Ik ga het hebben over wat ik het 'maaswerk' noem. Dat is in essentie een fundamentele verandering in de verhouding tot spullen in ons leven. Het begint er op te lijken -- niet altijd en niet voor alles, maar op bepaalde momenten -- dat de toegang tot sommige spullen en diensten belangrijker wordt dan de eigendom ervan. Het is streven naar het makkelijk delen van betere dingen. Delen is een oude traditie. We delen transport. We delen wijn en eten en andere mooie ervaringen in coffeeshops in Amsterdam. We delen andere soorten van vermaak: sportarena's, openbare parken, concertzalen, bibliotheken, universiteiten. Dit zijn allemaal platforms voor delen, maar delen begint en eindigt uiteindelijk bij wat ik noem 'de moeder van alle deelplatforms'.
Als ik over het maaswerk nadenk, waardoor dat gedreven wordt, hoe het kan dat het nu gebeurt, denk ik dat er een aantal drijfveren zijn die ik als achtergrond wil geven. Een ervan is de recessie. De recessie heeft ervoor gezorgd dat we de verhouding tot spullen in ons leven zijn gaan heroverwegen. Dat we de waarde van spullen zijn gaan afstemmen op de werkelijke kosten. Ten tweede, de groei van de bevolking en de dichtheid in steden. Meer mensen, kleinere ruimtes, minder spullen. Klimaatverandering. We proberen de stress te verminderen in ons persoonlijk leven, in onze gemeenschap en op de planeet. Ook is er sinds korte tijd wantrouwen jegens wereldwijde, grote ondernemingen in een aantal verschillende bedrijfstakken. Dat heeft een opening gecreëerd. Onderzoek toont aan dat hier in de V.S., in Canada en in West-Europa de meeste mensen meer open staan voor lokale bedrijven of namen die misschien onbekend zijn. Terwijl we vroeger voor de grote namen gingen die we zeker konden vertrouwen. Ten slotte zijn we nu verbonden met meer mensen op de planeet dan ooit tevoren -- behalve als je naast iemand zit.
Wat ook het overwegen waard is: dat we veel hebben geïnvesteerd gedurende vele decennia. Tientallen miljarden dollars zijn geïnvesteerd in wat nu ons erfgoed is. Het is een fysieke infrastructuur waarmee we van A naar B kunnen en op die manier spullen kunnen verplaatsen. Ook het web en de mobiele telefonie stellen ons in staat verbonden te zijn en allerlei platformen en systemen te creëren. De investeringen in deze technologie en infrastructuur is ons werkelijke erfgoed. Hierdoor kunnen we deelnemen op nieuwe en interessante manieren.
Ik vind dat in het klassieke maaswerkbedrijf drie dingen worden samengebracht. De mogelijkheid om met elkaar verbonden te zijn -- we hebben bijna allemaal een mobiel apparaat met gps en toegang tot het web -- dit stelt ons in staat elkaar te vinden en dingen in de tijd en ruimte te vinden. Ten derde zijn fysieke dingen te zien op een plattegrond, dus restaurants en ontmoetingsplaatsen. Ook is er gps en andere technologie zoals RFID -- en dat zal nog verder gaan -- waarmee we dingen kunnen volgen die bewegen zoals een auto, taxi, vervoerssyteem, een doos die zich door tijd en ruimte beweegt. Op deze wijze wordt de toegang tot spullen en diensten in veel gevallen makkelijker en goedkoper dan ze in bezit te hebben.
Als voorbeeld gebruik ik Zipcar. Hoeveel mensen hier hebben ervaring met autodelen of fietsdelen? Fantastisch. OK, bedankt. Zipcar is in principe het grootste autodeelbedrijf ter wereld. Ze hebben autodelen niet uitgevonden. Autodelen is in Europa uitgevonden. Een van de oprichters was in Zwitserland, zag het autodelen ergens, en dacht: "Wow, wat een geweldig idee. Dat kunnen we misschien ook in Cambridge." Ze bracht het naar Cambridge [Massachusetts] en zo begonnen ze, twee vrouwen, de andere was Robin Chase. Zipcar deed een paar belangrijke dingen goed. Als eerste begrepen ze dit heel goed: een merk is een stem en een product is een souvenir. Ze waren dus heel slim in het verpakken van autodelen. Ze maakten het sexy. En verfrissend. Ze maakten het begeerlijk. Als je lid van de club bent, ben je een Zipster. De auto's die ze kozen, waren bepaald geen uitgeleefde ex-politiewagens of zoiets. Ze kozen sexy auto's. Ze richtten zich op universiteiten. Ze zorgden ervoor dat doelgroep en type auto goed matchten. Het was een erg prettige ervaring. De auto's waren schoon en betrouwbaar. Alles werkte.
Voor de ontwikkeling van het merk deden ze het goed. Ze begrepen dat ze in de kern geen autobedrijf waren. Ze begrepen dat ze een informatiebedrijf waren. Want als we een auto kopen, gaan we een keer naar de dealer, maken een praatje, en gaan weer weg, vaak zo snel mogelijk. Maar als je gebruik maakt van autodelen, wil je misschien een elektrische auto voor woon-werkverkeer, een kleine vrachtwagen als je aan het klussen bent, een sedan om je tante van het vliegveld te halen. En als je naar de bergen gaat om te skiën, heb je accessoires nodig op de auto voor dat soort spullen. Al die tijd zitten deze mensen allerlei data te verzamelen over ons gedrag en hoe we de dienst gebruiken. Het is daarom niet alleen een optie voor hen, ik vind dat Zipcar verplicht is, net als andere maaswerkbedrijven, ons versteld te doen staan en als een goede portier te zijn. Omdat we zo veel informatie geven, dat ze precies kunnen zien hoe we ons verplaatsen. Zo kunnen ze heel goed anticiperen op wat we hierna willen.
Welk percentage van de dag gebruikt de gemiddelde persoon een auto? Welk percentage van de tijd? Enig idee? Erg goede antwoorden. Ik dacht dat het iets van 20% was toen ik begon. Het getal in de V.S. en West-Europa is 8%. Dus zelfs als je denkt dat het 10% is, dan geldt nog voor 90% van de tijd, iets dat ons veel geld kost -- persoonlijk en voor het inrichten van de steden eromheen en allerlei dingen -- 90% van de tijd staat het stil. Dit is volgens mij de reden van een ander thema bij het maaswerk. Als we veel druk uitoefenen op dingen die we weg hebben gegooid, krijgen deze dingen veel waarde. Zipcar begon in 2000.
In het laatste jaar, 2010, zijn twee autobedrijven begonnen, een in de U.K. met de naam WhipCar, en de andere, RelayRides, in de V.S. Ze bieden beide autodelen onder gelijken aan. Want de twee dingen die goed werken bij autodelen zijn, een, de auto moet beschikbaar zijn, en twee, binnen een paar huizenblokken van waar jij je bevindt. De auto binnen een paar huizenblokken van je huis of kantoor is waarschijnlijk de auto van je buren, en die is waarschijnlijk ook beschikbaar. Dus daar is een bedrijf op gebaseerd. Zipcar begon een decennium eerder in 2000. Het deed er zes jaar over om een wagenpark van 1000 auto's te krijgen. WhipCar begon in april vorig jaar en deed er zes maanden over om een wagenpark van 1000 auto's te krijgen. Erg interessant dus. Mensen verdienen iets tussen de 200 en 700 dollar per maand met het uitlenen aan de buren van de auto als ze die niet zelf nodig hebben. Een soort vakantieverhuur van auto's. Nu ik toch hier ben, en ik hoop dat er wat mensen in het publiek zijn uit de auto-industrie, (Gelach) -- dat denk ik omdat ik vanuit de kant van de technologie afkostig ben --, er kwamen televisies, klaar voor de kabel, notebooks, klaar voor WiFi. Nu zou het erg goed zijn als jullie binnenkort auto's kunnen maken klaar voor het delen. Omdat het meer flexibiliteit creëert. Het geeft ons als eigenaren mogelijkheden. Ik denk dat we daar hoe dan ook naar toe gaan.
De kans en de uitdaging voor maaswerkbedrijven, bijvoorbeeld bedrijven als Zipcar of Netflix, die volwaardige maaswerkbedrijven zijn, of andere bedrijven, waaronder veel autobedrijven, autoproducenten, die beginnen met het aanbieden van hun eigen autodeeldiensten en tevens een tweede merk of meer als proef -- is het autodelen onweerstaanbaar te maken. We hebben ervaringen in ons leven waarbij delen onweerstaanbaar was. De vraag is, hoe kunnen we dat herhalen en op grotere schaal doen? We weten, omdat we in sociale netwerken zitten, dat het makkelijk is om verrukking te creëren op één kleine plek. Het is besmettelijk omdat we met elkaar verbonden zijn. Als ik een geweldige ervaring heb en ik twitter dat of vertel het aan vijf mensen naast me, dan gaat dat bericht snel. We weten dat het tegenovergestelde ook op gaat, vaak nog sterker.
Dit is Ludo Truck, in Los Angeles, die doen wat traiteurvrachtwagens doen, en ze hebben een behoorlijke aanhang. In het algemeen en misschien omdat ik een technische ondernemer ben, beschouw ik alles als een platform. Een platform is een uitnodiging. Het maken van Craigslist, iTunes, of het iPhone developer network, dat zijn allemaal netwerken, net als Facebook. Deze platforms nodigen allerlei ontwikkelaars uit en allerlei mensen met hun ideeën te komen en hun kans te grijpen om een toepassing te maken gericht op een specifiek publiek. Daar zijn echt veel verrassingen bij. Ik denk dat niemand in deze zaal had kunnen voorspellen dat er zo veel toepassingen in en om Facebook zouden komen toen bijvoorbeeld, twee jaar geleden Mark [Zuckerberg] aankondigde dat ze een platform gingen lanceren.
Op deze manier is een stad volgens mij ook een platform en Detroit is dat zeker. De uitnodiging aan makers, artiesten en ondernemers stimuleert deze onstuimige creativiteit echt en een stad gedijt daarbij. Het is een uitnodiging tot deelname. Een stad heeft historisch gezien allerlei soorten deelnames uitgenodigd. Nu zeggen we dat er ook andere opties zijn. Zo kunnen gemeentelijke diensten vervoersgegevens openstellen. Google heeft een API met vervoersgegevens beschikbaar gesteld. Er zijn nu al zo'n zeven, acht steden in de V.S. die vervoersgegevens beschikbaar hebben gesteld, en verschillende ontwikkelaars bouwen toepassingen. Ik dronk een kop koffie in Portland in een café en halverwege liet een klein schermpje daar ineens zien dat de volgende bus over drie minuten kwam en de trein over 16 minuten. Het zijn dus betrouwbare, echte data die zo voor mijn neus komt en ik kan de koffie opdrinken.
Er is een geweldige kans in de V.S. momenteel: circa 21 procent van de bedrijfsgebouwen staat leeg. Dat is geen dynamische ruimte. In deze gebieden is weinig levendigheid, weinig dynamiek. Hoeveel van jullie kennen het fenomeen pop-up winkels? Mooi. Ik ben daar een groot fan van. Dat is typisch maaswerk. Er zijn veel soorten restaurants in Oakland, dichtbij waar ik woon. Elke drie weken is er een pop-up winkel die goed werk doet. Ze organiseren een sociaal gebeuren voor fijnproevers. Erg leuk, en in een buurt waar veel aan het veranderen is. Daarop volgend, nu het ongeveer een jaar aan de gang is, zijn ze begonnen met huren, creëren en uitbreiden. Een half kunstzinnig gebied wordt nu veel cooler en trekt meer mensen aan. Dat is een voorbeeld. De Crafty Fox is een vrouw die bezig is met kunst. Ze organiseert pop-up kunstmarkten in Londen. Dit soort dingen gebeuren in verschillende milieus. Vanuit mijn gezichtspunt is een resultaat van pop-up winkels het creëren van vergankelijkheid en urgentie. Het resultaat is het favoriete woord van een ondernemer: uitverkocht. De kans om vertrouwen en aandacht echt te concentreren, is fantastisch.
Veel van wat we zien in het maaswerk en veel van wat er is in het platform dat we gebouwd hebben, stelt ons in staat te definiëren, verfijnen en aan te passen. Het stelt ons als ondernemer in staat dingen te testen, naar de markt te gaan, in gesprek te gaan met mensen, te luisteren, iets aan te passen en terug te gaan. Het is erg kosteneffectief, en typisch maaswerk. Het is mogelijk door de infrastructuur.
Ter afsluiting, we gaan richting het eind, wil ik ook aanmoedigen en ben ik ook bereid mijn mislukkingen te delen hoewel niet vanaf het podium. (Gelach) Ik wil graag zeggen dat het belangrijk is, als we naar verspilling kijken en naar manieren waarop we gul kunnen zijn en iets voor elkaar kunnen betekenen. We kunnen ook een betere economische situatie creëren en een beter milieu. Daarom moeten we onze mislukkingen delen. Een kort voorbeeld is Vélib, in 2007 in Parijs, met een heel moedige aanpak en een heel groot wittefietsenplan. Ze maakten veel fouten. Ze hadden een paar grote successen. Maar ze waren erg open, of moesten dat zijn, in de manier waarop ze bekend maakten wat werkte en wat niet werkte. Bij Bicing in Barcelona en B-cycle hier en Boris Bikes in Londen hoefde niemand de vergissingen en dure leerervaringen van versie 1.0 in Parijs te herhalen. Wanneer we verbonden zijn, is er gelegenheid de mislukkingen en successen te delen.
We staan aan het begin van iets. Wat we nu zien, en de manier waarop maaswerkbedrijven acteren, is uitnodigend en aantrekkelijk, maar nog erg pril. Ik heb een website, het is een gids die begon met ongeveer 1200 bedrijven en in de laatste twee en een halve maand is dat gegroeid naar ongeveer 3300 bedrijven. Het groeit elke dag weer in stabiel tempo. Maar het is nog maar een begin.
Dus ik heet jullie van harte welkom aan boord. Hartelijk dank.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Op TED@MotorCity spreekt Lisa Gansky, auteur van 'The Mesh', over een toekomst voor bedrijven waarin delen centraal staat, met behulp van slimme en technisch ondersteunde verhuur, of gewoon onder gelijken. Voorbeelden in diverse bedrijfstakken, van muziek tot auto's, laten zien hoe dicht we al bij deze toekomst van maaswerken zijn.
Lisa Gansky is the author of "The Mesh: Why the Future of Business Is Sharing," and the instigator behind the Mesh Directory (www.meshing.it). Full bio »
Translated into Dutch by Claudia Vlaar
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
17:52 Posted: Apr 2008
Views 433,725 | Comments 83
16:34 Posted: Dec 2010
Views 625,637 | Comments 271
13:39 Posted: Jan 2008
Views 280,922 | Comments 74
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.