Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Toen ik wist dat ik voor jullie zou komen spreken, dacht ik: "Ik moet mijn moeder bellen." Ik heb een kleine Cubaanse mama -- ze is ongeveer zo groot. 1m20, niet groter dan de som van haar figuurlijke delen. Volgen jullie nog (Gelach) Ik belde haar. "Hallo, kindje, hoe gaat het met jou?" "Hallo, ma, ik moet je spreken." "Je spreekt al met me. Wat is er?" Ik zei: "Ik moet spreken voor een groep leuke mensen." "Je spreekt altijd met leuke mensen, behalve toen je naar het Witte Huis ging --" "Ma, begin niet!" Ik vertelde haar dat ik naar TED kwam, en ze zei: "Wat is het probleem?" Ik zei: "Wel, ik ben niet zeker. Ik moet ze over verhalen vertellen. Het is Technologie, Vermaak en Ontwerp." Ze zei: "Wel, je ontwerpt een verhaal als je het verzint, het is vermaak als je het vertelt, en je gaat een microfoon gebruiken." (Gelach) Ik zei: "Je bent een schat, ma. Paps in de buurt?" "Wat is het probleem? Zijn de parels van wijsheid die als lemmingen van mijn lippen springen, niet goed genoeg voor jou?" (Gelach) Toen kwam mijn Paps erbij. Mijn Paps is één van die oude zielen, een oude Cubaanse man uit Camaguey. Camaguey is een provincie in Cuba. Hij komt uit Florida. Hij werd er in 1924 geboren. Hij groeide op in een bohio met vuile vloeren, met een structuur zoals die door de Tainos werd gebruikt, onze oude Arawak voorvaders. Mijn vader is tegelijk bijdehand, vreselijk grappig, en dan, ad rem, maakt pijlsnel rechtsomkeert en snijdt je de adem af. "Papi, help." "Ik heb je moeder al gehoord. Volgens mij heeft ze gelijk." (Gelach) "Na wat ik je pas heb verteld?" Mijn vader is er al mijn hele leven geweest. Dus we praatten even, en hij zei: "Waarom vertel je ze niet wat je gelooft?" Prima, maar daar is geen tijd voor. Een goede verhalenverteller maakt een verhaal waar iemand naar wil luisteren. Een fantastisch verhaal is de kunst van het loslaten. Dus ga ik jullie een klein verhaaltje vertalen. Onthoud dat deze traditie teruggaat, niet tot de nevelen van Avalon, in oeroude tijden, maar nog verder, nog voor we deze verhalen op papyrus krasten, of pictogrammen maakten op wanden van natte, klamme grotten. In die tijd was er een drang, een nood om het verhaal te vertellen. Als Lexus je een wagen wil verkopen, vertellen ze je een verhaal. Heb je de reclame bekeken? Elk van ons heeft deze wens om één keer, één enkele keer zijn verhaal te vertellen en het te doen beluisteren. Er zijn verhalen die je van op podia vertelt. Er zijn verhalen die je vertelt aan een kleine groep mensen, met een goed glas wijn. En er zijn verhalen die je 's avonds laat aan een vriend vertelt, misschien één keer in je leven. En er zijn verhalen die we fluisteren in de duisternis van de onderwereld. Dat verhaal vertel ik je niet. Ik vertel je dit verhaal. Het heet: "Je gaat me missen." Het gaat over een menselijke band. Mijn Cubaanse moeder, die ik zonet kort introduceerde, in die korte karakterschets, kwam 1.000 jaar geleden naar de VS. Ik werd geboren in 19 - weet ik niet meer, en ik kwam naar dit land samen met hen, in de nasleep van de Cubaanse revolutie. We gingen van Havana, Cuba naar Decatur, Georgia. Decatur, Georgia is een klein stadje in het Zuiden. In dat kleine Zuiderse stadje groeide ik op. Ik groeide op met deze verhalen. Dit verhaal is maar een paar jaar oud. Ik belde mijn mama op. Het was een zaterdagochtend. Ik belde over hoe ik ajiaco moest maken, een Cubaans gerecht. Het is heerlijk. Het heeft veel smaak. Het doet de hoeken van je mond schuimen. Je oksels worden er nat van, weet je wel? Dat soort eten, ja. Dit is het zintuiglijke deel van het programma, mensen. Ik belde mijn mama. Ze zei: "Carmen, je moet komen, alsjeblieft. Ik moet naar het winkelcentrum, en je kent papa, hij doet 's namiddags een dutje, en ik moet gaan. Ik moet een boodschap doen." Hier een kleine terzijde om je te vertellen -- Esther, mijn moeder, is enkele jaren geleden gestopt met autorijden, tot collectieve opluchting van de hele stad Atlanta. Elk uitje op wielen met die vrouw, al sinds mijn prille jeugd, mensen -- blauwe zwaailichten waren vaste prik. Maar ze wist de blauwe jongens handig te ontduiken, en als ze toch ontmoette, dan had ze geweldig -- wel, contact. "Mevrouw, wist u dat u zopas door een licht gereden bent?" (Spaans) "U spreekt geen Engels?" "Nee." (Gelach) Maar uiteindelijk kent iedereen zijn moment van glorie, en ze belandde in de verkeersrechtbank, waar ze met de rechter onderhandelde over een korting. Een historische mijlpaal. Maar intussen was ze zeventig. Ze reed niet meer. Dat betekende dat iedereen in de familie haar om de beurt naar de kapper moest brengen om haar haar te kleuren, weet je, die speciale blauwe tint die past bij haar polyester broek, weet je wel, zelfde kleur als de Buick. Iemand? OK. Kleine prikjes op de benen, waar ze borduurt en lusjes maakt. Rockports -- daar dienen ze voor. Daarom heten ze zo. (Gelach) Dit is haar ensemble. En dit is de vrouw die wil dat ik op een zaterdagochtend opdaag, als ik veel te doen heb, maar het gaat snel, want het Cubaanse schuldgevoel weegt zwaar. Ik wil niet politiek worden maar -- dus ik ga naar mijn moeder. Ik daag op. Ze staat in de carport. Natuurlijk hebben ze een carport. Het soort met het verroeste dak, weet je wel. De Buick staat buiten geparkeerd. Ze laat een paar sleutels voor mijn neus bengelen. "Ik heb een verrassing voor je, kindje!" "Nemen we jouw auto?" "Niet wij, ik." Uit haar zak haalt ze een ramp. Iemand verzint een verhaal. Interactieve kunst. Maak mij wat wijs. Oh, een rijbewijs -- een perfect geldig rijbewijs. Uitgegeven, natuurlijk, door de overheid van haar thuisbasis Gwinnett. Stomme idioten. (Gelach) Ik zeg: "Is dat ding echt?" "Ik denk het." "Kan jij zien, dan?" "Ik neem aan dat dat moet." "Oh, Jezus." Ze stapt in de auto. Ze zit op twee telefoonboeken. Dat kan ik zelfs niet verzinnen, zo klein is ze. Ze heeft een paraplu in stelling om -- bam! -- de deur dicht te slaan. Haar dochter, ik dus -- de dorpsgek met het ijsje midden op haar voorhoofd -- staat daar nog steeds, met open mond. "Kom je? Kom je?" "Mijn God," zei ik, "OK, goed. Weet paps dat je rijdt?" "Wat dacht je?" "Hoe doe je het?" "Soms moet hij slapen." Dus lieten we mijn vader diep in slaap achter. Hij zou me vast vermoorden als ik haar alleen liet gaan. We stappen in. Zet hem in achteruit. Aan topsnelheid de oprit af, achteruit. Ik klik de gordel vooraan vast, ruk de achtergordels naar voor, maak dubbele knopen. Mijn mond is zo droog als de Kalahari-woestijn. Ik hou met witte knokkels de deur vast. Begrijp je? Zij fluit, en ik doe aan zwangerschapsyoga -- ken je dat? Maar sommige vrouwen doen uh-huh, uh-huh, uh-huh. Juist. En ik zeg: "Ma, kan het wat trager?" Want ze zit nu op de Highway 285, de ring rond Atlanta, die intussen -- zeven rijstroken heeft. Ze rijdt op alle zeven. Ik zeg: "Ma, kies een rijstrook!" "Ze geven je zeven rijstroken, die zijn om te gebruiken!" Daar gaat ze. Ik geloof niet dat ze gereden heeft zonder te worden tegengehouden. Dus denk ik: laten we praten. Zal haar afleiden. Zal me helpen ademen. Zal misschien mijn pols deugd doen. "Mammie, ik weet dat ze je tegengehouden hebben." "Nee, nee, waar heb je het over?" "Je hebt een rijbewijs. Hoe lang rijd je al?" "Vier of vijf dagen." "Jep. En je bent niet tegengehouden?" "Ik heb geen boete gekregen." Ik zeg: "Jaja, jaja, maar komaan..." "OK, ik stopte aan een licht en er is een man, achter mij." "Heeft die man soms een blauw uniform en een verschrikte gelaatsuitdrukking?" "Je was er niet bij, begin niet." "Komaan. Kreeg je een boete?" "Nee." Ze legde uit -- "De man" -- Ik moet het je vertellen zoals zij, want anders verliest het zijn kracht -- "Hij komt naar het raampje en doet zoiets - dat me zegt dat hij nogal oud is. Ik kijk dus op en ik denk: misschien vindt hij me nog best aardig." "Ma, doe je dat nog steeds?" "Als het werkt, werkt het, kindje." "Dus ik zeg (Spaans)" "Wel, hij was in Honduras geweest voor het Vredeskorps." (Gelach) Hij praat met haar, en op een bepaald punt, zegt ze: "Dat was het. Het was voorbij." "Ja? Wat? Gaf hij je een boete? Geen boete? Wat?" "Nee, ik kijk op, en het licht verandert." (Gelach) Je zou doodsbang moeten zijn. Ik weet niet of ze met me dolt, zoals een kat die dolt met een muis -- linkerpoot, rechterpoot, linkerpoot, rechterpoot. Maar intussen zijn we bij het winkelcentrum. Je bent al naar een winkelcentrum geweest in de kerstperiode? Zeg wat. Ja. Ja. Je mag ja zeggen. Publiek: Ja. OK. Dan weet je dat je nu het voorgeborchte van de parking binnengaat, en bidt tot de heilige van de eeuwige beschikbaarheid, dat, zodra je invoegt in dat slingerlint van wagens, een kerel zijn remlichten gaat aanzetten net als jij achter hem opduikt. Maar dat is niet wat meestal gebeurt, of wel? Dus ik zeg eerst: "Ma, waarom zijn we hier?" "Bedoel je in de kosmos?" "Nee, waarom zijn we hier vandaag. Het is zaterdag. Het is de kerstperiode." "Omdat ik het ondergoed van je vader moet omruilen." Dit is een echt machiavellistische gedachte, dat je echt moet -- volgens mij is het een konijnenhol, het hoofd van die vrouw. Ga ik binnen? Want zonder draad van Ariadne als ankerpunt -- genoeg metaforen? -- geraak ik er misschien niet uit. Maar weet je -- (Gelach) "Waarom moeten we het ondergoed van paps nu terugbrengen? En waarom? Wat is er mis met zijn ondergoed?" "Het zal je van de wijs brengen." "Nee hoor. Waarom? Wat? Wat is er mis met hem?" "Nee, nee. Het enige dat mis is, is dat hij een idioot is. Ik stuurde hem naar de winkel -- mijn eerste fout -- en hij ging ondergoed kopen, en hij koopt grippershorts, terwijl hij boxershorts moet kopen." "Waarom?" "Ik heb het op het internet gelezen. Je kan geen kinderen krijgen." "Lieve help!" (Gelach) Olivia? Huh? We zijn anderhalve meter verder gekropen, en mijn mama zegt: "Ik wist het. Ik wist het. Ik ben immigrant. We maken een plek. Wat zeg ik je? Daar." Ze wijst langs het passagiersvenster, ik kijk, en drie - drie - rijen verder -- "Kijk, de Chevy." Je wil lachen, maar je weet niet -- zo politiek correct ben je, zag je dat? Corrigeer nu in de andere richting, het mag. "Kijk, de Chevy -- hij komt hierheen." "Mama, mama, wacht even. De Chevy is drie rijen verder." Ze kijkt me aan als was ik haar idiote kind -- de dommerik, het kind dat ze heel traag en duidelijk moet toespreken. "Ik weet dat, schat. Stap uit de auto en ga op de parkeerplaats staan tot ik er ben." Ok, stemmen graag. Komaan. Nee, nee. Hoeveel van jullie hebben ooit, als kind of volwassene, op een parkeerplaats gestaan om ze voor iemand vrij te houden? Zie je, we zijn een geheime club met een eigen handdruk. (Gelach) En na jaren van therapie gaat het prima met ons. Het gaat prima met ons. Ik protesteerde. Dat wil zeggen -- je zou zeggen dat ik intussen -- en nog steeds -- vrijhouden? Ik zeg: "Geen denken aan, ma, je zet me al mijn hele leven te kijk." Natuurlijk riposteert ze: "Wanneer heb ik je te kijk gezet?" (Spaans) En ze praat nog steeds terwijl ze de auto parkeert, de handrem opzet, de deur opent, en met een voor haar leeftijd verrassende kwiekheid springt ze uit de auto, gooit de telefoonboeken eruit, en loopt rond -- ze heeft haar goedkope Kmart-handtas bij zich -- rond de voorkant van de auto. Ze is ook te land verrassend snel voor haar leeftijd. Voor ik er erg in heb, is ze de parking al over, tussen de auto's door, en mensen achter mij, met dat soort religieuze liefdadigheid dat typisch is voor de kerstdagen, wah-wah, wah-wah. "Ik kom eraan." Gevolgd door Italiaanse handsignalen. Ik ren. Ik sluit de deur. Ik laat de telefoonboeken liggen. Dit is nieuw en snel -- volgen jullie nog? We wachten op de trage mensen. OK. Ik start -- en hier zegt een kind me -- het verhaal werkt niet als ik je al eerder over haar vertel. Want dit is mijn laconieke kind. Kortheid, kortheid op alle vlakken met dit kind. Ze eet kleine porties. Taal dient te worden afgemeten in kleine fonemen, gewoon wat hmm, hmm-hmm-hmm-hmm. Ze heeft een klein notaboekje en een pen bij zich. Ze is zeer machtig. Ze luistert, want dat is het eerste dat verhalenvertellers doen. Maar ze pauzeert af en toe en zegt: "Hoe spel je dat? Welk jaar? OK." Als ze over twintig jaar haar stuk schrijft, geloof er dan geen woord van. Maar dit is mijn dochter Lauren, mijn opmerkelijke dochter, mijn kind met borderline Asperger. Hartelijk dank, Dr. Watson. Ze zegt: "Ma, kijk nu!" Als kinderen zeggen dat ik moet kijken, dan weet je het. Maar dit ziet er niet als een bekende plaats van de misdaad uit. Ik ben bij deze vrouw opgegroeid. Ik zeg: "Lauren, weet je wat, vertel het mij in detail. Ik kan niet --" "Nee, mama, je moet kijken." Ik moet kijken. Je moet kijken. Wil je niet kijken? Daar is ze. Ik sta in stomme bewondering -- daar staat ze, Rockports lichtjes uit elkaar, maar stevig op de grond. Ze heeft haar goedkope Kmart-handtas, en ze zwaait ermee. Ze houdt tonnen staal tegen, alleen met de kracht van haar kleine persoontje, met haar krakende stemmetje, en zegt: "Uit de weg, kerel! Nee, die is gereserveerd!" (Gelach) Klaar? Zet je schrap. Hier komt het. "Nee, mijn dochter komt eraan met de Buick. Kindje, zet je recht zodat ik je kan zien." Oh, Jezus Christus. Ik kom eraan, en nu is het het Zuiden. Ik weet niet uit welk deel van het land je komt. Ik denk dat we allemaal stiekem van verhalen houden. We willen stiekem allemaal ons dekentje en ons beertje. We willen lekker gaan liggen en zeggen: "Vertel het me. Komaan, schat, vertel het me." Maar in het Zuiden houden we van een goed verhaal. Mensen zijn opzij gaan staan. Ze zijn uit de wachtrij gekomen, koffers opengedaan, klapstoeltjes bovengehaald en drankjes. Er wordt gewed. "Ik ben voor de kleine dame. Verdomme!" (Gelach) En ze leidt me naar mijn plaats met een lichte salsabeweging. Vergeet niet, ze is Cubaans. Ik denk: "Versnellen. Remmen. Versnellen. Remmen." Heb je dat nooit gedacht in je leven? Ja? Ik parkeer de auto. De motor loopt nog. De mijne, niet die van de auto. Ik spring eruit, naast haar, en zeg "Niet bewegen!" "Ik ga nergens heen." Ze heeft de beste plaats in een Griekse tragedie. Ik kom eruit, en daar staat Esther. Ze klemt haar tas vast. "Qué?" dat betekent "Wat?" -- en nog zoveel meer. (Gelach) "Ma, ken je geen schaamte? Mensen staan overal te kijken naar ons." Sommige -- moet je verzinnen, mensen. Beroepsgeheim. Weet je wat? Sommige verhaaltjes werk ik hier en daar wat bij. Sommige staan er ineens. Ze antwoordt me dit. Nadat ik had gezegd -- kleine herinnering -- "Ken je geen schaamte?" "Nee. Die heb ik samen met mijn panty's buitengegooid. Allebei te knellend." (Gelach) (Applaus) Klap maar, je bent nog 30 seconden van het einde. Ik sta op het punt te breken als een bros takje, als iemand plots op mijn schouder tikt. Onverschrokken ziel. Ik denk: "Dit is mijn kind. Hoe durft ze? Ze is uit die auto gesprongen." Dat is OK, want mijn mama roept naar me en ik naar haar. Het is een prachtige hiërarchie, en het werkt. (Gelach) Ik draai me om. Het is geen kind, maar een jonge vrouw. Beetje groter dan ik. Bleekgroene, geamuseerde ogen. Met haar jonge man -- echtgenoot, broer, minnaar -- is mijn werk niet. Ze zegt: "Excuseer, mevrouw" -- zo praten we daar -- "is dat uw moeder?" Ik zeg: "Nee, ik volg kleine vrouwtjes op parkings om te zien of ze stoppen. Ja, het is mijn moeder!" De jongen zegt: "Wat mijn zus wilde zeggen" -- ze kijken elkaar aan, veelbetekenend: "God, ze is getikt!" Ik zeg (Spaans) en het jonge meisje en de jonge jongen zeggen: "Nee, schat, we willen maar één ding meer weten." Ik zeg: "OK, laat me zorg voor haar dragen, OK, ik ken haar, geloof me, ze is als een klein atoomwapen, je moet haar heel voorzichtig behandelen." En het meisje zegt: "Weet ik, maar ik zweer het, ze doet ons zo aan onze mama denken. Ik mis het bijna. Hij keert zich op de hak van zijn schoen naar haar toe. Hij fluistert half: "God, ik mis haar." Ze draaien zich om en wandelen schouder aan schouder weg, terwijl ze opgaan in hun dagdroom. Herinneringen aan een gekmakende vrouw die hun winnend dna-lot was. Ik keer me naar Esther, die staat te rocken op haar 'ports en zegt: "Weet je wat, schat?" "Wat, ma?" "Ik ga je nog 14 of 15 jaar gek maken, als je geluk hebt, maar daarna ga je me missen, schat." (Applaus)
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Verteller Carmen Agra Deedy verzint een grappig, wijs en verhelderend verhaal over ouders en kinderen, met in de hoofdrol haar Cubaanse moeder. Zet je goed en geniet van de rit -- mama zit aan het stuur!
Carmen Agra Deedy's luminous, funny, digressive tales of childhood and adulthood bring out the starry-eyed listener in us all. Full bio »
Translated into Dutch by Els De Keyser
Reviewed by Christel Foncke
Comments? Please email the translators above.
I gave [shame] up with pantyhose — they’re both too binding.” (Carmen Agra Deedy quoting her mother)
23:05 Posted: Feb 2007
Views 277,333 | Comments 86
04:07 Posted: Dec 2006
Views 445,551 | Comments 66
16:32 Posted: Jul 2006
Views 986,634 | Comments 635
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.