Ik ben hier om het met jullie te hebben over de onzichtbare economische waarde van de natuur. Het slechte nieuws is dat de backoffice van moeder natuur nog niet werkt, dus die facturen worden niet verstuurd. Maar we moeten iets aan dit probleem doen. Ik begon mijn leven als een marktanalist. en bleef daarin geinteresseerd, maar recentelijk ben ik vooral aan het kijken naar de waarde van wat naar mensen komt vanuit de natuur, waarvan geen prijs wordt berekend door markten.
In 2007 startte het project TEEB, door een groep milieuministers van de G8+5 en hun inspiratie kwam van een streng rapport van Lord Stern. Zij stelden zichzelf de vraag: als economie zo'n overtuigend middel is voor vroegtijdige actie tegen klimaatverandering, waarom dan niet voor conservering? Kan eenzelfde methode niet ook voor de natuur werken? En het antwoord is: Ja, dat kan. Maar het is niet zo eenvoudig. Biodiversiteit, de levende materie van deze planeet, is geen gas. Het bestaat in vele lagen, ecosystemen, soorten en genen langs diverse schalen: internationaal, nationaal, lokaal, buurt. Voor de natuur doen wat Lord Stern en zijn team voor het klimaat hebben gedaan is niet eenvoudig.
Maar toch zijn we er aan begonnen. We begonnen het project met een voorlopig rapport, dat snel werd samengesteld met alle informatie die is verzameld over het onderwerp door heel veel onderzoekers. Onderdeel van deze resultaten was de ontstellende openbaring dat we in feite natuurlijk kapitaal verliezen -- de voordelen die vanuit de natuur tot ons komen. In een buitengewoon tempo. In feite 2 tot 4 biljoen dollar aan natuurlijk kapitaal. Dit werd bekend in 2008, het jaar waarin de bankencrisis aantoonde dat we financieel kapitaal hadden verloren in de orde van 2½ biljoen dollar. Een verlies van vergelijkbare grootte dus. Sindsdien zijn we verder gegaan met publicaties voor de internationale gemeenschap, voor overheden, locale overheden en bedrijven en voor mensen, voor jou en mij. Een hele stapel rapporten die afgelopen jaar aan de VN werd gepresenteerd, over de economische onzichtbaarheid van de natuur en mogelijkheden om dit op te lossen.
Waar gaat dit over? Een plaatje waar je bekend mee bent -- De regenwouden van Amazonas. Een enorme opslagplaats van koolstof, met een verbazingwekkende biodiversiteit, maar wat mensen eigenlijk niet weten is dat het ook een regenfabriek is. Want de noordoostelijke passaatwinden verzamelen, als zij over Amazonas komen, in feite de waterdamp. Ongeveer 20 miljard ton waterdamp per dag wordt door de noordoostelijke passaatwinden opgezogen, en slaat uiteindelijk neer in de vorm van regen over de La Plata Delta. Deze regencyclus, deze regenfabriek, voedt feitelijk een landbouweconomie ter waarde van zo'n 240 miljard dollar in Latijns Amerika. Maar het roept een vraag op: hoeveel betalen Uruguay, Paraguay, Argentinië en ook de staat Mato Grosso in Brazilië voor die essentiële bron voor hun economie aan de staat Amazonas, die deze regen produceert? En het antwoord is noppes, exact nul. Dat is de economische onzichtbaarheid van de natuur. Dat kan niet zo doorgaan, want economische prikkels en belemmeringen zijn erg krachtig. Economie is de valuta van beleid geworden. En als we deze onzichtbaarheid niet adresseren krijgen we de effecten die we nu zien, en dat is geleidelijke degradatie en verlies van deze waardevolle natuurlijke bron.
Het gaat niet alleen om Amazonas, of zelfs om regenwouden. Ongeacht het niveau waarop je het bekijkt, of het nu om het ecosysteem of soorten of genetica gaat, we zien telkens opnieuw hetzelfde probleem. Regencycli en waterregulering door regenwouden op ecosysteem-niveau. Op het niveau van soorten wordt geschat dat insect-gebaseerde bestuiving -- bijen die fruit bestuiven en zo -- een waarde van zo'n 190 miljard heeft. Dat is zo ongeveer acht procent van de totale opbrengst uit landbouw wereldwijd. Dit blijft volledig buiten beeld. Maar heb je ooit een factuur van een bij gehad? Verder, als je op genetisch niveau kijkt: 60 procent van onze medicijnen werden gevonden als moleculen in een regenwoud of een koraalrif. Opnieuw, het meeste hiervan is onbetaald.
En dat brengt me op een ander aspect hiervan: aan wie zouden we dit moeten betalen? Dat genetische materiaal is waarschijnlijk, als het al van iemand is, van een lokale gemeenschap van arme mensen die de kennis afstonden, die wetenschappers de moleculen deed vinden die vervolgens medicijnen werden. Zij zijn degenen die niet betaald werden. En als je op het niveau van soorten kijkt, dan zie je de situatie rondom vis. Vandaag de dag is de uitputting van de visbestanden in de oceanen zo significant dat het het vermogen aantast van de arme, ambachtelijke vissers en van hen die vissen voor hun eigen levensonderhoud, om hun gezinnen te voeden. Ongeveer een miljard mensen zijn afhankelijk van vis, van de hoeveelheid vis in de oceanen. Een miljard mensen zijn afhankelijk van vis als hun voornaamste bron van dierlijke eiwitten. En het tempo waarin we vis verliezen is een menselijk probleem van enorme dimensies, een gezondheidsprobleem zoals we nog nooit eerder hebben gezien. En tenslotte, op het niveau van het ecosysteem: zij het overstromingspreventie, droogtebescherming door bossen, de mogelijkheid voor arme boeren om bladafval te verzamelen voor hun rundvee en geiten, of de mogelijkheid voor hun vrouwen om brandhout te verzamelen in het bos, het zijn uiteindelijk de armen die het meest van deze diensten van het ecosystem afhankelijk zijn.
In onze studie deden we schattingen voor landen als Brazilië, India en Indonesië. Ecosysteem-voorzieningen, de voordelen die gratis van de natuur naar de mensheid vloeien, zijn niet veel als percentage van het BNP: 2, 4, 8, 10, 15 %. Maar gemeten naar hoeveel ze waard zijn voor de armen, zijn de antwoorden: 45 procent, 75 procent, 90 procent. Dat is het verschil. Dit zijn dus belangrijke voordelen voor de armen. Je kunt geen fatsoenlijk ontwikkelingsmodel maken als je op hetzelfde moment de verwoesting of achteruitgang toestaat van het belangrijkste bezit, noodzakelijk voor je ontwikkeling: dat is ecologische infrastructuur.
Hoe erg kan het worden? Welnu, hier zie je een plaatje van wat we de MSA noemen. Dat is een meting van het gemiddelde aantal tijgers, padden enz... de totale biomassa van aanwezige soorten. Het groene vertegenwoordigt het percentage. Als je in groen start, is het zo'n 80 tot 100 procent. Als het geel is, is het 40 tot 60 procent. De percentages t.o.v. de oorspronkelijke stand, het pre-industriële tijdperk, 1750.
Nu zal ik jullie laten zien hoe de normale gang van zaken dit beïnvloedt. Kijk naar de kleurenveranderingen in India, China, Europa, Sub-Sahara Afrika, terwijl we mondiaal biomassa consumeren in een tempo dat feitelijk niet vol te houden is. Bekijk het nog eens. De enige plekken die groen blijven zijn -- helaas -- plaatsen als de Gobi woestijn, de toendra en de Sahara. Maar dat helpt niet, omdat daar toch al niet veel soorten en biomassa-volume waren. Dit is de uitdaging. De reden dat is gebeurt komt mijns inziens neer op 1 basis-probleem en dat is ons onvermogen om het verschil waar te nemen tussen publieke voordelen en private winsten. We zijn constant geneigd om publieke rijkdom te negeren simpelweg omdat het zich in ons gemeenschappelijk domein bevindt, het is gemeenschappelijk goed.
Hier zie je een voorbeeld uit Thailand, waar we ontdekten dat, omdat de waarde van een mangrovebos niet zo hoog is -- ongeveer $600 over de meetperiode van negen jaar -- vergeleken met haar waarde als garnalenkwekerij, wat ongeveer $9.600 is, er een geleidelijke trend is om de mangrovebossen uit te putten en om te vormen naar garnalenkwekerijen. Echter, als je goed naar die winsten gaat kijken, dan blijkt dat bijna 8.000 van die dollars in feite subsidies zijn. Dus als je beide zijden van de medaille vergelijkt dan is het eigenlijk 1.200 en 600. Dat is niet zo moeilijk.
Echter, als je zou gaan meten hoeveel het eigenlijk zou kosten om het land van de garnalenkwekerij terug naar productief gebruik te brengen? Zodra zoutafzetting en chemische afzettingen hun werk hebben gedaan, is het eerder zo'n $12.000 aan kosten. En als je de voordelen van de mangroves als bescherming tegen stormen en cyclonen meeneemt, en als vis-kraamkamers, die vis voor de armen opleveren, dan is het antwoord zo'n $11.000. Kijk dus nu eens door die andere lens. Als je door de lens van de publieke rijkdom kijkt ten opzichte van de lens van private winsten, dan krijg je een volledig ander antwoord, en dat is dat conservering duidelijk zinvoller is, en niet vernietiging.
Geldt dit alleen voor Zuid-Thailand? Sorry, dit is een mondiaal verhaal. En zo zien diezelfde berekeningen eruit, over de afgelopen 10 jaar uitgevoerd door een groep genaamd TRUCOST. Zij hebben berekend voor de 3.000 grootste bedrijven wat de milieukosten zijn. M.a.w., wat zijn de kosten van de gewone gang van zaken? Niets illegaals, gewoon doorgaan zoals nu, klimaatveranderende uitstoot veroorzakend, met economische kosten. Het veroorzaakt verontreinigingen met economische kosten, gezondheidskosten, etc. Het gebruik van zoet water. Naar water boren om cola te maken vlakbij een dorpsboerderij is niet illegaal, maar wel kostbaar voor de gemeenschap.
Kunnen we dit stoppen en zo ja, hoe? Ik denk dat we als eerste het bestaan van natuurlijk kapitaal moeten erkennen. Eigenlijk is al het leven natuurlijk kapitaal, en we moeten dat erkennen en opnemen in onze systemen. Als we het bruto nationaal product meten als een graadmeter van de economische prestatie op nationaal niveau, dan vergeten we onze grootste bezit op landelijk niveau. Als we bedrijfsprestaties meten, dan nemen we niet de impact op de natuur mee en wat onze ondernemingen de gemeenschap kosten. Dat moet stoppen. Dat is wat mijn interesse echt wekte in deze fase. Ik startte lang geleden een project genaamd "Het groene boekhoudingsproject" Dat was vanaf 2000 toen India helemaal voor BNP-groei ging als de weg voorwaarts -- kijkend naar China met zijn enorme groei van 8, 9, 10% en zich afvragend: 'waarom doen we niet hetzelfde'? En een paar vrienden van mij en ikzelf besloten dat dit onzinnig is. Dit betekent meer kosten en meer verliezen voor de samenleving. Dus we besloten om massa's berekeningen te maken, en we produceerden groene boekhoudingen voor India en haar staten. Dat is hoe mijn interesse begon en naar het TEEB-project ging. Dit berekenen op nationaal niveau is 1 ding, en dat is nu begonnen. De Wereldbank heeft dit ook ingezien en zijn het project WAVES gestart -- 'Rijkdomberekening en waardering van ecosysteem-voorzieningen'.
Maar dit berekenen op het volgende niveau, het niveau van de zakelijke sector, is belangrijk. Dat hebben we gedaan met het TEEB project. We hebben dit voor een heel moeilijke casus gedaan, en dat was de ontbossing in China. Belangrijk, omdat in China in 1997 de Gele Rivier negen maanden lang droogstond, wat een enorm verlies van landbouwopbrengst veroorzaakte, en pijn en verlies voor de gemeenschap. Nog geen jaar later overstroomde de Yangtze, hetgeen zo'n 5.500 doden veroorzaakte. Er was dus duidelijk een probleem met ontbossing. Het stond grotendeels in verband met de bouwindustrie.
De Chinese overheid reageerde verstandig en vaardigde een verbod uit op kappen. 40 jaar terug kijken toont dat als we deze kosten hadden mee genomen -- de kosten van het verlies aan bovengrond, de kosten van het verlies aan waterwegen, verloren productiviteit, verliezen voor locale gemeenschappen als resultaat van deze factoren, woestijnvorming enzovoorts -- die kosten zijn bijna twee keer zoveel als de marktprijs van hout. Dus in feite zou de marktprijs van hout in Peking driemaal zoveel moeten zijn geweest als weergave van de echte pijn en kosten aan de samenleving van China. Natuurlijk is dit wijsheid achteraf.
De manier om dit te doen is op bedrijfsniveau, om leiderschap vooruit te helpen, om dat te doen voor zoveel mogelijk sectoren die kosten hebben, en om deze antwoorden boven water te krijgen. Iemand vroeg me ooit: "Wie is beter of slechter, is het Unilever of is het P&G als het gaat om hun impact op regenwouden in Indonesië?" En ik kon geen antwoord geven omdat geen van beide bedrijven, zo goed en professioneel als ze zijn, hun externe kosten niet berekenen.
Maar als we kijken naar bedrijven als PUMA -- Jochen Zeitz, hun directeur en voorzitter, heeft mij ooit uitgedaagd tijdens een bijeenkomst. Hij zei dat hij mijn project zou implementeren voor ik ermee klaar was. Ik denk dat we ongeveer tegelijk klaar waren, maar hij deed het wel. Hij heeft alle kosten van PUMA doorgewerkt. PUMA heeft een omzet van 2.7 miljard dollar, 300 miljoen dollar winst, 200 miljoen dollar na belasting, 94 miljoen dollar aan milieukosten. Dat is geen fijne situatie voor ze, maar ze hebben het vertrouwen en de moed om op te staan en te zeggen: "dit is wat we meten. We meten het omdat we weten dat je niet kunt managen wat je niet meet."
Dat is een voorbeeld waarnaar we moeten kijken en waaruit we troost kunnen putten. Als meer bedrijven dit deden, en als meer sectoren dit als sector zouden oppakken, konden analisten, bedrijfsanalisten, mensen als wijzelf en consumenten en ngo's daadwerkelijk het sociale gedrag van bedrijven bekijken en vergelijken. Vandaag kunnen we dat nog niet, maar de route is duidelijk. We kunnen dit. En ik ben verrukt dat het Instituut van registeraccountants in Groot Brittannië reeds een coalitie heeft opgezet om dit te doen, een internationale coalitie.
De andere favoriete oplossing is voor mij de oprichting van groene koolstof-markten. En trouwens, dit zijn mijn favorieten -- berekening van externe kosten, en groene koolstof-markten. TEEB heeft meer dan een dozijn aparte oplossingensgroepen inclusief evaluatie van beschermde gebieden en betalingen voor ecosysteem-voorzieningen en eco-certificering en noem maar op, maar dit zijn de favorieten. Wat is groene koolstof? Vandaag de dag hebben we in de basis een bruine koolstof markt. Het gaat om energie-uitstoot. De E.U.-emissiehandel is de belangrijkste marktplaats. Hij doet het niet zo goed. Te veel uitgiftes. Een soort inflatie. Geef te veel valuta uit, en je krijgt wat je ziet: dalende prijzen. Maar dat gaat allemaal over energie en industrie.
Maar we missen ook een ander soort emissies zoals zwarte koolstof: roet. We missen eveneens blauwe koolstof, wat trouwens de grootste opslagplaats van koolstof is -- meer dan 55 procent. Gelukkig is de flux, de stroom aan emissies van de oceaan naar de atmosfeer en andersom min of meer in balans. Wat wordt geabsorbeerd is ongeveer 25 procent van onze emissies, die dan leiden tot verzuring of lagere alkaliteit in de oceanen. Meer daarover straks.
Tenslotte is er de ontbossing, en is er de emissie van methaan door de veeteelt. Groene koolstof, de ontbossing en veeteelt-emissies, en blauwe koolstof beslaan samen 25 procent van onze emissies. We hebben de middelen reeds in ons bezit, middels een structuur, een mechanisme, genaamd Rood Plus -- een schema voor de gereduceerde emissies van ontbossing en bosdegradatie, Noorwegen heeft al een miljard dollar bijgedragen, aan zowel Indonesië als Brazilië om dit Rood Plus-schema te implementeren. We hebben dus wat vooruitgang. Maar we moeten nog veel meer doen.
Gaat economie het probleem oplossen? Ik ben bang van niet. Er is nog een gebied: de oceanen en koraalriffen. Zoals je kan zien, lopen ze over de gehele aardbol helemaal van Micronesië langs Indonesië, Maleisië, India, Madagascar en naar het westen van het Caribisch gebied. Deze rode stippen, deze rode gebieden, leveren het voedsel en levensonderhoud voor meer dan een half miljard mensen. Dat is dus bijna een achtste van de samenleving. En het verdrietige is dat, terwijl deze koraalriffen verloren gaan -- en wetenschappers vertellen ons dat ieder niveau van koolstofdioxide in de atmosfeer boven 350 deeltjes per miljoen te gevaarlijk is voor de overleving van deze riffen -- we niet alleen het uitsterven riskeren van alle warmwaterkoralen, en een kwart van alle vissoorten in de oceanen... We riskeren de levens en het levensonderhoud van meer dan 500 miljoen mensen die in de derde wereld in arme landen leven.
Door dus doelen van 450 deeltjes per miljoen te kiezen en door 2 graden te kiezen bij de klimaatonderhandelingen, hebben we een ethische keuze gemaakt. We hebben eigenlijk een soort ethische keuze gemaakt in onze gemeenschap om geen koraalriffen te hebben. Afsluitend wil ik jullie zeggen dat we dit wellicht gedaan hebben. Laten we daarover nadenken en wat het betekent, maar alsjeblieft, laten we dit niet vaker doen. Want moeder natuur heeft maar zoveel aan ecologische infrastructuur en natuurlijk kapitiaal. Ik denk niet dat we ons nog veel van dit soort ethische keuzes kunnen veroorloven.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Iedere dag gebruiken we materiaal van de aarde, gratis en voor niets, zonder daarover na te denken. Stel dat we moeten betalen voor hun echte waarde. Zouden we dan beter nadenken over wat we gebruiken en weggooien? Pavan Sukhdev kun je zien als bankier van de natuur -- hij beoordeelt de waarde van de activa van de Aarde. Verhelderende grafieken zullen je gedachten veranderen over de waarde van lucht, water, bomen ...
A banker by training, Pavan Sukhdev runs the numbers on greening up -- showing that green economies are an effective engine for creating jobs and creating wealth. Full bio »
Translated into Dutch by Fred van Zwieten
Reviewed by Axel Saffran
Comments? Please email the translators above.
20:05 Posted: Apr 2007
Views 733,329 | Comments 102
19:29 Posted: Aug 2010
Views 256,477 | Comments 163
17:14 Posted: Aug 2010
Views 231,450 | Comments 169
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.