een dodelijk gif is. En ze doet het in de koffie van haar vriendin. En haar vriendin drinkt de koffie en voelt zich goed.
Hoeveel mensen denk dat het moreel toegestaan was dat Grace het poeder in de koffie deed? Oke. Goed. (Gelach) Dus we vragen mensen hoeveel Grace gestraft moet worden in dit geval, dat we een mislukte poging tot pijn doen noemen.
En we kunnen dat vergelijken met een ander geval waar alles in werkelijkheid hetzelfde is. Het poeder is nog steeds suiker, maar wat anders is, is wat Grace denkt. Nu denkt ze dat het poeder suiker is. En misschien verbazingwekkend, als Grace denkt dat het poeder suiker is en het in haar vriendins koffie doen, zeggen mensen dat ze totaal geen straf verdient. Terwijl als ze denkt dat het poeder gif is, zelfs als het werkelijk suiker is, zeggen mensen dat ze veel straf verdient, ondanks dat wat in werkelijkheid gebeurde precies hetzelfde was.
En eigenlijk zeggen ze dat ze meer straf verdient in dit geval, de mislukte poging tot pijn doen, dan in een ander geval, dat we een ongeluk noemen. Waar Grace dacht dat het poeder suiker was, omdat het "suiker" gelabelled was en bij de koffiemachine. maar eigenlijk het poeder gif was. Dus hoewel het poeder gif was, de vriendin de koffie dronk en doodging, zeggen mensen dat Grace minder straf verdient in dat geval, als ze onschuldig dacht dat het suiker was, dan in het andere geval, waar ze dacht dat het gif was, en er geen pijn gedaan werd.
En toch zijn mensen het niet helemaal eens over hoeveel straf Grace precies zou moeten krijgen in het geval van het ongeluk. Sommige mensen denken dat ze meer straf moet krijgen en andere mensen minder. En wat ik u ga laten zien is wat er gebeurde toen we in de hersenen van mensen keken terwijl ze dat oordeel maken. Dus wat ik u laat zien, van links naar rechts, is de hoeveelheid activiteit in dit hersengebied. En van boven naar beneden, hoeveel straf Grace volgens anderen verdiende.
En wat u kunt zien is, links, als er erg weinig activiteit in dit hersengebied is, besteden mensen weinig aandacht aan haar onschuldige overtuiging en zeiden dat ze veel schuld had aan het ongeluk. Terwijl, rechts, waar veel activiteit was, besteden mensen veel meer aandacht aan haar onschuldige overtuiging, en zeiden dat ze veel minder straf verdiende aan het veroorzaken van het ongeluk.
Dus dat is goed, maar natuurlijk wat we liever zouden hebben, is een mogelijkheid om de functie in dit hersengebied te beïnvloeden om te zien of we iemands morele oordeel kunnen veranderen. En wij hebben zo'n mogelijkheid. Het heet Trans-Cranial Magnetische Stimlatie, of TMS. Dit is een apparaat dat een magnetische puls door iemands schedel gaat, naar een klein hersengebeid, en tijdelijk de functie van de neuronen in dat gebied verstoort.
Ik ga u hiervan een demo laten zien. Eerst laat u zien dat dit een magnetische puls is. Ik laat u zien wat er gebeurt als je een kwartje op het apparaat legt. Als je de klikjes hoort, doen we het apparaat aan. En nu ga ik dezelfde puls geven aan mijn hersenen, aan dat deel dat mijn hand bestuurd. Er is dus geen fysieke kracht, alleen een magnetische puls.
Video: Vrouw: Klaar? Rebacca Saxe: Ja.
OK, dus het veroorzaakt een kleine onvrijwillige contractie in mijn hand door een magnetische puls in mijn hersenen te geven. En we kunnen diezelfde puls gebruiken, nu gericht op de RTPJ, om ons af te vragen of we iemands morele oordeel kunnen veranderen. Dit zijn de oordelen zoals ik u eerder liet zien, de morele oordelen. En dan passen we TMS toe op de RTPJ en kijken hoe het morele oordeel verandert. Ten eerste, mensen kunnen deze taak nog steeds doen.
Dus hun oordeel in het geval dat alles goed was blijft hetzelfde. Ze zeggen dat ze geen straf verdient. Maar in het geval van een gefaalde poging tot pijn, waar Grace dacht dat het gif was, hoewel het werkelijk suiker was, zegt men nu dat het minder erg was, ze verdient minder straf voor het poeder in de koffie doen.
En in het geval van het ongeluk, waar ze dacht dat het suiker was, maar het werkelijk gif was en ze dus een dood veroorzaakte, zegt men dat het erger was, ze verdient meer straf. Dus wat ik u verteld heb vandaag is dat mensen eigenlijk een bijzonder goed uitgerust zijn om over andermans gedachten te denken.
We hebben een speciaal hersensysteem dat ons laat nadenken over wat andere mensen denken. Dit systeem neemt de tijd zich te ontwikkelen, langzaam gedurende de kindertijd, en het begin van de adolescentie. En zelfs bij volwassen kunnen verschillen in dit hersengebied verschillen tussen volwassenen verklaren over hoe we denken en oordelen over anderen.
Maar ik wil het laatste woord teruggeven aan de schrijvers. En aan Philip Roth, die eindigde met: "Feit blijft dat mensen goed inschatten helemaal niet is waar het leven over gaat. Hen verkeerd inschatten is wat leven is. Hen verkeerd inschatten en verkeerd en verkeerd, en na zorgvuldige heroverweging, hen nogmaals verkeerd inschatten." Dank u. (Applaus)
Chris Anderson: Toen je begon te praten over het gebruik van magnetische pulsen om morele oordelen te veranderen, dat klinkt alarmerend. (Gelach) Vertel me alsjeblieft dat je geen telefoon krijgt van bijvoorbeeld het Pentagon.
Rebecca Saxe: Die krijg ik niet. Ik bedoel, ze bellen wel, maar ik neem niet op. (Gelach)
C.A.: Bellen ze echt? Dus, dan serieus, serieus, dan moet je 's nachts soms wakker liggen af te vragen waar dit werk heen leidt. Ik bedoel, je bent duidelijk een fantastisch mens. Maar iemand kan deze kennis vergaren en in een toekomstige niet-martelkamer, dingen doen waar men zich hier zorgen om maakt.
R.S.: Ja, we maken ons hierom zorgen. Maar, er zijn een paar dingen te zeggen over TMS. Een is dat je niet geTMSt kunt worden zonder het te weten. Dus het is geen stiekeme technologie. Het is eigenlijk best moeilijk om die zeer kleine veranderingen te krijgen. De veranderingen die ik liet zien zijn indrukwekkend voor mij om wat ze ons vertellen over de functie van het brein. Maar ze zijn kleine op de schaal van de morele oordelen die we eigenlijk maken.
En wat we veranderden waren niet morele oordelen als ze besluiten wat te doen, als ze een actiebesluit nemen. We veranderen hun vermogen om over andermans acties te oordelen. En dus denk ik over wat we doen niet zozeer alsof we de verdediger in een rechtzaak bestuderen, maar de jury bestuderen.
C.A.: Leidt jouw werk tot enige aanbevelingen in het onderwijs, misschien om een generatie kinderen op te voeden die eerlijker moreel oordelen?
R.s.: Dat is een van de idealistische wensen. Het hele onderzoeksprogramma hier, het bestuderen van specifieke onderdelen van het menselijke brein, is geheel nieuw. Tot voor kort was onze kennis over het brein dingen die elk ander dierlijk brein ook kon doen. Dus we konden het in dierenmodellen bestuderen. We wisten hoe hersenen kijken en hoe ze het lichaam besturen, en hoe ze horen en voelen. En het hele project van begrijpen hoe hersenen de unieke menselijke dingen doen, taal leren, en abstracte concepten, en denken over andermans gedachten, dat is geheel nieuw. En we weten nog niet wat de implicaties zullen zijn van het begrijpen hiervan.
C.A.: Ik heb nog een vraag. Er bestaat iets genaamd het moeilijke probleem van bewustzijn, dat veel mensen bezighoudt. Het besef dat je kunt begrijpen waarom een brein werkt, misschien. Maar waarom moet iemand iets voelen? Waarom lijken er wezens nodig te zijn die dingen voelen zodat wij kunnen functioneren? Je bent een briljante jonge neurowetenschapper. Ik bedoel, welke kansen denk je dat er zijn dat op een bepaald moment in jouw carriere iemand, jij of iemand anders, komt met een paradigmatische verschuiving in het begrijpen van wat een onmogelijk probleem lijkt.
R.s.: Ik hoop dat het gebeurt. En ik denk dat het waarschijnlijk niet gebeurt.
R.S.: Het heet niet voor niets het moeilijke probleem van bewustzijn. (Gelach)
C.A.: Dat is een geweldig antwoord. Rebecca Saxe, enorm bedankt. Het was fantastisch. (Applaus)
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Aanvoelen van de motieven, gedachten, gevoelens van geliefden en vreemden is een natuurlijk talent voor mensen. Maar hoe doen we dat? Hier deelt Rebecca Saxe fascinerend onderzoek dat duidelijk maakt hoe de hersenen over gedachten van anderen denkt -- en oordeelt over hun acties.
Rebecca Saxe studies how we think about other people's thoughts. At the Saxelab at MIT, she uses fMRI to identify what happens in our brains when we consider the motives, passions and beliefs of others. Full bio »
Translated into Dutch by Thijs Hekelaar
Reviewed by Rudolf Penninkhof
Comments? Please email the translators above.
04:02 Posted: Mar 2008
Views 690,824 | Comments 137
20:45 Posted: Feb 2009
Views 1,551,379 | Comments 443
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.