Voor mij begint dit verhaal ongeveer 15 jaar geleden, toen ik een hospitaaldokter was aan de 'University of Chicago'. Ik zorgde voor stervende mensen en hun families in het zuiden van Chicago. Ik observeerde wat er gebeurde met deze mensen en hun families gedurende het verloop van hun terminale ziekte. In mijn lab bestudeerde ik het weduwnaareffect, een heel oud begrip in de sociale wetenschappen, dat 150 jaar terug gaat en bekend staat als 'sterven aan een gebroken hart'. Wanneer ik sterf, verdubbelt het risico dat mijn vrouw sterft in het eerste jaar. Ik begon te zorgen voor een bepaalde patiënte, een vrouw die leed aan dementie. In dit geval werd ze, in tegenstelling tot dit koppel, verzorgd door haar dochter. De dochter was uitgeput door het zorgen voor haar moeder. De echtgenoot van de dochter was ook ziek door de uitputting van zijn vrouw. Op een dag, toen ik naar huis reed, kreeg ik een telefoontje van een vriend van de echtgenoot. Hij belde me omdat hij gedeprimeerd was door wat er met zijn vriend gebeurde. Ik krijg dus een oproep van een willekeurige kerel die iets doormaakt, dat beïnvloed wordt door mensen op een zekere sociale afstand.
Zo besefte ik plots twee heel eenvoudige zaken: allereerst: het weduwenaarseffect bleef niet beperkt tot echtgenoten en echtgenotes. Ten tweede bleef het niet beperkt tot paren van mensen. Ik begon de wereld op een volledig nieuwe manier te zien, als paren van mensen die met elkaar verbonden zijn. Toen besefte ik dat deze individuen verbonden waren in viertallen met andere paren mensen dichtbij. Deze mensen maakten deel uit van van andere soorten relaties: echtelijke, huwelijks-, vriendschaps- en andere soorten banden. Die verbindingen waren zeer uitgebreid en wij maken allen deel uit van een hele set verbindingen met elkaar. Ik begon de wereld te zien op een totaal nieuwe manier. Ik geraakte ervan bezeten. Ik geraakte ervan bezeten hoe het kon dat we deel uitmaakten van deze sociale netwerken en hoe het onze levens beïnvloedde. Sociale netwerken zijn dus gecompliceerde juweeltjes en ze zijn zo uitgewerkt en zo complex en zo alomtegenwoordig eigenlijk, dat men zich moet afvragen waartoe ze dienen. Waarom maken we deel uit van sociale netwerken? Hoe worden ze gevormd? Hoe werken ze? Hoe beïnvloeden ze ons?
Mijn eerste onderwerp werd niet de dood, maar zwaarlijvigheid. Plots was het trendy geworden om te spreken over de zwaarlijvigheidsepidemie. Samen met mijn medewerker, James Fowler, begonnen we ons af te vragen of obesitas echt een epidemie was en of het zich van persoon tot persoon kon verspreiden zoals bij de vier mensen waarover ik het eerder had. Hier een slide van een aantal van onze eerste resultaten. Dit zijn 2200 mensen in het jaar 2000. Elke stip is een persoon. De grootte van de stip is in verhouding tot iemands lichaamsgewicht. Dikkere stippen staan dus voor dikkere mensen. Als, daarenboven, je lichaamsgewicht, als jouw BMI, jouw body mass index boven de 30 is, als je klinisch obees bent, kleurden we de stippen ook geel. Op dit beeld zal je kunnen zien dat er clusters zijn van obese en van niet-obese mensen. De visuele complexiteit is nog heel hoog. Het is niet direct duidelijk wat er aan de hand is. Er komen onmiddellijk vragen naar boven. Hoeveel clustervorming is er? Is er meer clustervorming dan door toeval alleen? Hoe groot zijn de clusters? Hoe ver reiken ze? Het voornaamste: wat is de oorzaak van de clusters?
Dus deden we enkele berekeningen om de grootte van deze clusters te bestuderen. Dit hier, op de Y-as, toont de stijging van de kans dat een persoon zwaarlijvig is, als een van zijn sociale contacten zwaarlijvig is. Op de X-as, de graad van afstand tussen twee mensen. Helemaal links zie je de purperen lijn. Ze betekent dat, als je vrienden zwaarlijvig zijn, jouw risico op zwaarlijvigheid 45 procent hoger is. De volgende staaf, de rode lijn, toont dat als de vrienden van je vrienden zwaarlijvig zijn, jouw risico op zwaarlijvigheid 25 procent hoger is. De daaropvolgende lijn toont dat als de vriend van een vriend van een vriend, een onbekende voor jou, zwaarlijvig is, jouw risico op zwaarlijvigheid 10 procent hoger is. Het is pas als je bij de vrienden van een vriend van een vriend van een vriend komt, dat er niet langer een verband is tussen het lichaamsgewicht van die persoon en dat van jou.
Wat zou de oorzaak kunnen zijn van die clustervorming? Er zijn ten minste drie mogelijkheden. Eén mogelijkheid is: ik word zwaarder en jij ook. Een soort inductie, een verspreiding van persoon tot persoon. Een andere mogelijkheid is, overduidelijk: liefde voor hetzelfde, of 'soort zoekt soort'. Hier vorm ik een band met jou omdat jij en ik hetzelfde lichaamsgewicht hebben. De laatste mogelijkheid is wat we kennen als storende variabele, omdat het ons vermogen verstoort om uit te maken wat er gebeurt. Hier is het idee niet dat mijn toename in gewicht jouw toename in gewicht veroorzaakt, noch dat ik bij voorkeur met jou een band aanga, omdat jij en ik even zwaar zijn, maar eerder dat wij een gemeenschappelijke blootstelling delen aan zoiets als een gezondheidsclub dat maakt dat we beiden tegelijkertijd gewicht verliezen.
Tijdens ons onderzoek vonden we bewijzen voor al deze zaken, inductie inbegrepen. We ontdekten dat als je vriend zwaarlijvig wordt, dit jouw risico op zwaarlijvigheid verhoogt met ongeveer 57% in dezelfde gegeven periode. Er zijn veel mechanismen voor dit resultaat. Eén mogelijkheid is dat je vrienden een gedrag overnemen, dat zich naar jou overzet, ze zeggen bijvoorbeeld: "Laten we muffins en bier halen", wat een verschrikkelijke combinatie is, maar jij neemt die combinatie over en dan begin je, net als zij, dikker te worden. Een andere, meer subtiele mogelijkheid: zij beginnen te verdikken en dit verandert jouw opvattingen over wat een aanvaardbaar lichaamsgewicht is. In dit geval verspreidt een norm zich van persoon tot persoon, niet een gedrag. Een opvatting verspreidt zich.
Schrijvers van krantenkoppen hadden een topdag aan ons onderzoek. ik denk dat de kop in de New York Times was: "Ben je bijgekomen? De schuld van je dikke vrienden." (Gelach) Interessant voor ons was: de Europese krantenkoppen hadden een andere insteek. Zij schreven: Komen je vrienden bij? Misschien jouw schuld. (Gelach) Wij vonden dit een heel interessante commentaar op Amerika, een soort eigenbelang, een van 'niet-mijn-verantwoordelijkheid'-verschijnsel.
Ik wil heel duidelijk stellen dat wij niet denken dat ons werk een vooroordeel tegen mensen met wat voor gewicht dan ook, kan of mag goedpraten. Onze volgende vraag was nu: zouden we deze verspreiding in kaart kunnen brengen? Gaf gewichtstoename bij de ene persoon aanleiding tot gewichtstoename bij iemand anders? Dit was ingewikkeld omdat we rekening moesten houden met het feit dat de netwerkstructuur, de architectuur van de verbindingen, met verloop van tijd wijzigde. Daarenboven, obesitas is geen epidemie met één enkel centrum, er is geen 'patiënt zero' van de obesitasepidemie -- als we die kerel vinden en de verspreiding van obesitas vertrok bij hem, dan is het een epidemie met meerdere centra. Heel wat mensen doen dingen tegelijkertijd. Straks laat ik jullie een video-animatie zien van 30 seconden. Ze kostte mij en James vijf jaar van ons leven om te maken. Iedere stip is een persoon. Elke verbinding tussen hen is een relatie. Nu gaan we dit in beweging zetten. We namen een dagelijkse doorsnede van het netwerk gedurende 30 jaar.
De grootte van de stippen zal toenemen. Je zal zien dat een zee van geel gaat overheersen. Je zal mensen zien geboren worden en sterven, stippen duiken op en verdwijnen. Verbindingen vormen en verbreken zich. Huwelijken en echtscheidingen, vriendschappen ontstaan en stoppen, heel wat complexiteit, er gebeurt heel wat net in die periode van 30 jaar die de epidemie van obesitas bevat. Op het einde zal je clusters beginnen zien van zwaarlijvige en niet-zwaarlijvige individuen in het netwerk. Op basis hiervan begon ik anders tegen de dingen aan te kijken want dit netwerk, dat met verloop van tijd verandert, heeft een geheugen, het beweegt, er stromen dingen binnenin, het heeft een zekere samenhang; mensen sterven, maar zelf sterft het niet: het blijft bestaan. Het heeft een zekere veerkracht wat maakt dat het over de tijd heen kan blijven bestaan.
Ik begon die tekenen van sociale netwerken te zien als levende wezens, als levende wezens die we onder een microscoop konden leggen om te bestuderen, te analyseren en te begrijpen. We gebruikten een ruim assortiment technieken om dit te doen. We begonnen andere verschijnsels te bestuderen. Zo keken we naar rook- en drinkgedrag stemgedrag en echtscheiding, die zich kan verspreiden en altruïsme. Tenslotte raakten we geïnteresseerd in gevoelens. Wanneer we emoties hebben, tonen we ze. Waarom tonen we onze gevoelens? Het zou een voordeel kunnen zijn om gevoelens zoals woede of geluk innerlijk te beleven, maar we beleven ze niet alleen, we tonen ze ook. Niet alleen laten we ze zien, anderen kunnen ze ook 'lezen'. Ze kunnen ze niet alleen lezen, ze nemen ze ook over. Er bestaat zoiets als emotionele besmetting die plaatsvindt bij menselijke bevolkingsgroepen. De functie van gevoelens suggereert dat, naast welke andere bedoeling ze ook hebben, dat ze een primitieve vorm van communicatie zijn. Als we echt menselijke emoties willen begrijpen, dan moeten we er op deze manier over nadenken.
We zijn gewend te denken over emoties in eenvoudige, zeg maar korte, tijdspannes. Zo was ik bijvoorbeeld onlangs een uiteenzetting aan het geven in New York City, en ik zei: "Als je in de metro zit en de persoon in het tegenoverliggende metrostel glimlacht naar je, glimlach je puur instinctief terug." Ze keken me aan en zeiden: "In New York City doen we dat niet." Ik zei: "Overal elders in de wereld wel, dat is normaal menselijk gedrag." Er is dus een heel instinctieve manier waarop we kortstondig emoties overbrengen naar elkaar. Emotionele besmetting kan eigenlijk nog ruimer zijn. We kunnen uitgesproken uitdrukkingen van woede hebben zoals bij rellen. De vraag die we wilden stellen was: kan emotie zich verspreiden op een standvastiger manier dan via rellen, door de tijd heen en grote aantallen mensen treffen, niet enkel een paar glimlachjes naar elkaar op de metro? Misschien bestaat er een soort rustige, onderhuidse rel die ons voortdurend bezielt. Misschien bestaan er emotionele stormlopen die golven door sociale netwerken jagen. Misschien hebben emoties eigenlijk een collectief bestaan, niet enkel een individueel bestaan.
Dit is een van de eerste beelden van onze studie van dit verschijnsel. Opnieuw een sociaal netwerk, maar nu kleuren we de mensen geel als ze gelukkig zijn en blauw als ze droevig zijn en groen voor ertussenin. Als je naar dit beeld kijkt, dan kan je dadelijk clusters zien van gelukkige en ongelukkige mensen, die zich opnieuw verspreiden in drie afstandsniveaus. Je zou je de bedenking kunnen maken dat de ongelukkige mensen een locatie binnen het netwerk bezetten met een verschillende structuur. Zo is er een midden en een rand aan dit netwerk. De ongelukkige mensen blijken gesitueerd te zijn aan de randen. Om een andere metafoor te gebruiken: als je sociale netwerken ziet als een soort uitgestrekt weefsel van menselijkheid -- ik ben verbonden met jou en jij met haar, en zo oneindig verder -- dit weefsel is eigenlijk als een ouderwetse Amerikaanse quilt, die uit lapjes bestaat, gelukkige en ongelukkige lapjes. Of je gelukkig wordt of niet hangt deels af van het feit of je op een gelukkig lapje zit.
Dit werk met emoties, die zo fundamenteel zijn, bracht ons op het idee dat de fundamentele oorzaken van sociale netwerken bij mensen misschien op een of andere manier in onze genen gecodeerd zijn. Telkens sociale netwerken bij mensen in kaart gebracht worden, zien ze er altijd zo uit: de tekening van het netwerk, maar ze zien er nooit zo uit. Waarom zien ze er niet zo uit? Waarom vormen we geen menselijke sociale netwerken die er als een regelmatig rooster uitzien? De opvallende patronen van menselijke sociale netwerken, hun alomtegenwoordigheid en hun duidelijke bedoeling roepen prangende vragen op: zijn we geëvolueerd om in de eerste plaats sociale netwerken te hebben, en: zijn we geëvolueerd om netwerken te vormen met een welbepaalde structuur.
Bemerk eerst... om dit te begrijpen moeten we de netwerkstructuur eerst een beetje ontleden. Bemerk dat iedere persoon in dit netwerk precies dezelfde structurele locatie heeft als iedere andere persoon. Maar dat is niet het geval bij echte netwerken. Hier is bijvoorbeeld een echt netwerk van studenten aan een elitaire universiteit in het noordoosten. Nu licht ik er enkele stippen uit en als je hier naar de stippen kijkt: vergelijk knooppunt B, bovenaan links, met knooppunt D helemaal rechts. B heeft vier vrienden. D heeft zes vrienden. Deze twee individuen hebben dus een verschillend aantal vrienden -- dat is heel duidelijk, dat kennen we allemaal. Maar bepaalde andere aspecten van een sociale netwerkstructuur zijn niet zo duidelijk.
Vergelijk knooppunt B, bovenaan links met knooppunt A, onderaan links. Deze mensen hebben nu beiden vier vrienden, Maar de vrienden van A kennen elkaar, de vrienden van B niet. De vriend van een vriend van A is op zijn beurt een vriend van A, terwijl een vriend van een vriend van B geen vriend is van B, maar verder weg staat in het netwerk. Dit staat bekend als transitiviteit in netwerken. Vergelijk tenslotte knooppunten C en D. C en D hebben beiden 6 vrienden. Als je hen zou vragen: hoe ziet je sociaal leven eruit? dan zouden ze zeggen: "Ik heb 6 vrienden, dat is mijn sociale ervaring." Maar nu we vanuit vogelperspectief naar dit netwerk kijken, kunnen we zien dat ze zich in heel verschillende sociale werelden bevinden, en ik kan het verduidelijken door je te vragen wie je het liefst zou zijn als zich een dodelijke kiem zou verspreiden door het netwerk? Zou je liever C zijn of D? Je zou liever D zijn, aan de rand van het netwerk. Wie zou je liever zijn als een sappige roddel, niet over jou, zich zou verspreiden door het netwerk? (Gelach) Nu zou je liever C zijn.
Verschillende structurele locaties hebben dus verschillende invloeden op jouw leven. Wanneer we inderdaad experimenten deden om dit te onderzoeken, stelden we vast dat 46 procent van de variatie in hoeveel vrienden je hebt, verklaard wordt door jouw genen. Dit is niet verrassend. We weten dat sommigen verlegen geboren zijn en dat anderen geboren groepsbeesten zijn. Dat is duidelijk. Maar we ontdekten ook sommige, niet voor de hand liggende zaken. Bijvoorbeeld, 47 procent in de variatie of je vrienden elkaar kennen, is toe te schrijven aan je genen. Of je vrienden elkaar kennen heeft niet enkel te maken met hun genen, maar ook met de jouwe. We denken dat de reden hiervoor is dat sommigen ervan houden hun vrienden aan elkaar voor te stellen en anderen stellen hun vrienden niet aan elkaar voor. Zo breien sommigen het netwerk rond hen samen en maken ze een dicht web verbindingen waarin ze comfortabel verankerd zijn. Tenslotte ontdekten we zelfs dat 30% van de variatie of mensen zich al dan niet in het midden of aan de rand van het netwerk bevinden, ook kan toegeschreven worden aan hun genen. Of je jezelf in het midden of aan de rand bevindt, is ook deels erfelijk.
Wat is nu de essentie hiervan? Wat begrijpen we hieruit? Hoe helpt dit ons bepaalde hedendaagse problemen oplossen? Mijn argument is dat netwerken waardevol zijn. Ze zijn een soort sociaal kapitaal. Er ontstaan nieuwe eigenschappen omdat we verandkerd zitten in sociale netwerken en deze eigenschappen maken deel uit van de structuur van de netwerken, niet enkel van de individuen erin. Denk eens aan deze twee gewone voorwerpen. Ze zijn beide gemaakt van koolstof en nochtans heeft een ervan koolstofatomen die op een bepaalde manier geordend zijn, aan de linkerkant, en dan krijg je grafiet, wat zacht en donker is. Maar als je dezelfde koolstofatomen neemt en ze op een andere manier met elkaar verbindt, dan krijg je een diamant, die helder en hard is. Deze eigenschappen van zachtheid en hardheid, donkerte en klaarte maken geen deel uit van de koolstofatomen. Ze maken deel uit van de verbindingen tussen de koolstofatomen, of ontstaan op zijn minst ten gevolge van de verbindingen tussen de koolstofatomen. Op dezelfde manier verleent het patroon van verbindingen tussen mensen verschillende eigenschappen aan de groepen mensen. Het zijn de banden tussen mensen die het geheel groter maken dan de som van de delen. Het is het niet enkel wat die mensen meemaken, gewicht verliezen of bijkomen, of ze rijk of arm worden, of ze gelukkig of ongelukkig worden, dat ons beïnvloedt. Het is ook de feitelijke architectuur van de banden rond ons.
Onze ervaring met de wereld hangt af van deze feitelijke structuur van de netwerken waar we deel van uitmaken en van al wat rimpelt en stroomt door het netwerk. De reden hiervoor, denk ik, is dat menselijke wezens zichzelf bijeenvoegen en een soort superorganisme vormen. Een superorganisme is een soort verzameling van individuen dat gedragingen en verschijnselen toont of uitdrukt die niet terug te brengen zijn tot de studie van de individuen en die begrepen moeten worden in verhouding tot en door het collectieve te bestuderen, zoals bijvoorbeeld een bijenkorf op zoek naar een nieuwe broedplaats, of een vlucht vogels die een roofvogel ontwijken, of een vlucht vogels die hun wijsheid samenbrengen om te navigeren en een piepklein eilandje te vinden te midden van de Stille Oceaan, of een roedel wolven die in staat is een grotere prooi te overmeesteren. Superorganismen hebben eigenschappen die niet begrepen kunnen worden enkel door de individuen te bestuderen. Ik denk dat het begrijpen van sociale netwerken en van hoe ze gevormd worden en handelen, ons kan helpen om niet enkel gezondheid en emoties te begrijpen, maar ook alle soorten andere verschijnselen zoals misdaad en oorlog en economische fenomenen als een bankrun [stormloop op de bank] en het ineenstuiken van markten en het overnemen van innovatie en de verspreiding van productaanvaarding.
Kijk hier even naar. Ik denk dat we sociale netwerken vormen omdat de voordelen van een verbonden leven opwegen tegen de kosten. Als ik altijd gewelddadig tegen jou zou zijn of je verkeerde informatie gaf, of je droef maakte, of je met dodelijke kiemen besmette, dan zou je de banden met mij verbreken en zou het netwerk uit elkaar vallen. De verspreiding van goede en waardevolle zaken is dus noodzakelijk om sociale netwerken in stand te houden en te voeden. Op dezelfde manier zijn sociale netwerken noodzakelijk voor de verspreiding van goede en waardevolle zaken als liefde en vriendelijkheid en geluk en altruïsme en ideeën. Ik denk eigenlijk dat, als we beseften hoe waardevol sociale netwerken zijn, we veel meer tijd zouden besteden aan het voeden en in stand houden ervan omdat ik denk dat sociale netwerken fundamenteel verbonden zijn met goedheid, en wat de wereld volgens mij nu nodig heeft, is meer verbindingen.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
We maken allen deel uit van grote sociale netwerken van vrienden, familie, collega's enz. Nicholas Christakis spoort op hoe een groot aantal trekken - van geluk tot zwaarlijvigheid - zich kan verspreiden van persoon tot persoon. Hij laat zien hoe jouw plek in het netwerk een impact kan hebben op je leven op een manier waarvan je je zelfs niet bewust bent.
Nicholas Christakis explores how the large-scale, face-to-face social networks in which we are embedded affect our lives, and what we can do to take advantage of this fact Full bio »
Translated into Dutch by els vanhoucke
Reviewed by Annemieke Vanlaer
Comments? Please email the translators above.
08:51 Posted: Nov 2009
Views 425,509 | Comments 120
17:29 Posted: May 2009
Views 1,144,952 | Comments 228
20:53 Posted: Aug 2008
Views 313,685 | Comments 69
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.