Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
We leven duidelijk in een periode van crisis. Je kunt zeggen dat de financiële markten ons in de steek hebben gelaten en het hulpsysteem eveneens. Toch schaar ik mij bij de optimisten die geloven dat er waarschijnlijk nooit een opwindender tijd was om in te leven. Vanwege sommige technologieën die we zagen. Vanwege de middelen, de vaardigheden, en zeker de vloedgolf van talent die we wereldwijd zien, met de zinnen gezet op verandering. We hebben een president die zichzelf ziet als wereldburger, die inziet dat er niet langer één enkele supermacht is, maar dat we de wereld anders moeten benaderen.
Per definitie zal iedereen die hier aanwezig is, zichzelf zien als wereldburger. Jullie werken aan de frontlinies. Jullie hebben het beste en slechtste gezien dat mensen voor en tegen elkaar kunnen doen. In welk land je ook leeft of werkt, je hebt ook de buitengewone dingen gezien waartoe mensen in staat zijn, zelfs in hun alledaagsheid.
Tegenwoordig is er een heftig debat over de beste manieren om mensen uit armoede te krijgen, hoe hun energie aan te spreken. Aan de ene kant zeggen mensen dat ons gebroken hulpsysteem afgedankt kan worden. Aan de andere kant zeggen mensen dat het probleem is dat we méér hulp nodig hebben. Waar ik het over wil hebben, is iets dat beide systemen aanvult. We noemen het geduldig kapitaal.
De critici wijzen op de 500 miljard dollar die in Afrika zijn uitgegeven sinds 1970 en vragen: wat heeft het opgeleverd, behalve milieuverwoesting, ongelofelijke armoede, en welig tierende corruptie? Ze gebruiken Mobutu als metafoor. Hun beleidsvoorschrift is om overheden rekenschap te laten geven, ons te richten op de kapitaalmarkten, investeren, niets weg te geven.
Aan de andere kant staan degenen die zeggen dat het probleem is dat we meer geld nodig hebben. Onze rijken krijgen bail-outs en een hoop hulp. Maar met onze arme naasten willen we weinig te maken hebben. Ze wijzen op de successen van hulp: de uitbanning van pokken, de distributie van tientallen miljoenen anti-malaria-klamboes en antiretrovirale middelen. Beide kanten hebben gelijk. Het probleem is dat geen van beide naar de andere luistert. Nog problematischer is dat ze niet luisteren naar de arme mensen zelf.
Ik heb 25 jaar gewerkt aan problemen van armoede en innovatie. Het is waar: de meest marktgeoriënteerde individuen op deze planeet zijn mensen met een laag inkomen. Ze moeten dagelijks in markten navigeren microbeslissingen maken bij de tientallen, om hun weg te banen door de maatschappij. Wanneer één enkel catastrofaal gezondheidsprobleem hun familie treft, kunnen ze terugvallen in armoede, soms generaties lang. Dus we hebben zowel de markt nodig als hulp.
Geduldig kapitaal werkt daartussenin, en tracht het beste van beide te nemen. Het is geld, geïnvesteerd in ondernemers die hun gemeenschappen kennen, en die aan oplossingen bouwen voor gezondheidszorg, water, woningen, alternatieve energie. Ze denken aan armen, niet als passieve ontvangers van hulp, maar als individuele klanten, consumenten, cliënten, mensen die beslissingen willen nemen in hun eigen leven.
Geduldig kapitaal verlangt van ons een ongelofelijke tolerantie voor risico, en een langetermijnhorizon. Het geeft tijd aan de ondernemers om te experimenteren, de markt te benutten als het beste luistergereedschap dat we hebben. Het verwacht lage opbrengsten maar buitenproportionele sociale invloed. Het onderkent dat de markt zijn beperkingen heeft. Dus werkt geduldig kapitaal met slimme subsidies om alle mensen te betrekken bij de voordelen van een globale economie.
Ondernemers hebben geduldig kapitaal nodig om drie redenen. Ten eerste werken ze grotendeels in markten waar mensen één, twee, drie dollar per dag verdienen en al hun beslissingen nemen overeenkomstig dat inkomensniveau. Ten tweede, de plekken waar ze werken hebben een verschrikkelijke infrastructuur. Zo goed als geen wegen, sporadische elektriciteit, hoge niveaus van corruptie. Ten derde creëren ze vaak markten.
Zelfs als je schoon water introduceert in een dorp, is dat iets nieuws. Zoveel mensen met lage inkomens hebben zoveel loze beloften gehoord, en zoveel kwakzalvers gezien en halve medicijnen aangeboden gekregen, dat het opbouwen van vertrouwen veel tijd kost, veel geduld vergt. Het vergt ook verbinding met een hoop zakelijke assistentie. Niet alleen om de systemen te bouwen, de zakelijke modellen waarmee we mensen met lage inkomens duurzaam kunnen bereiken, maar om deze bedrijfjes te verbinden met andere markten, met overheden, met bedrijven -- echte samenwerkingen, als we willen opschalen.
Ik wil één verhaal vertellen over een innovatie genaamd druppelirrigatie. In 2002 ontmoette ik de fantastische ondernemer Amitabha Sadangi uit India, die de afgelopen 20 jaar had gewerkt met de armste boeren op aarde. Hij uitte zijn frustratie over de hulpmarkt die de arme boeren in de steek liet, ondanks het feit dat 200 miljoen boeren in India alleen al, minder dan een dollar per dag verdienen. Ze creeërden subsidies ofwel voor grote agrarische ondernemingen, ofwel gaven ze aan de boeren de hulp die zij vonden dat ze nodig hadden, in plaats van wat de boeren wilden.
Tegelijkertijd was Amitabha geobsedeerd door een druppelirrigatie-technologie die ontwikkeld was in Israël. Het was een manier om kleine hoeveelheden water direct bij de plant te brengen. Het kon hele stukken woestijnlandschap omvormen tot smaragdgroene velden. Maar ook in deze markt vielen arme boeren buiten de boot. Want deze systemen waren te duur, en ze waren gemaakt voor velden die te groot waren. De gemiddelde boer in een klein dorp werkt op minder dan een hectare.
Dus Amitabha besloot dat hij die innovatie zou gaan omwerken vanuit het perspectief van de arme boeren zelf. Omdat hij zoveel jaren had geluisterd naar wat ze nodig hadden, en niet wat hij vond dat ze nodig hadden. Hij gebruikte drie fundamentele principes.
Het eerste was miniaturisering. Het druppelirrigatiesysteem moest zo klein zijn dat een boer slechts 1/10 hectare hoefde riskeren, zelfs al had hij 8/10 hectare, want het was te beangstigend, gezien wat er op het spel stond. Ten tweede moest het extreem goedkoop zijn. Met andere woorden, dat risico op 1/10 hectare moest kunnen worden terugbetaald met één oogst. Anders zouden ze het risico niet nemen. Ten derde moest het in Amitabha's woorden: 'oneindig uitbreidbaar' zijn. Dus met de opbrengst van het eerste stuk konden de boeren een tweede kopen, en een derde, en een vierde.
Momenteel heeft IDE India, Amitabha's organisatie, aan ruim 300.000 boeren zo'n systeem verkocht, en hun opbrengsten en inkomens zien verdubbelen of verdrievoudigen, gemiddeld. Maar dat ging niet vanzelf. Als je teruggaat naar het begin, waren er geen private investeerders die het risico wilden nemen een nieuwe technologie te bouwen voor een marktpartij die minder dan een dollar verdiende, en die bekend stonden als de meest risico-schuwe mensen op de planeet, in één van de meest risicovolle sectoren, landbouw.
Dus we hadden subsidies nodig. Hij gebruikte aanzienlijke subsidiebedragen voor onderzoek, experiment, falen, innoveren en opnieuw proberen. Toen hij een prototype had, en beter wist hoe te verkopen aan boeren, kon geduldig kapitaal zijn intrede maken. We hielpen hem een bedrijf op te zetten, met winstoogmerk, dat zou bouwen op IDE's kennis. Het zou gaan kijken naar verkoop en export, en andere soorten kapitaal kunnen aantrekken.
In tweede instantie wilden we zien of we deze druppelirrigatie konden exporteren naar andere landen. We ontmoetten Dr. Sono Khangharani in Pakistan. Hoewel, nogmaals, je geduld nodig hebt om een technologie voor de armen in India naar Pakistan te brengen, alleen al voor de vergunningen, lukte het ons uiteindelijk een bedrijf te starten met Dr. Sono, die een grote gemeenschapsontwikkelingsorganisatie runt in de Thar-woestijn, één van de meest afgelegen en arme delen van het land. Hoewel dat bedrijf pas gestart is, gaan we ervan uit dat het ook hier miljoenen mensen zal bereiken.
Maar druppelirrigatie is niet de enige innovatie. We zien dit gebeuren over de hele wereld. In Arusha, Tanzania, heeft A to Z Textile Manufacturing in samenwerking met ons, met UNICEF, met het Global Fund, een fabriek opgezet die nu 7000 mensen, voornamelijk vrouwen, in dienst heeft. Zij produceren 20 miljoen levensreddende klamboes voor Afrikanen wereldwijd.
Lifespring Hospital is een samenwerking tussen Acumen en de Indiase regering om goede, betaalbare gezondheidszorg te leveren aan jonge, arme moeders. Het was zo succesvol dat ze momenteel om de 35 dagen een nieuw ziekenhuis bouwen.
1298 Ambulances besloot dat het ging proberen een volledig verloren industrie opnieuw uit te vinden. Ze bouwden een ambulancedienst in Mumbai die de technologie van Google Earth zou gebruiken, met een progressief prijssysteem zodat alle mensen toegang zouden hebben, en een ernstige en publieke beslissing dat ze elke vorm van corruptie afwijzen. Hierdoor waren ze bij de terroristische aanslagen in november de eerste hulpdienst ter plekke. Ze beginnen nu uit te breiden, door samenwerking. Ze kregen pas vier overheidscontracten om hun wagenpark uit te bouwen, en zijn een van de grootste en meest effectieve ambulancediensten in India.
Dit schaalidee is van wezenlijk belang. Want we beginnen te zien dat deze bedrijven honderdduizenden mensen bereiken. Al degenen die ik noemde, bereikten elk meer dan een kwart miljoen mensen. Maar dat is natuurlijk niet genoeg. Dat is waar het idee van samenwerking zo belangrijk wordt. Of het nu is door de innovaties te vinden die toegang bieden tot de kapitaalmarkten, of door de overheid zelf, of door samenwerking met grote bedrijven, er zijn ongelofelijke kansen voor innovatie.
President Obama begrijpt dat. Hij gaf recentelijk toestemming voor de creatie van een Sociaal Innovatiefonds om ons te richten op wat werkt in dit land, en te bekijken hoe we het kunnen opschalen. Ik zou stellen dat het tijd is om te denken over een wereldinnovatiefonds dat al deze ondernemers in de wereld vindt, die werkelijk innovaties hebben, niet alleen voor eigen land, maar die we tevens kunnen gebruiken in de ontwikkelde landen. Investeer financiële assistentie, maar ook bestuurlijke assistentie. Meet dan de opbrengsten, vanuit een financieel perspectief, en vanuit een perspectief van sociale invloed.
Als het gaat over nieuwe benaderingen van hulp, is het onmogelijk niet te praten over Pakistan. We hebben een hobbelige relatie met dat land, en in alle redelijkheid: de Verenigde Staten zijn niet altijd een betrouwbare partner geweest. Maar weer zou ik zeggen dat dit ons moment is om bijzondere dingen te laten gebeuren. Als we het idee van een wereldinnovatiefonds nemen, zouden we nu kunnen investeren, niet direct in de overheid, hoewel we de zegen van de overheid zouden hebben, noch in de internationale experts, maar in de vele bestaande ondernemers en maatschappelijke leiders die alreeds geweldige innovaties bouwen die mensen bereiken in heel het land.
Mensen als Rashani Zafar, die een van 's lands grootste microfinancieringsbanken oprichtte, en een voorbeeld is voor vrouwen in binnen- en buitenland. Tasneem Saddiqui, die een manier ontwikkelde, genaamd 'toenemende huisvesting', waarmee hij 40 duizend krottenbewoners aan veilige, betaalbare huisvesting heeft geholpen. Onderwijsinitiatieven als DIL en The Citizen Foundation die door het hele land scholen bouwen. Het is niet overdreven om te zeggen dat deze burgerinstituten en deze sociale ondernemers werkelijke alternatieven voor de Taliban bouwen.
Ik heb nu ruim zeven jaar lang in Pakistan geïnvesteerd en diegenen van jullie die daar ook gewerkt hebben, kunnen beamen dat Pakistanen ongelofelijk hardwerkende mensen zijn. Er zit ook een felle drang tot lotsverbeterings in hun karakter.
President Kennedy zei dat wie vreedzame revolutie onmogelijk maakt, gewelddadige revolutie onvermijdelijk maakt. Ik zou zeggen dat het omgekeerde waar is. Dat deze sociale leiders die werkelijk kijken naar innovatie en het geven van kansen aan de 70% van Pakistanen die minder dan twee dollar per dag verdienen, echte wegen naar hoop banen. Als we denken aan hoe we hulp samenstellen voor Pakistan, terwijl we het rechtswezen moeten versterken, en grotere stabiliteit bouwen, moeten we tevens denken aan het optillen van die leiders die als voorbeelden kunnen dienen voor de rest van de wereld.
Op een van mijn laatste bezoeken aan Pakistan vroeg ik Dr. Sono of hij me wat van de druppelirrigatie wilde laten zien in de Thar woestijn. We verlieten Karachi op een ochtend vóór zonsopgang. Het was zo'n 46 graden. We reden acht uur lang door een maanachtig landschap met weinig kleur, veel hitte, weinig conversatie, want we waren uitgeput.
Aan het eind van de reis zag ik een dunne gele streep op de horizon. Terwijl we dichterbij kwamen werd de betekenis ervan duidelijk. Hier in de woestijn stond een veld van 2 meter hoge zonnebloemen. Omdat één van de armste boeren op aarde de beschikking had gekregen over een technologie die het hem mogelijk maakte zijn eigen leven te veranderen. Zijn naam was Raja. Hij had vriendelijke, fonkelende bruine ogen en warme, expressieve handen die me aan mijn vader deden denken.
Hij zei dat dit het eerste seizoen was in zijn hele leven, dat het niet nodig was geweest om met zijn 12 kinderen en 50 kleinkinderen een tweedaagse reis door de woestijn te maken om als dagloners te werken op een commerciële boerderij, voor zo'n 50 cent per dag. Omdat hij deze gewassen verbouwde. Met het geld dat hij verdiende, kon hij dit jaar blijven. Voor het eerst in drie generaties, zouden zijn kinderen naar school gaan.
We vroegen hem of hij zijn dochters ook naar school zou sturen. Hij zei: "Natuurlijk doe ik dat. Ik wil niet dat ze nog gediscrimineerd worden." Als we denken aan oplossingen voor armoede kunnen we individuen niet hun fundamentele waardigheid ontzeggen. Want uiteindelijk is waardigheid belangrijker voor het menselijk wezen dan rijkdom. Het is opwindend om zoveel ondernemers in diverse sectoren innovaties te zien bouwen die recht doen aan de behoefte van mensen aan vrijheid, keuzes en mogelijkheden. Want dat is waar de echte waardigheid begint.
Martin Luther King zei dat liefde zonder macht bleek en sentimenteel is, en macht zonder liefde roekeloos en corrupt. Onze generatie heeft beide benaderingen in werking gezien, en vaak zien falen. Maar ik denk dat onze generatie wellicht de eerste is die het lef heeft om zowel macht als liefde te omarmen. Want dat is wat we nodig zullen hebben als we dromen en ons voorstellen wat er nodig is om een wereldeconomie te bouwen die van ons allemaal is. Om eindelijk dat fundamentele beginsel, dat alle mensen gelijk geschapen zijn, uit te breiden naar ieder mens op deze planeet.
De tijd voor ons, om te beginnen met innovatie en te zoeken naar nieuwe oplossingen, is nu. Ik kan enkel uit eigen ervaring spreken, maar in de acht jaar dat ik het Acumenfonds run, heb ik de kracht van geduldig kapitaal gezien. Niet alleen om innovatie en het nemen van risico's te inspireren, maar om werkelijk de systemen te bouwen die meer dan 25.000 banen hebben gecreëerd en tientallen miljoenen diensten en producten hebben geleverd aan de armsten op deze planeet. Ik weet dat het werkt. Maar ik weet dat veel andere soorten innovatie eveneens werken.
Dus ik vraag jullie om, in welke sector je ook werkt, welke functie je ook hebt, te beginnen denken over hoe we oplossingen kunnen bouwen vanuit het perspectief van degenen die we willen helpen, in plaats van wat we denken dat ze nodig hebben. Daarvoor moeten we de wereld omarmen. Nodig hiervoor is een geest van gulheid en verantwoordelijkheid, gecombineerd met integriteit en doorzettingsvermogen. Toch zijn dit precies de eigenschappen waarvoor mannen en vrouwen geëerd zijn door de generaties heen. Er is zoveel goeds dat we kunnen doen. Denk aan al die zonnebloemen in de woestijn. Dank je wel. (Applaus)
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Het debat over ontwikkelingshulp plaatst vaak degenen die 'liefdadigheid' wantrouwen, tegenover degenen die marktwerking wantrouwen. Jacqueline Novogratz stelt een middenweg voor, die zij geduldig kapitaal noemt, en geeft veelbelovende voorbeelden van innovatief ondernemerschap dat sociale verandering teweegbrengt.
Jacqueline Novogratz founded and leads Acumen Fund, a nonprofit that takes a businesslike approach to improving the lives of the poor. In her new book, The Blue Sweater, she tells stories from the new philanthropy, which emphasizes sustainable bottom-up solutions over traditional top-down aid. Full bio »
Translated into Dutch by Axel Saffran
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
At the end of the day, dignity is more important to the human spirit than wealth.” (Jacqueline Novogratz)
18:23 Posted: Aug 2007
Views 246,558 | Comments 74
12:53 Posted: Oct 2006
Views 214,694 | Comments 46
20:34 Posted: Oct 2007
Views 183,035 | Comments 53
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.