Zojuist hoorde ik de beste grap over Bond Emeruwa, een paar minuten geleden zat ik met hem te lunchen, en een Nigeriaanse journalist komt – en dit snapt u alleen wanneer u ooit een James Bond film gezien heeft - en een Nigeriaanse journalist komt op hem af en zegt, 'Aha, zo ontmoeten we elkaar wederom, Meneer Bond!' (Gelach) Ah, het was geweldig.
Dus, ik heb hier een klein stukje papier, vooral omdat ik Nigeriaans ben en als je me mijn gang laat gaan dan spreek ik gerust twee uur lang.
Maar, ik wil alleen goedemiddag, goedenavond zeggen. Het zijn een paar ongelooflijke dagen geweest. Vanaf hier gaat het alleen nog maar bergafwaarts. Ik wilde Emeka en Chris bedanken. Maar ook, vooral, alle onzichtbare mensen achter de schermen die u hier overal ziet rondflitsen en die deze plaats hebben gecreëerd voor zo een divers en krachtig gesprek. Het is echt verbazingwekkend. En ik ben publiek geweest. Ik ben een schrijver en heb naar mensen gekeken met diavoorstellingen en wetenschappers en bankiers, en ik voelde me een beetje als een gangsta rapper op een bar mitzvah. (Gelach) Eh, wat heb ik over dit alles te vertellen? En gisteren keek ik naar Jane [Goodall] en ik vond het echt geweldig, en ik keek naar die ongelooflijke dia's van de chimpansees, en ik dacht, 'Wow. Wat als een chimpansee kon spreken, weet je? Wat zou hij zeggen? Mijn eerste gedachte was, 'Wel, weet je, we hebben George Bush.” Maar toen dacht ik, 'Waarom grof zijn tegen chimpansees?' Waarschijnlijk is mijn kans op een green card nu wel verkeken. (Gelach)
Er wordt een hoop gesproken over verhalen vertellen in Afrika. En wat steeds duidelijker voor me is geworden, is dat we het hebben over nieuwsberichten over Afrika; we hebben het niet over Afrikaanse verhalen. En het is belangrijk een onderscheid te maken, want als we afgaan op het nieuws, kunnen 40% van de Amerikanen zich geen – ze kunnen zich geen ziektekostenverzekering veroorloven of hebben een onvoldoende dekkende ziektekostenverzekering en ze hebben een president die, ondanks de protesten van miljoenen van zijn burgers – zelfs van zijn eigen Congress -- doorgaat met het voortzetten van een nutteloze oorlog. Dus als we ons laten leiden door het nieuws, dan zijn de VS net als Zimbabwe, toch? Wat ze niet zijn, nietwaar? En, sprekende over oorlog – mijn vriendin heeft een geweldig T-shirt waarop staat, 'bombarderen voor vrede is als neuken voor maagdelijkheid.' Verbazingwekkend, niet?
De waarheid is, Amerikanen – alles wat we weten over Amerika, alles wat Amerikanen te weten komen over Amerikaans zijn, komt niet van het nieuws. Het – we – ik woonde daar, We gaan niet naar huis aan het einde van de dag en denken, 'Nu, ik weet nu echt wie ik ben omdat het Wall Street Journal zegt dat de beurs op een bepaald aantal punten gesloten is.” Wat we weten over hoe te zijn wie we zijn, komt uit verhalen. Het komt uit de romans, de films, de modebladen. Het komt uit de populaire cultuur.
Met andere woorden, het is de substantie van onze verbeelding die ons maakt zoals we werkelijk zijn. En dat is belangrijk om te onthouden, omdat, weet u, in Afrika, de ingewikkelde vragen die we willen vragen over wat dit allemaal betekent al zijn gevraagd van de rotsschilderingen van het San volk via het Sundiata epos van Mali tot moderne, hedendaagse literatuur. Wanneer u over Afrika wilt leren, lees dan onze literatuur -- en niet alleen 'Things Fall Apart', want dat zou zijn als te zeggen, 'Ik heb Gone with the Wind gelezen en nu weet ik alles over Amerika.' Dat is heel belanrijk. Er is een gedicht van Jack Gilbert, genaamd 'The Forgotten Dialect of the Heart' (het vergeten dialect van het hart). Hij zegt, 'Toen de Soemerische kleitabletten voor het eerst werden vertaald, dacht men dat het zakelijke verslagen waren. Maar wat als het gedichten of psalmen waren? Mijn liefde is als twaalf Ethiopische geiten die stil staan in het ochtendgloren. Scheepsladingen vol thuja is wat mijn lichaam aan uw lichaam wil zeggen. Giraffen zijn het verlangen in het donker.' Dit is belangrijk.
Het is belangrijk, omdat met een verkeerde interpretatie er echt een kans op complicatie en mogelijkheid is. De eerste Igbo bijbel is vertaald vanuit het Engels rond 1800 door bisschop Crowther, die een Yoruba stamgenoot was. Het is belangrijk te weten dat Igbo een toontaal is, en zo zeggen ze het woord 'igwe' en 'igwe': dezelfde spelling, het een betekent 'lucht' of 'hemel', en het andere betekent 'fiets' of 'ijzer'. Dus 'God is in de hemel, omgeven door zijn engelen' werd vertaald als -- [Igbo vertaling] En om de een of andere reden, in Kameroen, toen ze probeerden de Bijbel te vertalen in Kameroense dialecten kozen zij voor de Igbo versie. En ik geef u niet de vertaling naar het dialect; ik vertaal het in 'standaard Engels'. Dan klinkt het als 'God zit op een fiets met zijn engelen.' Dit is goed, want taal compliceert zaken.
Weet u, we denken vaak dat taal de wereld waarin we leven spiegelt, en dat vind ik niet juist. De taal creëert de wereld waarin wij leven. Taal is niet -- ik bedoel, dingen hebben geen veranderlijke waarde van zichzelf; we schrijven hen een waarde toe. En taal kan niet worden begrepen in haar abstractie. Zij kan alleen worden begrepen in de context van het verhaal. en alles -- dit alles -- is verhaal. En het is belangrijk om dat te onthouden, want als we dat niet doen, dan worden we ahistorisch. We hebben een hoop -- een parade van geweldige ideeën gehad hier. Maar deze zijn niet nieuw voor Afrika. Nigeria is onafhankelijk geworden in 1960. De eerste keer dat de mogelijkheid voor onafhankelijkheid werd besproken was in 1922, na de marktopstand van de Aba vrouwen. In 1967, middenin de Biafra-Nigeriaanse burgeroorlog, heeft Dr. Njoku-Obi het choleravaccin uitgevonden. Dus, weet u, het is goed dit te onthouden, omdat anders, over 10 jaar we hier weer zullen zijn, om te proberen dit verhaal opnieuw te vertellen.
Dus....wat het voor mij betekent, is dat het niet echt -- het probleem is niet echt de verhalen die verteld worden of welke verhalen er verteld worden; eigenlijk is het probleem de voorwaarden van de menselijkheid die we bereid zijn in te zetten om elk verhaal te vervlechten, en juist dat is waar het allemaal om draait. Ik zal u een Nigeriaanse grap vertellen. Tja, het is in elk geval maar een grapje. Tom, Dick en Harry werken in de bouw. Tom opent zijn lunchbox en er zit rijst in, en hij gaat hierover tekeer, "Al twintig jaar, pakt mijn vrouw rijst in als lunch. Als ze dat morgen weer doet, dan zal ik van dit gebouw springen en zelfmoord plegen." En Dick en Harry herhalen dit. De volgende dag doet Tom weer zijn lunchbox open en er zit rijst in dus springt hij van het gebouw en pleegt hij zelfmoord. en Dick en Harry volgen. En tijdens de lijkschouwing -- weet u, Tom's vrouw en Dick's vrouw zijn radeloos. Ze wensten dat ze de rijst niet hadden ingepakt. Maar Harry's vrouw is verward, omdat ze zei, "Weet je, Harry heeft zijn lunchbox 20 jaar lang zelf klaargemaakt." (Gelach)
Dit ogenschijnlijk onschuldige grapje, dat ik hoorde toen ik nog een kind was in Nigeria, werd verteld over Igbo, Yoruba en Hausa, waarin Harry Hausa was. Dus wat een excentriek en tevens tragisch grapje over Harry lijkt wordt een manier om etnische haat te verspreiden. Mijn vader heeft gestudeerd in Cork, aan de universiteit van Cork, in de jaren 50. Feitelijk, elke keer als ik een lezing geef in Ierland, vergissen mensen zich en zeggen, "Oh, dit is Chris O'Barney uit Cork." Maar hij was ook in Oxford in de jaren 50, en hij had -- toen hij als kind in Nigeria opgroeide, mijn vader zei altijd tegen me, "Je moet nooit eten of drinken in het huis van een Yoruba, want ze zullen je vergiftigen." Het is zinnig wanneer ik er nu over nadenk, want als je mijn vader zou hebben gekend, dan zou je hem ook hebben willen vergiftigen. (Gelach)
Ik ben geboren in 1966, aan het begin van de Biafra-Nigeriaanse burgeroorlog en de oorlog eindigde na drie jaar. Ik ontwikkelde me op school en de centrale regering wilde niet dat we de geschiedenis van de oorlog leerden, omdat ze dachten dat het ons waarschijnlijk tot een nieuwe generatie van rebellen zou maken. Maar ik had een zeer vindingrijke leraar, een moslim uit Pakistan, die ons hierover wilde leren. Hij deed dit door ons te leren over de geschiedenis van de Joodse Holocaust, en liet boeken zien met foto's van mensen in Auschwitz, ik leerde over het melancholische verhaal van mijn volk door het melancholische verhaal van een ander volk. Ik bedoel, stelt u zich voor -- stelt u zich dit echt voor. Een moslim uit Pakistan die les geeft over de Joodse Holocaust aan jonge Igbo kinderen.
Het verhaal is krachtig. Het verhaal is vloeiend en het behoort aan niemand toe. En het zou dan ook niet als een verrassing moeten komen dat mijn eerste roman op 16-jarige leeftijd over neo-nazi's ging die Nigeria wilden overnemen om er het Vierde Rijk te stichten. Geheel logisch. En ze zouden strategische doelen laten ontploffen het land overnemen, maar het werd verijdeld door een Nigeriaanse James Bond genaamd Coyote Williams, en een Jood -- een Joodse nazi-jager. En het speelde zich af op vier continenten. En toen het boek uitkwam, werd ik aangekondigd als Afrika's antwoord op Frederick Forsyth, wat op zijn best een twijfelachtige eer is. Maar ook werd het boek op tijd uitgebracht zodat ik kon worden beschuldigd van het beramen van een verijdelde poging tot een staatsgreep. Dus toen ik 18 was, werd ik naar de gevangenis in Nigeria gebracht.
Ik ben zeer bevoorrecht opgegroeid, en het is belangrijk om over voorrechten te spreken, want we spreken er hier niet over. Velen van ons zijn bevoorrecht. Ik ben opgegroeid met bedienden, auto's, tv's en al dat spul. Mijn verhaal over opgroeiend Nigeria is heel anders dan het verhaal dat ik tegenkwam in de gevangenis, en ik had er geen taal voor. Ik stond doodsangsten uit, ik was volledig gebroken, en bleef proberen om een nieuwe taal te vinden, een nieuwe manier om hier iets zinnigs in te ontdekken. Zes maanden later, zonder enige uitleg, lieten ze me gaan. Nu, zij die mij hebben gezien aan het buffet weten dat het was omdat het hen te veel kostte om me te voeden. (Gelach) Maar ik bedoel, ik groeide op met dit ongelooflijke voorrecht, en niet alleen ik -- miljoenen Nigerianen zijn opgegroeid met boeken en bibliotheken. Feitelijk, we waren er gisteren al over aan het spreken hoe alle sensuele romans van Harold Robbins meer hebben gedaan voor de sexuele voorlichting van geile tienerjongens in Afrika dan welk sexueel voorlichtingsprogramma dan ook. Dit alles is verdwenen.
We verspillen het waardevolste hulpmiddel dat we op dit continent hebben; het waardevolle hulpmiddel van de verbeelding. In de film, "Sometimes in April" gemaakt door Raoul Peck houdt Idris Elba in een scene een opgeheven machete gereed, en wordt door een menigte gedwongen om zijn beste vriend in stukken te hakken -- ook een Rwandese legerofficier, alhoewel hij Tutsi is -- gespeeld door Fraser James. En terwijl Fraser op zijn knieën zit, met zijn armen op zijn rug gebonden, en hij huilt. Hij is aan het snikken. Het is een zielig gezicht. En als we kijken, schamen we ons. En we willen roepen naar Idris, "Hak hem in stukken. Laat hem stil zijn." En wanneer Idris beweegt, schreeuwt Fraser, "Stop! Alstublieft stop!" Idris pauzeert, dan beweegt hij opnieuw, en Fraser zegt, "Alstublieft! Alstublieft stop!" En het is niet de blik van ontzetting en schrik in Fraser's gezicht die Idris of ons stopt; het is de blik in Fraser's ogen. Het is de blik die zegt, "Doe dit niet. En ik zeg dit niet om mezelf te redden, alhoewel dat leuk zou zijn, ik doe het om jou te redden, want als je dit doet, dan ben je verloren." Om zo bang te zijn, dat je in het aangezicht van een dood staat waaraan je niet kunt ontsnappen en dat je jezelf vervuilt en huilt, maar om op dat moment te zeggen, zoals Fraser tegen Idris zei, "Zeg mijn vriendin dat ik van haar houd." Op dat moment, zegt Fraser, "Ik ben al verloren, maar jij niet...jij niet." Dit is een verlossing waarnaar we allen kunnen streven.
Afrikaanse verhalen in het Westen, zij verspreiden zich. Het kan me niet meer schelen. Ik ben meer geïnteresseerd in de verhalen die we over onszelf vertellen -- hoe ik als schrijver, vind dat Afrikaanse schrijvers altijd de bewaarders zijn geweest van onze menselijkheid op dit continent. De vraag is, hoe balanceer ik de verhalen die prachtig zijn met verhalen over wonden en zelfhaat? En dit is het probleem dat ik tegenkom. Ik probeer verder te gaan dan politieke retoriek en uit te komen bij ethische vragen. Ik vraag ons het idee te balanceren van onze volledige kwetsbaarheid met de volledige notie van transformatie of wat mogelijk is.
Als een jonge Nigeriaanse activist uit de middenklasse, heb ik mezelf samen met een hele generatie van ons gestort in in een campagne om de regering te stoppen. En ik vroeg miljoenen mensen, zonder me af te vragen of ik het recht had om dit te doen, om tegen de regering in te gaan. En ik keek toe hoe ze opgesloten werden en er traangas tegen hen werd gebruikt. Ik rechtvaardigde het, en ik zei, "Dit zijn de kosten van de revolutie. Heb ik zelf niet in de gevangenis gezeten? Ben ik zelf niet geslagen geworden?" Het was niet tot later, toen ik weer gevangen genomen werd, dat ik begreep wat het betekent om gemarteld te worden, en hoe makkelijk de menselijkheid van je afgenomen kan worden, sinds de tijd dat ik bezig was met de oorlog, een rechtvaardige, rechtvaardige oorlog. Neemt u mij niet kwalijk.
Soms kan ik voor de wereld staan -- en als ik dit zeg, verandering is een moeilijk en traag proces. Soms kan ik voor de wereld staan en zeggen, "Mijn naam is Chris Abani. Ik ben zes dagen mens geweest, slechts soms." Maar dit is een goede zaak. Het zal nooit gemakkelijk zijn. Er zijn geen antwoorden Zoals ik Rachel van Google Earth vertelde, dat ik mijn studenten in Amerika uitgedaagd had -- Ik zei, "Jullie weten niets over Afrika, jullie zijn allemaal idoten." En dus zeiden zij, "Vertel me over Afrika, Professor Abani." Dus ging ik naar Google Earth en leerde ik over Afrika. En de waarheid moet verteld worden, zo is het, nietwaar? Er zijn geen wezenlijke Afrikanen, en de meesten van ons zijn geheel onwetend net als ieder ander over het continent waar we vandaan komen, en toch willen we er diepgaande uitspraken over doen. En ik denk dat als we gewoon kunnen toegeven dat we allen aan het proberen zijn om de waarheid van onze eigen gemeenschap te benaderen, dan zal dit zorgen voor een genuanceerder en veel interessanter gesprek. Ik wil geloven dat we hierover agnostisch kunnen zijn, dat we hier boven kunnen staan.
Toen ik 10 was, las ik James Baldwin's "Another Country," en dat boek brak me. Niet omdat ik geconfronteerd werd met homoseksuele seks en liefde voor de eerste keer, maar omdat de manier hoe James erover schreef het mij onmogelijk maakte om anders-zijn ermee te verbinden. "Hier," zei Jimmy. "Hier is liefde, alles." Het feit dat het in "Another Country" gebeurde komt als een verrassing. Mijn vriend Ronald Gottesman zegt dat er drie soorten mensen in de wereld zijn: zij die kunnen tellen, en zij die het niet kunnen. (Gelach) Hij zegt ook dat de oorzaak van al onze problemen het geloof in een wezenlijke, pure identiteit is: religieus, etnisch, historisch, ideologisch.
Ik wil afscheid nemen met een gedicht geschreven door Yusef Komunyakaa dat gaat over verandering. Het heet "Ode aan de trommel," en ik zal proberen het aan u voor te lezen op een manier waarop Yusef trots zou zijn om het voorgelezen te horen worden. "Gazelle, ik heb je gedood vanwege je huid die zo voortreffelijk voelt, vanwege het gemak waarmee het kan worden vastgenageld tegen een plank ruw verweerd als wit slagerspapier. Gisteravond hoorde ik mijn dochter bidden voor het vlees hier aan mijn voeten. Je weet dat het niet woede was die mijn hart deed stoppen toen de hamer neerkwam. Weken geleden, brak je me zoals een vrouw mij eens verbrijzelde in een lied onder haar gewicht, voordat je in de grasachtige stilte sloop. En nu maak ik de riemen vaster, de huid vormend als om een ribbenkast, gevormd als vijf bogen. Geesten kunnen niet terugglippen in de trommel van het lichaam. Je bent verweerd door wind, duisternis en zonlicht. Druk kan alles weer heel maken, messing spijkers geslagen in het ebbenhout je gezicht is vijf maal in hout gesneden. Ik moet weg, problemen in de heuvels. Problemen in de vallei. En ook problemen bij de rivier. Er is geen palmwijn, vis, zout, of kalebas. Kadoom. Kadoom. Kadoom. Ka-doooom. Nu heb ik een lied terug in jou geslagen, verrijs en loop weg als een panter." Dank u. (Applaus)
You can share this video by copying this HTML to your clipboard and pasting into your blog or web page. This video will play with subtitles.
You either have JavaScript turned off or have an old version of the Adobe Flash Player. To view this rating widget you
need to get the latest Flash player.
If your browser allows only "trusted sites" to execute Javascript, you should add the "googleapis.com" domain to your whitelist to allow our Flash detection to work properly.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation.
In dit zeer persoonlijke praatje zegt de Nigeriaanse schrijver Chris Abani dat “wat we weten over hoe te zijn wie we zijn” uit verhalen komt. Hij zoekt naar het hart van Afrika door haar gedichten en vertellingen, zijn eigen vertellingen inbegrepen.
Imprisoned three times by the Nigerian government, Chris Abani turned his experience into poems that Harold Pinter called "the most naked, harrowing expression of prison life and political torture imaginable." His novels include GraceLand (2004) and The Virgin of Flames (2007). Full bio »
Translated into Dutch by William Stassen
Reviewed by Simone Gerritsen
Comments? Please email the translators above.
18:44 Posted: Oct 2008
Views 215,710 | Comments 31
16:38 Posted: Aug 2008
Views 171,618 | Comments 65
18:00 Posted: Jan 2008
Views 2,344,026 | Comments 413
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign Out.