Ik ben uitgepraat over eenvoud, dus wil ik mijn leven complexer maken, als een serieus toneel. Dus ik ga door wat dia's heen van jaren geleden, om jullie een idee te geven hoe ik hier aanbeland ben.
Het begon allemaal zo'n beetje met het hele idee van een computer. Wie heeft er een computer? Ja... Oké, iedereen heeft een computer. Zelfs een mobieltje is een computer. Herinnert zich iemand dit werkboek: "Instant-activiteiten voor je Apple" -- gratis poster in elk boek? Zo begon het met de computer. Vergeet niet: een computer verscheen zonder de software. Je kocht dat ding, nam hem mee naar huis, sloot hem aan, en hij deed absoluut niets. Je moest hem programmeren, en er waren geweldige programmeer-handleidingen als deze. Ik bedoel, dit was geweldig. Het was Herbie de Apple II. Het is zo'n mooie manier om -- ze zouden soortgelijke Javaboeken moeten maken. Geen problemen meer om een programma te leren. Dit was het grote tijdperk van de computer, dat rauwe, rauwe: "wat is dit?"-tijdperk. En, zie je, dit tijdperk viel samen met mijn eigen jeugd.
Ik groeide op in een tofu-fabriek in Seattle. Wie van jullie groeide op in een familiebedrijf? ...onderging de marteling? Ja... ja.. De marteling was goed. Was het niet goed? Levensveranderend. Dus, in mijn leven, weet je, ik zat in de tofu; het was het familiebedrijf. Mijn moeder was ook min of meer ontwerper. Zij maakte deze muur van tofu-gerechten. die de klanten erg verwarde, omdat ze dachten dat het een restaurant was. Slechte vorm van 'branding', of zoiets. Maar goed, daar groeide ik op, in deze kleine tofu-fabriek in Seattle. Dat ging ongeveer zo: een kleine kamer waar ik opgroeide. Op de foto ben ik groot.
Dat is mijn vader. Hij was een soort MacGyver. Hij bedacht manieren om dingen zwaar te maken. Hier heb je bijvoorbeeld betonblok-technologie. Hij gebruikte betonblokken om de tofu te persen. want tofu is een nogal vloeibaar soort spul. dus moest je zware dingen hebben om de vloeistof eruit te persen tot het hard werd. Tofu ontstaat in deze grote plakken, en mijn vader sneed ze met de hand. Familiebedrijf-verhaal: mijn vader was de meest oprechte man denkbaar. Hij liep op een regenachtige dag een Safeway binnen, gleed uit, brak zijn arm, haastte zich naar buiten: hij wilde Safeway niet tot last zijn. Dus, met zijn gebroken arm twee weken lang in de zaak, dat waren de weken dat mijn oudere broer en ik alles moesten doen. Dat was marteling, echte marteling. Want we hadden gezien hoe mijn vader dat grote blok tofu sneed, Mes erin, zip, zip, zip. We dachten, wow! Dus de eerste keer ging ik zo: whoa!.. Slechte blokken. Maar goed, de tofu was voor mij mijn oorsprong. Omdat het werk in een winkel zo zwaar was, hield ik van school; het was de hemel. En ik was echt goed op school.
Dus toen ik op MIT kwam, weet je, zoals de creatievelingen onder jullie weten, jullie ouders zeiden je om niets creatiefs te gaan doen, hè? Hier hetzelfde, ik was goed in kunst en wiskunde, en mijn vader zei: John is goed in wiskunde. Ik ging naar MIT, deed mijn wiskunde, maar ik kreeg een fantastische kans, want computers waren net visueel geworden. De Macintosh kwam net uit; ik had een Mac in de hand toen ik naar MIT ging. Het was een tijd dat iemand die twee kanten kon kruisen -- het was een goede tijd.
Ik herinner me dat mijn eerste grote stuk software op een directe kopie van de toenmalige Aldus Pagemaker was. Ik maakte een desktop publishing-systeem, dat zo'n beetje mijn eerste stap was in het uitzoeken hoe -- oh, deze twee kanten combineren is leuk. Het probleem als je jonger bent -- voor alle studenten die luisteren -- is: je hoofd slaat nogal snel op hol. Toen ik iconen maakte, was ik de 'iconen-meester'. Ik dacht: "Wauw, ik ben hier echt goed in", weet je. Maar toen, gelukkig, ging ik naar een plek genaamd de bibliotheek, en in de bibliotheek vond ik dit boek. Het boek heet: 'Gedachten over design', van Paul Rand. Het is een klein boekje. het gaat over Paul Rand, die een van de grootste grafisch ontwerpers was, en ook een goede schrijver. Toen ik het werk van deze man zag, realiseerde ik me hoe slecht mijn eigen design was, of hoe ik het destijds noemde. Opeens had ik een doel voor mijn carrière, een soort vurig streven.
Dus ik veranderde van koers. Ik maakte MIT af. Ik haalde mijn master, en ging toen naar de kunstacademie. Ik begon dingen te ontwerpen, zoals wikkels voor eetstokjes, servetten, menu's... alles, om hogerop te komen in de designwereld, zoiets. Is het geen vreemd moment wanneer je je designs uitgeeft? Herinner je je dat? Dat je designs uitgegeven werden? Weet je nog? Dat voelde goed, of niet? Dus ik werd uitgegeven, dus, wauw, mijn designs in een boek, weet je? Daarna verliep alles een beetje vreemd, en ik dacht over de computer, want de computer had me altijd wat dwars gezeten. Ik begreep het niet. En Paul Rand was een soort korstige designer, weet je, een korstige designer, zoals een goed Frans stokbrood? Hij schreef in een van zijn boeken: "Een student van Yale zei ooit: 'Ik kwam hier om design te leren, niet voor computerlessen' Design-scholen opgelet." Dat was in de late jaren 80, in de grote aanvaring van mensen vóór en tegen de computer. Een moeilijke tijd, eigenlijk. Voor mij was dit een belangrijke boodschap van Rand.
Dus ik begon met de computer te rommelen destijds. Dit is het eerste speelse ding dat ik maakte, serieus speelwerk. Ik bouwde een werkende versie van een Adobe Illustrator-achtig iets. Het ziet eruit als illustrator; het kan tekenen. Het was erg moeilijk om dit te maken. Het duurde een maand om dit deel te maken. Toen dacht ik, misschien moet er een functie bij, zodat ik kan zeggen: dit punt, jij kan vliegen als een vogel. Je bent vrij, min of meer. Dus ik kon de stabiliteit veranderen met een kleine regelaar, en ik kan het zien wiebelen. Dit is in 1993. Toen mijn leraren dit zagen, raakten ze erg ontstemd. Ze zeiden: "Waarom beweegt het?" "Laat het nu stoppen." Ik zei: "Dat is de hele opzet... het beweegt." Hij zegt: "Maar wanneer houdt het op?" Ik zei : "Nooit". Hij antwoordt: "Nog erger. Laat het nu ophouden." Ik begon het idee te onderzoeken, van: wat is een computer? Het is een vreemd medium. Niet als print. Niet als video. Het duurt eeuwig. Het is een erg vreemd medium. Dus ik ging door, en begon nog meer dingen te zoeken.
In Japan begon ik te experimenteren met mensen. Slechte zaak eigenlijk: menselijke proefpersonen. Ik liet studenten bijvoorbeeld pennen worden: een blauwe pen, groene pen, zwarte pen. Iemand gaat zitten en maakt een tekening. Ze lachen want hij zei: teken vanuit het midden-rechts naar het midden, en dat deed hij niet. Zie je, mensen kunnen geen orders opvolgen; de computer is er zo goed in. Deze jongen ontdekte hoe hij de computer met twee pennen tegelijk kon laten tekenen: weet je, jij, pen, doe dit, en jij, pen, doe dit. Hij begon dus met meerdere pennen op het vel -- nogmaals, moeilijk te doen met je handen. Toen had iemand een 'aha-moment' door coördinatiesystemen te gebruiken. We dachten, ah, nu gaat het gebeuren. Uiteindelijk tekende hij een huis. Ontzettend saai. Het werd computerig; we gingen computerig denken -- het X, Y-systeem -- dus dat was een soort openbaring.
Hierna wilde ik een computer bouwen uit mensen, een mens-aangedreven computer. Dit was in 1993. Geluid lager alsjeblieft. Het is een computer waarbij mensen de delen zijn. Ik heb achter deze muur een schijfstation, een processor, een grafische kaart, een geheugensysteem. Ze pakken een gigantische floppy van karton. Die gaat in de computer. Dat kleine programma staat op die kartonnen schijf. Zij draagt de schijf, en leest de data van de sectoren van de schijf, en de computer start, hij boot echt Het is min of meer een werkende computer. Toen ik hem bouwde had ik een 'openbaringsmoment' toen ik me realiseerde hoe snel de computer is. Deze computer lijkt snel -- ze werkt behoorlijk hard, en mensen rennen rond, en we denken, wauw, dit gaat snel. En deze computer doet slechts één ding, namelijk als je je muis beweegt, verandert die op het scherm. Als je op de computer je muis beweegt, beweegt het pijltje. Op deze computer duurt het een half uur voordat de cursor beweegt. Om je een idee te geven van de snelheid, de schaal: de computer is zo ontzettend snel.
Hierna deed ik experimenten voor verschillende bedrijven. Dit deed ik voor Sony in 1996. Het waren drie Sony-achtige apparaten die reageren op geluid. Dus als je in de microfoon praat, hoor je muziek in je koptelefoon; als je in de telefoon praat, werkt de video. Dus ik experimenteerde met bedrijven op verschillende manieren met deze mix van vaardigheden. Ik maakte deze advertentie. Ik geloof niet in dit soort alcohol, maar soms drink ik. En Chanel. Verschillende projecten.
Iets wat ik me realiseerde was: ik maak graag dingen. We maken graag dingen. Dat is leuk. Dus ik had nooit mensen in dienst. Ik heb geen personeel; allemaal handwerk -- van deze defecte handen. Die handen waren beïnvloed door deze man: Dhr. Inami Naomi. Deze man was mijn mentor. Hij was de eerste digitale media-producent in Tokyo. Hij ontdekte me zo'n beetje, en zette me op het spoor van digitale media. Hij was zo'n inspirerende man. Ik herinner me dat we in zijn studio waren, om 2 uur 's ochtends, en dan kwam hij terug van een klant. Hij kwam binnen en zei: "Als ik er ben, is alles oké." Dan voelde je je zoveel beter, weet je. En ik vergeet nooit hoe... hij had opeens -- hij had een aneurysma. Hij ging in coma. Drie jaar lang lag hij eruit; hij kon enkel knipperen, en toen realiseerde ik me, wauw -- hoe fragiel is dit ding dat we dragen, dit lichaam en deze geest, en ik dacht: hoe maak je er het meeste van? Hoe maak je het meeste van de tijd die je nog hebt? Naomi was hierin een keerpunt.
Ik begon zorgvuldiger na te denken over de computer. Dit was een moment dat ik dacht -- je hebt een computerprogramma. Het reageert op beweging -- X en Y -- en ik realiseerde me dat elk computerprogramma al deze beelden in zich heeft. Dus, hier kan je zien, dat programma in de hoek, als je het uitspreidt is het al die dingen ineens. Het is echte gelijktijdigheid. Niets wat we gewend zijn. We zijn gewend aan 1 vector. Dit is allemaal tegelijkertijd. De computer leeft in zoveel dimensies. Tegelijkertijd was ik gefrustreerd, want ik ging overal naar kunst- en designscholen en daar hadden ze dan "het computerlab", weet je, dit is late jaren 90, in Basel, op een fantastische school voor grafisch ontwerp. En daar heb je dit smerige, bouwvallige, donkere computerlokaal. Ik vroeg me af: is dit het doel? Is dit wat we willen, weet je?
Ook raakte ik gefascineerd door machines -- zoals kopieermachines -- dit is feitelijk in Basel. Ik merkte op hoeveel tijd we spenderen aan het interactief maken -- dit is een aanraakscherm -- dat je slechts op vijf plekken kan aanraken, dus: "waarom verkwisten we zoveel interactiviteit overal?" werd een vraag. En ook, het geluid: ik kan mijn ThinkPad laten voorwenden dat het een telefoon is. Snap je hem? Nee? Oké. Ook ontdekte ik op Logan airport, dat dit me aan het roepen was. Hoor je dat? Als koeien. Om vier uur op Logan.
Dus ik vroeg me af, wat is dit ding voor me, dit computerding? Ik werd er niet wijs uit. Dus begon ik weer dingen te maken. Dit is nog een serie objecten gemaakt van mijn oude computers uit de kelder. Ik nam mijn oude Macintoshes en maakte er verschillende objecten van uit Tokyo. Ik raakte erg ongeïnteresseerd in computers zelf, dus ging ik schilderijen maken van PalmPilots. Ik maakte deze serie. Het zijn schilderijen met een PalmPilot in het midden verwerkt, als een display dat denkt: ik ben abstracte kunst. Wat ben ik? Ik ben abstract. Dus het blijft hardop denken over zijn eigen abstractie.
Ik raakte gefascineerd door plastic. In vier maanden maakte ik acht plastic blokken perfect optisch transparant, als een soort stress-remedie. Daardoor raakte ik geïnteresseerd in blauwe tape. In San Francisco, bij C.C., maakte ik een hele installatie van blauwe tape -- afplaktape. Toen werd mijn vrouw wat ongerust over me, dus ik stopte met de blauwe tape en dacht: "Wat is er nog meer in het leven?" Dus die grote computers... nu zijn er minuscule computers. Kleinere computers, met één chip. Daarmee begon ik te programmeren, en ik maakte objecten van pc-borden, LEDs. Ik begon LED-sculpturen te maken die in kleine dozen van MDF leefden. Dit is een serie lichtkasten die ik maakte voor een show in Italië. Heel simpele kasten: je duwt op één knop voor een LED-interactie. Dit is een serie lampen die ik maakte. Dit is een Bentobox-lamp: een soort plastic rijstlamp; heel vriendelijk. Ik had een expositie in London met iPods -- ik gebruikte iPods als materiaal. Met 16 iPod Nano's maakte ik een soort Nano-vis. Recent werk voor Reebok. Ik heb ook schoenen voor Reebok gedaan, als een soort kledinghobby.
Hoe dan ook, allemaal dingen om te doen, maar wat ik het mooiste vind is de wereld te ervaren, te proeven. De wereld is zo lekker. We denken dat alle smaken in het museum zijn. Nee, ze zijn overal. Dit is voor de Eiffeltoren, in feite, bij het Louvre ergens. De natuur had dit beeld voor me gemaakt. Het is een perfecte hoek van 90 graden. Op een vreemd moment, waarop vreemde dingen opdoken. We zijn allemaal creatieve mensen. We hebben een genetisch defect in onze geest. We moeten wel kijken, niet? Dit gevoel is iets geweldigs. Het permanent-open-museum. Dit is van Cape Cod, verleden jaar. Ik moest de vergelijking van kunst en design vinden, bekend als 'cirkel-driehoek-vierkant'. het is overal op het strand, ondekte ik. Ik raapte alle cirkel-driehoek-vierkanten op. Allemaal weer terug gelegd, trouwens. Ik ontdekte ook dat sommige stenen tweelingen zijn, gescheiden bij de geboorte. Dit is ook te gek voor woorden. Ik dacht: hoe heeft dát kunnen gebeuren? Ik heb jullie weer bij elkaar gebracht.
Drie jaar geleden ontdekte ik de letters M-I-T in simplicity en complexity. Mijn alma mater MIT en ik, hadden dit moment -- een soort M. Night Shayamalan moment -- waarbij ik dacht: Whoa! Dat moet ik doen. Ik ben er met passie achteraan gegaan. Recentelijk met Rode Island School of Design (RISD) -- de kans om naar RISD te gaan -- en ik snapte het niet, want de letters hadden me verteld: 'MIT voor eeuwig'. Maar ik ontdekte in het Franse woord 'raison d'etre'... Ik dacht: aha, wacht eens even... en daar verscheen RISD. Toen realiseerde ik me dat ik rustig kon gaan.
Dus ik ga daadwerkelijk naar RISD. Wie is er hier RISD alumni? RISD alums? Yeah, RISD. Juist ja, RISD. Woeoe, RISD. Sorry, Art Center -- Art Center is ook goed! RISD is min of meer mijn nieuwe passie, en ik zal daar wat over vertellen. Dus RISD is -- Ik was buiten RISD, en een student had dit geschreven, en ik dacht: Wow, RISD wil weten wat het is. Ik heb geen idee wat RISD zou moeten zijn, of wat het wil zijn, maar ik kan je zeggen dat ook al ben ik een technoloog, ik houd niet van technologie. Het is een soort... Qi-kwestie of zoiets. Mensen zeggen: Ga je RISD naar de toekomst brengen? Dan zeg ik: ik ga de toekomst terughalen naar RISD.
Dat is mijn perspectief. Want in werkelijkheid is het probleem niet hoe je de wereld technologischer maakt. Het gaat erom haar humaner te maken. Ik denk dat RISD vreemd DNA heeft. Een vreemde uitbundigheid over materialen, over de wereld: een fascinatie die de wereld denk ik momenteel erg nodig heeft. Dank je wel iedereen.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Ontwerper John Maeda praat over zijn weg van een tofu-fabriek in Seattle tot de Rhode Island School of Design, waar hij in 2008 rector werd. Maeda, een onvermoeibare experimenteerder en een gevatte observeerder, onderzoekt het cruciale moment toen design kennismaakte met de computer.
John Maeda is the president of the Rhode Island School of Design, where he is dedicated to linking design and technology. Through the software tools, web pages and books he creates, he spreads his philosophy of elegant simplicity. Full bio »
Translated into Dutch by Axel Saffran
Reviewed by Jeroen Trappers
Comments? Please email the translators above.
15:59 Posted: Sep 2007
Views 629,781 | Comments 73
17:00 Posted: May 2007
Views 401,575 | Comments 25
15:21 Posted: Jul 2008
Views 147,033 | Comments 23
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.