Ik tref het dat ik hier mag zijn. Ik voel me ook gelukkig. Ik ben onder de indruk van de vriendelijkheid die mij is betoond. Ik belde mijn vrouw Leslie en ik zei: “Weet je, er zijn zo veel welwillende mensen die zoveel goeds proberen te doen. Het voelt alsof ik in een groep engelen ben beland.” Zo voelt het écht. Maar laten we beginnen – ik zie dat de tijd vliegt.
Ik ben leraar op een openbare school en ik wil eventjes het verhaal van mijn hoofdlerares vertellen. Ze heet Pam Moran en ze komt uit Albemarle County, Virginia, aan de voet van Blue Ridge Mountains. Ze is een high tech-hoofdlerares. Ze gebruikt smartboards, ze blogt, ze twittert, ze doet aan Facebook, ze doet van alles met die technologische dingen. Ze neemt het voortouw in technologie en in onderwijs. Maar op haar kantoor staat een oude, houten, verweerde tafel, een keukentafel – met schilfers van groene verf, het ding is een beetje wankel. Dus ik zei: “Pam, je bent een moderne, hedendaagse persoon. Waarom heb je deze oubollige tafel op je kantoor?”
Ze vertelde me: “Weet je, ik ben opgegroeid in het Zuidwesten van Virginia, in de koolmijnen en op de akkers in het platteland van Virginia, en deze tafel stond in de keuken van mijn grootvader. Als wij binnenkwamen van het buiten spelen en hij van het ploegen en werken, dan zaten we aan die tafel, elke avond. Toen ik daar opgroeide, hoorde ik zo veel wetenswaardigheden en zo veel inzichten en zo veel wijsheden voorbijkomen aan deze tafel, dat ik de tafel de wijsheidstafel begon te noemen. Daarna, toen hij heenging, nam ik de tafel mee naar mijn kantoor. Ze herinnert me aan hem. Ze doet me denken aan wat er soms in een lege ruimte kan gebeuren.” Het project waarover ik ga vertellen, heet het Wereldvredespel en eigenlijk is dat ook een lege ruimte. Ik doe net alsof het een wijsheidstafel is van de 21e eeuw, echt waar.
Het begon allemaal in 1977. Ik was een jongeman en ik ging met tussenpozen naar de universiteit. Mijn ouders waren erg geduldig, maar ik ben een paar keer in India geweest voor een spirituele reis. Ik herinner me de laatste keer dat ik terugkwam uit India – in mijn lange, witte, golvende gewaad met mijn lange baard en mijn John Lennon-bril. Ik zei tegen mijn vader: “Pa, ik denk dat ik spirituele verlichting heb gevonden,” waarop hij reageerde met “Dan moet je nog maar één ding vinden.” Ik vroeg: “Wat dan, pa?” “Een baan.” (Gelach) Ze hebben me gesmeekt om een diploma in wat dan ook te halen. Dat heb ik dus gehaald, en dat was dus een diploma in onderwijs. Het was een experimenteel onderwijsprogramma. Tandheelkunde had ook gekund, maar het woord ‘experimenteel’ zat erin, dus dat is waar ik voor wilde gaan.
Ik ging naar een sollicitatiegesprek, naar de Richmond Public Schools in Virginia, de hoofdstad, kocht een driedelig pak – mijn enige toegeving aan de conventies, want ik liet mijn lange baard staan en mijn afro en mijn plateauzolen – het waren toen de jaren 70 – en ik liep naar binnen, ging zitten en begon het gesprek. Waarschijnlijk hadden ze te weinig leraren, want de supervisor, ze heette Anna Aro, zei dat ik de klas met hoogbegaafde kinderen kreeg. Ik was zo in shock, zo verlamd, dat ik opstond en zei: “Okay, hartelijk dank, maar wat ga ik dan doen?” (Gelach) Hoogbegaafdenonderwijs was toen nog niet zo gebruikelijk. Er was toen niet veel lesmateriaal of dingen om te gebruiken. Ik zei: “Wat moet ik doen?” En ik schrok van haar antwoord. Het verraste me. Haar antwoord gaf me de blauwdruk voor mijn hele latere carrière. Ze antwoordde: “Wat wíl je doen?” Die vraag gaf mij alle ruimte. Er was geen opgelegd programma, geen handleiding die ik moest volgen, geen standaard in hoogbegaafdenonderwijs op zo’n manier. Ze gaf me dus zoveel ruimte, dat ik vanaf dat moment heb getracht om een ruimte te creëren voor mijn leerlingen, een lege ruimte, waar zij van alles konden verzinnen en van daaruit betekenis konden halen vanuit hun eigen begrippen.
Dit was in 1978. Vele jaren daarna gaf ik nog les. Een vriend van mij stelde me voor aan een jonge filmmaker. Hij heet Chris Farina. Chris Farina is bij ons vandaag, geheel op eigen kosten. Chris, zou je op kunnen staan en jezelf laten zien – een jonge filmmaker met visie die een film heeft gemaakt. (Applaus) Deze film heet “Wereldvrede en andere exploten van 9-jarigen”. Hij stelde me voor deze film te maken – het is inderdaad een geweldige titel. Hij stelde me voor deze film te maken en ik reageerde door te zeggen: “Ja, misschien komt hij op de regionale zenders, kunnen we gedag zeggen tegen onze kennissen.” Echter, de film is overal geweest. Nu draait de film nog steeds verlies, maar Chris heeft het voor elkaar gekregen, door zichzelf op te offeren, om de film alsnog uit te brengen. Dus we hebben de film gemaakt en uiteindelijk is het meer geworden dan een verhaal over mij, meer dan een verhaal over één leraar. Het is een verhaal geworden dat een ode is aan het lesgeven en de lesgevers. En het is schitterend geworden.
Het hele vreemde is, dat wanneer ik de film bekijk – ik krijg een huiveringwekkend gevoel wanneer ik het zie – dat ik mezelf letterlijk zie verdwijnen. Wat ik zag, waren mijn leraren die via mij in beeld kwamen. Ik zag mijn wiskundeleraar op de middelbare school, meester Rucell’s scheve lach onder zijn krulsnor. Dat is de lach die ik gebruik – da’s zijn lach. Ik zag Jan Polo’s knipperende ogen. Dat knipperen was niet uit boosheid, maar ze knipperden uit warmte, intense warmte voor haar leerlingen. Soms heb ik ook zo’n soort knippering in mijn ogen. Ik zag juffrouw Ethel J. Banks, die elke dag parels en hoge hakken droeg op de basisschool. Weet je, ze had zo’n klassieke leraressenblik. Je kent die wel. (Gelach) “En tegen jullie achter me hoef ik niks te zeggen, want ik heb ook ogen achterin mijn hoofd.” (Gelach) Jullie kennen die lerares? Ik gebruikte die blik niet vaak, maar ik heb hem in mijn repertoire. Juffrouw Banks was een fantastische mentor voor mij toen.
Ik zag mijn eigen ouders, mijn allereerste onderwijzers. Mijn vader, zeer vindingrijk, een ruimtelijk denker. Da’s mijn broer Malcolm, daar rechts. En mijn moeder, die me als 9-jarige les gaf op rasgescheiden scholen in Virginia, die was mijn inspiratie. Echt waar, ik voel het alsof, wanneer ik de film zie – ik heb een gebaar van haar, zoiets – ik heb het gevoel dat ik haar gebaar doorgeef. Ik ben één van haar onderwijzende gebaren. Het mooie was, ik leer dat gebaar aan mijn dochter op de basischool, Madeline. Dus gaat dat gebaar van mijn moeder voort via vele generaties. Het is een geweldig gevoel om deel uit te maken van zo’n familiestamboom. Dus ik sta hier op de schouders van vele mensen. Ik ben hier niet alleen. Er staan nu velen met mij op dit podium.
Dus dit Wereldvredespel, daar wil ik graag even over vertellen. Het begon als volgt: het is slechts een multiplex bord van één meter twintig bij één meter vijftig op een school in de binnenstad in 1978. Ik was een les over Afrika aan het voorbereiden voor leerlingen. We hadden alle problemen van de wereld daar geplaatst en ik dacht, laten we het hen maar laten oplossen. Ik wilde geen preek houden of simpeltjes een boek lezen. Ik wilde ze laten opgaan in het spel en ik wilde ze leren hoe het is om via hun lichamen te leren. Dus ik dacht, nou, ze vinden spelletjes spelen leuk. Ik ga iets maken– ik zei niet interactief. Die term hadden we niet in 1978 – maar iets dat interactief is. Vervolgens maakten we het spel, en van toen af aan is het uitgegroeid tot een structuur van één meter twintig bij één meter twintig bij één meter twintig in plexiglas. Het heeft vier niveaus van plexiglas.
Er is een niveau van het heelal met zwarte gaten en satellieten en onderzoekssatellieten en mijnbouw op asteroïden. Er is een niveau van de lucht en de ruimte met wolken die grote stukken katoen zijn die we rondbewegen, en gesloten luchtruimtes en meerdere luchtmachten, een niveau van grond en zee waar duizenden spelstukken op staan – zelfs een onderzeeniveau met onderzeeërs en onderzeese mijnbouw. Er zijn vier landen op het bord. De kinderen verzinnen de namen van de landen – sommige zijn rijk, sommige zijn arm. Ze hebben verschillende goederen, commercieel en militair. En elk land heeft een kabinet. Er is een premier, staatssecretaris, minister van defensie en een financieel bestuurder of controller. Ik kies de premier op basis van mijn verhouding tot hen. Ik bied ze de baan aan, ze mogen ze afwijzen, en daarna kiezen ze hun eigen kabinet. Er is een Wereldbank, er zijn wapenhandelaren en een Verenigde Naties. Er is ook een weergodin die de willekeur van de aandelenmarkten en het weer bepaalt.
Da’s nog niet alles. En dan is er nog een 13 pagina’s tellend crisisdocument met 50 met elkaar verweven problemen. Dus, als één ding verandert, verandert al het andere mee. Ik gooi ze in een complexe matrix. Ze vertrouwen me, omdat we een diepe en rijke verhouding tot elkaar hebben. En met al deze crises hebben we – even kijken – etnische en minderheidsproblemen; we hebben chemisch en nucleaire afvallozingen, nucleair wapenontwikkeling. Er zijn olierampen, natuurrampen, conflicten met betrekking tot het recht op water, afgescheiden republieken, hongersnood, bedreigde diersoorten en de opwarming van de aarde. Als Al Gore hier is, dan stuur ik je mijn 9-jarige leerlingen van de Agnor-Hurt and Venable school, want die hebben de opwarming van de aarde opgelost binnen een week. (Gelach) (Applaus) En ze hebben het zelfs meerdere keren gedaan.
Dus ik heb ook een saboteur in het spel – één of ander kind – het is simpelweg een lastpost – en ik heb mijn saboteur in het spel omdat ze, zo lijkt het, proberen de wereld te redden en hun plek in het spel. Maar ze proberen ook al het andere in het spel te ondermijnen. Ze doen het stiekem, door verkeerde informatie te geven en vaagheden en irrelevante dingen, om zo iedereen dieper te laten nadenken. De saboteur is er en we lezen ook uit Sun Tzu’s “De kunst van de oorlog". Leerlingen van negen jaar begrijpen het, en ze handelen ernaar en gebruiken het om te begrijpen hoe ze niet blindelings – in het begin doen ze het wel – de weg naar macht en vernietiging, het pad naar oorlog kunnen volgen. Ze leren om kortetermijnreacties en impulsief denken na te laten en meer op lange termijn, met verantwoordelijkheidszin te denken.
Steward Brand is hier. Eén van de ideeën voor dit spel kwam van hem, via een artikel in Coevolution Quarterly over een vredeskorps. In het spel vormen leerlingen soms daadwerkelijk een vredeskorps. Ik let slechts op de tijd. Ik verduidelijk enkel. Ik ben maar een facilitator. De leerlingen bepalen het spel. Ik heb geen enkele invloed op wat voor beleid dan ook wanneer ze beginnen te spelen. Dus laat ik het volgende zien …
(Video) Jongen: Het Wereldvredespel is echt. Je leert echt iets over hoe je over de wereld zorgt. Kijk, meester Hunter doet dit, omdat hij zegt dat zijn generatie veel fout heeft gedaan en hij probeert ons te vertellen hoe we dit probleem kunnen oplossen.
John Hunter: Ik bood ze – (Applaus) Eigenlijk kan ik ze niks aanbieden, omdat ik het antwoord niet heb. Ik geef ze meteen de waarheid toe: ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, zullen zij het antwoord moeten vinden. Ik verontschuldig me ook tegen hen. Ik zeg: “Het spijt me, jongens en meisjes, maar de waarheid is dat we jullie de wereld in zo'n trieste en vreselijke staat hebben achtergelaten, en dat we hopen dat jullie hem voor ons kunnen repareren. Misschien zal dit spel jullie helpen leren hoe het moet.” Het is een oprechte verontschuldiging en ze nemen het heel serieus.
Op dit moment zullen jullie je afvragen hoe zulke complexiteit eruit ziet. Nou, wanneer we het spel beginnen, ziet het er als volgt uit.
(Video) JH: Okay, en de onderhandelingen beginnen nu. Start. (Gekakel)
JH: Mijn vraag voor jullie is, wie is de baas in dat lokaal? Het is een serieuze vraag: wie heeft er echt de leiding? Ik heb geleerd de controle in het lokaal af te staan aan de leerlingen in de loop der tijd. Er is een vertrouwensband, wederzijds begrip en toewijding aan een ideaal. Ik hoef simpelweg niet meer te doen wat ik als beginnend leraar nodig vond: toezien op elk gesprek en antwoord in de klas. Da’s onmogelijk. Hun collectieve wijsheid is veel groter dan de mijne en ik geef het meteen toe aan hen. Ik zal snel een paar voorbeelden met jullie delen van een paar magische momenten die zijn voorgevallen.
In het spel speelde een klein meisje mee, die minister van defensie was van het armste land. De minister van defensie had een landmacht, luchtmacht, enz. Ze zat naast een zeer welvarend, olierijk buurland. Zonder enige provocatie begon ze plotseling aan te vallen, tegen het bevel in van haar premier, richting de olievelden van dat buurland. Ze viel de olieveldreserves binnen, omsingelde het gebied, zonder een enkel schot af te vuren, bemachtigde het en hield het vast. Dat buurland had geen enkele mogelijkheid meer om enige vorm van militaire operaties uit te voeren, omdat hun aanvoer van brandstof volledig was afgesloten.
We waren allemaal boos op haar. “Waarom doe je zoiets? We zijn het Wereldvredespel aan het spelen. Wat is er mis met jou?” (Gelach) Dit was een klein meisje, negen jaar oud, ze hield vast aan haar speelwijze en zei: “Ik weet wat ik aan het doen ben.” Dat zei ze dan tegen haar vriendinnetjes. Da’s een breekpunt op dat moment. We leerden toen dat je nooit een gevecht moet aangaan met een negen jaar oud meisje in het bezit van tanks. (Gelach) Dat zijn de zwaarste tegenstanders. We waren ontzettend van streek. Ik dacht dat ik faalde als leraar. Waarom zou ze zoiets willen doen?
Maar ik kwam er achter, een paar speeldagen later – er zijn beurten waarbij elk team de onderhandelingen voert – eigenlijk is er een onderhandelingsperiode met alle teams, waarbij elk team een beurt neemt, dan gaan we weer in onderhandeling, elke keer weer, zodat de speeldag om is als iedereen een beurt heeft gehad. Dus een paar speeldagen later kwam aan het licht dat we erachter kwamen dat dat grote land een militaire aanval aan het plannen was om de hele wereld over te nemen. Hadden ze brandstofvoorraad gehad, dan was het ze gelukt ook. Zij kreeg het voor elkaar om de richtingen, trends en bedoelingen te zien lang voordat één van ons dat kon. Ze had begrepen wat er aan de hand was en nam de filosofische beslissing om aan te vallen in een spel over vrede.
Nu gebruikte ze een kleine oorlog om een grote oorlog te voorkomen, dus stopten we en hadden een zeer waardevolle filosofische discussie over of dit terecht was, of voorwaardelijk terecht, of niet terecht. Met zo'n denkwijze confronteren we hen via deze situaties. Ik had dit niet kunnen bedenken in wat voor vorm van lesgeven dan ook. Het kwam spontaan uit hun collectieve wijsheid.
Nog een voorbeeld: een schitterend voorval. We hebben een brief in het spel. Als je militair bevelhebber bent en je voert je troepen ergens naar toe – de kleine plastic speelgoedpoppetjes op het bord – en je verliest ze, dan leg ik een brief neer. Je moet dan een brief schrijven aan hun ouders – de fictieve ouders van je fictieve troepen – om uit te leggen wat er is gebeurd en om hen te condoleren. Dus je denkt iets meer na voordat je de strijd aangaat. En de volgende situatie kwam bovendrijven – vorige zomer, op de Agnor Hurt school in Albemarle County. Eén van onze militaire bevelhebbers stond op om de brief voor te lezen en één van de andere kinderen zei: “Meester Hunter, vraag of – daar zit een ouder.” Eén van de ouders was op bezoek die dag, die zat achterin het lokaal. “Vraag of die moeder de brief wilt lezen. Het is meer echt als zij het leest.” Dus dat deden we, we vroegen het haar, en ze nam de brief sportief aan. “Natuurlijk.” Ze begon met lezen. Ze las de eerste zin. Ze las de tweede zin. Bij de derde zin begon ze te huilen. Ik begon te huilen. Iedereen begreep dat wanneer we iemand verliezen, de winnaars zich niet verkneukelen. We verliezen allemaal. Het was een wonderbaarlijke openbaring en een geweldig inzicht.
Ik laat jullie zien wat mijn vriend David hierover te zeggen heeft. Hij heeft veel gevochten.
(Video) David: We hebben echt genoeg van mensen die aanvallen. Ik bedoel, we hebben [meestal] geluk. Maar nu voel ik me vreemd, omdat ik voel wat Sun Tzu een week geleden zei. Een week geleden zei hij: “Zij die ten strijde gaan en winnen, komen terug voor meer, en zij die ten strijde gaan en verliezen, komen terug om te winnen.” En dus win ik mijn gevechten, dus vecht ik meer en nog meer. Ik vind het vreemd om te voelen wat Sun Tzu zei.
JH: Ik krijg rillingen elke keer als ik dat zie. Dat is het soort beleving dat je wilt zien. Dat kan ik niet ontwerpen, dat kan ik niet plannen, dat kan ik zelfs niet toetsen. Maar het is een vanzelfsprekende beoordeling. We weten dat het een authentieke beoordeling is binnen het leren. We hebben een hoop data, maar ik denk dat we soms verder gaan dan de data om de echte waarheid te zien over wat er aan de hand is.
Dus vertel ik maar een derde verhaal. Dit gaat over mijn vriend Brennan. We hadden het spel gespeeld één sessie na school, vele weken lang, ongeveer zeven weken, en we hadden werkelijk alle 50 verweven crises opgelost. Het spel is gewonnen als alle 50 problemen zijn opgelost en het bnp van elk land boven het startpunt is gestegen. Sommige zijn arm, andere zijn welvarend. Er zijn miljarden. De Voorzitter van de Wereldbank was een keer een 8-jarige. Hij vroeg: “Hoeveel nullen zitten er in een biljoen? Ik moet dat meteen berekenen.” Maar hij stippelde het fiscale beleid uit in het spel voor middelbare scholieren die met hem aan het spelen waren.
Dus het team dat het armst was was nog armer geworden. Er was geen enkele manier meer om te winnen. We naderden vier uur, onze stoptijd – er was nog een minuut over – en er was wanhoop in de zaal. Ik dacht: ik schiet tekort als leraar. Ik had het zo moeten brengen dat ze hadden kunnen winnen. Ze mogen niet verliezen op deze manier. Ik heb hen teleurgesteld. En ik voelde me zo verdrietig en teneergeslagen. Plotseling liep Brennan naar mijn stoel en hij pakte de bel, de bel die ik luid om een verandering aan te geven of een hervatting van de kabinetten, en hij rende terug naar zijn stoel en liet de bel klinken. Iedereen rende naar zijn stoel, er was geschreeuw, er was gegil, dossiers wapperden in de lucht. Ze krijgen dossiers vol geheime documenten. Ze waren gebaren aan het maken, ze waren aan het rondrennen. Ik wist niet wat ze zouden doen. Ik verloor de controle over de klas. Kwam de directeur binnen, dan verloor ik mijn baan. De ouders keken door het raam.
Brennan rent terug naar zijn stoel. Iedereen rent terug naar zijn stoel. Hij laat de bel weer klinken. Hij zegt: “We hebben” – en er zijn nog 12 seconden over op de klok – “we hebben alle landen hun geld bij elkaar laten brengen. En we hebben 600 miljard dollar. We zullen dit aanbieden als donatie aan dit arme land. Als ze het accepteren, zal het hun bnp verhogen en winnen we het spel. Neem je het aan?” Er staan nog drie seconden op de klok. Iedereen keek naar de premier van dat land, en hij antwoordde: “Ja.” En het spel is gewonnen. Spontane compassie, totaal ongepland, dat was onverwacht en onvoorspelbaar.
Elke sessie die we spelen gaat anders. Sommige sessies gaan meer over sociale problemen, sommige over economische problemen. Sommige sessies gaan meer over oorlogsvoering. Maar ik probeer ze niet de werkelijkheid van het mens zijn te ontnemen. Ik laat het toe dat ze ergens naartoe gaan en via hun eigen ervaringen leren ze, zonder bloed te vergieten, om de dingen niet te doen die zij als fout ervaren. Ze ontdekken zelf wat goed is, op hun eigen manier, zijzelf. In dit spel heb ik er zoveel van geleerd. Ik zou willen zeggen, dat als ze een methode van kritisch denken overhouden, of een methode van creatief denken aan dit spel, en ze iets goeds teweegbrengen voor deze wereld, dat ze ons dan allemaal kunnen redden. Als.
Namens alle leraren op wiens schouders ik sta, dank ik u. Dank u wel. Dank u wel.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
John Hunter zet alle problemen van de wereld op een 1.20m x 1.50m multiplex bord -- en laat zijn 9-jarige leerlingen ze oplossen. Op TED2011 legt hij uit hoe het Wereldvredespel scholieren boeit en waarom de complexe lessen die het spel geeft -- spontaan en altijd verrassend -- verder gaan dan dat het bij klassikale sessies mogelijk is.
Teacher and musician John Hunter is the inventor of the World Peace Game (and the star of the new doc "World Peace and Other 4th-Grade Achievements"). Full bio »
Translated into Dutch by Patrick Nolten
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
12:30 Posted: Jan 2011
Views 597,382 | Comments 530
20:59 Posted: Aug 2008
Views 801,140 | Comments 146
17:13 Posted: Sep 2010
Views 1,420,914 | Comments 466
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.