Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Er is een klein land, genesteld in de Himalaya, ver van deze mooie bergen, waar de mensen van het Koninkrijk van Bhutan besloten het anders te doen. Zij meten hun Bruto Nationale Geluk in plaats van hun Bruto Nationale Product. Waarom niet? Geluk is tenslotte niet alleen voor bevoorrechte mensen, maar een fundamenteel recht voor allen. Wat is geluk? Geluk is keuzevrijheid. De vrijheid te kiezen waar je woont, wat je doet, wat je koopt, wat je verkoopt, van wie, aan wie, wanneer en hoe. Waar komt keuze vandaan? Wie mag ze uitoefenen, en hoe gebeurt dat?
Eén manier om te kiezen, is door de markt. Goed functionerende markten bieden keuze en uiteindelijk het vermogen om je streven naar geluk uit te drukken. De grote Indiase econoom Amartya Sen kreeg de Nobelprijs voor zijn demonstratie dat hongersnood niet gaat over de beschikbaarheid van voedsel, maar over het vermogen om dat voedsel te verkrijgen door de markt. In 1984 stierven, in een van de grootste misdaden van de mensheid, bijna een miljoen mensen van de honger in mijn geboorteland, Ethiopië. Niet omdat er niet genoeg voedsel was -- want er was een overschot aan voedsel in de vruchtbare zuidelijke delen van het land -- maar omdat in het noorden de mensen geen toegang kregen tot dat voedsel. Dat was een keerpunt in mijn leven.
Verreweg de meeste Afrikanen zijn tegenwoordig boeren. De meeste Afrikaanse boeren zijn kleine boeren wat betreft het land dat ze beheren, en uitermate kleine boeren wat betreft het kapitaal waarover ze de beschikking hebben. Afrikaanse landbouw is de meest ondergekapitaliseerde ter wereld. Slechts 7% van het bebouwbare land is geïrrigeerd, vergeleken met 40% in Azië. Afrikaanse boeren gebruiken slechts zo'n 22 kilo kunstmest per hectare, vergeleken met 144 in Azië. De wegendichtheid is 6x groter in Azië dan in landelijk Afrika. Er zijn 8x meer tractoren in Latijns-Amerika, en driemaal meer in Azië, dan in Afrika. De kleine boer in Afrika leeft tegenwoordig een leven zonder keuze, en daarom zonder veel vrijheid. Zijn levensonderhoud is voorbestemd door de omstandigheden van schrijnende armoede. Hij gaat naar de markt als de prijzen het laagst zijn, met zijn schamele opbrengst, vlak na de oogst, omdat hij geen keus heeft. Zij gaat naar de markt enkele maanden later, wanneer de prijzen het hoogst zijn, en voedsel schaars, in wat het 'magere seizoen' heet -- omdat ze haar gezin moet voeden en geen keus heeft.
De echte vraag is nu: hoe kunnen markten worden ontwikkeld in landelijk Afrika, om de aanwezige kracht van innovatie en ondernemerschap in te zetten? Een andere vooraanstaande econoom, Theodore Schultz, won in 1974 de Nobelprijs door aan te tonen dat boeren efficiënt maar arm zijn. M.a.w. boeren zijn rationeel en winst-georiënteerd net als ieder ander. We hebben niet nog meer Nobelprijswinnaars nodig om te weten dat boeren een redelijke kans willen op de markt, en geld verdienen, net als de rest. Eén ding is duidelijk: we weten nu tenminste dat Afrika bereid is zaken te doen. Die zaken zijn landbouw. Ruim twee decennia geleden stond de wereld erop dat Afrikaanse markten moesten worden geliberaliseerd, en economieën structureel aangepast. Dit betekent dat overheden zich moesten terugtrekken uit het kopen en verkopen -- wat ze nogal inefficiënt deden -- om de private markt zijn wonderen te laten doen. Wat is er gebeurd in de laatste 25 jaar? Heeft Afrika zichzelf gevoed? Werden onze boeren productieve commerciële partijen?
Ik denk dat we allemaal hier aanwezig zijn, omdat we weten dat Afrika de enige regio is in de wereld waar honger en ondervoeding naar verwachting zullen stijgen de komende tien jaar, waar de rekening voor voedselimport tweemaal zo hoog is als 20 jaar geleden, waar de voedselproductie per hoofd gestagneerd is en waar het kunstmestgebruik is afgenomen, niet toegenomen. Waarom voldeden de landbouwmarkten niet aan de verwachtingen? Het Westen legde markthervormingen op. Ik heb zo'n 15 jaar over het continent gereisd om landbouwmarkten te onderzoeken. Ik heb honderden handelaars in 10 tot 15 landen geïnterviewd. Ik trachtte te begrijpen wat er mis ging met onze markthervorming. Het lijkt mij dat de hervormingen wellicht het kind met het badwater hebben weggegooid.
De markten van Afrika zijn ondergekapitaliseerd en inefficiënt, net zoals zijn landbouw. We weten van ons werk op het hele continent dat de transactiekosten om de markt te bereiken en de risico's van transacties in landbouwmarkten extreem hoog zijn. In feite bereikt slechts een derde van de landbouwproducten in Afrika de markt. De markten van Afrika zijn niet alleen zwak vanwege zwakke infrastructuur zoals wegen en telecommunicatie, maar ook door het zo goed als ontbreken van de nodige marktinstituties, zoals marktinformatie, kwaliteitsnormen, en betrouwbare verbindingen tussen kopers en verkopers. Daarom handelen grondstoffenkopers en -verkopers doorgaans in kleine kringen, beperkte netwerken van mensen die ze kennen en vertrouwen. Om die reden zit het graan bij elke transactie -- ik heb gemeten dat het 4 à 5 maal van eigenaar wisselt in zijn traject van boer naar consument -- elke keer -- ik zag het overal in landelijk Afrika -- zit het in een andere zak.
Ik vond dit ongelofelijk eigenaardig. Ik realiseerde me -- zoals de handelaren me telkens weer vertelden -- dat het de enige manier is waarop mensen weten wat ze krijgen qua productkwaliteit en kwantiteit. Dat heeft enorme implicaties voor het vermogen van markten om snel te reageren op prijssignalen, en situaties waarin tekorten optreden, bijvoorbeeld. De kosten hiervan zijn ook erg hoog. Ik heb gemeten dat 26% van de marketingmarge simpelweg voortkomt uit het feit, dat door ontbrekende kwaliteitsnormen en marktinformatie, de zakken voortdurend verwisseld moeten worden. Dit leidt tot zeer hoge verwerkingskosten. Kleine boeren, die de hoofdmoot produceren van de landbouwopbrengst in Afrika, komen naar de markt, vrijwel zonder informatie -- ze vertrouwen er blindelings op dat er vraag zal zijn naar hun producten. Ze zijn volledig overgeleverd aan de kooplui op de dichtstbijzijnde markt, waar ze niet kunnen onderhandelen over betere prijzen, of hun risico verminderen.
Over risico gesproken, we zagen dat prijsschommelingen van voedselgewassen in Afrika de hoogste van de wereld zijn. In Afrika zijn boeren de dupe van dit risico. Ik denk dat er geen regio in de wereld en geen periode in de geschiedenis is waarin van boeren verwacht werd dat ze dit soort marktrisico's dragen. In mijn ogen is nergens ter wereld de landbouw gegroeid met het risico dat Afrikaanse boeren vandaag dragen. In Ethiopië kan bijvoorbeeld de variatie in maisprijzen van jaar tot jaar oplopen tot 50%. Dit soort marktrisico is onvoorstelbaar, en het heeft niet alleen directe implicaties voor de prikkel tot investeren in productiviteitsverhogende technologie, zoals moderne zaden en kunstmest, maar het heeft ook directe implicaties voor de voedselvoorziening.
Om een voorbeeld te geven: in 2001 en 2002 produceerden Ethiopische maisboeren twee overvloedige oogsten. Dat leidde vervolgens, door het zwakke marketingsysteem, tot een daling van 80% in de maisprijzen in het land. Hierdoor was het voor sommige boeren zelfs niet winstgevend om nog te oogsten. We becijferden dat zo'n 300.000 ton graan in 2002 op de velden werd achtergelaten om weg te rotten. Nog geen 6 maanden later, in juli 2002, kondigde Ethiopië een grote voedselcrisis aan, met dezelfde proporties als 1984: 14 miljoen mensen dreigden te verhongeren. Wat ook gebeurde dat jaar: in de gebieden met goede regenval, waar boeren voorheen graanoverschotten hadden geproduceerd, besloten ze om zich terug te trekken van de kunstmestmarkt, waardoor het gebruik van kunstmest met 27% was afgenomen. Dit is een tragisch voorbeeld van stagnerende ontwikkeling, of een ontluikende groene revolutie die tot stilstand komt. Dit gebeurt niet uitsluitend in Ethiopië, maar telkens weer, overal in Afrika.
Ik ben hier vandaag echter niet om te klagen over de situatie. Ik sta hier om jullie te vertellen dat verandering in de lucht hangt. Het Afrika van vandaag wacht niet op hulpoplossingen of pasklare beleidsvoorschriften van een buitenlands expert. Afrika heeft geleerd, of leert ietwat langzaam, dat markten niet vanzelf ontstaan. In de jaren 80 was het erg modieus om te praten over het goed krijgen van de prijzen. Er was een invloedrijk boek hierover, dat voornamelijk ging over het terugdringen van overheden uit de markt. Nu zien we dat het gezond maken van markten niet alleen gaat over prijsprikkels, maar ook over investeren in de juiste infrastructuur en de passende en noodzakelijke instituties om de voorwaarden te scheppen voor het opbloeien van innovatie in de markt. Als de omstandigheden goed zijn, weten en zien we dat innovatie klaar is om los te barsten in landelijk Afrika, net als op andere plekken.
Bijna drie jaar geleden besloot ik mijn comfortabele baan op te zeggen als senior econoom bij de Wereldbank in Washington en terug te komen naar mijn geboorteland, Ethiopië, na meer dan 30 jaar in het buitenland. Ik deed dit om een simpele reden. Na meer dan tien jaar van onderzoek en pogingen om beleidsmakers en donoren uit te leggen wat er verkeerd is aan Afrika's landbouwmarkten, besloot ik dat het tijd was er iets aan te doen. Nu leid ik in Ethiopië een spannend nieuw initiatief om Ethiopiës eerste grondstoffenbeurs te stichten: de ECEX. De grondstoffenbeurs zelf, dat concept, is niet nieuw in de wereld. In 1848 kwamen 82 graanhandelaren en boeren bij elkaar in een klein stadje op de samenkomst van de Illinois River en Lake Michigan om een betere manier te vinden voor hun onderlinge handel.
Dat was uiteraard de geboorte van de Chicago Board of Trade, de beroemdste grondstoffenbeurs ter wereld. De Chicago Board of Trade werd opgericht om precies dezelfde redenen waarom onze boeren vandaag zouden profiteren van een grondstoffenmarkt. In het Amerikaanse Midwesten laadden boeren hun graan op schuiten en zonden het stroomopwaarts naar de markt van Chicago. Als er vervolgens geen koper werd gevonden, of als de prijzen plotseling daalden, leden de boeren enorme verliezen. Ze dumpten zelfs hun graan liever in Lake Michigan, dan nog meer geld uit te geven voor vervoer terug naar de boerderij. De noodzaak om deze risico's en enorme verliezen te vermijden, leidde tot de geboorte van de termijnmarkt, en het onderliggende systeem van kwaliteitssortering van graan en opslagbewijzen uitgeven op basis waarvan gehandeld kon worden.
Daar kwam de grootste innovatie in deze markt vandaan: kopers en verkopers konden graan verhandelen zonder het graan fysiek te moeten inspecteren. Dat betekent dat graan over enorme afstanden kon worden verhandeld, en zelfs over tijd -- tot 18 maanden in de toekomst. Deze innovatie staat centraal in de transformatie van de Amerikaanse landbouw en de groei van Chicago tot wereldmarkt, landbouw-supermacht, vanuit haar oorsprong als kleine regionale stad. Gedurende de laatste eeuw denken we meestal aan grondstoffenmarkten als het raamwerk van Westerse geïndustrialiseerde landen en dat de referentieprijzen voor katoen, koffie, cacoa -- producten die voornamelijk uit het zuiden komen -- tot stand komen op deze grondstoffenmarkten in de noordelijke landen. Maar dat is aan het veranderen.
We zien een verschuiving -- voornamelijk gedreven door informatietechnologie -- een verschuiving in marktdominantie richting opkomende markten. In het laatste decennium zie je dat het aandeel van Westerse beurzen -- en dit is het Amerikaanse aandeel van beurzen in de wereld -- met de helft afgenomen is in slechts tien jaar. Er was ook explosieve groei in India, bijvoorbeeld, waar landelijke boeren beurzen gebruiken -- dit nam de laatste 3 jaar met 270% per jaar toe. Dit wordt aangedreven door goedkope VSAT-technologie, die doortastend probeert om boeren naar de markt te brengen. China's Dalian Grondstoffenbeurs haalde in 2004 de Chicago Board of Trade in en werd de op één na grootste grondstoffenbeurs ter wereld. Nu zijn we in Ethiopië de eerste georganiseerde Ethiopia Commodity Exchange aan het ontwerpen. We proberen niet het model uit Chicago of India te kopiëren, maar een systeem dat uniek is toegesneden op Ethiopiës behoeften en realiteiten, Ethiopiës kleine boeren.
Dus de ECX is een Ethiopische beurs voor Ethiopië. We creëren een systeem dat alle marktspelers dient, dat integriteit, vertrouwen, efficiëntie en transparantie creëert en kleine boeren in staat stelt met de risico's om te gaan. Het ontwerp van de Ethiopische beurs benaderen we, nogal uniek, vanuit een geïntegreerd perspectief, wat wij de ECX Edge noemen. De ECX Edge creëert vrijwel het hele ecosysteem waarin de markt zichzelf zal vormen. Door het bestuderen van marktontwikkeling in Afrika in het laatste decennium, hebben we geleerd dat een gefragmenteerde aanpak niet werkt. Je hebt één donor die marktinformatie probeert te geven, een andere die aan kwaliteitsnormen werkt, een andere aan ICT, nog een voor opslag, of voor opslagbewijzen.
In onze aanpak voor Ethiopië besloten we het hele ecosysteem of de omgeving ineen te zetten waarin de handel zich afspeelt. Dat betekent dat de beurs een handelssysteem zal krijgen dat aanvankelijk als fysieke aandelenhandel begint, omdat we het land nog niet klaar achten voor volledig elektronische handel. Tegelijkertijd doen we iets wat geen andere beurs ter wereld ooit heeft gedaan: opereren zoals een internetcafé op het platteland. Boeren en kleine handelaren kunnen naar een terminalcentrum komen -- een 'terminalcentrum op afstand' en zonder eigen computer, zonder inbelprocedure de handel gadeslaan die zich afspeelt op de handelsvloer in Addis Ababa.
Tegelijkertijd is het voor een markt als deze van fundamenteel belang -- wederom een innovatie die we ontwierpen voor onze beurs -- dat de beurs door het hele land opslagloodsen zal runnen, waar kwaliteitslabels en opslagbewijzen worden uitgegeven. Ook runnen we een intern clearingsysteem, om zeker te stellen dat betalingen correct verlopen: het juiste bedrag op de juiste tijd. We creëren zo vertrouwen en integriteit in het systeem. Uiteraard werken we met beursactoren, en terwijl we de beursmarkt zelf vormgeven, ontwikkelen we ook de regelgeving en het overkoepelende wettelijke kader om dit te laten werken.
Onze proclamatie gaat komende maand naar het parlement. Heel belangrijk is dat de ECX een marktinformatiesysteem gaat runnen om prijzen terstond beschikbaar te maken voor boeren over het hele land. Door middel van VSAT-technologie worden prijzen direct electronisch verspreid naar boeren. Dit transformeert de relatie van boeren met de markt fundamenteel. De boer dacht voorheen lokaal. Hij of zij ging naar de dichtstbijzijnde markt, op gemiddeld 8 tot 10 kilometer afstand, en ze verkochten wat ze hadden, zonder enig idee wat de meerprijs was, of wat dan ook. Nu komen boeren met de kennis van prijzen op de nationale markt. Ze beginnen nationaal te denken, zelfs globaal. Ze nemen niet alleen hun marketingbeslissingen maar ook plantbeslissingen op basis van informatie van de termijnmarktprijzen. Ze komen naar de markt, wetend welke kwaliteitsnorm hun producten zullen halen in termen van meerprijs.
Dit alles zal boeren transformeren. Het zal ook de manier van zakendoen van handelaren transformeren. Ze zullen stoppen met eenvoudige, beperkte arbitrage en echt strategisch gaan bedenken hoe ze graan over lange afstanden van gebieden met overschotten naar gebieden met een tekort te vervoeren. Kan Ethiopië dit? Het lijkt erg ambitieus. Maar het zal nieuwe mogelijkheden scheppen. We geloven dat dit initiatief grote politieke wil vereist, en we moeten de financiële sector erop afstemmen, evenals de ICT-sector en zelfs ook het onderliggende juridische kader. We geloven dat verandering in de lucht hangt, en dat we het kunnen. ECX is de markt voor Ethiopiës nieuwe millennium, dat begint over acht maanden.
Het laatste parlement van onze eeuw opende met de aankondiging van de president dat dit nu het belangrijkste economische initiatief is voor het land. We geloven dat de inzet hoog is, maar dat de opbrengsten nog groter zullen zijn. ECX kan bovendien een handelsplatform worden voor een pan-Afrikaanse markt in landbouwproducten. Ethiopiës binnenlandse markt is ongeveer een miljard dollar waard. We geloven dat als Ethiopië over de komende vijf jaar slechts 40% van de binnenlandse markt kan veroveren, en slechts 25% waarde aan de markt kan toevoegen, de waarde ervan verdubbelt. Ethiopiës landbouwmarkt is 30% hoger dan Zuid-Afrika's graanproductie, en in feite is Ethiopië de op één na grootste maisproducent in Afrika. Dus het potentieel is er. De wil is er. Het engagement is er. Wij vinden dat we een winnend waardevoorstel hebben om keuzes voor boeren te transformeren, landbouw te laten groeien en Afrika te veranderen. We maken er werk van om ons geluk te vinden. Heel hartelijk dank.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Econome Eleni Gabre-Madhin schetst haar ambitieuze visie voor de stichting van de eerste grondstoffenmarkt in Ethiopië. Haar plan zou welvaart creëren, risico's voor boeren beperken en 's werelds grootste ontvanger van voedselhulp omvormen tot een regionale graanschuur.
Eleni Gabre-Madhin is working to build Ethiopia's first commodities market. Re-establishing the profit motive for farmers, she believes, could help turn the world's largest recipient of food aid into a regional food basket. Full bio »
Translated into Dutch by Axel Saffran
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
African agriculture today is among, or is, the most under-capitalized in the world. Only seven percent of arable land in Africa is irrigated, compared to 40 percent in Asia.” (Eleni Gabre-Madhin)
17:31 Posted: Aug 2007
Views 387,760 | Comments 124
18:23 Posted: Aug 2007
Views 246,558 | Comments 74
20:13 Posted: May 2007
Views 241,260 | Comments 95
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.