Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Sinds ik hier de laatste keer was, in '06, ontdekten we dat de wereldwijde klimaatverandering uitdraait op een redelijk serieus probleem. We hebben het er uitvoerig over gehad in Skeptic magazine. We onderzoeken allerlei wetenschappelijke en quasi-wetenschappelijke controverses. Maar we hoeven er ons geen zorgen over te maken omdat de wereld toch eindigt in 2012.
Nog een update: u herinnert zich misschien de Quadro Tracker. Het is een soort wichelroede. Een hol stuk plastic met een draaiende antenne. Ze wijst dingen aan. Bijvoorbeeld marihuana in studentenkastjes. Ze wijst iemand aan. Oh, sorry. (Gelach) Deze hier bijvoorbeeld, vindt altijd golfballen, vooral als je op een golfbaan onder genoeg struiken zoekt. Hoe gevaarlijk zijn nu zo'n domme dingen? Dit apparaat, de ADE 651, werd verkocht aan de Iraakse regering voor 40.000 dollar per stuk. Ook volledig waardeloos. Werkt door "elektrostatische magnetische ionaantrekkingskracht". Of: "Pseudowetenschappelijke onzin" zou een betere benaming te zijn - Alleen een hoop goed klinkende woorden. Maar het doet helemaal niets. In dit geval, bij checkpoints, waar mensen werden doorgelaten omdat dit apparaatje ze in orde vond, kostte dat mensenlevens. Er kleven gevaren aan pseudo-wetenschap, in het geloof in dit soort dingen.
Daarom wil ik vandaag wat praten over geloof. Ik wil geloven, en jullie ook. Mijn stelling is dat geloven natuurlijk is. Het is de standaardoptie. Wij geloven. Wij geloven in allerlei dingen. Geloof is natuurlijk. Ongeloof, scepticisme, wetenschap zijn onnatuurlijk en moeilijker. Niet geloven is ongemakkelijk. Zoals Fox Mulder in de "X-Files". Wie wil geloven in UFO's? Nou, wij allemaal. En de reden is dat wij een soort geloofsmachine in onze hersenen hebben. In wezen zijn we patroonzoekende primaten. We verbinden de punten: A is verbonden met B en B met C. En soms is A ook echt verbonden met B. Dat heet associatief leren.
We vinden patronen, leggen verbanden, of het nu gaat om Pavlov's hond die het geluid van de bel aan het voedsel linkt, en dan begint te kwijlen, of een Skinneriaanse rat, die een verband legt tussen zijn gedrag en een beloning ervoor, en daarom dat gedrag herhaalt. In feite is wat Skinner ontdekte dat, als je een duif in zo'n doos zet, en zij op een van deze twee toetsen moet drukken, dan probeert zij het patroon te achterhalen, als je haar dan beloont. Als je zomaar wat beloningen geeft zonder patroon, vinden ze er zelf wel een. Wat ze toevallig deden voor de beloning, blijven ze herhalen. Zoals twee keer tegen de klok in draaien, één keer met de klok mee en tweemaal pikken op de knop. Dat heet bijgeloof. Ik vrees dat we dat nooit kwijtraken.
Ik noem dat "patroniciteit", de neiging om zinvolle patronen te vinden zowel in zinvolle als in zinloze ruis. Daarbij maken we twee soorten fouten. Een Type I-fout, of vals positief, is geloven dat een patroon echt is als het dat niet is. Ons tweede type fout is een vals negatief. Een Type II-fout is niet geloven dat een patroon reëel is wanneer het dat wel is. Laten we eens een gedachte-experiment uitvoeren. Je bent een hominide die drie miljoen jaar geleden rondliep op de vlaktes van Afrika. Je naam is Lucy, oké? Je hoort geritsel in het gras. Een gevaarlijk roofdier? Of maar een briesje? Daar kan je leven van afhangen. Nou, als je aan een gevaarlijk roofdier dacht en het alleen de wind was, heb je een denkfoutje gemaakt, een Type I-fout, vals positief dus. Kon geen kwaad. Je hoefde alleen weg te rennen. Je bent nu voorzichtiger, alerter. Als je dacht dat het alleen maar de wind was, en het was een roofdier, dan ben je lunch. Je hebt dan een Darwinprijs gewonnen. Je werd verwijderd uit de genenpoel.
Patroniciteiten krijg je wanneer de kosten van het maken van een Type I-fout lager zijn dan die voor een Type II-fout. Dit is overigens de enige vergelijking in deze voordracht. We hebben een patroondetectieprobleem, omdat de beoordeling van het verschil tussen die soorten fouten zo problematisch is, vooral in zo'n split-second, leven-en-dood situaties. Dus de standaardpositie is "geloven dat alle patronen echt zijn." "Alle ritselingen in het gras zijn roofdieren en niet alleen de wind." En dus denk ik dat er een natuurlijke selectie was voor deze neiging van onze geloofsmachines, onze patroon-zoekende hersenprocessen, om altijd zinvolle patronen te vinden en ze te "beheppen" met dit soort gevaarlijke of opzettelijke agentia waar ik nog op terugkom.
Wat zie je hier bijvoorbeeld? Een paardenkop. Klopt. Het ziet eruit als een paard. Het moet een paard zijn. Dat is een patroon. En is het echt een paard? Of is het eerder een kikker? Onze patroondetectie-inrichting, die lijkt te zijn gelegen in de cortex cingularis anterior - het is ons kleine detectieapparaat daar - is echter gemakkelijk te misleiden. Dat is het probleem. Bijvoorbeeld, wat zie je hier? Een koe natuurlijk. Met wat hulp - dat heet cognitieve priming- zodra ik de hersenen voorbereid om het te zien, valt het op ook zonder het patroon dat ik heb aangebracht. En wat zie je hier? Sommigen zien een dalmatiër. Ja, dat is hij. En daar is de voorbereiding. Als ik terug ga zonder de voorbereiding, hebben je hersenen het model al vast en kun je het weer zien. Wat zie je hier? De planeet Saturnus. Ja, dat is goed. En hoe zit het hier? Roep maar wat je ziet. Prima publiek, Chris. Omdat er in deze niets zit. Blijkbaar is er niets.
Dit is een experiment gedaan door Jennifer Whitson op U.T. Austin, over bedrijfsomgevingen, of gevoelens van onzekerheid en controleverlies mensen illusoire patronen doen zien. Bijna iedereen ziet de planeet Saturnus. Maar onzekere mensen hebben meer kans om ook iets te zien in deze blijkbaar patroonloze figuren. De neiging om deze patronen te vinden stijgt wanneer er een gebrek aan controle is. Bijvoorbeeld, honkballers zijn notoir bijgelovig als ze aan slag zijn, maar niet zoveel als ze 'fielden'. Omdat fielders 90 tot 95 procent van de tijd succesvol zijn. De beste slagmensen falen 7 op 10 keer. Dus hun bijgeloof, hun patroniciteiten, komen door gebrek aan controle enzovoort.
Wat zie je in dit veld hier? Ziet iemand hier een object? Er is hier daadwerkelijk iets, maar het beeld is gedegradeerd. Terwijl jullie daarover nadenken, dit was een experiment van Susan Blackmore, een Engelse psychologe, die proefpersonen dit beeld liet zien en naar een correlatie zocht tussen hun scores op een ESP-test, d. w. z. hoeveel ze geloven in het paranormale, het bovennatuurlijke, engelen en enzovoort. Wie hoog scoorde op de ESP-schaal, had de neiging om niet alleen meer patronen in de gedegradeerde beelden te zien, maar ook onjuiste patronen. Hier is wat je proefpersonen laat zien. Deze vis is 20 procent, 50 procent gedegradeerd en dan degene die ik liet zien, 70 procent.
Een gelijkaardig experiment door een andere Zwitserse psycholoog, Peter Brugger, gaf aan dat beduidend meer betekenisvolle patronen werden waargenomen door de rechter hersenhelft, via het linker visuele veld, dan door de linker hersenhelft. Dus als je de proefpersonen de beelden zo toont dat ze terechtkomen op de rechter hersenhelft, dan hebben ze meer kans om patronen te zien dan wanneer ze op de linkerhelft terechtkomen. Onze rechter hersenhelft blijkt de plaats te zijn waar veel van deze patroniciteit optreedt. Wij zoeken naar de plaats in de hersenen waar dit allemaal gebeurt.
Brugger en zijn collega, Christine Mohr, gaven proefpersonen L-DOPA. L-DOPA is een medicijn dat gegeven wordt voor de ziekte van Parkinson, waarbij dopamine vermindert. L-DOPA verhoogt dopamine. En verhoging van dopamine doet proefpersonen meer patronen zien dan degenen die er geen kregen. Dus dopamine houdt verband met patroniciteit. Neuroleptica zijn medicijnen tegen psychotisch gedrag, dingen als paranoia, wanen en hallucinaties. Dit zijn allemaal patroniciteiten. Het zijn foute patronen, vals positieven, Type I-fouten. En als je ze dopamine-antagonisten toedient dan verdwijnen die fouten. Als je de hoeveelheid dopamine verlaagt, dan vermindert hun neiging om zo'n patronen te zien. Amfetamines zoals cocaïne zijn daarentegen dopamine-agonisten. Ze verhogen de hoeveelheid dopamine. Waardoor je euforisch kan worden, creatief zijn, meer patronen gaat vinden.
Robin Williams zei onlangs hoe hij zichzelf veel grappiger vond toen hij nog een cocaïneprobleem had, dan nu. Misschien is meer dopamine gerelateerd aan meer creativiteit. Dopamine verandert onze signaal-ruisverhouding. Onze accuratesse in het vinden van patronen. Te laag en je maakt te veel Type II-fouten. Je mist de echte patronen. Te sceptisch zijn is niet goed. Dan zal je vaak interessante ideeën missen. Precies goed en je bent creatief, maar zonder geloof in flauwekul. Te hoog en je ziet misschien overal patronen. Als iemand naar je kijkt, denk je dat mensen naar je staren of over je praten. In extreme gevallen is dat waanzin. Dat kan je misschien zeggen van twee Nobelprijswinnaars, Richard Feynman en John Nash. De ene ziet misschien gewoon het juiste aantal patronen om een Nobelprijs te winnen. De andere ook, maar misschien wat teveel. Dan noemen we dat schizofrenie.
Dus die signaal-ruisverhouding veroorzaakt een patroon-detectie probleem. En natuurlijk weten jullie allemaal precies wat dat is, niet? En welk patroon zie je hier? Een test van je cortex cingularis anterior, met conflicterende patroondetecties. Hier Via Uno schoenen. En hier sandalen. Mooie, sexy voeten, dat wel. Misschien een beetje gephotoshopt. Dubbelzinnige figuren met een veranderende inhoud. Waar je veel aan denkt beïnvloedt wat je ziet. En hier zie je natuurlijk een lamp. Omdat het licht hier aan is. Dank zij de milieubeweging hebben we oog voor de benarde situatie van de zeezoogdieren. Wat je in deze bijzonder ambigue figuur ziet zijn, uiteraard, de dolfijnen. U ziet hier een dolfijn. En hier nog een. En nog een dolfijn. Dat is een dolfijnstaart daar, jongens.
Dat is een dolfijnstaart daar, jongens.
Bij tegenstrijdige gegevens gaat je ACC in hyperdrive. Hier beneden lijkt het prima, maar hierdoor krijg je tegenstrijdige gegevens. En dan kantelen we het beeld om te zien dat het opgezet spel is. De illusie van het "Onmogelijke Krat". Het is gemakkelijk om de hersenen in 2D te misleiden. Je zal zeggen: "Komaan, Shermer, dat kan elke beginnende psycholoog." Hier is wijlen de grote Jerry Andrus zijn "Onmogelijke Krat"-illusie in 3D, waarin Jerry binnen het onmogelijke krat staat. En hij stuurde ons deze foto en ook de oplossing. Het camerastandpunt bepaalt alles. Daar staat de fotograaf. En deze lat lijkt te overlappen met deze, en deze met die ene, en ga zo maar door. maar zelfs wanneer ik het wegneem, is de illusie zo krachtig door de manier waarop hersenen bedraad zijn om die bepaalde soorten patronen te vinden.
Dit is een vrij nieuwe die ons in de war brengt door die tegenstrijdige patronen door vergelijking van deze hoek met die hoek. In feite zijn het exact dezelfde foto's naast elkaar. Dus wat je doet is die hoek vergelijken met die in plaats van met deze. En zo worden je hersenen bedrogen. Je patroondetectieapparatuur alweer voor de gek gehouden.
Gezichten zijn gemakkelijk te zien want we hebben extra geëvolueerde gezichtsherkenningssoftware in onze temporele kwabben. Hier zijn een paar gezichten op de zijkant van een rots. Misschien gephotoshopt. Maar goed, het punt is gemaakt. Nu, welke van deze ziet er vreemd uit voor jou? Welke ziet er op het eerste gezicht vreemd uit? Die ene aan de linkerkant. Oké. Dus ik draai ze om zodat het die aan de rechterkant zal zijn. En je bent juist. Een beroemde illusie. Voor het eerst gedaan met Margaret Thatcher. Nu, ze laten er telkens politici voor opdraven. Waarom gebeurt dit? We weten precies waar het gebeurt, in je temporaalkwab, een beetje boven jouw oor daar. In een kleine structuur, de spoelvormige winding. En er zijn twee soorten cellen die gelaatstrekken opslaan, ofwel algemeen, ofwel specifiek, deze grote, snelvurende cellen, die eerst eens kijken naar het algemene gezicht. Dus herken je onmiddellijk Obama. En dan merk je iets vreemds aan de ogen en de mond. Zeker als ze ondersteboven staan. Je gebruikt algemene gezichtsherkenningssoftware.
Daarstraks in ons gedachtenexperimentje was je een hominide, lopend over de vlaktes van Afrika. Is het de wind of een gevaarlijk roofdier? Wat is het verschil ertussen? Nou, de wind is levenloos; het gevaarlijke roofdier is een doelgericht agens. Dit noem ik "procesagenticeit". Dat is de neiging om patronen in te vullen met betekenis, intentie en actie, vaak met onzichtbare wezens van bovenaf. Dit is een idee dat we kregen van een collega-TED-er, Dan Dennett, Hij noemde het de intentionele houding.
Dat dient om een heleboel zaken uit te leggen: zielen, geesten, spoken, goden, demonen, engelen, vreemdelingen, intelligente ontwerpers, overheidssamenzweerders en allerlei onzichtbare agentia voorzien van kracht en intentie, waarvan wordt aangenomen dat ze door onze wereld spoken en onze levens controleren. Ik denk dat dat de basis is van het animisme, het polytheïsme en het monotheïsme. Het is de overtuiging dat vreemde agentia verder gevorderd zijn dan wij, moreler dan wij, en het komt er altijd op neer dat ze ons komen redden 'vanuit den hoge'. De intelligente ontwerper wordt altijd afgebeeld als een superintelligent, moreel wezen dat het leven hier heeft ontworpen. Het idee dat de overheid ons kan redden is niet langer de trend van de toekomst. Maar dat is, denk ik, een soort agenticiteit, om iemand daarboven te projecteren, iemand groot en machtig die ons zal komen redden.
En dit is ook, denk ik, de basis van complottheorieën. Dat er iemand in het verborgene aan de touwtjes trekt, of het nu de Illuminati of de Bilderbergers zijn. Maar ook dit is een patroondetectieprobleem, niet? Sommige patronen zijn echt en sommige niet. Werd JFK vermoord door een samenzwering of door een eenzame huurmoordenaar? Je vindt daar altijd wel iemand - die je toont waar de verschillende schutters zaten. Mijn favoriet was dat hij in het mangat zat. En in de laatste seconde te voorschijn sprong om te schieten. Lincoln werd wel vermoord door een samenzwering. Dus we kunnen niet zomaar al die mogelijke patronen over dezelfde kam scheren. Sommige patronen zijn wel echt. Sommige samenzweringen zijn echt waar. Kan misschien veel verklaren.
En 9/11 heeft zijn samenzweringstheorie. Het is een samenzwering. We kennen het verhaal. 19 leden van Al Qaida zwoeren samen om vliegtuigen in gebouwen te vliegen. Dat is een samenzwering. Maar dat is niet wat de "9/11-waarheidzoekers" denken. Ze denken dat het een inside job was van de Bush-administratie. Nou, dat is een heel andere lezing. Maar hoe weten we dat de 9/11-samenzwering niet georkestreerd was door de regering Bush? Ze slaagde!
We zijn geboren dualisten. Ons agenticiteitsproces maakt dat we kunnen genieten van films als deze. Omdat wij ons kunnen voorstellen dat we nooit zullen doodgaan. We weten dat als je de temporale kwab stimuleert, je buitenlichamelijke ervaringen kan oproepen, bijna-dood-ervaringen, die je kan krijgen door gewoon de temporale kwab te prikkelen. Of je kan dit ervaren door bewustzijnsverlies door te versnellen in een centrifuge. Je krijgt hypoxie, een te laag zuurstofgehalte. En de hersenen maken dan een buitenlichamelijke ervaring mee. Je kan ook, zoals ik, gebruik maken van de godshelm van Michael Persinger. Die bestookt je temporaalkwabben met elektromagnetische golven. En weer krijg je een buitenlichamelijke ervaring.
Ik ga hier eindigen met een korte videoclip die dit alles samenbrengt. Hij duurt slechts anderhalve minuut. Hij toont de verwachting en de kracht van het geloof. Zet hem maar aan.
Verteller: Dit is de locatie die ze uitkozen voor hun nepaudities voor een advertentie voor lippenbalsem.
Vrouw: We hopen dat we dit kunnen gebruiken als onderdeel van een nationale campagne, OK. En dit is een test op een aantal lippenbalsems. Deze modellen gaan ons daarbij helpen, Roger en Matt. We hebben onze eigen lippenbalsem, en we hebben een bekend merk. Zou je er een probleem mee hebben onze modellen te zoenen om ze te testen?
Vrouw: Echt niet? (Meisje: No) Vrouw: In orde dan?
Meisje: Dat zou fijn zijn. (Vrouw: Oké.)
Dit is een blinde test. Wil je deze blinddoek omdoen. Kay, zie je nog iets? (Meisje: No) Trek hem wat naar beneden. (Meisje: Oké.)
Vrouw: Je ziet nu niks meer, toch?
Wat ik nu ga testen is hoe hij je lippen beschermt, hoe hij aanvoelt, oké, of je de smaken onderscheiden.
Meisje: Oké. (Vrouw: Heb je ooit nog zo'n kustest gedaan?)
Vrouw: Kom even naar hier. Oké, tuit nu je lippen. Tuit ze en buig wat voorover.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Michael Shermer zegt dat de menselijke neiging om vreemde dingen te geloven -- van ontvoeringen door buitenaardse wezens tot wichelroedes -- haar oorsprong vindt in twee van de meest basale, ingeslepen overlevingsstrategieën van de hersenen. Hij verklaart hun aard en hoe ze ons in moeilijkheden kunnen brengen.
Michael Shermer debunks myths, superstitions and urban legends, and explains why we believe them. Along with publishing Skeptic Magazine, he's author of Why People Believe Weird Things and The Mind of the Market. Full bio »
Translated into Dutch by Rik Delaet
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
Belief is the natural state of things. It is the default option. We just believe. We believe all sorts of things. Belief is natural; disbelief, skepticism, science, is not natural.” (Michael Shermer)
13:25 Posted: Nov 2006
Views 1,496,089 | Comments 344
24:45 Posted: Jul 2006
Views 548,780 | Comments 643
18:42 Posted: Sep 2008
Views 1,192,957 | Comments 500
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.