Ik zal het hebben over corruptie, maar ik zou twee verschillende dingen naast elkaar willen zetten. Het eerste is de wijde globale economie, de wijde geglobaliseerde economie. En het andere is de kleine en heel beperkte macht van onze traditionele overheden en hun internationale instellingen om te besturen, om deze economie vorm te geven. Omdat er deze asymetrie is die, in essentie, een falend bestuur creëert. Een falend bestuur op vele gebieden, op het gebied van corruptie en op het gebied van vernieling van het milieu, op het gebied van uitbuiting van vrouwen en kinderen, op het gebied van klimaatverandering. Op alle gebieden waarop we echt nood hebben aan een macht die het primaat van de politiek opnieuw kan invoeren in de economie, die in een wereldwijd strijdperk opereert. En ik denk dat corruptie, en de strijd tegen corruptie, en de impact van corruptie, waarschijnlijk de meest interessante manier is om duidelijk te maken wat ik bedoel met dit falen van bestuur.
Laat mij over mijn eigen ervaring vertellen. Ik werkte vroeger als de bestuurder van het kantoor van de Wereldbank in Nairobi bevoegd voor Oost-Afrika. Toentertijd stelde ik vast dat corruptie, dat ongebreidelde corruptie, dat systematische corruptie alles ondermijnde wat we probeerden te doen. En daarom begon ik niet alleen te proberen het werk van de Wereldbank te beschermen, onze eigen projecten, onze eigen programma's tegen corruptie, maar in het algemeen hadden we nood, dacht ik, aan een systeem om de mensen te beschermen in dit deel van de wereld tegen de verwoestingen van corruptie. En zodra ik hieraan begon te werken, kreeg ik een memo van de Wereldbank, eerst van de juridische afdeling, waarin ze zeiden: het is je niet toegestaan om dit te doen. Je bemoeit je met de interne zaken van onze partnerlanden. Dit is verboden volgens het charter van de Wereldbank. Dus wil ik dat je stopt waar je mee bezig bent.
Ondertussen was ik voorzitter van bijvoorbeeld donorconferenties, waarin de verscheidene donoren, en velen onder hen houden er van in Nairobi te zijn - inderdaad, het is een van de meest onveilige steden van de wereld, maar ze houden er van daar te zijn omdat de andere steden nog minder comfortabel zijn. En op die donorconferenties stelde ik vast dat veel van de slechtste projecten die naar voren werden gebracht door onze cliënten, door de overheden, door promotoren, waarvan velen vertegenwoordigers waren van leveranciers uit het Noorden, dat de slechtste projecten het eerst gerealiseerd werden. Laat me je een voorbeeld geven. Een gigantische krachtcentrale, 300 miljoen dollar, te bouwen vlak in een van de meest kwetsbare, en een van de mooiste gebieden van West-Kenia. En we hadden allen dadelijk door dat dit project geen economische voordelen had. Het had geen klanten. Niemand zou daar elektriciteit kopen. Niemand was geïnteresseerd in irrigatieprojecten. Integendeel, we wisten dat dit project het milieu zou verwoesten, het zou wouden verwoesten op de oevers van de rivier, die de basis vormden voor de overleving van groepen nomaden, de Samburu en de Tokana in dit gebied. Dus iedereen wist dat dit niet alleen een nutteloos project was maar een absoluut verwoestend, verschrikkelijk project, om nog niet te spreken over de toekomstige schulden van het land voor deze honderden miljoenen dollar, en de overheveling van de schaarse middelen van de economie weg van veel belangrijker activiteiten zoals scholen, zoals ziekenhuizen en zo verder. En toch, wij verwierpen met zijn allen dit project. Geen een van de donoren was bereid om zijn naam eraan te verbinden en toch was dit het eerste project dat werd geïmplementeerd.
De goede projecten, die wij als een donorgemeenschap onder onze vleugels wilden nemen, die duurden jaren, weet je, er waren te veel studies en heel vaak liepen ze niet goed af. Maar deze slechte projecten, die absoluut verwoestend waren voor de economie, voor vele generaties, voor het milieu, voor duizenden families die moesten verhuizen. Ze werden ineens opgezet door consortia van banken, van kantoren van leveranciers, van verzekeringsmaatschappijen, zoals Hermes in Duitsland, en zo verder. En ze kwamen heel, heel snel terug gedreven door een onzalige alliantie tussen de machtige elites van de landen daar, en de leveranciers van het Noorden. Welnu, deze leveranciers waren onze grote bedrijven. Zij waren de actoren van deze globale markt, waarover ik sprak in het begin. Zij waren de Siemensen van deze wereld, afkomstig van Frankrijk, van het VK, van Japan, van Canada, van Duitsland, en ze werden systematisch gedreven door systematische corruptie op grote schaal. We spreken niet over 50.000 dollar hier, of 100.000 dollar daar, of een miljoen dollar daar. Neen, we spreken over 10 miljoen, 20 miljoen dollar, op de Zwitserse bankrekeningen, op de bankrekeningen in Liechtenstein, eigendom van de ministers van de president, de hoogste ambtenaren in de parastatale sectoren.
Dit was de realiteit die ik zag, en er was niet alleen maar één dergelijk project, ik zag, zou ik zeggen, gedurende de jaren die ik in Afrika werkte, ik zag honderden dergelijke projecten. En zo werd ik er van overtuigd dat deze systematische corruptie, die de economische regelgeving in deze landen doet ontaarden, en dit is de hoofdoorzaak van deze ellende, van deze armoede, van de conflicten, van het geweld, van de wanhoop in veel van deze landen. Het feit dat we op vandaag meer dan een miljard mensen hebben onder de absolute armoedegrens, dat we meer dan een miljard mensen hebben in de wereld zonder zuiver drinkwater, tweemaal dat aantal, meer dan twee miljard mensen zonder sanitair en zo verder, en de bijbehorende ziekten van moeders en kinderen, een kindersterfte daarenboven van meer dan 10 miljoen mensen per jaar, kinderen die sterven voor hun vijf jaar. De oorzaak hiervan is, voor een groot deel, ongebreidelde corruptie.
Wel nu, waarom liet de Wereldbank mij niet toe dit werk te doen? Dat ontdekte ik achteraf, nadat ik, na een zware strijd, de Wereldbank had verlaten. De oorzaak was dat de leden van de Wereldbank dachten dat omkoperij in het buitenland oké was, Duitsland incluis. In Duitsland was buitenlandse omkoperij toegelaten. Het was zelfs aftrekbaar van de belastingen. Geen wonder dat de meeste van de belangrijkste internationale spelers in Duitsland, maar ook in Frankrijk en het VK en Scandinavië, overal, systematisch omkochten. Niet allen, maar de meesten. En dit is het fenomeen dat ik falend bestuur noem, want toen ik dan naar Duitsland kwam en deze kleine NGO opstartte hier in Berlijn, in de Villa Borsig, vertelde men ons dat het niet kan dat je onze Duitse exporteurs doet ophouden om te kopen, omdat we onze contracten zullen verliezen. We zullen ze verliezen aan de Fransen, aan de Zweden, aan de Japanners, en daarom, er was inderdaad een prisoner's dilemma, dat het heel moeilijk maakte voor een individueel bedrijf, een individueel exporterend land om te zeggen: we gaan niet door met deze dodelijke, rampzalige gewoonte van grote bedrijven om om te kopen.
Dit is dus wat ik bedoel met een falende bestuursstructuur omdat, zelfs het relatief machtige bestuur dat we in Duitsland hebben, niet in staat was om te zeggen: we zullen niet toelaten dat onze bedrijven in het buitenland omkopen. Ze hadden hulp nodig, en de grote bedrijven hebben zelf dit dilemma. Velen onder hen wilden niet omkopen. Vele van de Duitse bedrijven, bijvoorbeeld, geloven dat ze werkelijk een hoog kwalitatief product leveren aan een goede prijs, ze zijn dus heel competitief. Ze zijn niet zo goed in omkoperij als vele van hun internationale mededingers zijn, maar het werd hen niet toegestaan om hun sterkte te laten zien omdat de wereld opgevreten was door ongebreidelde corruptie.
En daarom vertel ik je dit: de burgermaatschappij overtrof zichzelf in de uitdaging. We hadden een kleine NGO, Transparency International. Ze begonnen na te denken over een ontsnappingsroute uit dit prisoner's dilemma, en we ontwikkelden plannen voor gemeenschappelijke actie, in essentie, probeerden we verschillende mededingers samen rond de tafel te krijgen en hen allen uit te leggen hoe zeer het in hun belang zou zijn als ze op hetzelfde ogenblik zouden stoppen met omkoperij. En om een lang verhaal kort te maken, slaagden we er ten slotte in om Duitsland te doen tekenen samen met de andere OESO-landen en enkele andere exporteurs.
In 1997 was er een conventie onder auspiciën van de OESO, die iedereen verplichtte om hun wetgeving aan te passen en buitenlandse omkoperij strafbaar te maken. (applaus) Wel, dank u, ik bedoel, het is interessant dat we tijdens dit proces, samen moesten zitten met de bedrijven. We hadden hier in Berlijn op het Aspen-instituut aan de Wannsee sessies met ongeveer 20 bedrijfsleiders, en we discussieerden met hen over wat we moesten doen met internationale omkoperij. In de eerste sessie - we hadden drie sessies in de loop van twee jaar. En een president, von Weizsäcker tussen haakjes, zat een van de sessies, de eerste voor om de schrik weg te nemen van de ondernemers, die het niet gewoon waren om te gaan met niet-gouvernementele organisaties. En in de eerste sessie zeiden ze met zijn allen: dit is geen omkoperij, wat we doen. Dit is daar de gewoonte. Dit is wat die andere culturen vragen. Ze juichten het zelfs toe. In feite, [onduidelijk] zegt dit tot op vandaag nog steeds. En zo zijn er nog altijd veel mensen die er niet van overtuigd zijn dat we moeten ophouden met omkopen. Maar in de tweede sessie, gaven ze al toe dat ze dit nooit zouden doen, dat wat ze in die andere landen deden, hier in Duitsland of in het VK of zo. Kabinetmedewerkers wilden dit toegeven. En tijdens de laatste sessie, op het Aspen Instituut, kregen we ze allen zover een open brief te ondertekenen gericht aan de Kohl-regering, toentertijd, met de vraag om toe te treden tot de OESO-conventie.
En dit is, naar mijn mening, een voorbeeld van zachte macht, omdat we er in slaagden om hen te overtuigen om aan onze kant te staan. Wij hadden een perspectief op de langere termijn. Wij hadden een bredere, een geografisch veel uitgestrektere achterban die we probeerden te verdedigen. En dat is de reden waarom de wet werd aangepast. En dat is de reden waarom Siemens nu in de problemen zit. En dat is de reden waarom MIN in de problemen verkeert. In sommige andere landen is de OESO-conventie nog niet formeel van kracht. En opnieuw voelt het establishment de hete adem van de burgermaatschappij.
In Londen, bijvoorbeeld, waar de BAE wegraakte met een gigantische corruptiezaak die de Fraudedienst van Surrey probeerde te vervolgen, 100 miljoen Britse pond, jaarlijks, gedurende tien jaar, aan één bepaalde ambtenaar van één bepaald bevriend land, die dan voor 44 miljard pond aan militaire uitrusting kocht. Deze zaak, ze vervolgen ze niet in het VK. Waarom? Omdat ze dit beschouwen als tegengesteld aan het veiligheidsbelang van de Britse bevolking. De burgermaatschappij oefent druk uit, de burgermaatschappij probeert een oplossing te vinden voor dit probleem en ook in het VK en ook in Japan, dat niet formeel ondersteunt, en zo verder.
In Duitsland sturen we aan op de ratificatie van de VN-conventie, die een daarop volgende conventie is. Wij, Duitsland, onderschrijft ze niet. Waarom? Omdat het dan noodzakelijk zou zijn om de corruptie van volksvertegenwoordigers strafbaar te maken. In Duitsland hebben we een systeem waar het niet toegelaten is om een ambtenaar om te kopen, maar wel een volksvertegenwoordiger. Dit is, volgens de Duitse wet, toegestaan. En de parlementsleden willen dit niet wijzigen, en dit is de reden waarom ze de VN-conventie tegen buitenlandse omkoperij niet kunnen ondertekenen, een van de heel, heel weinige landen dat eerlijkheid en degelijk bestuur predikt overal in de wereld, maar dat niet in staat is hun conventie te ratificeren, die wij op de agenda kregen samen met ongeveer 160 landen overal ter wereld.
Ik zie dat mijn tijd weg tikt. Laat me enkel proberen om enkele besluiten te trekken uit wat is gebeurd. Ik ben er van overtuigd dat wat wij konden bereiken in de strijd tegen corruptie, dat dit ook bereikt kan worden op andere gebieden van falend bestuur. Op dit ogenblik staan de Verenigde Naties volledig aan onze kant. De Wereldbank is veranderd van Saulus in Paulus onder Wolfensohn, en ze werden, zou ik zeggen, het sterkste anti-corruptieagentschap in de wereld. Het merendeel van de grote bedrijven is er nu volledig van overtuigd dat ze heel sterke richtlijnen moeten opstellen tegen omkoperij en zo verder. En dit is mogelijk omdat de burgermaatschappij bedrijven verenigd heeft en de overheid verenigd heeft om het probleem te analyseren, om oplossingen te ontwikkelen, om hervormingen te implementeren en om dan later, de hervormingen op te volgen.
Uiteraard, als organisaties van de burgermaatschappij deze rol willen spelen, moeten ze groeien in deze verantwoordelijkheid. Niet alle organisaties van de burgermaatschappij zijn goed. De Ku Klux Klan is een NGO. Dus moeten we er ons van bewust zijn dat de burgermaatschappij zich zelf vorm moet geven. Ze moeten een veel doorzichtiger financieel bestuur hebben. Ze moeten een bestuur met veel meer participatie hebben bij veel civiele maatschappelijke organisaties. We hebben ook leiders met veel meer competentie nodig. Daarom hebben we de bestuurdersschool opgezet en het Center for Civil Society hier in Berlijn. Omdat we geloven dat de meeste van onze opleidings- en onderzoeksinstellingen in Duitsland en in continentaal Europa in het algemeen, nog niet genoeg de nadruk leggen op het delegeren van macht aan de burgermaatschappij en het trainen van leiderschap bij de burgers.
Maar wat ik kan beweren op basis van mijn heel praktische ervaring, is dat als de burgermaatschappij goed functioneert en ze de andere actoren samenbrengt, meer bepaald, overheden, overheden en hun internationale instellingen, maar ook grote internationale actoren, meer bepaald, zij die zich zelf verbonden hebben tot sociale verantwoordelijkheid van het bedrijf, dat dan, in deze magische driehoek tussen de burgermaatschappij, de overheid en de private sector, er een geweldige kans bestaat voor ieder van ons om een betere wereld te creëren.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Bepaalde van 's werelds meest ingewikkelde sociale problemen, zegt Peter Eigen, kunnen terug gebracht worden tot systematische en overal verspreide corruptie van de overheid, in nauwe samenwerking met wereldwijde bedrijven. Op TEDxBerlin beschrijft Eigen de aangrijpende tegenaanval geleid door zijn organisatie Transparency International.
As a director of the World Bank in Nairobi, Peter Eigen saw firsthand how devastating corruption can be. He's founder of Transparency International, an NGO that works to persuade international companies not to bribe. Full bio »
Translated into Dutch by els vanhoucke
Reviewed by Annemieke Vanlaer
Comments? Please email the translators above.
20:13 Posted: May 2007
Views 333,893 | Comments 108
17:50 Posted: Jul 2007
Views 282,984 | Comments 85
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.