Ik ben een Amerikaan, wat in het algemeen betekent dat ik voetbal negeer tenzij het gaat om mannen van mijn of Bruno's postuur die heel hard op elkaar afrennen. Toch was het erg lastig om voetbal te negeren de afgelopen paar weken. Op Twitter zag ik allerlei woorden langskomen die ik nog nooit had gehoord: FIFA, vuvuzela, vreemde grappen over inktvissen. Maar waar ik echt mee doodgegooid werd, waarvan ik maar niet achter de betekenis kon komen, is die ene zin: "Cala a boca, Galvão." Als je op Twitter bent geweest de laatste weken heb je dit waarschijnlijk gezien. Het was een belangrijk "trending topic".
Als eentalige Amerikaan had ik totaal geen idee wat het betekende. Dus heb ik op Twitter aan een paar mensen gevraagd of ze mij "Cala a boca, Galvão" konden uitleggen. En gelukkig waren mijn Braziliaanse vrienden daartoe bereid. Ze legden uit dat de Galvao-vogel een zeldzame papegaaiensoort is, die zeer ernstig bedreigd wordt. Laat ze het zelf maar vertellen. Verteller: "De Galvao-vogel is een zeldzame vogelsoort die alleen voorkomt in Brazilië. Elk jaar worden meer dan 300.000 Galvao-vogels gedood tijdens de carnavalsoptochten. Ethan Zuckerman: Dit is duidelijk een tragische situatie, en het wordt nog erger. Deze papegaai blijkt niet alleen erg aantrekkelijk, bruikbaar voor hoofdtooien, maar heeft ook hallucinerende eigenschappen, en daarom wordt er vreselijk misbruik van ze gemaakt. Sommige halve garen blijken zelfs Galvao's te snuiven. De vogel is dus in groot gevaar. Het goede nieuws is dat de wereld -- nog altijd volgens mijn Braziliaanse vrienden -- te hulp schiet. Lady Gaga blijkt een nieuwe single te hebben gemaakt -- of eigenlijk zijn het er eerder vijf of zes -- getiteld "Cala a boca, Galvão." En volgens mijn Braziliaanse vrienden wordt er als ik de zin "Cala a boca, Galvão" twitter, 10 cent geschonken aan de internationale campagne om deze zeldzame en mooie vogel te redden.
Jullie hebben vast wel door dat dit een instinker was, een hele goede instinker zelfs. "Cala a boca, Galvão" betekent namelijk iets heel anders. In het Portugees betekent het "Hou je kop, Galvão". En daarmee wordt verwezen naar Galvão Bueno, de belangrijkste voetbalcommentator van Rede Globo. Ik begrijp van mijn Braziliaanse vrienden dat hij een soort clichémachine is. Hij kan een spannende wedstrijd verknoeien door het ene na het andere cliché te spuien. Dus de Brazilianen gingen naar de eerste wedstrijd tegen Noord-Korea, hingen er een spandoek op, startten een Twitter-campagne en probeerden ons ertoe te brengen om de zin "Cala a boca, Galvão" te twitteren. Dat lukte hen zó goed dat ze twee weken lang Twitter domineerden.
Hieruit kunnen we een paar lessen distilleren. De eerste les, en die is denk ik wel de moeite waard, is dat het makkelijk is om mensen online actief te krijgen, zolang activisme niets anders inhoudt dan een zin te retweeten. Wanneer activisme zo eenvoudig is, kom je er makkelijk mee weg. Wat je hier overigens ook uit kunt opmaken, is dat er veel Brazilianen op Twitter zijn. Meer dan vijf miljoen. Uitgedrukt in percentages: 11% van de Braziliaanse internetgebruikers twittert. Dat is een veel groter aantal dan in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië. Op Japan na is het het meest vertegenwoordigde land op Twitter.
Bent u actief op Twitter of in andere sociale netwerken en wist u niet dat daar veel Brazilianen rondhingen, dan is dat heel normaal. Op sociale netwerken gaat u om met de mensen voor wie u zelf gekozen hebt. Als u op mij lijkt -- een grote, nerd-achtige, blanke Amerikaanse man -- dan zult u veelal omgaan met een hoop andere nerd-achtige, blanke Amerikanen. En dan hebt u niet zo gauw door dat Twitter heel veel door Brazilianen wordt gebruikt. Het zal veel Amerikanen verbazen dat er ook behoorlijk wat Afrikaans-Amerikaanse twitteraars zijn. Twitter heeft onlangs wat onderzoek verricht. Er is gekeken naar de lokale bevolking. Men denkt dat 24 procent van de Amerikaanse twitteraars Afrikaans-Amerikaans is. Dat is ongeveer twee keer zo veel als het percentage Afrikaans-Amerikanen op de totale bevolking. Ook dat vonden veel twitteraars een schokkend feit, hoewel ze het hadden kunnen weten. Want als je op een doorsnee dag in de "trending topics" kijkt, zie je veel onderwerpen die vrijwel uitsluitend leven onder Afrikaans-Amerikanen.
Deze visualisatie is gemaakt door Fernando Viegas en Martin Wattenberg. Zij zijn gespecialiseerd in visualisatie. Ze hebben gekeken naar het Twitter-verkeer van een heel weekend en ontdekten dat veel "trending topics" in feite gesprekken binnen totaal van elkaar gescheiden groepen betroffen. De verdeling van onderwerpen was verrassend. De olieramp bleek vooral in gesprekken tussen blanken op te duiken, terwijl barbecuefeesten voornamelijk door zwarten werden besproken. Het gekke is dat je in principe iedereen zou kunnen ontmoeten op Twitter, letterlijk met één enkele klik. Als je op de tag voor barbecuefeesten klikt, beland je in een totaal ander gesprek, met een totaal andere groep mensen. In het algemeen doen we dat echter niet. We stranden bij "filter bubbles" zoals mijn vriend Eli Pariser ze noemt, waarin we de mensen tegenkomen die we al kennen en mensen die lijken op de mensen die we al kennen. En we kijken niet verder om ons heen.
Voor mij is dat verrassend, want zo is internet niet bedoeld. In de begintijd van internet, toen cyber-utopisten als Nick Negroponte dikke boeken schreven als "Digitaal Leven", was de verwachting dat internet ongelooflijk veel zou betekenen voor het gladstrijken van culturele verschillen. Op de een of andere manier zouden we allemaal samen worden gebracht. Negroponte begint zijn boek met een verhaal over hoe moeilijk het is om verbindingen te leggen in de wereld van atomen. Op een technologiecongres in Florida ziet hij iets belachelijk absurds: Flessen Evian-water op tafel. En Negreponte zegt: Wat gek. Dit is de oude economie, het verplaatsen van zware en trage atomen over grote afstanden, wat heel lastig is om te doen. We zijn op weg naar een toekomst vol bits, waar alles snel en gewichtsloos zal gaan. Alles kan overal ter wereld, op elk moment. De wereld die wij kennen zal veranderen.
Negroponte had op een groot aantal punten gelijk. Maar op dit punt zat hij er totaal naast. In veel gevallen blijken atomen veel mobieler te zijn dan bits. Als ik een winkel in de Verenigde Staten binnen loop, kan ik vrij eenvoudig water kopen dat in Fiji gebotteld is en tegen hoge kosten naar de Verenigde Staten is verscheept. Terwijl het verbazingwekkend lastig blijkt om een speelfilm uit Fiji te zien te krijgen. Het is vrij moelijk om muziek uit Fiji te horen te krijgen. En het is extreem lastig om nieuws over Fiji te vergaren, wat vreemd is, want er is een hoop aan de hand op Fiji. Er is een staatsgreep geweest. De militairen zijn aan de macht. De pers wordt geïntimideerd. Eigenlijk zouden we aan dat land juist veel aandacht moeten besteden.
Weet je wat ik denk dat er gebeurt? Ik denk dat we geneigd zijn te kijken naar de infrastructuur van de globalisering. We kijken naar de structuur die het mogelijk maakt om in onderlinge verbondenheid te leven. Die structuur omvat onder meer vliegroutes en internetaansluitingen. Bij bestudering van een kaart als deze lijkt het net of de wereld plat is, omdat alles met één of twee sprongen bereikbaar is. Je kunt in Londen op het vliegtuig stappen en nog diezelfde dag in Bangalore belanden. Twee sprongen en je bent in Suva, de hoofdstad van Fiji. Alles is mogelijk.
Maar als je naar de reële stromingen binnen deze netwerken kijkt, krijg je een heel ander beeld. Bij bestudering van internationale vliegbewegingen ontdek je dat de wereld helemaal niet plat is. De wereld zit vol hobbels. Sommige delen van de wereld zijn heel erg met elkaar verbonden. Het lijkt wel of er een luchtbrug is geslagen tussen Londen en New York. Maar als je de kaart een paar minuten in de gaten houdt, zie je dat er weinig vliegtuigen van Zuid-Amerika richting Afrika gaan. En dan merk je dat sommige delen van de aarde systematisch afgesloten zijn. Kijken we niet meer naar de infrastructuur die verbindingen mogelijk maakt, maar naar de werkelijke bewegingen, dan zien we dat de wereld anders in elkaar steekt dan wij denken.
En dat is het fenomeen waarin ik mij de afgelopen tien jaar heb verdiept. De wereld is in feite steeds groter geworden. Alles en iedereen raakt met elkaar verbonden. Steeds meer problemen hebben een mondiaal karakter. Steeds meer economieën hebben internationaal impact. Tegelijkertijd zijn onze media steeds minder op het buitenland georiënteerd. In de Verenigde Staten was in de jaren zeventig het buitenlandse nieuws goed voor 35 tot 40 procent van het avondjournaal. Dat is gezakt naar 12 tot 15 procent. Dat kan ons een erg verwrongen beeld van de wereld geven. Hier is een dia die Alisa Miller liet zien tijdens een vorige TED-talk. Alisa is de voorzitter van Public Radio International. Haar vertekende statistische kaart geeft een beeld van alles waar op de Amerikaanse tv bij nieuwsrubrieken gedurende een maand aandacht aan is besteed. Wat blijkt: Als je een kaart vertekent op basis van aandacht, is de wereld volgens de Amerikaanse nieuwsrubrieken in feite gereduceerd tot een gigantisch opgeblazen V.S. en een paar andere landen die we binnengevallen zijn. En dat is zo'n beetje waar het in onze media over gaat. Voordat u opmerkt dat dat vooral bij televisie speelt -- wat schrikbarend is, dat ben ik met u eens -- ik heb ook kwaliteitskranten als de New York Times in kaart gebracht, en daar zie ik hetzelfde. Of je nou naar de New York Times kijkt of naar andere kwaliteitsmedia, je krijgt vooral een beeld van welvarende naties en de naties waar we zijn binnengevallen.
En de nieuwe media blijken ons niet bijzonder veel verder te helpen. Hier is een kaart die gemaakt is door Mark Graham van het Oxford Internet Instituut, hier even verderop. De kaart toont artikelen in Wikipedia gerangschikt naar hun geo-code. Wat opvalt is dat er een zware nadruk ligt op Noord-Amerika en West-Europa. Zelfs in Wikipedia's, waar iedereen online zijn eigen inhoud creëert, is er dus een voorkeur voor het land waar de meeste Wikipedia-auteurs zelf wonen, ten nadele van de rest van de wereld. U kunt hier, in het Verenigd Koninkrijk, na deze sessie gewoon uw computer erbij pakken en online artikelen lezen in kranten uit India, Australië, Canada of, God verhoede, uit de V.S. Maar dat doet u waarschijnlijk niet. Als je de consumptie van online media bekijkt -- in dit geval bij de top-10 gebruikers van internet -- blijkt ruim 95 procent van de lezers zich te concentreren op sites met binnenlands nieuws. Hier presteren de Amerikanen hoogst ongebruikelijk beter dan de Britten, omdat wij wel graag jullie media lezen, maar jullie niet de onze.
Dit alles brengt mij tot de volgende verklaring: Wij bevinden ons in een staat die ik denkbeeldig kosmopolitisme noem. We surfen op internet. We denken dat we zo een bredere kijk op de wereld krijgen. Incidenteel stuiten we op een pagina in het Chinees, en enthousiast concluderen we dat dankzij deze geweldige technologie toch maar mooi de hele wereld met elkaar verbonden is. En we vergeten dat we meestal slechts de scores van de Boston Red Sox nagaan. Dit is werkelijk een probleem -- los van het feit dat de Red Sox een slecht jaar hebben -- het is werkelijk een probleem omdat, zoals we hier bij TED al aangeven, de grote thema's in de wereld, de interessante kwesties om op te lossen wat betreft schaal en omvang wereldomvattend zijn. Er is mondiale dialoog nodig om tot mondiale oplossingen te komen. Daar moeten we aan werken.
Er is echter ook goed nieuws. Al zes jaar ben ik actief in een groep genaamd Global Voices. Dat is een team van bloggers van over de hele wereld. Het was onze missie om de wereldwijde media te veranderen. We zijn gestart in 2004. Het zal u opgevallen zijn dat het ons niet echt gelukt is. Maar ik denk ook niet dat wij als groep dit probleem kunnen oplossen. Maar nu ik er zo over nadenk, hebben we in die tijd wel een paar dingen geleerd die van belang zouden zijn bij hervorming van het web om tot een grotere wereld te komen. Allereerst moet je je realiseren dat er delen van de wereld zijn waar heel weinig aandacht aan gegeven wordt. Het zijn donkere plekken, op deze NASA-kaart van de wereld bij nacht zijn ze letterlijk donker vanwege het gebrek aan elektriciteit. Ik dacht altijd dat je van een donkere plek op deze kaart geen media binnen kon krijgen, omdat ze het er druk hadden met primaire levensbehoeften.
Nu zie ik echter dat er wel media zijn, maar dat het opvangen ervan een hoop werk is, en dat dat heel erg gestimuleerd moet worden. Een zo'n donkere plek is Madagascar, een land dat mensen wel kennen van de gelijknamige film maar niet vanwege de de aardige mensen die er wonen. De mensen die in Madagascar de Foko Club hebben opgericht, waren ook niet van plan om het imago van hun land te verbeteren. Hun insteek was heel eenvoudig. Zij wilden Engels leren en met computers en internet leren werken. Maar toen vond er op Madagascar een gewelddadige staatsgreep plaats. De meeste onafhankelijke media werden uitgeschakeld. En de middelbare scholieren die leerden bloggen via de Foko Club, hielden plotseling een internationaal publiek op de hoogte van de demonstraties, het geweld, van alles wat er in hun land gebeurde. Een klein project dat bedoeld was om mensen achter de computer te krijgen en hun gedachten, hun onafhankelijke visie te publiceren, was dus van grote betekenis voor onze nieuwsgaring uit dit land.
Ik veronderstel nu even dat dat de meeste mensen hier geen Malagasi spreken. Ik neem ook aan dat de meesten van jullie geen Chinees spreken, wat wel jammer is, zeker als je bedenkt dat dat inmiddels de meest gebruikte taal op internet is. Gelukkig denken er mensen over na hoe we dit kunnen ondervangen. Als je in Google Chrome een site in het Chinees bezoekt, verschijnt er een balk bovenaan het scherm die automatisch signaleert dat de pagina in het Chinees is. Met één muisklik krijg je dan razendsnel een vertaling van de pagina. Helaas is dat een computervertaling. En hoewel Google sommige talen heel goed beheerst, is het met het Chinees beroerd gesteld. Het resultaat kan erg grappig zijn. Maar wat we eigenlijk willen, is dat we met één druk op de knop de pagina in de wacht zetten om door een mens vertaald te worden.
Absurd? Zeker niet. Er is een groep in China die Yeeyan heet. Yeeyan bestaat uit 150.000 vrijwilligers die iedere dag online zijn. Ze zoeken naar de meest interessante inhoud in het Engels. Per dag vertalen ze ongeveer 100 artikelen uit belangrijke kranten en van belangrijke websites. Die vertaling zetten ze gratis online. Dit project is opgestart door Zhang Lei, een Chinees die ten tijde van de rellen in Lhasa in de VS woonde en die grote moeite had met de eenzijdige berichtgeving in de Amerikaanse media. Hij besloot om informatie te vertalen, zodat mensen uit verschillende landen elkaar een beter konden begrijpen. En mijn vraag aan u is: Als Yeeyan 150.000 mensen beschikbaar heeft om het Engelse internet in het Chinees te vertalen, waar blijft dan de Yeeyan voor de Engelse taal? Wie gaat het Chinese deel van internet ontsluiten, dat inmiddels 400 miljoen gebruikers kent? I neem aan dat tenminste één van hen iets interessants te zeggen heeft.
Zelfs als we een manier vinden om vanuit het Chinees te vertalen, is er geen garantie dat we interessante informatie vinden. Zoeken we online naar informatie, dan hebben we de keuze uit twee strategieën. We gebruiken veel zoekopdrachten. Zoekopdrachten zijn geweldig, als je weet waar je naar op zoek bent. Maar als je toevallig op waardevolle informatie wilt stuiten, informatie waarvan je niet wist dat je die nodig had, dan kijken we toch vooral binnen ons sociale netwerk, bij onze vrienden. Waar zijn zij mee bezig? Misschien is dat ook wat voor ons. Probleem is dat je zo uiteindelijk uitkomt op de wijsheid van de kudde. Je vormt een kudde, samen met mensen die waarschijnlijk op je lijken, die dezelfde interesses hebben. Het is heel moeilijk om informatie te krijgen uit andere kuddes, uit andere delen van de wereld, waar andere mensen weer over hele andere interesses praten. Op een gegeven moment heb je dan iemand nodig die je uit je eigen kudde naar een andere kudde duwt. Je hebt een gids nodig.
Iemand als Amira Al Hussaini, redacteur Midden-Oosten bij Global Voices. Zij heeft een van de zwaarste banen ter wereld. Niet alleen moet ze voorkomen dat onze Israëlische en Palestijnse medewerkers elkaar te lijf gaan, ze moet ook nagaan wat u zal interesseren over het Midden-Oosten. Omdat zij u zover moet zien te krijgen dat u buiten uw vertrouwde kringetje kijkt, uw aandacht schenkt aan een verhaal over iemand die voor de duur van de Ramadan is gestopt met roken, moet ze kennis hebben van een internationaal publiek. Ze moet weten welke verhalen er beschikbaar zijn. Eigenlijk is ze een soort DJ. Ze is een ervaren beheerder van mensen, die weet welk materiaal er voorhanden is, die luistert naar het publiek en vervolgens een selectie maakt waarmee ze mensen in een bepaalde richting duwt. Dat hoeft niet per se een algoritmisch proces te zijn. En het geweldige van internet is dat het een stuk eenvoudiger wordt voor dergelijke DJ's om een breder publiek te bereiken. Ik ken Amira. Ik kan haar vragen wat ik zou moeten lezen. Door internet verkeert ze in de positie dat ze heel veel mensen kan vertellen wat ze zouden moeten lezen. Ook u kunt naar haar luisteren, als het u interessant lijkt om op die manier uw wereld te vergroten.
Als u op deze manier begint te verbreden, als u licht werpt op de stemmen uit de donkere plekken, als u begint met vertalen, mensen beheren, komt u terecht op heel vreemde plaatsen. Deze afbeelding komt van mijn favoriete blog, AfriGadget. AfriGadget is een blog waar technologie bestudeerd wordt in een Afrikaanse context. U ziet hier een smid in Kibera, Nairobi, die van de aandrijfas van een Landrover een koudbeitel maakt. Bij deze afbeelding vraagt u zich waarschijnlijk af: "Waarom zou mij dit iets kunnen schelen?" Er is een man die het u wel zal kunnen uitleggen. Hij heet Erik Hersman en hij loopt ook hier op het congres rond. Hij wordt ook wel de witte Afrikaan genoemd. Hij is een bekende Amerikaanse nerd, maar hij is tevens Keniaan. Hij is namelijk geboren in Soedan en opgegroeid in Kenia. Hij is een bruggenbouwer. Hij staat met één been in beide werelden, de wereld van de Afrikaanse technologische gemeenschap, en de wereld van de Amerikaanse technologische gemeenschap. Dat stelt hem in staat het verhaal te vertellen van deze smid in Kibera een verhaal over herbestemming van technologie, over uit beperkingen geboren innovatie, over inspiratie vinden in hergebruik van materialen. Hij kent de ene wereld, en hij zoekt manieren om die te verbinden met de andere wereld, omdat hij met beide sterke banden heeft. et pu in de toekomst een belangrijke rol zullen spelen bij het verbreden van onze wereld via het web.
Bij bruggen moet je wel altijd iemand hebben die ze oversteekt. En zo kom ik op het onderwerp xenofielen. Zou ik in de NFL football spelen, dan zou ik me buiten het seizoen bezig houden met lichamelijk herstel, in huis rondrommelen, enzovoorts. Misschien zou ik een hip-hop album opnemen. Dhani Jones, middle linebacker bij de Cincinnati Bengals, denkt daar heel anders over. Dhani heeft een televisieprogramma, genaamd "Dhani tackelt de wereld." Iedere week reist Dhani voor zijn programma naar een land in een ander deel van de wereld. Hij bezoekt een lokaal sportteam, traint een week met ze en speelt een wedstrijd met ze. Dat doet hij niet alleen omdat hij het Thaiboxen onder de knie wil krijgen. Voor hem is sport het vehikel dat hem in staat stelt om in contact te komen met de wondere wereld van andere bevolkingsgroepen. De een heeft dat met muziek, de ander met voedsel. Veel mensen hebben dat met literatuur of schrijven. Er zijn talloze technieken die u in staat stellen erop uit te gaan, de wereld te aanschouwen, uw eigen plek te vinden.
Het doel van mijn lezing is niet zozeer om de mensen in deze ruimte ertoe te brengen om xenofilie te omarmen. U bezoekt een congres met de naam TEDGlobal -- de meesten van u zijn al xenofiel, of u het zelf nu zo noemt of niet. De uitdaging die ik u stel, is deze: Het is niet voldoende om ervoor te kiezen uw persoonlijke wereld te verbreden. We moeten nagaan hoe we de bestaande systemen kunnen reorganiseren. We moeten onze media veranderen. We moeten internet veranderen. We moeten ons onderwijs veranderen. We moeten ons immigratiebeleid veranderen. We moeten toevallig op dingen kunnen stuiten waar we niet naar op zoek waren. We moeten meer vertalingen produceren. We moeten bruggenbouwers omarmen en prijzen. En we moeten nagaan hoe we xenofilie kunnen verspreiden. Dat is wat ik probeer te doen. En ik heb uw hulp nodig.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Zeker, het web verbindt de wereld, maar de meesten van ons blijven vooral naar mensen zoals onszelf luisteren. Blogger en technoloog Ethan Zuckerman wil helpen om de verhalen van het World Wide Web te delen. Hij praat over slimme strategieën om uw Twitter-wereld open te gooien en het nieuws te lezen in talen die u niet eens beheerst.
Ethan Zuckerman studies how the world -- the whole world -- uses new media to share information and moods across cultures, languages and platforms. Full bio »
Translated into Dutch by Roel Verbunt
Reviewed by Nicolette Marié
Comments? Please email the translators above.
04:29 Posted: May 2008
Views 774,868 | Comments 172
03:56 Posted: Apr 2009
Views 239,477 | Comments 31
04:34 Posted: May 2009
Views 2,911,918 | Comments 484
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.