Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Tijdens mijn jeugd in Montana had ik twee dromen. Ik wilde paleontoloog worden, een dinosauruspaleontoloog, en ik wilde een dinosaurus als troeteldier hebben. Dat is waar ik mijn hele leven al naar streef. Ik had veel geluk in het begin van mijn carrière. Ik had het geluk dat ik goed was in het vinden van dingen. Ik was niet erg goed in het lezen van dingen. In feite heb ik nooit veel gelezen. Ik ben zeer dyslectisch, en daarom is lezen voor mij het moeilijkste wat ik doe. Maar in plaats daarvan ga ik eropuit en ik vind dingen. Ik hoef ze maar op te rapen. Ik oefen eigenlijk om geld op straat te vinden. (Gelach) Ik trek rond in de heuvels. Ik heb een paar dingen gevonden.
Ik heb het geluk gehad de eerste eieren van babydinosaurussen in het westelijk halfrond te vinden, ook de eerste babydinosaurussen in nesten, de eerste dinosaurusembryo's en massale stapels botten. Dat gebeurde op een moment dat mensen net begonnen te beseffen dat dinosaurussen niet de grote, domme, groene reptielen waren zoals ze vele jaren lang werden voorgesteld. Mensen begonnen in te zien dat dinosaurussen heel bijzonder waren.
Op dat moment kon ik samen met mijn collega's een aantal interessante hypothesen maken. We slaagden erin om aan te tonen dat dinosaurussen - op basis van het bewijs dat we hadden - dat dinosaurussen nesten bouwden, in kolonies leefden, hun jongen verzorgden, voedsel brachten naar hun baby's en in gigantische kuddes rondtrokken. Behoorlijk interessant spul. Ik ben naar meer dingen op zoek gegaan en ontdekte dat dinosaurussen echt heel sociaal waren. We hebben een heleboel bewijs dat dinosaurussen veranderden vanaf het moment dat ze jongen waren totdat ze volwassen waren. Hun uiterlijk veranderde, zoals bij alle sociale dieren. In sociale groepen van dieren, zien de jongeren er altijd anders uit dan de volwassenen. De volwassenen kunnen de jongeren herkennen, de jongeren kunnen de volwassenen herkennen. Zo komen we tot een beter beeld van hoe een dinosaurus eruitziet. Ze deden nog wat anders dan achter jeeps aanzitten.
Maar het is dat sociale aspect dat Michael Crichton aantrok, denk ik. In zijn boek sprak hij over sociaal levende dieren. En Steven Spielberg beeldt deze dinosauriërs natuurlijk af als zeer sociale wezens. Het thema van dit verhaal is het maken van een dinosaurus, en zo komen we tot dat deel van "Jurassic Park". Michael Crichton was echt een van de eerste mensen die het had over het weer tot leven brengen van dinosaurussen. Jullie kennen dat verhaal allemaal, niet. Ik neem aan dat iedereen hier "Jurassic Park" heeft gezien.
Als je een dinosaurus wil maken, zoek je een stuk versteend boomsap - ook wel bekend als amber - met een aantal bloedzuigende insecten erin, de juiste, je haalt de insecten eruit en je zuigt er wat DNA uit. Uiteraard hebben alle bloedzuigende insecten toen dinosaurus-DNA opgezogen. Je neemt dat DNA mee terug naar het laboratorium en je kloont het. Je zou het misschien in een struisvogelei kunnen injecteren, of iets dergelijks. Dan moet je wachten, et voilà, er komt een kleine babydinosaurus uit. Iedereen blij. (Gelach) Ze kunnen hun geluk niet op. Ze blijven maar doorgaan. En dan, dan, dan, dan, dan ... Dan beginnen die dinosaurussen, sociaal als ze zijn, hun sociaal-zijn uit te spelen. Ze verzamelen en beginnen samen te spannen. En, natuurlijk -- daarover gaat Steven Spielbergs film -- jagen samenzwerende dinosaurussen op mensen.
Maar ik neem aan dat iedereen weet dat als je echt in een stuk amber met een insect erin zou gaan boren, er wat DNA zou uithalen en het altijd maar opnieuw zou klonen, je een kamer vol muggen zou krijgen. (Gelach) (Applaus) Waarschijnlijk ook een hele hoop bomen.
Als je dinosaurus-DNA wil, wend je dan tot de dinosaurus zelf, zou ik zeggen. Dat hebben we gedaan. In 1993, toen de film uitkwam, kregen we een subsidie van de National Science Foundation om te proberen DNA te extraheren uit een dinosaurus. We kozen voor de dinosaurus aan de linkerkant, een Tyrannosaurus Rex, een heel mooi exemplaar. Een van mijn voormalige promovendi, Dr. Mary Schweitzer, had eigenlijk de juiste achtergrond om dit soort dingen te doen. Ze onderzocht het bot van deze T-rex, een van de dijbenen, en vond er een aantal zeer interessante structuren in. Ze vonden deze rode ronde dingetjes. Ze leken echt op rode bloedcellen. Ze bevinden zich in iets wat op bloedvaten lijkt en door het bot loopt. Ik kan het maar proberen, dacht ze. Ze verzamelde er wat materiaal van. Het was geen DNA. Maar ze vond wel heem, dat is de biologische basis van hemoglobine. Dat was echt gaaf. Interessant. We vonden hier 65 miljoen jaar oud heem. Maar wat we ook probeerden, we konden er echt niets anders uithalen.
Een paar jaren gingen voorbij. We begonnen met het Hell Creek Project. Het Hell Creek Project was een enorme onderneming om zo veel mogelijk dinosaurussen te vinden, in de hoop er met wat meer materiaal erin te vinden. In Oost-Montana is er veel plaats, veel badlands, en niet zo erg veel mensen. Daar kun je een heleboel dingen vinden. We vonden ook een heleboel dingen. We vonden een hoop Tyrannosaurussen, maar we vonden ook een heel speciale Tyrannosaurus. We noemden hem B-rex. B. rex werd gevonden onder een duizend kubieke meter gesteente. Het was geen zeer complete T. rex, en het was ook geen heel grote T. rex, maar het was wel een heel speciale B. rex. Ik en mijn collega's zaagden een been door en we waren in staat om vast te stellen, door naar de groeilijnen te kijken, dat B. rex was doodgegaan op 16-jarige leeftijd. We weten eigenlijk niet hoe lang dinosaurussen leefden, want we hebben de oudste nog niet gevonden. Maar deze ging dood op 16 jaar.
We gaven monsters aan Mary Schweitzer, en ze was in staat om te bepalen dat B. rex een vrouwtje was, door het medullair weefsel aan de binnenkant van het bot. Medullair weefsel slaat calcium op, legt een calciumvoorraad aan, wanneer een dier zwanger is, ook wanneer een vogel zwanger is. Hier vonden we een eigenschap die een verband legde tussen vogels en dinosauriërs. Maar Mary ging verder. Ze nam het bot en gooide het in zuur. Nu weten we allemaal dat botten gefossiliseerd zijn en dat als je ze in zuur gooit er niets van overblijft. Maar er bleef iets over. Bloedvaten. Flexibele, heldere bloedvaten. Dat was het eerste zachte weefsel van een dinosaurus. Het was buitengewoon. Maar ze vond ook osteocyten. Dat zijn de cellen die de botten vormen. Maar hoe we ook ons best deden, we vonden geen DNA, maar ze vond wel bewijs van eiwitten.
Maar we dachten dat het materiaal misschien afgebroken werd nadat het uit de bodem was gehaald. We dachten dat het misschien zeer snel verslechterde. Daarom bouwden we een laboratorium achteraan in een 18-wiels aanhangwagen, en namen dat mee naar het veld waar we betere monsters konden verzamelen. Dat deden we. We kregen beter materiaal. De cellen zag er beter uit. De bloedvaten zagen er beter uit. Dan het collageen. Ik bedoel, het was geweldig spul. Maar het is geen dinosaurus-DNA. We hebben ontdekt dat dinosaurus-DNA, alle DNA, gewoon te snel afbreekt. We zijn niet in staat om te doen wat ze deden in "Jurassic Park". We gaan nooit in staat zijn om een dinosaurus te maken op basis van een dinosaurus.
Maar vogels zijn dinosauriërs. Vogels zijn levende dinosauriërs. Eigenlijk classificeren we hen bij de dinosaurussen. We noemen ze nu niet-aviaire dinosauriërs en aviaire dinosauriërs. De niet-aviaire dinosauriërs zijn die grote lobbessen die zijn uitgestorven. Aviaire dinosauriërs zijn onze moderne vogels. We hoeven dus geen dinosaurus te maken omdat we ze al hebben.
Ik weet het, jullie zijn net zo slecht als de zesde-klassers. (Gelach) Zesde-klassers kijken ernaar en zeggen: "Noppes". (Gelach) "Je mag het een dinosaurus noemen, maar kijk eens naar de velociraptor: die is pas cool." (Gelach) "Een kip niet." (Gelach) Dit is ons probleem, zoals je je kan indenken. De kip is een dinosaurus. Ik meen het. Dat kan je niet betwisten. We hebben ze zo geclassificeerd en wij zijn de classificeerders. (Gelach) (Applaus) Maar de zesde-klassers eisen het: "Lap die kip op." (Gelach) Dat is wat ik hier kom vertellen: "Hoe gaan we een kip oplappen?"
We hebben een aantal manieren waarop we de kip echt in orde kunnen brengen. Omdat evolutie werkt, hebben we eigenlijk wat evolutionaire methoden. We noemen ze biologische modificatiegereedschappen. We hebben selectie. We weten hoe selectie werkt. We zijn begonnen met een wolf-achtig wezen en we eindigden met een Maltezer. Ik bedoel, dat is - dat is zeker genetische modificatie. Of een van die andere leuk uitziende honden. We hebben ook transgenese. Transgenese is echt te cool. Je neemt een gen van een dier en plakt het in een ander. Zo maken ze gloeivissen. Je neemt een gloeigen van een koraal of een kwal en je steekt dat in een zebravis, en, hopla, hij gloeit. Cool is dat. Ze verdienen er een hoop geld aan. Nu zijn ze gloeikonijnen aan het maken en gloei-allerlei. Ik denk dat we een gloeikip zouden kunnen maken. (Gelach) Maar ik denk niet dat je de zesde-klassers daarmee tevreden zou kunnen stellen.
Maar er is nog iets anders. Wat wij atavisme-activering noemen. Atavisme-activering is in principe - het oproepen van een voorouderlijke karakteristiek. Je hoorde al dat er af en toe kinderen met staarten worden geboren. Dat is een voorouderlijk kenmerk. Zo zijn er een aantal atavismen die kunnen optreden. Soms worden er slangen met poten geboren. Hier een voorbeeld. Dit is een kip met tanden. Een man genaamd Matthew Harris aan de Universiteit van Wisconsin in Madison bedacht een manier om het gen voor tanden te stimuleren en was zo in staat om het tandgen op 'aan' te zetten en zo kippen met tanden te kweken. Dat is al een goede eigenschap. Die moeten we zien te houden. Daar kunnen we wat mee. We kunnen een kip met tanden maken. Dat is er al dichterbij. Beter dan een gloeikip.
Een vriend van mij, een collega, Dr. Hans Larsson aan de McGill University, is op zoek naar atavismen. Hij zoekt ernaar door de embryogenese van vogels te bestuderen en te kijken naar hoe ze zich ontwikkelen. Hij is geïnteresseerd in hoe vogels hun staart verloren. Hij is ook geïnteresseerd in de transformatie van de arm en de hand naar de vleugel. Hij is ook op zoek naar die genen. Ik zei: "Als je die kunt vinden, dan kan ik dat gewoon omkeren en maak ik wat ik nodig heb voor de zesde-klassers." Hij ging akkoord. Dat is wat we zoeken.
Kijk naar dinosaurushanden: een velociraptor heeft zo'n cool uitziende hand met klauwen. Archaeopteryx, dat is een vogel, een primitieve vogel, heeft nog steeds die erg primitieve hand. Maar zoals je kan zien: de handen van de duif, de kip of een andere vogel zien er een beetje raar uit want het zijn vleugels geworden. Maar het is opwindend om te zien dat in het embryo, tijdens de ontwikkeling van het embryo, de hand werkelijk veel lijkt op een archaeopteryxhand. Ze heeft drie vingers en drie kootjes. Maar een gen wordt ingeschakeld dat die vingers met elkaar laat versmelten. We zijn op zoek naar dat gen. We willen zorgen dat dat gen niet wordt ingeschakeld. Dan kunnen die vingers niet meer versmelten zodat er een kip uit het ei komt met een drievingerige hand, net als de Archaeopteryx. Hetzelfde geldt voor de staarten. Vogels hebben een rudimentaire staart. Wij weten dus dat in embryo's, als het dier zich ontwikkelt, het nog een relatief lange staart heeft. Maar weer wordt een gen ingeschakeld dat die staart resorbeert, waardoor hij verdwijnt. Dat is het andere gen dat we zoeken. We willen het resorberen van die staart tegenhouden.
We proberen dus echt onze kip te wijzigen om er een kipposaurus van te maken. (Gelach) Die kip ziet er al cooler uit. Maar het is maar een begin. Dat is wat we proberen te doen. Mensen altijd zeggen: "Hoeft dat nu? Waarom zou je zo'n ding maken? Wat heb je eraan? " Dat is een goede vraag. Eigenlijk denk ik dat het een geweldige manier is om kinderen iets te leren over evolutionaire biologie, ontwikkelingsbiologie en nog wat van die dingen. En eerlijk gezegd, denk ik dat als Colonel Sanders (die van Kentucky Fried Chicken) het voorzichtig zou verwoorden, hij reclame kon maken voor een extra stuk. (Gelach)
Hoe dan ook - als onze dino-kip uitkomt wordt ze natuurlijk het posteridool, of wat je zou kunnen noemen een posterbabe voor Technologie, Entertainment en Design.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
De gerenommeerde paleontoloog Jack Horner heeft zijn carrière doorgebracht met pogingen om een dinosaurus te reconstrueren. Hij vond fossielen met uitzonderlijk goed bewaarde bloedvaten en zachte weefsels, maar nooit intact DNA. In een nieuwe aanpak probeert hij de voorouderlijke eigenschappen van levende afstammelingen van de dinosauriërs (kippen) door genetische engineering te activeren - met inbegrip van tanden, staarten en zelfs handen - om een "Kipposaurus" te maken.
Jack Horner and his dig teams have discovered the first evidence of parental care in dinosaurs, extensive nesting grounds, evidence of dinosaur herds, and the world’s first dinosaur embryos. He's now exploring how to build a dinosaur. Full bio »
Translated into Dutch by Rik Delaet
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
22:35 Posted: Apr 2007
Views 420,806 | Comments 76
21:46 Posted: Jan 2009
Views 141,910 | Comments 15
17:20 Posted: Dec 2010
Views 215,042 | Comments 117
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.