Hardlopen: het komt eigenlijk neer op links, rechts, links, rechts -- toch? We hebben het twee miljoen jaar gedaan, dus het is een tikje arrogant om aan te nemen dat ik iets over hardlopen kan vertellen dat nog niet eerder verteld en uitgevoerd is, en beter. Maar het leuke van hardlopen is, daar ben ik achter, dat er steeds iets vreemds aan de hand is bij deze activiteit. Namelijk: als je een paar maanden geleden de New York City-marathon gezien heb, weet ik zeker dat je iets gezien hebt, wat niemand eerder heeft gezien. Een Ethiopische vrouw genaam Derartu Tulu staat bij de startstreep. Ze is 37 jaar oud, heeft 8 jaar lang geen noemenswaardige marathon gewonnen, en een paar maanden geleden is ze bijna gestorven tijdens haar bevalling. Derartu Tulu stond op het punt om te stoppen, maar ze besloot als laatste kans toch mee te rennen om de topwedstrijd, de New York City-marathon te winnen. Helaas -- slecht nieuws voor Derartu Tulu -- hadden anderen hetzelfde idee, waaronder de Olympische kampioen en Paula Radcliffe, die een monster is, veruit de snelste marathonloopster tot nu toe. Slechts 10 minuten langzamer dan het mannenrecord, is Paula Radcliffe in feite onverslaanbaar. Dat zijn haar tegenspelers.
Het startschot klinkt, en ze is niet eens een underdog; Ze zit nog onder de underdogs. Maar de onder-underdog houdt vol. En na 32 van de 42 kilometer, loopt Derartu Tulu vooraan met de kopgroep. Op dit moment gebeurt er iets heel vreemds. Paula Radcliffe, de gedoodverfde persoon die de premie uit Derartu Tulu's onder-underdog handen zal houden pakt plotseling haar been en valt terug. Wij weten allemaal wat we in zo'n situatie doen, toch? Je geeft haar een flinke elleboogstoot en rent door naar de finish. Derartu Tulu verpest het. In plaats van te ontsnappen, laat ze zich terugvallen, pakt Paula Radcliffe, en zegt: "Kom, kom op. Je kunt het." En Paula Radcliffe doet dat helaas. Ze komt weer bij de kopgroep en komt in de buurt van de finish. Maar dan valt ze weer terug. En Derartu Tulu pakt haar nogmaals en probeert haar mee te trekken. Op dat moment zegt Paula Radcliffe: "Ik ben er klaar mee. Ga door" Dat is een fantastisch verhaal, en we weten hoe het eindigt. Ze krijgt geen winnaarspremie, maar gaat naar huis met iets groters en belangrijkers. Maar daar verpest Derartu Tulu het weer. In plaats van te verliezen haalt ze de kopgroep in en wint, wint de New York City-marathon, en gaat naar huis met een grote premie.
Het is een hartverwarmend verhaal, maar als je iets verder kijkt, moet je je wel afvragen wat er hier gebeurde. Wanneer je in een organisme twee uitschieters tegenkomt, is dat geen toeval. Als je iemand tegenkomt die competitiever en medelevender is dan wie dan ook in de race, dan is dat geen toeval. Toon mij een wezen met flippers en kieuwen, dan zal er water in het spel zijn.
Als iemand zo'n groot hart heeft, dan moet dat ergens op wijzen. Het antwoord kan, denk ik, gevonden worden in de Copper Canyons in Mexico, daar is een stam, een verborgen stam, de Tarahumara Indianen. De Tarahumara zijn om drie redenen opmerkelijk. Nummer één, ze hebben de afgelopen 400 jaar vrijwel zonder veranderingen geleefd. Toen de Spaanse veroveraars in Amerika kwamen had je twee keuzen: ofwel terugvechten en de strijd aangaan, ofwel vluchten. De Maya's en Azteken gingen de strijd aan, daarom zijn er nog heel weinig Maya's en Azteken. De Tarahumara hadden een andere strategie. Ze vluchtten en verborgen zich in een labyrintisch stelsel een spinnenwebvormig net van kloven, de zogenaamde Copper Canyons, en daar zijn ze sinds de 17e eeuw gebleven -- steeds op dezelfde manier. Het tweede opmerkelijke over de Tarahumara is dat ze tot op hoge leeftijd, 70 tot 80 jaar oud, niet zozeer marathons, maar mega-marathons lopen. Ze lopen geen 42 kilometer, maar 150 tot 250 kilometer per keer, kennelijk zonder blessures, zonder problemen.
Het laatste opmerkelijke over de Tarahumara, is dat de dingen waar we het vandaag de dag over hebben, alle dingen waar we al onze technologie en hersenkracht voor gebruiken om op te lossen -- dingen als hart- en vaatziekten, cholesterol en kanker en misdaad, oorlog, geweld en depressies -- al die dingen kennen de Tarahumara niet. Ze zijn vrij van al deze moderne kwalen. Wat is nu de link? We hebben het weer over uitschieters.
Er moet een vorm van oorzaak / gevolg zitten. Er zijn teams van wetenschappers op Harvard en op de Universiteit van Utah, die hun hersenen kraken om uit te vinden wat de Tarahumara altijd hebben geweten. Ze proberen dezelfde soort mysteries op te lossen. En nog verder, een mysterie binnen het mysterie -- misschien is de sleutel tot Derartu Tulu en de Tarahumara verpakt in nog drie mysteries, namelijk deze: Drie dingen -- als je het antwoord hebt, pak dan de microfoon, want niemand anders weet het antwoord. Als je het antwoord weet ben je slimmer dan wie dan ook op aarde. Mysterie één is dit: Twee miljoen jaar geleden explodeerde de menselijke hersengrootte. Australopithecus had een klein erwtenbrein. Ineens duiken er mensen op -- Homo erectus -- met een groot meloenenhoofd. Om een brein van die grootte te hebben, heb je een bron van geconcentreerde energie nodig. Met andere worden, vroege mensen eten dode dieren -- dat is een feit. Het enige probleem is, de eerste scherpe wapens kwam pas 200.000 jaar geleden.
Dus gedurende bijna twee miljoen jaar, hebben we dieren gedood zonder wapens. We gebruiken niet onze kracht, want we zijn de grootste slapjanussen van de jungle. Ieder ander dier is sterker dan wij. Ze hebben slagtanden, klauwen, ze hebben rapheid, snelheid. Wij denken dat Usain Bolt snel is. Usain Bolt wordt ingemaakt door een eekhoorn. Wij zijn niet snel. Dat zou een Olympisch spektakel worden: laat een eekhoorn los. Wie de eekhoorn vangt krijgt een gouden medaille. Zonder wapens, snelheid, kracht, slagtanden, zonder klauwen. Hoe doodden we die dieren? Mystery één.
Mysterie twee: Vrouwen doen nu al een tijd mee met de Olympische Spelen, maar één ding valt op aan alle vrouwelijke sprinters -- ze zijn allemaal heel slecht. Er is geen snelle vrouw op deze planeet en er is er nog geen geweest. De snelste vrouw liep de mijl (1609 m) in 4:15. Als ik een steen zou gooien naar een willekeurige schooljongen zou hij sneller rennen dan 4:15 Om de een of andere reden zijn jullie heel langzaam. (Gelach) Maar als we het weer hebben over de marathon -- jullie mogen de marathon pas sinds 20 jaar lopen. Want voor de jaren '80, zei de medische wetenschap dat als een vrouw 42 km liep -- weet iemand wat er zou gebeuren als je 42 km probeerde te lopen, waarom jullie voor de jaren '80 geen marathon mochten lopen? (Man uit publiek: Haar baarmoeder zou scheuren.) Haar baarmoeder zou scheuren. Ja. Jullie zouden gescheurde geslachtsorganen hebben. De baarmoeder zou letterlijk uit het lichaam vallen. Nou heb ik een hoop marathons meegemaakt, maar dat heb ik nooit gezien. (Gelach) Dus vrouwen mogen pas sinds 20 jaar marathons lopen. In die korte leercurve, zijn jullie van gebroken organen zover dat jullie 10 minuten af zitten van het wereldrecord bij de mannen.
Als je verder loopt dan 42 km, afstanden waarvan de medische wetenschap zei dat het dodelijk zou zijn voor mensen -- onthoud dat Pheidippides stierf na zijn 42 km -- afstanden van 80 en 160 km, dan wordt het een heel ander spelletje. Neem een atlete als Ann Trason, Nikki Kiball of Jenn Shelton, zet ze in een 80 of 160 km race tegen wie ook ter wereld en het hangt erom wie er wint. Ik geef een voorbeeld. Een paar jaar geleden meldde Emily Baer zich aan voor een race de Hardrock 100, en met die naam is wel alles gezegd. Je hebt 48 uur de tijd. Emily Baer wordt -- van de 500 deelnemers -- achtste, in de top 10, hoewel ze bij alle rustposten gestopt is om haar baby borstvoeding te geven -- en dus toch 492 anderen verslagen heeft. Laatste mysterie: Waarom worden vrouwen beter naarmate afstanden groter worden?
Dit is het derde mysterie: Op de universiteit van Utah houden ze finishtijden bij van mensen die marathons lopen. Wat zij uitvonden, is dat, als je op je 19e begint met marathons lopen, de steeds sneller wordt, jaar na jaar, tot je piekt rond de 27 jaar. En dat je daarna zult zwichten voor de strenge tand des tijds. Je zult langzamer en langzamer worden, tot je uiteindelijk even snel loopt als toen je 19 was. Dus ongeveer zeven, acht jaar tot je je piek behaalt, en dan langzamerhand naar beneden, tot je bij het beginpunt aanlandt. Je zou misschien verwachten dat het acht jaar duurt voor je terug bent, misschien 10 jaar -- nee, het is 45 jaar. 60-jaar-oude mannen en vrouwen rennen zo hard als ze op hun 19e deden. Ik daag je uit om een andere fysieke activiteit te noemen -- alsjeblieft geen golf -- iets dat echt moeilijk is -- waarbij oude mensen het even goed doen als toen ze tieners waren.
Dus daar zijn de drie mysteries. Is er een stukje van de puzzel waarmee we alles kunnen bevatten? Je moet heel voorzichtig zijn wanneer iemand terugkijkt in de geschiedenis en je een soort globaal antwoord wil geven, want, omdat het prehistorie is, kun je zeggen wat je wilt en ermee wegkomen. Maar ik zal jullie dit meegeven: Wanneer je een stukje in het midden van deze puzzel plaatst, vormt het allemaal een coherent beeld. Als je je afvraagt waarom de Tarahumara niet vechten, of waarom ze niet sterven aan hartfalen, waarom een arme Ethiopische vrouw Derartu Tulu de meest medelevende en tegelijk meest competetieve kan zijn, en waarom wij op de een of andere manier eten konden vinden zonder wapens, misschien is dat wel omdat mensen, hoezeer we ook graag denken dat we meesters van het universum zijn, eigenlijk geëvolueerd zijn zoals een roedel jachthonden.
Misschien zijn we geëvolueerd tot een jagend kuddedier. Want het ene voordeel dat we hebben in de wildernis -- nogmaals, niet onze slagtanden, klauwen of snelheid -- het enige dat we echt heel goed kunnen is zweten. We zijn goed in zweten en stinken. We kunnen beter zweten dan welk zoogdier ook op aarde. Maar het voordeel van dat kleine sociale ongenoegen is dat als het aankomt op het rennen in grote hitte over lange afstanden, we super zijn, de beste op de planeet. Rijd een paard op een warme dag, en na een kilometer of tien zijn er twee keuzes. Of hij gaat briesen of hij gaat afkoelen, maar hij doet niet beide. Wij kunnen dat wel. Dus als we nu geëvolueerd zijn als jagende kuddedieren? Als het enige natuurlijke voordeel dat we hadden het feit was dat we er samen als kudde op uit trokken, over de Afrikaanse Savanne, een antilope uitkozen en als groep dat beest opjagen en eruit rennen? Dat was waar we goed in waren; we konden heel ver rennen op een hete dag.
Als dat waar is moeten nog wat dingen waar zijn. Het sleutelwoord in een jachtgroep is het woord "groep". Als je alleen gaat en een antilope eruit probeert te rennen, dan geef ik je op een briefje dat er twee kadavers in de Savanne liggen. Je hebt een groep nodig om samen te blijven. Je moet die 64, 65-jarigen hebben, die dit al heel lang doen, om te weten welke antilope je moet proberen te vangen. De kudde gaat uiteen en komt weer bij elkaar. Die expert speurneuzen moeten bij de groep zitten. Ze kunnen niet 10 km achterlopen. Je moet de vrouwen en de tieners erbij hebben want de twee keer in je leven dat je het meest hebt aan dierlijke eiwitten is wanneer je borstvoeding geeft en wanneer je pubert. Het is zinloos als de antilope hier dood ligt en de mensen die hem willen opeten zijn 80 km weg. Ze moeten deel zijn van de groep. Je hebt de 27-jarigen nodig die op de top van hun kracht zitten klaar om te doden, en je hebt de tieners nodig die leren hoe alles in zijn werk gaat. De groep blijft bij elkaar.
Nog iets dat moet gelden voor de groep: de groep kan niet echt materialistisch zijn. Je kunt niet allerlei spullen meenemen, terwijl je achter een antilope aanrent. Je kunt niet sikkeneurig zijn. Er kunnen geen conflicten zijn. Zoals: "Ik ga echt niet achter zijn antilope aan. Hij is stom. Laat hem lekker achter zijn eigen antilope jagen." De groep moet zijn ego kunnen laten varen, kunnen samenwerken en bij elkaar blijven. Uiteindelijk krijg je, met andere woorden, een cultuur die best doet denken aan die van de Tarahumara -- een stam die onveranderd gebleven is sinds het Stenen Tijdperk. Het is een interessante gedachte dat de Tarahumara misschien dat doen wat wij allemaal twee miljoen jaar hebben gedaan.
Dat wij het zijn, in deze tijd, die van het pad af geraakt zijn. Wij beschouwen rennen als een vreemd, buitenaards ding, de straf die je moet ondergaan omdat je gisteren pizza hebt gegeten. Maar misschien is het andersom. Misschien zijn wij degenen die het natuurlijk voordeel dat we hadden verspild hebben. Hoe verspillen we het? Hoe verspillen we überhaubt iets? Door er op mee te liften. We proberen het in een potje te stoppen, beter te maken en aan mensen te verkopen. We zijn begonnen die mooie, gevoerde dingen te maken, die rennen beter maken, namelijk hardloopschoenen.
Ik raak zelf geïrriteerd over hardloopschoenen omdat ik er duizenden gekocht heb en steeds blessures kreeg. Ik denk dat, als iemand hier aan hardlopen doet -- ik had net een gesprek met Carol; we praatten twee minuten backstage, en ze heeft het over plantar fasciitis. Als je met een loper praat verzeker ik, binnen 30 seconden, gaat het gesprek over blessures. Als mensen tot renners geëvolueerd zijn, als dat ons grote voordeel is, waarom zijn we er dan zo slecht in? Waarom steeds die blessures?
Opmerkelijk is, met betrekking tot renblessures, dat die nieuw zijn voor onze tijd. Als je folklore en mythologie erop naslaat, wat voor mythes of sprookjes dan ook, rennen is altijd verbonden met vrijheid, vitaliteit, jeugdigheid en eeuwige kracht. Pas nu in onze tijd wordt rennen verbonden met angst en pijn. Geronimo (leider van Apache-Indianen) zei: "Mijn enige vrienden zijn mijn benen. Ik vertrouw alleen mijn benen." Dat is omdat een Apache triathlon bestond uit 80 km rennen door de woestijn, meedoen aan een vuistgevecht, een paar paarden stelen en thuis het geweer trekken. Geronimo zei nooit: "Hmm, weet je, mijn achillespees -- het lukt niet, ik neem deze week vrij," of "Ik moet cross-trainen. Ik heb mijn yoga niet gedaa. Ik ben niet klaar." Mensen rennen en hebben altijd gerend. We zijn nu hier. We hebben onze digitale technologie. Al onze wetenschap stamt uit het feit dat onze voorvaderen in staat waren, om iets bijzonders elke dag te doen, namelijk erop vertrouwen dat hun blote voeten en benen lange afstanden konden afleggen.
Hoe komen we daar weer terug? Ik zou zeggen dat het eerste is om alle verpakking, sales en marketing weg te gooien. Gooi alle stinkende hardloopschoenen weg. Stop je te richten op stadsmarathons, waar je slecht bent als je er vier uur over doet. Als je 3:59:59 loopt ben je geweldig want daarmee kwalificeer je je voor een nieuwe tocht. We moeten de speelsheid en vrolijkheid terugvinden en de, zogezegd, naaktheid, die de Tarahumara tot de gezondste en meest serene culturen van onze tijd maakt. Wat is het voordeel? Nou en? Dus je hebt de Haagen-Dazs van gisteren verbrand?
Maar misschien is er nog een voordeel. Zonder al te ver door te slaan, stel je een wereld voor waar iedereen zijn deur uit kan gaan en deel kan nemen aan de soort beweging, die hen meer relaxed, rustiger, gezonder maakt, stress verbrandt -- waardoor je niet meer in je kantoor komt als een razende maniak, waardoor je niet thuis ook weer een hoop stress krijgt. Misschien is er een middenweg tussen waar wij nu zijn en wat de Tarahumara altijd zijn geweest. Ik zeg niet dat we terug moeten naar Copper Canyons en van mais moeten leven, het favoriete kostje van de Tarahumara's, maar er is misschien een tussenweg. En als we die vinden, is er misschien ook een grote Nobelprijs. Wat als iemand een manier zou vinden om die natuurlijke mogelijkheden te herstellen, mogelijkheden die we het grootste deel van de tijd hadden, tot aan ongeveer de jaren '70, zouden de sociale en fysieke voordelen, en de politieke en mentale voordelen, ongelooflijk groot zijn.
Ik heb tegenwoordig opgemerkt dat er een groeiende subcultuur is, van blotevoetenlopers, mensen die geen schoenen meer hebben. Allemaal vinden zij dat, wanneer je de schoenen weggooit, je ook de stress weggooit, net als de blessures en de kwaaltjes. Wat je vindt is iets dat de Tarahumara heel lang weten, dat dit heel erg leuk kan zijn. Ik heb het zelf persoonlijk ervaren. Ik had mijn hele leven blessures, tot ik begin 40 jaar mijn schoenen weggooide en al mijn renkwaaltjes zijn ook weg.
Dus hopelijk kunnen we hier allemaal iets aan hebben. Ik waardeer het dat jullie geluisterd hebben. Hartelijk bedankt.
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
Christopher McDougall onderzoekt de mysteries achter de menselijke wens om te rennen. Hoe hielp rennen de oermens om te overleven -- en welke van de drijfveren van onze voorouders leiden ons vandaag nog? Op TEDxPennQuarter vertell McDougall over een marathonloopster met een hart van goud, over de onwaarschijnlijke ultra-loper, en over een stam in Mexico die rent om te leven.
Christopher McDougall is the author of "Born to Run: A Hidden Tribe, Super Athletes, and the Greatest Race the World Has Never Seen." Full bio »
Translated into Dutch by Dineke Tuinhof
Reviewed by Roel Verbunt
Comments? Please email the translators above.
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.