Dit was in Wellawatta, een belangrijke woonwijk in Colombo. We stonden op de spoorlijn tussen het huis van mijn vriend en het strand. Normaal staat het water zo'n 2,5 meter onder het spoor maar toen was het waterpeil gezakt tot ongeveer een meter lager dan normaal. Ik had het rif hier nog nooit gezien. Maar nu zag je rotsen droog liggen met plasjes met vissen erin. Kinderen sprongen naar beneden met tassen om vissen te vangen. Niemand zag in dat dat een heel slecht idee was. De mensen op het spoor bleven gewoon staan kijken. Ik keek om naar het huis van mijn vriend. Toen begon iemand te gillen. Voordat ik me om kon draaien, begon iedereen te gillen en te rennen.
Het water kwam terug en het schuimde over het rif. Het lukte de kinderen terug het spoor op te rennen. Niemand bleef daar achter. Maar het water bleef stijgen. Binnen twee minuten was het water gestegen tot aan de spoorlijn en het spoelde er overheen. We hadden toen al 100 meter gerend. Het water bleef stijgen. Ik zag een oude man bij zijn hek staan, tot aan zijn knieën in het water. Hij wilde niet weg omdat hij daar zijn hele leven had gewoond en liever daar zou sterven dan vluchten. Een jongen rukte zich los van zijn moeder en rende zijn huis in om zijn hond te halen, die doodsbang was. Een oude dame werd huilend door haar zoon het huis uit gedragen. De sloppenwijk op de strook tussen de zee en het spoor werd volledig weggevaagd. De bewoners waren al door de politie gewaarschuwd over het gevaar van deze plek dus was er niemand toen het water steeg. Maar ze hadden geen tijd gehad om hun spullen mee te nemen. Nog urenlang was de zee tot in de wijde omtrek bezaaid met stukken hout van de huizen in de sloppenwijk. Toen het water was gezakt, was het alsof die nooit had bestaan.
Dit is misschien moeilijk te geloven -- tenzij je heel veel nieuwsberichten hebt gelezen -- maar na de tsunami bleven veel dorpsbewoners doodsbang. Als een ogenschijnlijk rustige zee mensen, huizen en boten kan verzwelgen -- genadeloos en zonder waarschuwing -- en niemand zeker kan zeggen of er een nieuwe tsunami komt, dan zou u er ook niet gerust op zijn. Een van de engste dingen van de tsunami die nergens wordt genoemd, is het totale gebrek aan informatie. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar het is heel beangstigend om steeds maar geruchten te horen dat er een nóg grotere vloedgolf aankomt, om precies 13.00 uur, of misschien vanavond, of... Je weet niet eens of je wel veilig terug kunt naar het water om een boot te nemen naar het ziekenhuis. We denken dat het ziekenhuis van Phi Phi is vernietigd. We denken dat deze boot naar het ziekenhuis van Phuket gaat, maar als het te gevaarlijk is om daar aan te leggen, dan gaat hij misschien naar Krabi, waar het veiliger is. We denken niet dat er meteen een nieuwe vloedgolf komt.
Bij het Phi Phi Hill Resort zat ik in een hoekje ver weg van de tv, maar ik probeerde uit alle macht informatie op te vangen. Een aardbeving van 8,5 op de schaal van Richter in Sumatra was de oorzaak van de enorme tsunami. Dit nieuws bood een klein beetje troost omdat we nu begrepen wat ons was overkomen. Maar de berichten gingen over wat al gebeurd was en niet over wat we nog konden verwachten. Eigenlijk waren er alleen maar geruchten en meer dan 36 uur lang kon niemand die ik sprak iets met enige zekerheid zeggen. Dit waren twee verslagen van de tsunami in Azië van twee blogs op internet die opkwamen na de tsunami. Ik ga u twee videofragmenten laten zien van de tsunami die ook op blogs werden getoond. Ik moet u waarschuwen, ze zijn nogal heftig. De eerste is van Thailand en de tweede ook van Phuket.
Stem 1: Daar komt hij. Daar komt hij weer.
Stem 1: Daar komt hij weer. Stem 2: Nieuwe golf? Stem 1: Daar komt een nieuwe golf! [niet te verstaan]
James Surowiecki: Deze fragmenten komen van de website waveofdestruction.org De wereld van de blogs zal worden verdeeld in vóór en na de tsunami, omdat er in de nasleep van de tsunami iets gebeurde. Hoewel er in het begin, op die eerste dag juist een gebrek was aan live verslagen en videobeelden. Sommige mensen beklaagden zich daarover. Zij vonden dat de bloggers ze in de steek hadden gelaten. Het werd overduidelijk dat binnen een paar dagen het internet werd overspoeld met informatie en we kregen een volledig en duidelijk beeld van de gebeurtenissen op een heel nieuwe manier. Je had in feite een ongeorganiseerde groep van afzonderlijke schrijvers, videobloggers en anderen, die samen een veel duidelijker beeld konden schetsen van de ramp en de beleving van de mensen, dan de mainstream media dat konden.
Dus op een bepaalde manier heeft de tsunami zijn vruchten afgeworpen omdat dat de blogosfeer op dat moment in zekere mate volwassen werd. Ik stap nu over van het sublieme, in de oorspronkelijke betekenis -- ontzagwekkend, angstaanjagend -- naar het meer alledaagse. Want als we aan blogs denken, denken de meeste mensen die zich daarmee bezighouden met name aan zaken als politiek of technologie. Ik wil drie vragen stellen in de resterende tien minuten, over de blogosfeer. De eerste vraag: wat zegt het ons over onze ideeën, over wat mensen drijft? De tweede vraag: maken blogs het echt mogelijk om een soort collectieve intelligentie aan te boren waar we voorheen niet uit konden putten? En de derde vraag: wat zijn de mogelijke problemen, wat is de keerzijde van de hedendaagse blogs?
OK, de eerste vraag: Wat zeggen blogs over wat mensen drijft? Fascinerend aan de blogosfeer in het bijzonder en natuurlijk het internet in het algemeen -- het lijkt een open deur, maar het is belangrijk om bij stil te staan -- is dat de mensen die elke dag die enorme berg informatie produceren, die ontzettend veel tijd besteden aan het organiseren, koppelen en becommentariëren van de inhoud op internet, dat voornamelijk onbetaald doen. Ze krijgen er niet voor betaald. Alles wat ze krijgen is aandacht en het goede werk draagt bij aan hun "reputatie-kapitaal". En dit is -- toch zeker voor een traditioneel econoom -- wat opmerkelijk, omdat de economische traditie leert dat je dingen doet voor een concrete beloning, voor geld vooral. Maar wat we in plaats daarvan op internet zien -- en een van de geniale toepassingen ervan -- is dat men een manier heeft gevonden om samen te werken zonder dat er geld mee gemoeid is. Ze hebben een nieuwe methode ontdekt om activiteiten te organiseren.
Rechtenprofessor Yochai Benkler van Yale schreef in zijn essay "Coase's Penguin" dat een opensourcemodel, zoals we dat kennen van Linux, zou kunnen worden toegepast in veel verschillende situaties. Als je kijkt naar de tsunami, dan heb je in wezen een soort leger van plaatselijke journalisten die enorme hoeveelheden materiaal produceren enkel en alleen om hun verhalen te vertellen. Dat is een heel krachtig idee en een krachtige realiteit die heel interessante mogelijkheden biedt om nog veel meer activiteiten te ontplooien.
Dus ik denk dat de blogosfeer ons in de eerste plaats zegt dat we onze opvatting van rationaliteit moeten verruimen en dat we de vergelijking "waarde = geld" breder moeten zien, en het idee dat iets pas goed is als het geld kost. Want in feite kun je collectief briljante producten genereren zonder dat er geld wordt uitgewisseld. Er zijn enkele bloggers -- misschien een stuk of 20 -- die er wat geld mee verdienen, en er zijn er enkelen die echt proberen te leven van het bloggen, maar de meesten doen het omdat ze er plezier in hebben, of omdat ze van de aandacht genieten of zo. Howard Rheingold heeft daar veel over geschreven en dat doet hij volgens mij nog steeds. Maar het concept van vrijwillige samenwerking is ongelooflijk sterk en zeker het overwegen waard.
De tweede vraag: wat doet de blogosfeer eigenlijk voor ons wat betreft het aanboren van collectieve intellegentie? Chris noemde al mijn boek "Twee weten meer dan één". De vooronderstelling in mijn boek is dat, onder de juiste voorwaarden, groepen buitengewoon intelligent kunnen zijn. Vaak zelfs nog slimmer dan het slimste individu binnen de groep. Een eenvoudig voorbeeld: vraag een groep mensen te raden hoeveel snoepjes er in een pot zitten. Als ik een pot met snoepjes had en ik vroeg u allemaal het aantal te raden, dan zou de gemiddelde schatting opvallend goed zijn en waarschijnlijk maar drie tot vijf procent afwijken van het aantal snoepjes in de pot. Dat is beter dan 90 tot 95 procent van de individuele schattingen. Misschien zitten er één of twee mensen die bijzonder goed kunnen raden, maar over het algemeen is de schatting van de groep beter dan de schatting van wie dan ook in die groep. Het is fascinerend dat dit fenomeen ook optreedt in veel complexere situaties.
Zo voorspelt de inzet op paarden in een race vrijwel perfect de winkans van een paard. In zekere zin voorspelt de groep van gokkers de toekomst, in termen van kansberekening. En denk eens aan Google dat steunt op de collectieve intelligentie van internet om de beste zoekresultaten te krijgen. We weten dat Google dat bijzonder goed doet. En dat kan omdat het ogenschijnlijk ongeordende World Wide Web collectief een buitengewone orde en intelligentie in zich heeft. Ik denk dat dit een van de ware beloften van de blogosfeer is.
Dan Gillmor -- zijn boek "We the Media" zit in het kadopakket -- heeft daarover gezegd dat hij als schrijver heeft erkend dat zijn lezers meer weten dan hij. Dat idee vormt een heel grote uitdaging voor de mainstream media en voor iedereen die enorm veel tijd en expertise en energie heeft geïnvesteerd in het idee dat hij of zij het beter weet dan iedereen. Maar de blogosfeer biedt de mogelijkheid om bij het soort collectieve, verdeelbare intelligentie te komen die ons zeker ter beschikking staat als we maar een manier vinden om die aan te boren. Misschien is niet elke blog of elk commentaar op zichzelf precies wat we zoeken maar collectief geeft de mening van bloggers en mensen die links plaatsen in veel gevallen een heel interessant en ontzettend waardevol beeld van wat er speelt. Dat is de positieve kan ervan. De positieve kant van wat ook wel burgerjournalistiek wordt genoemd -- dat we mensen die nooit gehoord werden, een stem geven, om toegang te krijgen tot informatie die er altijd al was maar niet eerder werd aangeboord.
Maar er is een keerzijde. Daar wil ik het nu over hebben. Als je veel tijd doorbrengt op internet en veel nadenkt over internet dan word je makkelijk verliefd op het internet. en op de gedecentraliseerde bottom-up-structuur van het internet. Het is makkelijk te denken dat netwerken in wezen goed zijn -- dat het goed is om plaatsen met elkaar te verbinden en een dicht netwerk te hebben. En dat is het meestal ook. Maar er is ook een keerzijde -- een duistere kant -- namelijk dat hoe dichter onze netwerken worden, hoe moeilijker het is om onafhankelijk te blijven.
Een fundamenteel kenmerk van een netwerk is dat wanneer je eenmaal bent gelinkt in het netwerk het netwerk je beeldvorming en interacties met anderen gaat beïnvloeden. Dat is een van de bepalende factoren van een netwerk. Een netwerk is meer dan de som der delen. Het is meer dan dat. Steven Johnson zei al dat het een opkomend verschijnsel is. Dat heeft veel voordelen: het overbrengen van informatie wordt efficiënter; je hebt toegang tot een heleboel mensen; en mensen kunnen hun activiteiten goed plannen. Maar het probleem is dat groepen alleen slim zijn als de groepsleden zo onafhankelijk mogelijk zijn. De paradox van de wijsheid van menigten, of van collectieve intelligentie, is dat er in feite een vorm van onafhankelijk denken voor nodig is. Netwerken maken dat juist moeilijker, omdat de nadruk ligt op wat het netwerk belangrijk vindt.
Dus een verschijnsel dat duidelijk zichtbaar wordt in de blogosfeer is dat zodra een idee postvat, mensen zich daar makkelijk bij aansluiten, omdat anderen daar een link mee hebben. Mensen hebben een link, dus anderen sluiten zich aan, enz. Dat verschijnsel van aansluiten bij bestaande links is kenmerkend voor de blogosfeer, met name de politieke blogosfeer. Het is een verschijnsel dat afbreuk doet aan die prachtige, gedecentraliseerde bottom-up-intelligentie die blogs kunnen laten zien onder de juiste voorwaarden.
Ik gebruik graag de metafoor van de mierenmolen. Veel mensen hebben het over mieren. Deze conferentie is tenslotte geïnspireerd door de natuur. Als we het hebben over bottom-up, gedecentraliseerde verschijnselen, dan is de mierenkolonie de klassieke metafoor. Want geen enkele individuele mier weet wat hij doet, maar collectief kunnen mieren ongelofelijk intelligente beslissingen nemen. Ze kunnen met een bijzondere snelheid hun verkeer regelen. Dus de mierenkolonie is een prachtig model: al die kleine onderdelen die collectief iets groots kunnen. Maar we weten dat mieren soms de weg kwijtraken. Wat gebeurt er als legermieren de weg kwijtraken? Dan volgen ze een simpele regel -- doe wat de mier vóór je doet. Wat gebeurt er dan? Ze blijven in een cirkel rondlopen. Er is een beroemd voorbeeld van een cirkel van 360 meter in omtrek waarbij de mieren twee dagen lang rond bleven lopen in een cirkel, totdat ze doodgingen. Daarvoor moeten we uitkijken. Daar moeten we bang voor zijn -- Dat we in cirkeltjes blijven ronddraaien tot we er dood bij neervallen.
Ik wil een verband leggen met de tsunami, want een van de geweldige dingen van de tsunami -- in de zin van de berichtgeving in de blogosfeer, niet de tsunami zelf -- is dat er een echte bottom-up-beweging zichtbaar werd. Sites die niet eerder bestonden, kregen ernorme bezoekersaantallen. Mensen konden hun onafhankelijke mening geven zoals dat niet eerder kon. Daar werd de intelligentie van het Web duidelijk zichtbaar. Dat is de positieve kant. De mierenmolen is de keerzijde. De positieve kant is wat we moeten nastreven.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
James Surowiecki legt de vinger op het moment waarop sociale media een gelijkwaardige rol kregen in de wereld van de nieuwsgaring: de tsunami in 2005, toen het nieuws werd verspreid via filmpjes op YouTube, blogs, MSN en sms. Het waren de sociale media die ontroerende persoonlijke verhalen over de tragedia vastlegden.
James Surowiecki argues that people, when we act en masse, are smarter than we think. He's the author of The Wisdom of Crowds and writes about finance for the New Yorker. Full bio »
Translated into Dutch by Eefje Verhoeven
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
19:31 Posted: Feb 2008
Views 495,618 | Comments 51
19:01 Posted: Jan 2007
Views 628,994 | Comments 84
20:46 Posted: Jul 2008
Views 465,208 | Comments 57
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.