Naast bescherming tegen de regen en het bieden van functionele ruimte is architectuur een special-effects machine die de zintuigen verrukt en ontregelt.
Ons werk is multimediaal. Het kent vele vormen en formaten. Het is groot en klein. Een asbak, een waterglas. Van stedenbouw en masterplanning tot theater en allerlei andere dingen. Wat al het werk gemeen heeft is dat het de aannames over de conventies van ruimte uitdaagt. Dit zijn alledaagse conventies, conventies die zo voor de hand liggen dat we ze niet als zodanig herkennen. Ik heb een aantal voorbeelden verzameld die een productief nihilisme gemeen hebben dat gebruikt wordt om een bepaald special-effect te bereiken. Dat kan niets zijn, of bijna niets. Het wordt bereikt door weglating, blokkering of interferentie in een wereld waarin we normaal gesproken slaapwandelen.
Door deze afbeelding hebben we een prijsvraag gewonnen voor het Swiss Expo 2002 paviljoen op het meer van Neuchâtel bij Genève. We wilden het water niet alleen als context gebruiken maar als een van de belangrijkste bouwmaterialen. We wilden dat de atmosfeer architectuur werd. Dus geen muren, geen dak, geen doel, alleen een massa wateratomen, een grote wolk Dit voorstel was een reactie op de oververzadiging van nieuwe technologieën in recente nationale en wereldtentoonstellingen, die onze onverzadigbare honger gevoed heeft naar visuele stimulansen met een steeds grotere digitale virtuositeit. Wij zijn van mening dat high definition de nieuwe orthodoxe standaard is geworden. We vragen ons af of we hoogstaande technologie kunnen gebruiken om een expo paviljoen te maken dat juist "low definition" is, dat de conventies van ruimte en oppervlak uitdaagt en onze visuele afhankelijkheid aan de orde stelt?
We hebben geprobeerd het als volgt op te lossen. Uit het meer wordt water gepompt en gefilterd en als een fijne mist door een serie hogedruk spuitmondjes gespoten, 35.000 stuks. Op het bouwwerk staat een weerstation. Het meet de veranderende temperatuur en luchtvochtigheid, windrichting, windsnelheid, dauwpunt, en verwerkt deze gegevens in een centrale computer die de hoeveelheid waterdruk calibreert en de waterdistributie regelt. Het is een systeem dat is ontworpen om te reageren op de heersende weersomstandigheden. Dit is de tensegrity structuur in aanbouw. Het is bijna 100 meter lang, de afmetingen van een voetbalveld en het rust op slechts vier zeer slanke kolommen. Dit zijn de mist spuitmondjes, de interface, en eigenlijk leest het systeem het actuele weer, en produceert het semi-kunstmatig en echt weer. We zijn erg geïnteresseerd in het maken van weer. Ik weet ook niet waarom.
Dit is de buitenkant en binnenin de ruimte is zichtbaar wat de kwaliteit van de ruimte was. Anders dan wanneer je een gewone ruimte binnengaat, is het betreden van Blur als het betreden van een bewoonbaar medium. Het is vormloos, uitdrukkingsloos, zonder diepte, zonder schaal, zonder massa, zonder doel en zonder afmetingen. Alle oriëntatiepunten zijn verdwenen, wat blijft is optische leegte en een witte ruis van pulserende spuitmondjes. Dit is dus een expositie paviljoen waar helemaal niets te zien is en niets te doen is. En we zijn er trots op - het is een spectaculair anti-spektakel waarbij alle conventies over spektakel op het verkeerde been worden gezet. Het publiek is verspreid, en de gerichte aandacht en dramatische opbouw en climax verworden tot een soort vervaagde aandacht die wordt vastgehouden door de spanning van de mist. Het heeft veel gemeen met hoe mist werd gebruikt in Victoriaanse romans. De wereld wordt onscherp gemaakt terwijl onze visuele afhankelijkheid duidelijker wordt. Wanneer de bezoekers gedesoriënteerd zijn kunnen ze het "angel deck" beklimmen en dan onder de lippen door naar de waterbar Elke soort water ter wereld wordt hier geserveerd. We bedachten dat, nadat je in het water geweest bent, door het water bewogen hebt en water ingeademd hebt, je dit gebouw ook kan drinken.
Dus het is een soort thema, maar het gaat wel wat verder dan dat. We wilden duidelijk maken dat we volledig afhankelijk zijn van dit belangrijke zintuig, en misschien deze gevoeligheid met onze andere zintuigen kunnen delen. Toen we dit project startten was het nogal moeilijk te verkopen omdat de Zwitsers zeiden "waarom zouden we zoveel geld uitgeven, 10 miljoen dollar, om een effect na te maken dat we in de natuur in overvloed hebben en waar we de pest aan hebben?" We hebben geprobeerd om ze te overtuigen. Uiteindelijk hebben ze het opgenomen als een nationaal icoon dat de Zwiterse twijfel symboliseerde. Het was een machine met een betekenis waar iedereen zijn eigen betekenis aan kon ontlenen. Het was een tijdelijke installatie die uiteindelijk afgebroken is dus het is nu een herinnering aan een verschijnsel maar het leeft voort in eetbare vorm. Dit is de grootste eer die een architect in Zwitserland bewezen kan worden - een eigen chocoladereep te hebben..
We gaan verder. In de jaren 80 en 90 waren we vooral bekend vanwege ons onafhankelijke werk, zoals installaties, artiest, architect, werk in opdracht van musea en non-profit organisaties. We hebben veel mediawerk gedaan en veel experimentele theaterprojecten. In 2003 heeft het Whitney een terugblik op ons werk samengesteld waarin veel van ons werk uit de jaren 80 en 90 voor kwam. Maar het werk verzette zichzelf tegen het principe van een terugblik. Dit zijn een paar voorbeelden van werk uit de tentoonstelling. Dit was iets over toerisme in the Verenigde Staten. "Soft Sell" voor 42nd Street, dit was iets bij de Cartier Foundation. "Master/Slave" in het MOMA, een project met de titel "Parasite". En er waren heel veel van dit soort projecten.
Ze hebben ons een volledige verdieping gegeven maar het idee van een terugblik was iets waar we ons heel ongemakkelijk bij voelden. Het is een uitvinding van het museum dat verondersteld wordt om een soort omvattend begrip te geven van een verzameling werk. Ons werk past niet echt in een verzameling, op welke manier dan ook. Één van de terugkerende thema's trouwens, was een soort vijandigheid jegens het museum zelf. Één van de conventies van een museum: de muur, de witte muur. Wat je hier ziet is een plan voor verschillende installaties die daar stonden. We hebben witte muren moeten installeren om de stukken af te scheiden die niet bij elkaar hoorden. Maar die witte muren werden tegelijkertijd een soort doel en een wapen. We gebruikten de muur om de dertien installaties te isoleren een een akoestische en visuele scheiding te maken.
Hier zie je de rode stippellijn die het spoor van dit performance element laat zien, het nieuwe stuk dat we maakten. Het was een robotboor, die de tentoonstelling rond ging dwars door het museum, over de muren en veel schade aanrichtte. De boor was op deze robotarm gemonteerd. We hebben gewerkt met Honybee Robotics. Dit is het brein. Honeybee Robotics heeft de Mars Driller ontworpen, en het was erg leuk om met hen te werken. Ze werken normaal gesproken voor de overheid, maar niet terwijl ze ons hierbij hielpen. Hoe dan ook, het werkt doordat een intelligente navigator het oppervlak van de muren in kaart brengt. Uitgevouwen meet het ongeveer bijna 100 meter. Het genereert willekeurige punten in een driedimensionale matrix en selecteert een punt, leidt de boor naar dat punt en doorboort de muur, laat een gat van circa 1 cm achter en gaat naar de volgende locatie. In het begin waren deze gaten eenzame smetten, maar na verloop van tijd werden de wanden steeds verder geperforeerd.
Uiteindelijk ontstaan er gaten aan beide zijden op dezelfde plaats, waardoor van zaal naar zaal gekeken kan worden. Clusters van gaten openden willekeurige muur delen. Dit was een performance van drie maanden waarbij de muren tot een steeds instabieler element werden. De akoestische scheiding verdween. En de visuele scheiding. Op de achtergrond klonk een continu gegrom, dat erg vervelend was. Dit is een van de verduisterde ruimtes waar een video getoond werd die compleet onbruikbaar werd. In plaats van een neutrale achtergrond voor de tentoongestelde kunst, vraagt de wand nu actief om aandacht. De akoestische en visuele ergernis illustreerden het ongemak van het werk ten aanzien van de allesomvattende aard van een terugblik. Het was geweldig toen de museale context afbrokkelde.
Nu naar een project dat we ongeveer een jaar geleden afrondden. Het is in het ICA, het "Institute of Contemporary Art" in Boston, dat aan het water ligt. Er is niet echt tijd om het gebouw verder uit te leggen, ik volsta te zeggen dat het gebouw bemiddelt tussen de externe focus van de locatie - het is een hele mooie locatie aan het water in Boston - en de tegenstrijdige wens van de interne focus van het museum. De aard van het gebouw is dat het kijkt naar het kijken, dat is het primaire doel. Zowel het programma als de architectonische eigendunk. Het gebouw neemt bezit van de locatie, en het geeft het in hele kleine stukjes prijs door de choreografie van het museum. Als je binnenkomt wordt je samengeperst door het theater, door de buik van het theater, in deze sterk samengedrukte ruimte waar geen uitzicht is. Dan kom je boven, door de glazen lift bij het gordijn. De lift heeft het formaat van een studio appartement in New York City.
Dit is het beeld wanneer je omhoog gaat, en wanneer je het theater in gaat dat het uitzicht negeert of juist opent, als achtergrond. Veel muzikanten kiezen er voor om de glazen wanden volledig open te laten. Het uitzicht wordt je ontzegd in de galerijen waar alleen natuurlijk licht binnenvalt, en opent zich weer in de noordelijke galerij, met een panoramisch uitzicht. De oorspronkelijke bedoeling van deze ruimte, die helaas nooit gerealiseerd is, was om lensvormig glas te gebruiken dat alleen een soort loodrecht gezichtspunt bood. In deze nauwe ruimte die de oostelijke en westelijke galerijen verbindt was het niet de bedoeling om tot een climax te komen maar om achtervolgd te worden door het uitzicht, het uitzicht zou zich openbaren als je van de ene naar de andere kant liep. We hebben dit laten vallen omdat het uitzicht te goed was, en de burgemeester zei "Nee, we willen dit gewoon open." De architect had verloren.
Maar uiteindelijk, en dat is waar het past in het thema van dit praatje, is dit de Mediatheque die aan een uitkragend deel van het gebouw hangt. Dit is een overstek van 25 meter, een aanzienlijk formaat. Het steekt al voldoende de ruimte in, en daar aan hangt dan dit kleine blokje, de Mediatheque. De Mediatheque heeft ongeveer 16 computers waar bezoekers de server kunnen benaderen en digitale kunst en geselecteerde kunstwerken van het web kunnen bekijken. Dit was echt een belangrijk deel van dit gebouw, waar de architectuur, zonder technologie, alleen het kader bepaalt. Het bepaalt het uitzicht op de industriehaven door de wanden, de vloeren en het plafond, waarbij het alleen de textuur van het water laat zien zoals het hypnotiserende effect van elektronische sneeuw of een lava lamp. We vinden dat het een mooi samengaan is van de technologische en natuurlijke aspecten in het project. Maar er is geen enkele informatie, het is hypnose.
We gaan naar het Lincoln Center. Zij hebben 50 jaar geleden het oorspronkelijke project gedaan. Wij nemen het nu over, met werk dat varieert in schaal van kleine reparaties to grootschalige renovaties en facilitaire uitbreidingen. Maar we doen het met veel minder testosteron. Dit is het werk dat in 2010 opgeleverd moet worden. In het kader van deze presentatie wil ik een deel van het project, op zichzelf ook weer een deelproject, bespreken dat raakt aan het thema van architectonische special effects. Onze huidige obsessie. Het speelt een beetje met het weglaten en toevoegen van afleiding. De Alice Tully Hall is weggestopt onder het Juillard Building en bevindt zich verscheidene verdiepingen onder het straatniveau. Dit is zoals de entree van de Tully Hall vroeger was, voor de net gestarte renovatie. We vroegen ons af waarom het niet exhibitionistisch zou kunnen zijn, zoals het Met, of sommige andere gebouwen van het Lincoln Center? Een van de dingen die ons gevraagd is was om de straatzijde een identiteit te geven, de lobbies uit te breiden en het visueel toegankelijk te maken. We hebben dit van nature hermetische gebouw gestript. Het was een architectonische striptease, we gebruiken een luifel om een kader aan te brengen, aan de onderkant van drie expansie niveaus van het Julliard, ongeveer 4000 vierkante meter, richting de hoek van Broadway, waarbij de luifel gebruikt wordt om Tully Hall te ontsluieren. Voor en na. Wacht even, we hebben nog een lange weg te gaan.
Maar ik wilde in de paar seconden die me nog resten over de zaal zelf praten, waar we echt een enorme hoeveelheid werk verzetten. Dit is de multifunctionele zaal. De opdrachtgevers vroegen ons een mooie zaal voor kamermuziek te ontwerpen. Dat is moeilijk bij een zaal met 1100 zitplaatsen. Het begrip kamer heeft te maken met salons en kleinschalige optredens. Ze vroegen ons om intimiteit te ontwerpen. Hoe geef je een zaal intimiteit? Voor ons betekent intimiteit verschillende dingen. Akoestische intimiteit en visuele intimiteit.
Een probleem is dat de metro precies onder de zaal doordendert. De vorm van de zaal kon veranderd worden. Door de doodskist-vorm wordt al het geluid als bij de goot bij bowlen, rechtstreeks naar de zijbeuken geleidt. De wanden zijn van absorberend materiaal gemaakt, half absorberend, half reflecterend, wat niet echt goed is voor de geluidskwaliteit bij een concert.
Dit is de Avery Fisher zaal, maar de visuele rommeligheid hier wilden we absoluut vermijden. Omdat we geen enkele plaats konden elimineren, beperkt de architectuur zich tot 45 centimeter. Het is dus zeer dunne architectuur. Eerst maakten we een gedeeltelijke doos en afscheiding, om het geluid van het metro te elimineren. Vervolgens hebben de hele zaal ingepakt - bijna zoals dit Olivetti keyboard - met een houten afwerking die het totale oppervlak bedekt: wand, plafond, vloer, podium, trappen, alles, dozen. Het akoestisch ingenieurswerk was er op gericht om het geluid in de zaal te brengen en terug naar het podium. Dit is een akoestische plank. Een blik naar boven in de zaal. Een deel van het podium. Alles is geïntegreerd, alles wat je je voor kunt stellen is in de high performance huid verwerkt. Nog één toegevoegde functioniteit.
Nu de zaal ontdaan is van visuele afleiding en alles dat in de weg staat van de intimiteit die het gebouw en het publiek moeten verbinden met de performers, voegen we nog één klein detail toe, één stukje architectonische overdadigheid, een lichteffect. We zijn er van overtuigd dat de theatraliteit van een concertzaal zowel het moment van de pauze, als het moment van aankomst is, als wanneer het concert begint. Om dit effect bereiken, dit lichteffect, moesten we de houten wanden bio-engineeren. We hebben hiervoor hele dikke hars gebruikt met fineer dat overeenkomt met de houtsoort die in de zaal is gebruikt, waarmee op naadloze wijze de zaal in licht gewikkeld wordt, als een soort riem in plaats van een afscheiding, zoals een prosceniumboog het publiek van de artiesten scheidt, verbindt het licht het publiek met de spelers.
Dit is een schaalmodel dat in Salt Lake City staat en een idee geeft van hoe het er in werkelijkheid uit zal zien. Dit is iemand uit Salt Lake City, zo zien ze er daar uit. - Voor ons is het een bijzondere ervaring, de momenten waarop het rumoer in de zaal verstomt als het publiek wacht op het begin van de voorstelling. Net zoals bij het openen van de gordijnen of het optrekken van de kroonluchter, zullen de wanden opgloeien en tijdelijk de aandacht van het podium afleiden. Dit is het Tully in aanbouw.
Ik heb geen afronding, behalve dat ik iets over mijn tijd heen ben.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
In deze boeiende presentatie voor de EG presenteert architect Liz Diller bijzondere projecten van haar bureau DS+R, waaronder de Blur Building met muren van mist en de vernieuwde Alice Tully Hall, ingepakt in een oplichtende, houten huid.
Liz Diller and her maverick firm DS+R bring a groundbreaking approach to big and small projects in architecture, urban design and art -- playing with new materials, tampering with space and spectacle in ways that make you look twice. Full bio »
Translated into Dutch by Frank Bakker
Reviewed by Jeroen Bakker
Comments? Please email the translators above.
19:58 Posted: Jul 2006
Views 360,760 | Comments 41
20:40 Posted: Apr 2007
Views 246,508 | Comments 46
17:46 Posted: Feb 2008
Views 291,624 | Comments 25
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.