Durven we optimistisch te zijn? De stelling van Het Onderste Miljard is dat een miljard mensen vastzitten in economieën die al 40 jaar stagneren, waardoor ze zich verwijderen van de rest van de mensheid. De echte vraag die je moet stellen is dus niet "Kunnen we optimistisch zijn?" maar "Hoe kunnen we geloofwaardige hoop bieden aan dat miljard mensen?" Dat is voor mij nu de fundamentele uitdaging inzake ontwikkeling.
Ik zal jullie een recept bieden, een combinatie van de twee krachten die de wereld ten goede hebben veranderd, namelijk de alliantie van mededogen en verlicht eigenbelang. Mededogen, omdat een miljard mensen leven in maatschappijen die geen geloofwaardige hoop hebben geboden. Dat is een menselijke tragedie. Verlicht eigenbelang, want als deze economische divergentie nog eens 40 jaar aanhoudt, gecombineerd met wereldwijde sociale integratie, dan zal dat een nachtmerrie zijn voor onze kinderen. We hebben mededogen nodig om uit de startblokken te geraken, en verlicht eigenbelang om het te menen. Dat is de alliantie die de wereld verandert.
Wat betekent het om het te menen met die hoop voor het onderste miljard? Wat kunnen we eigenlijk doen? Een goede gids is om te bedenken: "Wat hebben we gedaan, de vorige keer toen de rijke wereld het meende met de ontwikkeling van een andere regio in de wereld?" Het blijkt dat dat ons een goed aanknopingspunt geeft, maar je moet wel redelijk ver teruggaan in de tijd. De vorige keer dat de rijke wereld het meende met de ontwikkeling van een andere regio was in de late jaren '40. De rijke wereld waren jullie, Amerika, en de regio die ontwikkeling behoefde, was mijn wereld, Europa. Dit was het naoorlogse Europa.
Waarom meende Amerika het? Het ging niet alleen om mededogen jegens Europa, ook al was dat er. Het was dat jullie wisten dat jullie moesten, want in de late jaren '40 viel land na land in Centraal-Europa in de handen van het Sovjetblok. Jullie wisten dat jullie geen keuze hadden. Europa moest de economische ontwikkeling ingesleept worden.
Wat deden jullie dus, de laatste keer dat jullie het meenden? Jullie hadden een groot hulpprogramma. Zeer hartelijk dank. Dat was Marshallhulp. Dat moeten we opnieuw doen. Hulp is deel van de oplossing. Maar wat deden jullie nog meer? Jullie maakten komaf met jullie handelspolitiek en keerden die volledig om. Voor de oorlog was Amerika zeer protectionistisch geweest. Na de oorlog stelden jullie jullie markten open voor Europa. Jullie sleepten Europa naar de toenmalige wereldeconomie, namelijk jullie economie, en jullie institutionaliseerden de vrijmaking van de handel door de GATT (Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel) te stichten. Dus een totale omkering van de handelspolitiek.
Deden jullie nog iets? Ja: jullie zetten jullie veiligheidspolitiek op zijn kop. Voor de oorlog was jullie veiligheidspolitiek isolationistisch. Na de oorlog maakten jullie daar komaf mee en zetten jullie 100.000 manschappen in Europa in, meer dan 40 jaar lang. Dus een totale ommekeer in de veiligheidspolitiek. Nog iets? Ja: jullie gaven het Elfde Gebod op -- nationale soevereiniteit. Voor de oorlog was nationale soevereiniteit zo heilig voor jullie dat jullie niet eens lid wilden worden van de Volkenbond. Na de oorlog stichtten jullie de Verenigde Naties, en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Jullie stichtten het IMF en spoorden Europa aan om de Europese Gemeenschap op te zetten. Allemaal systemen voor wederzijdse overheidssteun. Dat is nog steeds de kern van effectief beleid: hulp, handel, veiligheid, overheden. Natuurlijk zullen de details van het beleid verschillen, omdat de uitdaging anders is. Het is niet de wederopbouw van Europa, het is de omkering van de divergentie voor het onderste miljard, zodat ze kunnen inhalen. Is dat gemakkelijker of moeilijker? We moeten het minstens even hard menen als toen.
Vandaag breng ik maar één van de vier te berde. Ik neem dat wat het zwakste lijkt, dat wat gewoon een open deur lijkt -- overheden, wederzijdse systemen van hulp voor overheden -- en ik zal jullie één idee tonen van hoe we iets kunnen doen om het bestuur te versterken. Ik zal jullie aantonen dat dat vandaag de dag enorm belangrijk is. De kans die we zullen bekijken is echt een basis voor optimisme over het onderste miljard. Het is de boom op de grondstoffenmarkten. De booms om de grondstoffenmarkten pompen ongeziene hoeveelheden geld naar vele, zij het niet alle, landen van het onderste miljard. Deels pompen ze er geld heen omdat de grondstoffenpijzen hoog zijn, maar er is meer. Er is ook een reeks nieuwe ontdekkingen. Uganda heeft pas olie ontdekt, op zo ongeveer de meest rampzalige plek op aarde. Ghana heeft olie ontdekt. Guinee heeft een enorme nieuwe winning van ijzererts uit de grond. Dus een massa nieuwe ontdekkingen. Deze nieuwe inkomstenstromen doen de hulp in het niet verzinken. Een voorbeeld maar. Angola alleen krijgt 50 miljard per jaar aan olieinkomsten. De totale hulpstroom naar de 60 landen van het onderste miljard was vorig jaar 34 miljoen. Dus de stroom van middelen vanuit de grondstoffenboom naar het onderste miljard is zonder voorgaande. Daar zit dus het optimisme.
De vraag is: hoe zal het bijdragen tot hun ontwikkeling? Het is een enorme kans voor transformationele ontwikkeling. Zal ze worden gegrepen? Hier volgt wat wetenschap, en die dateert van na 'The Bottom Billion', dus dit is nieuw. Ik heb onderzocht wat de relatie is tussen hogere grondstoffenprijzen voor export en de groei van landen die grondstoffen exporteren. Ik heb het globaal bekeken. Ik nam alle landen in de wereld, over de laatste 40 jaar, en ik onderzocht de relatie. Op korte termijn -- de eerste vijf tot zeven jaar, zeg maar -- is het gewoon geweldig. Geen vuiltje aan de lucht: alles gaat omhoog. Je krijgt meer geld omdat je handelsvoorwaarden verbeterd zijn, maar daardoor gaat de productie ook overal omhoog. Het bbp stijgt dus sterk -- fantastisch! Dat is de korte termijn. En de lange termijn? Kom 15 jaar later terug. Op korte termijn is er geen vuiltje aan de lucht, maar op lange termijn is het armoe troef. Je stijgt op korte termijn, maar de meeste maatschappijen eindigen historisch lager dan als er geen boom geweest was. Dat is geen voorspelling van de evolutie van de grondstoffenprijzen, het is een voorspelling van de langetermijngevolgen voor de groei door een prijsstijging.
Wat gaat er fout? Waarom bestaat de zogenaamde 'middelenvloek'? Nogmaals, ik heb het onderzocht, en het blijkt dat het cruciale punt het niveau van bestuur is, het initiële niveau van economisch bestuur bij de opbouw van de middelenboom. Als je bestuur goed genoeg is, dan is er eigenlijk geen middelenboom. Je stijgt op korte termijn, en dan stijg je nog verder op de lange termijn. Dat is Noorwegen, het rijkste land in Europa. Het is Australië. Het is Canada. De middenvloek beperkt zich volledig tot landen onder een bepaald niveau van bestuur. Ze stijgen nog steeds op korte termijn. Dat zien we vandaag over het hele onderste miljard. De beste groeicijfers die ze ooit hebben gekend. De vraag is of de korte termijn zal aanhouden. Historisch, over de laatste 40 jaar, was dat met slecht bestuur niet het geval. Het zijn landen als Nigeria, die slechter af zijn dan als ze geen olie hadden gehad.
Er is dus een drempelniveau. Daarboven stijg je op de lange termijn, daaronder ga je de dieperik in. Een maatstaf voor dat niveau: het is ongeveer het bestuursniveau van Portugal in het midden van de jaren '80. De vraag is dus: zit het onderste miljard boven of onder dat niveau? Er is één grote wijziging sinds de grondstoffenbooms van de jaren '70, namelijk de verspreiding van de democratie. Dus dacht ik: misschien is het net dat wat veranderd is in het bestuur van het onderste miljard. Misschien mogen we optimistischer zijn omwille van de verspreiding van de democratie. Dus heb ik gekeken. Democratie heeft inderdaad een significant effect -- en helaas is het een omgekeerd effect. Democratieën maken een nog grotere puinhoop van deze middelenbooms dan autocratieën.
Op dat punt wilde ik mijn onderzoek gewoon stopzetten, maar -- (Gelach) -- het blijkt dat democratie toch wat ingewikkelder ligt. Er zijn namelijk twee onderscheiden aspecten van democratie. Er is verkiezingscompetitie, die bepaalt hoe je aan de macht komt, en er is de rechtsstaat, die bepaalt hoe je macht gebruikt. Het blijkt dat het verkiezingscompetitie is dat schade berokkent aan de democratie, terwijl een sterke rechtsstaat de middelenbooms goed maakt. Wat de landen van het onderste miljard dus nodig hebben, is een heel sterke rechtsstaat. Die hebben ze niet. In de jaren '90 kregen ze instant-democratie: verkiezingen zonder rechtsstaat.
Hoe kunnen we het bestuur helpen verbeteren en de rechtsstaat introduceren? in alle maatschappijen van het onderste miljard zijn er intense gevechten aan de gang om net dat te bereiken. Het eenvoudige voorstel is dat we internationale normen zouden moeten hebben, die vrijwillig zijn, maar die de cruciale beslissingspunten oplijsten die moeten worden genomen om deze inkomsten uit grondstoffen binnen te rijven. We weten dat deze internationale normen werken omdat we er al een hebben. Die heet het Initiatief voor Transparantie in de Grondstoffenindustrie. Dat is de zeer simpele idee dat overheden moeten rapporteren aan hun burgers welke inkomsten ze hebben. Zodra het voorgesteld werd, namen hervormers in Nigeria het aan, ze promootten het en publiceerden de inkomsten in de krant. De oplagecijfers van de Nigeriaanse kranten gingen steil de hoogte in. Mensen wilden weten wat hun regering ontving aan inkomsten.
We weten dus dat het werkt. Wat zou de inhoud van deze internationale normen zijn? Ik kan ze niet allemaal overlopen, maar ik geef je een voorbeeld. De eerste is hoe je de grondstoffen uit de bodem haalt -- de economische processen, de grondstoffen uit de bodem halen en activa op de bodem neerzetten. De eerste stap daarin is de verkoop van grondstoffenwinningsrechten. Weet je hoe grondstoffenwinningsrechten vandaag worden verkocht, hoe ze de laatste 40 jaar zijn verkocht? Een bedrijf neemt het vliegtuig, sluit een deal met een minister, en dat is geweldig voor het bedrijf, en heel vaak ook voor de minister -- (Gelach) -- en het is niet geweldig voor het land. Er bestaat een heel eenvoudige institutionele technologie die dat kan transformeren, namelijk gecontroleerde veilingen. het publieke lichaam met de meeste expertise ter wereld is natuurlijk de schatkist -- dan bedoel ik de British Treasury. De British Treasury besliste om de rechten van mobilofoons van de derde generatie te verkopen door uit te zoeken hoeveel die rechten waard waren. Ze kwamen uit op een bedrag van twee miljard pond. Net op tijd kwam er een groep economen zeggen: "Waarom probeer je geen veiling? De waarde zal blijken." Ze werden voor 20 miljard geveild. Als de British Treasury er een factor tien naast kan zitten, ga dan maar na wat dat voor het Ministerie van Financiën in Sierra Leone zou zijn. (Gelach) Toen ik dit voorlegde aan de president van Sierra Leone, vroeg hij de Wereldbank de dag erna om hem een team te sturen met expertise over hoe je veilingen opzet.
Er zijn vijf dergelijke beslissingspunten. Voor elk ervan is een internationale norm nodig. Als we dat konden doen, zouden we de wereld veranderen. We zouden de hervormers in deze gemeenschappen helpen, die vechten voor verandering. Dat is onze bescheiden rol. We kunnen deze maatschappijen niet veranderen, maar we kunnen de mensen in deze maatschappijen helpen die vechten en meestal falen, omdat hun kaarten zo slecht liggen. En toch hebben we deze regels niet. Als je bedenkt dat de kost van de afkondiging van internationale regels verwaarloosbaar is -- niets. Waarom zijn ze er dan in godsnaam niet? Ik besefte dat de reden waarom ze er niet zijn, deze is: tot we een kritische massa geïnformeerde burgers hebben in onze eigen maatschappij, zullen politici er vanaf komen met gebaren. Als er geen geïnformeerde maatschappij is, doen politici, vooral in verband met Afrika, net dat: ze maken gebaren, dingen die er goed uitzien, mar die niet werken. Ik besefte dus dat we dus werk moesten maken van de opbouw van een geïnformeerde burgermaatschappij.
Daarom heb ik alle beroepsregels voor economen aan mijn laars gelapt en een economieboek geschreven dat je op het strand kan lezen. (Gelach) Ik moet nochtans bekennen dat het communicatieproces me van nature niet goed afgaat. Daarom sta ik op dit podium, maar het is alarmerend. Ik ben opgegroeid in een cultuur van zelfverloochening. Mijn vrouw toonde me een blogcommentaar op één van mijn laatste lezingen, waar stond: "Collier is niet charismatisch -- (Gelach) -- maar zijn argumenten snijden hout." (Gelach) (Applaus) Als je dat gevoel deelt, en als je het ermee eens bent dat we een kritische massa van geïnformeerde burgers nodig hebben, dan zal je beseffen dat ik jou nodig heb. Word alsjeblieft ambassadeur. Hartelijk dank. (Applaus)
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Over de hele wereld zitten vandaag één miljard mensen vast in arme of falende landen. Hoe kunnen we hen helpen? Econoom Paul Collier ontvouwt een gedurfd, meedogend plan om de kloof tussen arm en rijk te dichten.
Paul Collier’s book The Bottom Billion shows what is happening to the poorest people in the world, and offers ideas for opening up opportunities to all. Full bio »
Translated into Dutch by Els De Keyser
Reviewed by Matthias Valvekens
Comments? Please email the translators above.
18:23 Posted: Aug 2007
Views 326,309 | Comments 90
18:57 Posted: Jun 2007
Views 2,162,403 | Comments 221
20:13 Posted: May 2007
Views 327,711 | Comments 107
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.