Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Hartelijk dank. Het is een groot genoegen om hier te zijn. Ik denk dat mijn laatste TEDTalk dateert van ongeveer zeven jaar geleden. Ik had het over spaghettisaus. Deze video's hebben een zeer groot publiek. Sindsdien komen mensen op me af om me vragen te stellen over spaghettisaus, wat heerlijk is op korte termijn, (Gelach) maar het is bewezen dat dit verre van ideaal is over een termijn van zeven jaar. Dus vond ik het tijd om te proberen om de spaghettisaus achter me te laten.
Het thema van de sessie van vanochtend is 'Dingen die we maken'. Dus leek het me goed om een verhaal te vertellen over iemand die één van de kostbaarste objecten van zijn tijd heeft gemaakt. Die man heet Carl Norden. Carl Norden werd geboren in 1880. Het was een Zwitser. De Zwitsers kan je onderverdelen in twee algemene categorieën: zij die kleine, exquise, dure objecten maken, en zij die zorgen voor het geld van diegenen die kleine, exquise, dure objecten kopen. Carl Norden zit stevig in het eerste kamp. Hij is ingenieur. Hij gaat naar de Federal Polytech in Zürich. Eén van zijn klasgenoten is trouwens een jongeman met de naam Lenin, die later kleine, dure, exclusieve objecten zou stukmaken.
Carl is een ingenieur uit Zwitserland. Dat bedoel ik in de ruimst mogelijke zin. Hij draagt een driedelig pak. Hij heeft een piepklein, belangrijk snorretje. Hij is dominant, narcistisch en gedreven. Hij heeft een buitengewoon ego. Hij werkt 16 uur per dag. Hij heeft zeer sterke gevoelens over wisselstroom. Hij vindt een door de zon gebruinde huid een teken van morele zwakte. Hij drinkt sloten koffie. Zijn beste werk levert hij als hij urenlang in zijn moeders keuken in Zürich zit, in volstrekte stilte, met enkel maar een rekenlineaal.
Hoe dan ook, Carl Norden emigreert naar de Verenigde Staten vlak voor de Eerste Wereldoorlog, en hij installeert zich op Lafayette Street, in downtown Manhattan. Hij raakt geobsedeerd door de vraag hoe je bommen uit een vliegtuig dropt. Bedenk maar even: in het tijdperk vóór de gps en de radar was dat duidelijk een lastig probleem. Het is een ingewikkelde natuurkundige kwestie. Je hebt een vliegtuig, duizenden meter hoog in de lucht, dat honderden km/u vliegt, en je probeert een object te droppen, een bom, op een stilstaand doelwit te midden van allerlei winden en bewolking en andere belemmeringen. Allerlei soorten mensen hebben, sinds WO I en ook tussen de wereldoorlogen, dit probleem proberen op te lossen. Bijna iedereen schoot tekort. De beschikbare bommenrichters waren ongelooflijk primitief.
Maar Carl Norden is diegene die de code echt kraakt. Hij bedenkt een ongelooflijk ingewikkeld tuig. Het weegt ongeveer 25 kilo. Het heet de Norden Mark 15-bommenrichter. Het heeft allerlei hefbomen en kogellagers en gadgets en meters. Hij maakt een ingewikkeld ding. Hij laat mensen het volgende doen: hij doet de bombardier een precies object kiezen, het doelwit visueel waarnemen, omdat ze in de plexiglas kegel van de bommenwerper zitten, en dan de hoogte van het vliegtuig intikken, de snelheid van het vliegtuig, de windsnelheid, en de coördinaten van het doelwit. De bommenrichter zal hem vertellen wanneer hij de bom moet droppen. De beroemde uitspraak van Norden luidt: "Voor we die bommenrichter hadden, misten de bommen hun doel meestal op anderhalve kilometer na, of meer." Maar hij beweerde dat hij met de Norden Mark 15-bommenrichter een bom in een pekelvat kon droppen op 6.000 m.
Het is niet te beschrijven hoe ongelooflijk opgetogen het leger van de VS was over het nieuws van de Norden-bommenrichter. Het was als manna uit de hemel. Je had een leger dat net de Eerste Wereldoorlog achter de kiezen had, waarin miljoenen mannen elkaar bevochten in de loopgraven, zonder ergens te geraken, zonder vooruitgang. En dan komt iemand aandraven met een toestel waarmee ze de lucht in kunnen vliegen, hoog boven het vijandelijk gebied, om het doelwit van hun keuze te vernietigen met uiterste precisie.
Het leger van de VS besteedde 1,5 miljard dollar -- miljard dollar in dollars van 1940 -- aan de ontwikkeling van de Norden-bommenrichter. Om dat in perspectief te plaatsen: de totale kost van het Manhattan-project was drie miljard dollar. Aan de Norden-bommenrichter werd half zoveel geld besteed als aan het beroemdste militair-industriële project van de moderne tijd. In het Amerikaanse leger zaten mensen, strategen, die ervan overtuigd waren dat dit toestel het verschil zou maken tussen nederlaag en overwinning in de oorlog tegen de Nazi's en tegen de Japanners.
Voor Norden had dit toestel ook een ongelooflijk moreel belang, omdat Norden een overtuigd christen was. Hij wond zich altijd op als mensen de bommenrichter zijn uitvinding noemden, want in zijn ogen kon alleen God dingen uitvinden. Hij was enkel het instrument van de wil van God. En wat was de wil van God? Dat de hoeveelheid lijden in welke oorlog ook tot het absolute minimum zou worden beperkt.
En wat deed de Norden-bommenrichter? Die maakte dat mogelijk. Hij liet toe dat je enkel die dingen bombardeerde die je absoluut moest en wilde bombarderen. Dus in de aanloopjaren naar de Tweede Wereldoorlog kocht het VS-leger 90.000 Norden-bommenrichters, tegen een prijs van 14.000 dollar per stuk, en nogmaals, in dollar van 1940 is dat veel geld. Ze trainden 50.000 bombardiers in het gebruik ervan -- lange, uitgebreide, maandenlange trainingssessies -- want die dingen zijn eigenlijk analoge computers. Ze zijn niet gebruiksvriendelijk. Ze laten al die bombardiers een eed afleggen. Ze moeten zweren dat als ze ooit gevangengenomen worden, ze geen enkel detail van dit toestel aan de vijand zullen verklappen, omdat het zeer belangrijk is dat de vijand de hand niet kan leggen op dit absoluut cruciale stukje technologie.
Telkens als de Norden-bommenrichter aan boord van een vliegtuig wordt gebracht, is dat met een escorte van gewapende bewakers. Het wordt gedragen in een doos met een doek erover. De doos is vastgeklonken aan één van de gardes. Het toestel mag nooit worden gefotografeerd. Er zit een klein ontbrandingsmechanisme in, waardoor het, als het vliegtuig crasht, vernietigd zal worden. Op geen enkele manier kan de vijand er de hand op leggen. De Norden-bommenrichter is de Heilige Graal.
Dus wat gebeurt er tijdens de Tweede Wereldoorlog? Het blijkt niet de Heilige Graal te zijn. In praktijk kan de Norden-bommenrichter een bom in een pekelvat droppen op 6.000 m, maar dan onder perfecte omstandigheden. En uiteraard zijn in oorlogstijd de omstandigheden niet perfect. Om te beginnen is het echt gebruiksonvriendelijk -- echt lastig. Niet alle mensen in die groep van 50.000 bombardiers hebben het talent om een analoge computer goed te programmeren. Ten tweede: het laat het vaak afweten. Het zit vol met allerlei gyroscopen en katrollen en gadgets en kogellagers, die niet zo goed werken als zou moeten, in het heetst van de strijd.
Ten derde: toen Norden zijn berekeningen deed, ging hij ervan uit dat een vliegtuig zou vliegen met relatief lage snelheid en op lage hoogte. In een echte oorlog kan je dat niet doen. Je zou worden neergeschoten. Dus begonnen ze op grote hoogte en met zeer hoge snelheid te vliegen. De Norden-bommenrichter werkt niet zo goed onder die omstandigheden.
Maar bovenal vereiste de Norden-bommenrichter dat de bombardier visueel contact moest hebben met het doelwit. Maar wat gebeurt er natuurlijk in het echte leven? Er zijn wolken. Het heeft een wolkenloze hemel nodig om echt accuraat te zijn. Hoeveel wolkenloze hemels denk je dat er waren boven Centraal-Europa tussen 1940 en 1945? Niet zo veel.
Om je een idee te geven van hoe inaccuraat de Norden-bommenrichter was: in 1944 was er een beroemd geval waarbij de geallieerden een chemische fabriek in het Duitse Leuna bombardeerden. De chemische fabriek had een oppervlakte van 300 hectaren. In de loop van 22 bombardementen dropten de Geallieerden 85.000 bommen op deze chemische fabriek van 300 hectare, met behulp van de Norden-bommenrichter. Welk percentage van die bommen kwam volgens jullie terecht in de perimeter van 300 hectare van de fabriek? 10 procent. 10 procent. En van die 10 procent die er terechtkwamen, ging 16 procent niet eens af. Het waren prullen. Na één van de meest uitgebreide bombardementen in de krijgsgeschiedenis, draaide de chemische fabriek van Leuna binnen de paar weken alweer.
En wat met al die voorzorgen om de Norden-bommenrichter uit de handen van de Nazi's te houden? Het blijkt dat Carl Norden, als rechtgeaarde Zwitser, erg dol was op Duitse ingenieurs. In de jaren ’30 nam hij er een hele hoop in dienst, onder wie een man genaamd Hermann Long, die, in 1938, een volledige set plannen voor de Norden-bommenrichter aan de Nazi’s gaf. De hele oorlog lang hadden die dus hun eigen Norden-bommenrichter -- die overigens ook niet goed werkte.
Waarom praten we dan over de Norden-bommenrichter? Omdat we in een tijd leven met massa’s en massa’s Norden-bommenrichters. We leven in een tijd met allerlei superslimme mensen die beweren dat ze gadgets hebben uitgevonden die onze wereld voorgoed zullen veranderen. Ze hebben websites uitgevonden die mensen vrij zullen maken. Ze hebben iets uitgevonden, dit, of dat, of dit, dat onze wereld voor eeuwig beter zal maken.
In het leger vind je ook vele Carl Nordens. Als je naar het Pentagon gaat, zullen ze zeggen: “Weet je, nu kunnen we echt een bom in een pekelton droppen op 6.000 m.” Het is nog waar ook. Ze kunnen dat nu echt. Maar laat het duidelijk zijn hoe weinig dat voorstelt.
Bij het begin van de eerste Oorlog in Irak stuurde de luchtmacht van de VS twee eskadrons F-15E Fighter Egles naar de woestijn van Irak, uitgerust met camera’s van vijf miljoen dollar, waardoor ze het hele woestijnterrein konden zien. Hun missie was: vind en vernietig -- Ken je de Scud-raketwerpers nog? Die luchtdoelraketten die de Irakezen op de Israëli’s afvuurden? De missie van de twee eskadrons was om alle Scud-raketwerpers te vernietigen. Dus vlogen ze missie na missie, dag en nacht, en dropten ze duizenden bommen. Ze vuurden duizenden raketten af, in een poging om van deze specifieke gesel verlost te geraken.
Na het einde van de oorlog was er een audit -- dat is een vaste regel bij de luchtmacht -- en ze stelden de vraag: hoeveel Scuds hebben we eigenlijk vernietigd? Weet je wat het antwoord was? Nul, niet één. Hoe komt dat? Is het omdat hun wapens niet accuraat waren? Oh nee, die waren superaccuraat. Ze zouden dit kleine dingetje hier hebben kunnen vernietigen vanop 7.500 m. Het punt was dat ze niet wisten waar de Scud-raketwerpers waren. Het probleem met bommen en pekeltonnen is niet om de bom in de pekelton te krijgen, maar de pekelton weten te vinden. Dat is altijd al het moeilijker vraagstuk geweest als het op oorlogvoeren aankomt.
Of neem de oorlog in Afghanistan. Wat is hét wapen van de CIA-oorlog in Noord-West-Pakistan? De drone. Wat is een drone? De kleinzoon van de Norden Mark 15-bommenrichter. Het is een wapen met een allesvernietigende precisie. De jongste zes jaar heeft de CIA in Noord-West-Pakistan honderden drone-raketten afgevuurd. Het heeft die drones gebruikt om 2.000 verdachte Pakistanen en Taliban-militanten te doden. Hoe precies zijn die drones? Het is buitengewoon. We denken dat we nu 95 procent precisie halen bij drone-aanvallen. 95 procent van de mensen die we doden, moeten gedood worden. Dat is één van de beste resultaten in de geschiedenis van de moderne oorlogvoering.
Maar weet je wat het cruciale eraan is? In dezelfde periode waarin we die drones gebruikten, met vernietigende precisie, is het aantal zelfmoord- en terroristische aanslagen tegen Amerikaanse troepen in Afghanistan vertienvoudigd. Naarmate wij alsmaar efficiënter werden in hun uitschakeling, werden zij alsmaar bozer en alsmaar gemotiveerder om ons te doden. Ik heb jullie geen succesverhaal verteld. Ik heb jullie het omgekeerde van een succesverhaal verteld.
Dat is het probleem van onze verafgoding van de dingen die we maken. We denken dat de dingen die we maken, onze problemen oplossen, maar onze problemen zijn veel complexer dan dat. Het punt is niet de precisie van je bommen, het is hoe je je bommen gebruikt, en nog belangrijker, of je er wel goed aan doet om bommen te gebruiken.
Er is een postscriptum aan het Norden-verhaal van Carl Norden en zijn geweldige bommenrichter. Op 6 augustus 1945 vloog een B-29 bommenwerper, de Enola Gay, over Japan. Met een Norden-bommenrichter, dropte het een groot thermonucleair wapen op de stad Hiroshima. Typisch voor de Norden-bommenrichter: de bom miste haar doel op 250 m. Maar dat was uiteraard niet belangrijk. En dat is de opperste ironie in verband met de Norden-bommenrichter. De bommenrichter van 1,5 miljard dollar van de luchtmacht werd gebruikt om een bom van drie miljard te droppen die helemaal geen bommenrichter nodig had.
Intussen vertelde niemand in New York aan Carl Norden dat zijn bommenrichter was gebruikt in Hiroshima. Hij was een toegewijd christen. Hij dacht dat hij iets had ontworpen dat de tol van het lijden in de oorlog zou verlichten. Het zou zijn hart gebroken hebben.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Meesterverteller Malcolm Gladwell vertelt het verhaal van de Norden-bommenrichter, een baanbrekend stuk technologie uit de Tweede Wereldoorlog, met een volkomen onverwacht resultaat.
Detective of fads and emerging subcultures, chronicler of jobs-you-never-knew-existed, Malcolm Gladwell's work is toppling the popular understanding of bias, crime, food, marketing, race, consumers and intelligence. Full bio »
Translated into Dutch by Els De Keyser
Reviewed by Axel Saffran
Comments? Please email the translators above.
[Norden] said, with the Mark 15 Norden bombsight, he could drop a bomb into a pickle barrel at 20,000 feet.” (Malcolm Gladwell)
16:10 Posted: Sep 2011
Views 347,605 | Comments 74
19:32 Posted: Apr 2010
Views 252,050 | Comments 129
09:24 Posted: Oct 2011
Views 290,369 | Comments 80
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.