Vandaag ga ik jullie 2 dingen vertellen. Het eerste is wat we hebben verloren, en het tweede een manier om dit weer terug te krijgen. Laat ik hiermee beginnen. Dit is mijn referentiekader. Dit is de Middellandse Zeekust zonder vis, alleen kale rotsen en heel veel zee-egels die graag alle algen opeten. Iets als dit was wat ik als eerste zag toen ik voor de eerste keer in het water van de Middellandse Zee bij Spanje sprong Als een buitenaardse naar de Aarde zou komen... Laten we hem Jan noemen... Wat zou Jan zien? Als Jan in een koraalrif zou gaan duiken zijn er vele dingen die de buitenaardse zou kunnen zien. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Jan In een ongerept koraalrif zou gaan duiken, een maagdelijk koraalrif met veel koraal, haaien, krokodillen, zeekoeien, tandbaarzen, schildpadden, etc. Wat Jan waarschijnlijk eerder zou zien bevindt zich hier, in het groenige deel van het plaatje. Hier zien we het extreme deel met dode koraal, microbiële soep en kwallen. En waar de duiker nu is, is waarschijnlijk hoe de meeste koraalrif in de wereld er nu voor staat, met zeer weinig koraal, algen die de koralen overwoekeren, veel bacteriën, en waar de grote dieren verdwenen zijn. En dit is wat de meeste zeebiologen ook zien. Dit is hun referentiekader. Dit is wat zij natuurlijk vinden omdat we met moderne wetenschap middels diepzee duiken zijn begonnen lang nadat we begonnen zijn de zee-ecologie te degraderen.
Ik ga ons nu in een tijdmachine plaatsen, en we gaan naar links, we gaan terug naar het verleden om te zien hoe de oceaan er toen uit zag. Laten we de tijdmachine starten, de Line-eilanden, waar we een serie expedities voor National Geographics hebben uitgevoerd. Dit is een eilandengroep, behorend bij de Kiribati, welke zich langs de evenaar uitstrekt. En het heeft een aantal onbewoonde, niet beviste, ongerepte eilanden en een aantal bewoonde eilanden. Laten we met de eerste beginnen, Christmas Eiland -- meer dan 5.000 bewoners. Het merendeel van de riffen is dood. Het merendeel van de koralen is dood, overwoekerd door algen. En de meeste van de vissen zijn kleiner dan de potloden die we gebruiken om ze te tellen. We hebben hier 250 uur gedoken in 2005. We hebben geen enkele haai gezien. Dit is de plek die Kapitein Cook ontdekte in 1777. En hij beschreef een enorme overvloed aan haaien die in de roeren en riemen van hun kleine boten beten terwijl ze aan wal gingen.
Laten we de knop nog een beetje verder naar het verleden draaien. Fanning eiland, 2.500 bewoners. De koralen doen het hier beter. Veel kleine visjes. Dit is wat veel duikers een paradijs zouden noemen. Dit is wat je kunt zien in de meeste Florida Keys marine reservaten. En veel mensen vinden dit echt, echt heel mooi, als dit je referentiekader is. Als we nu terug gaan naar een plaats als Palmyra Atoll, waar ik een paar jaar geleden samen met Jeremy Jackson was, de koralen doen het beter en er zijn haaien. Je kunt haaien zien bij elke duik. En dat is zeer ongebruikelijk in de koraalriffen van vandaag. Maar, als we de knop verder terug draaien 200 tot 500 jaar terug, dan komen we bij plaatsen waar de koralen absoluut gezond en schitterend zijn, spectaculaire structuren vormen en waar de roofdieren de meest opvallende dieren zijn, waar je tussen de 25 en de 50 haaien per duik ziet.
Wat hebben we van deze plaatsen geleerd? Deze plaatsen waren naar onze mening natuurlijk. Dit is wat we de biomassapiramide noemen. Als we alle vis van een koraalrif bij elkaar nemen en wegen, dan is dit wat we zouden verwachten. De meeste biomassa zit laag in de voedselketen, de planteneters, de papegaaivissen en de steur, die de algen eten. Dan de planktoneters, deze kleine rifbaars, de kleine dieren die in het water zweven. En dan hebben we een lagere biomassa aan vleeseters, en een lagere biomassa aan de top, ofwel de haaien, de grote snappers, de grote tandbaarzen. Maar dit is een consequentie. Dit beeld van de wereld is een consequentie van het bestuderen van gedegradeerde riffen.
Toen we naar de ongerepte riffen gingen, realiseerden we ons dat de natuurlijke wereld op zijn kop stond. Deze piramide was geïnverteerd. De top is goed voor het grootste deel van de biomassa, op sommige plaatsen tot wel 85 procent zoals op de Kingman riffen, welke nu beschermd zijn. Het goede nieuws is dat, naast het hebben van meer roofdieren, er meer is van alles. Het formaat van deze vakken is groter. We hebben meer haaien, meer biomassa aan snappers. ook meer biomassa aan planteneters. Zoals deze papegaaivissen, die zich gedragen als zee geiten, Zij houden de riffen schoon, alles wat voldoende groeit om gezien te worden eten ze op, en houden zo de riffen schoon en zorgen er zo voor dat de koralen kunnen herstellen. Niet alleen hebben deze plaatsen, deze oude ongerepte plaatsen heel veel vis, maar ze hebben ook andere belangrijke componenten van het ecosysteem zoals doopvontschelpen. Lagen van doopvontschelpen in de lagunes. tot wel 20, 25 per vierkante meter Deze zijn verdwenen uit iedere bewoonde rif in de wereld. En ze filteren het water; ze houden het water schoon van microben en ziekteverwekkers.
En nu, nu hebben we de opwarming van de aarde. Als we geen bevissing hebben omdat deze riffen zijn beschermd door de wet of door hun afgelegen ligging, zou dat mooi zijn. Maar het water is al te lang warmer geworden en de koralen sterven. Dus hoe gaan deze vissen, deze roofdieren, ons helpen? Wat we hebben gezien is dat, in dit specifieke gebied, gedurende het El Niño jaar, '97, '98, het water te warm was gedurende een te lange tijd, en vele koralen verbleekten en vele stierven. Gedurende de kersttijd, wanneer de hoeveelheden voedsel laag zijn, en de grote dieren zijn weg, zijn de koralen niet hersteld. Op Fanning eiland, de koralen zijn niet hersteld. Maar hier zie je een grote tafel koraal die dood is gegaan en is ingestort. En de vissen hebben de algen afgegraasd, zodat de algenmat een beetje lager is. Dan ga je naar Palmyra Atoll die meer biomassa aan planteneters heeft, en deze koralen zijn schoon. En de koralen komen terug. En als je naar de ongerepte kant gaat, is die ooit gebleekt? Deze plaatsen zijn ook gebleekt, maar zij herstelden sneller. Hoe meer intact, hoe meer compleet, hoe meer complex je voedselketen, hoe hoger de veerkracht, hoe waarschijnlijker het is dat het systeem zich zal herstellen van de korte-termijnimpact van opwarming. En dat is goed nieuws. We moeten dus die structuur herstellen. We moeten er zeker van zijn dat alle onderdelen van het ecosysteem er zijn zodat het ecosysteem zich kan aanpassen aan de effecten van de opwarming van de aarde.
Dus, als we het referentiekader moeten herkaderen, als we het ecosysteem naar links moeten duwen, hoe moeten we dat dan aanpakken? Nou, er zijn verschillende manieren. Eén heel duidelijke manier zijn de in zee beschermde gebieden, vooral de reservaten waar het verboden is te vissen die we hebben opgezet om het zeeleven te laten herstellen. En laat me terug gaan naar dat beeld van de Middellandse Zee. Dit was mijn referentiekader. Dit is wat ik zag als kind. En tegelijkertijd keek ik naar Jacques Cousteau's programma's op TV, met al die rijkdom en overvloed en diversiteit. En ik dacht dat die rijkdom alleen in tropische zeeën voorkwam en dat de Middellandse Zee van nature een arme zee was. Maar, hoe weinig ik wist bleek toen ik voor de eerste keer in een zeereservaat ging duiken en dit zag, heel veel vis.
Na een paar jaar, tussen de vijf en de zeven jaar, komen de vissen terug en eten de zee-egels op, en dan groeien de algen weer. Dus eerst heb je deze kleine algen, en in een ruimte zo groot als een laptop, kun je meer dan 100 soorten algen vinden microscopisch voedsel, honderden vissen en kleine diertjes welke tot voedsel dienen voor de vissen zodat het systeem hersteld wordt. En dit specifieke gebied, Het Medes eilanden zeereservaat, is slechts 94 hectare, en het brengt 6 miljoen euro op voor de lokale economie, 20 keer meer dan middels visserij. En het vertegenwoordigt 88 procent van alle opbrengsten uit toerisme. Deze plaatsen helpen dus niet alleen het ecosysteem, maar helpen ook de mensen die kunnen profiteren van het ecosysteem.
Laat ik een samenvatting geven van wat visreservaten doen, deze plaatsen, wanneer we ze beschermen. Als we ze vergelijken met onbeschermde gebieden in de buurt, gebeurt er dit. Het aantal soorten stijgt met 21 procent. Dus als je 1000 soorten hebt kun je er 200 meer verwachten in een zeereservaat. Dit is zeer substantieel. De grootte van organismen groeit met een derde. Dus de vissen zijn nu zo groot. De overvloed, hoeveel vis je hebt per vierkante meter, neemt met bijna 170 procent toe. En de biomassa -- dit is de meest spectaculaire verandering -- 4,5 keer meer biomassa gemiddeld, na slechts vijf tot zeven jaar. Op sommige plaatsen wel tot 10 keer meer biomassa binnen de reservaten.
Dus we hebben al deze dingen in de reservaten die groeien, en wat doen ze? Ze planten zich voort. Dat is populatiebiologie voor beginners. Als je de vis niet doodt, duurt het langer voordat ze dood gaan, ze worden groter en er komen er meer. En dit geldt ook voor de ongewervelde dieren. Dit is het voorbeeld. Dit zijn eierschalen Gelegd door een slak aan de kust van Chili. En dit is hoeveel eieren ze leggen op de bodem. Buiten het reservaat kun je dit niet eens detecteren. 1,3 miljoen eieren per vierkante meter binnen de zeereservaten waar deze slakken zeer overvloedig aanwezig zijn. Deze organismen planten zich dus voort. De kleine jonge larven komen ook buiten de grens van het reservaat, ze verspreiden zich allemaal over de grens heen en dan kunnen mensen buiten het reservaat er ook van profiteren. Dit is in de Bahamas, Nassau tandbaars. Een grote overvloed aan tandbaars leeft binnen het reservaat. En hoe dichter je in de buurt van een reservaat komt, hoe meer vis je hebt. Dus vangen de vissers meer vis. Je ziet waar de grenzen van het reservaat zijn, want je ziet de boten er langs liggen. Er is dus overschot. Er zijn voordelen buiten de grenzen van deze reservaten die de mensen eromheen helpen, terwijl tegelijkertijd de reservaten bescherming bieden aan de gehele leefomgeving; het bouwt veerkracht.
Dus wat we nu hebben, een wereld zonder reservaten, is als een bankrekening, waar we alleen maar geld van afhalen en waar we nooit geld op storten. Reservaten zijn als spaarrekeningen; we hebben dit principe dat dat wat we niet aanraken, opbrengsten oplevert, sociaal, economisch en ecologisch. En als we even stilstaan bij de toename van biomassa in de reservaten, dan is dat een gezamenlijk belang, nietwaar. Nogmaals twee voorbeelden, hoe deze reservaten mensen kunnen helpen. Dit is hoe vissers, iedere dag, in Kenia, hun vis vangen, al gedurende een aantal jaren op een plek waar er geen bescherming is; het vrij voor allen is. Toen het meest vernielende visgereedschap, sleepnetten, werden verwijderd, gingen de vissers meer vangen. Als je minder vist, blijkt dat je meer vangt. Maar als we hier de visreservaten aan toevoegen, blijkt dat de vissers nog meer geld verdienen door minder te vissen rond het gebied dat is beschermd.
Een ander voorbeeld: Nassau tandbaars in Belize in het Meso-Amerikaanse rif Dit is tandbaarssex, en de tandbaarzen groeperen zich gedurende volle maan in december en januari gedurende een week. Zij groepeerden zich altijd tot wel tienduizenden, 30.000 tandbaarzen ongeveer zo groot, op één hectare, in één groep. Vissers wisten hiervan; vingen ze; en putten de visstand uit. Toen ik daar voor het eerst naartoe ging in 2000 waren er nog maar 3.000 tandbaarzen over. En de vissers mochten nog maar 30 procent vangen van de totale kuitschietende populatie per jaar. Dus ik voerde een heel eenvoudige analyse uit, en het vergt geen hogere wiskunde om uit te rekenen, dat als je 30 procent per jaar vangt, de vis zeer snel zal verdwijnen. En met de visvoorraad zal ook de mogelijkheid van voortplanting van de soort uitsterven. Dit is gebeurd op vele plaatsen rondom het Caribisch gebied. En ze verdienden 4.000 dollar per jaar, in totaal, voor het totale visbestand, met verschillende visserijboten. Als je de economische analyse hiervan doet en zou projecteren wat er zou gebeuren als de vis niet werd opgevist, als we niet meer dan 20 duikende toeristen zouden ontvangen gedurende één maand per jaar zou de opbrengst meer dan 20 keer hoger zijn. En dat zou een duurzame oplossing zijn.
En hoeveel van deze reservaten hebben we? Als dit zo goed is, als dit zo overduidelijk logisch is, hoe veel hebben we er dan? En je weet al dat minder dan één procent van de oceaan is beschermd. We komen dichter bij één procent nu dankzij de bescherming van de Chagos Archipel En slechts een fractie van deze gebieden is volledig afgesloten voor visserij. Wetenschappelijke studies adviseren dat minimaal 20 procent van de oceaan beschermd zou moeten worden. De geschatte hoeveelheid ligt tussen de 20 en de 50 procent voor een aantal doelen op het gebied van biodiversiteit en vismeerdering en veerkracht.
Welnu, is dit mogelijk? Mensen zouden vragen: hoeveel zou dat wel niet kosten? Wel, laten we eens bedenken hoeveel we nu betalen om de visserij te subsidiëren: 35 miljard dollar per jaar. Veel van deze subsidies gaan naar vernietigende visserij praktijken. Er zijn een paar schattingen hoeveel het zou kosten om een netwerk van beschermde gebieden te creëren ter grootte van 20 procent van de oceaan. Dat zou slechts een fractie zijn van wat we nu betalen, De overheid helpt nu een visserij die op instorten staat. Mensen verliezen hun banen omdat de visserijen aan het instorten zijn. De opbouw van een netwerk van reservaten zou een primaire werkgelegenheid bieden aan meer dan een miljoen mensen. Daar komen alle secundaire banen en voordelen dan nog eens bij.
Hoe zouden we dat moeten aanpakken? Het is zo duidelijk dat deze spaarrekeningen goed zijn voor het milieu en voor mensen, Waarom hebben we niet 20, 50 procent van de oceaan? En hoe kunnen we dat doel bereiken? Welnu, er zijn twee manieren om er te komen. De voor de hand liggende oplossing is om echt grote beschermde gebieden te creëren. Zoals de Chagos Archipel. Het probleem is dat we deze grote reservaten alleen kunnen opzetten in gebieden waar geen mensen zijn, waar geen sociaal conflict is, waar de politieke kosten hiervoor echt laag zijn en waar de economsiche kosten ook laag zouden zijn. En een paar van ons, een paar organisaties in deze zaal en op andere plaatsen werken hieraan.
Maar hoe moet het met de rest van de kusten van deze wereld, waar mensen leven en afhankelijk zijn van visserij? Welnu, er zijn drie hoofdredenen waarom we niet tienduizenden kleine reservaten hebben. De eerste is dat mensen geen idee hebben wat zeereservaten precies doen. En vissers hebben de neiging zeer, zeer defensief te zijn waar het het reguleren of sluiten van een gebied betreft, zelfs al is het klein. Ten tweede, het bestuur is niet goed omdat de meeste kustgemeenschappen in de wereld niet de autoriteit hebben om middelen beschikbaar te stellen om reservaten op te zetten en te handhaven. Het is een top down hiërarchische structuur waarbij mensen wachten op de overheidsinstanties. Dit is niet effectief. De overheid heeft niet voldoende middelen hiervoor.
Dit brengt ons naar de derde reden. De reden dat we niet veel meer reservaten hebben, komt omdat de financieringsmodellen verkeerd zijn. NGO's en overheden spenderen meestal veel tijd en energie en middelen in een paar kleine gebieden. Hierdoor is zeeconservatie en kustbescherming het afvalputje van de overheid en filantropische giften, en dat is niet vol te houden. Het gaat er dus om deze drie kwesties op te lossen. Ten eerste moeten we een globale bewustzijnscampagne ontwikkelen om lokale gemeenschappen en overheden te inspireren om visreservaten te bouwen die beter zijn dan wat we nu hebben. Het gaat om de spaarrekeningen versus de bankrekeningen zonder stortingen. Ten tweede moeten we ons bestuur hervormen zodat conserveringsinitiatieven kunnen worden gedecentraliseerd en niet afhankelijk zijn van het werk van NGO's of van overheidsinstellingen, en kunnen worden opgezet door lokale gemeenschappen Zoals het gedaan is in de Filipijnen en op een paar andere plaatsen En ten derde, en dit is zeer belangrijk, moeten we nieuwe bedrijfsmodellen ontwikkelen. De filantropische aanpak als de enige manier om reservaten te creëren is niet duurzaam. We moeten echt modellen ontwikkelen, bedrijfsmodellen, waarbij kustgebiedconservering een investering wordt, omdat we nu al weten dat deze zeereservaten sociale, ecologische en economische voordelen zullen opleveren.
En ik wil afsluiten met één gedachte, en dat is dat geen enkele organisatie alléén de oceanen kan redden. Er is in het verleden veel competitie geweest. We moeten een nieuw soort samenwerkingsverband ontwikkelen. waarbij we daadwerkelijk samenwerken, en waar we elkaar aanvullen, en niet vervangen. De belangen zijn simpelweg te groot om door te gaan op de huidige weg. Laten we dit doen. Dank u wel.
Chris Anderson: Dank je, Enric.
CA: Dat was een meesterlijke manier om de zaken samen te brengen. Allereerst, je piramide, je geïnverteerde piramide, welke 85 procent aan biomassa in de roofdieren aangeeft, dat lijkt onmogelijk. Hoe kan 85 procent overleven op 15 procent?
ES: Stel je voor dat je twee tandwielen hebt van een horloge, een groot en een klein. Het grote draait langzaam, en het kleine draait snel. Dat is het eigenlijk. De dieren in de lage delen van de voedselketen, planten zich zeer snel voort, groeien echt snel, produceren miljoenen eitjes. bovenin heb je haaien en grote vissen die 25, 30 jaar leven. Zij planten zich zeer langzaam voort. Zij hebben een trage stofwisseling. En behouden ze hun biomassa. Dus, het productieoverschot van deze jongens hier beneden is genoeg om deze biomassa die niet beweegt, te onderhouden. Ze zijn een soort van condensatoren van het systeem.
CA: Dat is heel fascinerend. Dus, eigenlijk, ons beeld van de voedselpiramide is eigenlijk -- we moeten dat volledig veranderen.
ES: Tenminste voor wat betreft de zeeën. Wat we hebben ontdekt in de koraalriffen is dat de geïnverteerde piramide het equivalent is van de Serengeti met vijf leeuwen per gnoe en op het land kan dit niet werken. Maar tenminste op de koraalriffen zijn systemen waar er een bodemcomponent met structuur aanwezig is. Wij denken dat dit universeel is. Maar, we zijn de ongerepte riffen nog maar heel recent gaan bestuderen.
CA: De cijfers die je presenteert zijn verbazingwekkend. Je zegt dat we nu 35 miljard dollar spenderen aan subsidies. Het zou slechts 16 miljard kosten om 20 procent van de oceaan op te zetten als beschermde gebieden die feitelijk ook nieuwe keuzes voor levensonderhoud aan de vissers geven. Als de wereld een slimmere plaats was zouden we dit probleem kunnen oplossen en 19 miljard dollar overhouden. We hebben dan 19 miljard meer om aan gezondheidszorg e.d. te spenderen.
ES: En dan hebben we ook nog de onderproductie van de visserijen dat is ook nog eens 50 miljard dollar. Dus nogmaals, een van grote oplossingen is om de Wereld Handels Organisatie de subsidies te laten gebruiken voor duurzame oplossingen.
CA: Ok, er zijn veel voorbeelden die ik hier hoor om deze subsidiewaanzin te beëindigen. Dus dank je wel voor deze cijfers. De laatste vraag is een persoonlijke: Veel ervaringen van de mensen hier die veel tijd op de oceanen hebben doorgebracht hebben deze degradatie op plaatsen die eens prachtig waren zien verergeren. Deprimerend. Vertel me over het gevoel dat je moet hebben ervaren bij het bezoeken van deze onaangetaste gebieden en dingen weer terug te zien komen.
ES: Het is een spirituele ervaring. We gaan ernaartoe om de ecosystemen te begrijpen, om te proberen de vissen en haaien te meten en te tellen en om te zien hoe deze plaatsen verschillen van de plaatsen die we kennen. Maar het beste gevoel is deze "biophilia" waar E.O. Wilson het over heeft, waarbij mensen een gevoel van ontzag en verwondering hebben in het aanzien van ongetemde, rauwe natuur. Daar, en daar alleen voel je dat je werkelijk deel bent van een groter geheel, of van een groter globaal ecosysteem. En als het niet was voor deze hoopgevende plaatsen, zou ik niet met dit werk door kunnen gaan. Het zou gewoon te depressief zijn.
CA: Wel, Enric, dank je ontzettend dat je wat van deze spirituele ervaringen met ons allen wilde delen. Dank je.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Stel je onze oceaan voor als een globale spaar rekening -- en op dit moment nemen we alleen geld op, we storten niets bij. Enric Sala toont ons hoe we onze spaar rekening kunnen aanvullen middels vis reservaten, met belangrijke ecologische én economische voordelen.
Working at the intersection of science and policy, Enric Sala searches for the last pristine marine environments on Earth — and brings back data to help governments protect them. Full bio »
Translated into Dutch by Fred van Zwieten
Reviewed by Rik Delaet
Comments? Please email the translators above.
18:16 Posted: Feb 2009
Views 491,281 | Comments 142
18:19 Posted: May 2010
Views 408,284 | Comments 278
17:19 Posted: Apr 2010
Views 320,237 | Comments 73
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.